|
Home
Arnhem
Toscane, Italie
Kenia, Tanzania
Casablanca
Egypte
Laos
Andalusie, Spanje
Oeganda Rwanda
Cilento, Italie
Rajasthan, India
Gastenboek

Mailen?
|
Cuba - Augustus 2005. Reisverslag van Eefje en Etienne.
Samen met het boekje "Dominicus, Cuba" zijn we vertrokken. Veel van de tips uit dit boekje komen hier naar voren. We hebben het plan om lekker met onze rugzakken door Cuba te gaan trekken. We gaan een auto huren (die we al besproken hebben via Ara Tours) en laten ons meevoeren door de mooie Cubaanse steden en het prachtige diverse landschap.
Per dag bekijken we wel weer hoever we komen en waar we gaan slapen, dan hoeven we ons ook niet aan bepaalde planningen te houden.
Dag 1 Arnhem, Amsterdam, Havana.
Om kwart voor zeven 's ochtends begint onze nieuwe reis. Deze keer naar Cuba.
Cuba is het grootste eiland in het Caribisch gebied. Samen met Jamaica, Haiti en de Dominicaanse republiek en Puerto Rico vormt het de Grote Antillen. Cuba telt nu bijna 11 miljoen inwoners en het volk is ontstaan uit een samensmelting van Spanjaarden en Afrikaanse slaven. Ruim driekwart van de Cubanen woont in steden, dus er is nog genoeg natuurschoon dat niet in cultuur gebracht is te bewonderen op dit eiland. De absolute metropool is natuurlijk Havana met ruim 2 miljoen inwoners. De tweede stad van Cuba is Santiago de Cuba met 410.000 inwoners in het zuidoosten. Verder zijn er nog Camaguey (250.000 inwoners) en Holguin (190.000 inwoners). De revolutie heeft de afgelopen tientallen jaren gezorgd voor een flinke uittocht. Sinds 1959 (Machtsovername Fidel Castro) zijn minstens 1 miljoen Cubanen naar de Verenigde Staten gevlucht. Al zolang de revolutie duurt, heeft de Cubaanse bevolking een tekort aan bijna alle elementaire goederen en voorzieningen. Lange rijen bij de bushalte, de (voedsel)banken, de winkels en de ziekenhuizen. Lange tijd kon Fidel Castro met Cuba het hoofd boven water houden door nauwe contacten te onderhouden met Oost Europa en Rusland. Echter sinds die landen door politieke omwentelingen geen interesse meer in Cuba tonen raakte Cuba steeds meer in een rampzalig isolement. Er werd hierdoor door de overheid flink bezuinigd en dat heeft zijn weerslag op de bevolking gehad. Er was een tekort aan alles, zelfs aan de meest elementaire voedingsmiddelen. Ook de benzineschaarste heeft het er niet gemakkelijker op gemaakt. Doordat er geen geld was om nieuwe auto's te importeren horen de ouderwetse Amerikaanse sleeen uit de jaren 50 en 60 nog altijd tot het straatbeeld. De Cubanen maken tegenwoordig de onderdelen zelf om zo hun schaarse trotse bezit aan de praat te houden. De Cubaanse regering zet sinds de jaren negentig in op het toerisme als nieuwe inspiratie bron voor de gestrande economie. Overal op het eiland wordt gewerkt aan de uitbreiding van de toeristische infrastructuur. Het aantal buitenlandse vakantiegangers is enorm toegenomen. In 2002 waren het er al 2 miljoen. Gelukkig voor ons blijft ruim 95% alleen maar in de resorts in plaatsen zoals Varadero, Santa Lucia, Guardalavaca en Cayo Largo. Dus tijdens onze rondreis komen we niet veel toeristen tegen. Er is nog zoveel meer over Cuba te vertellen, over de geschiedenis, de kolonisatie en de revolutie, maar dat wordt beter uitgelegd in de geschiedenisboeken.
De trein vertrekt uit Arnhem om 7:08 uur waardoor we rond 8:30 uur op schiphol kunnen zijn. Bij het inchecken krijgen we te horen dat we een uur later gaan vliegen en dus zijn we al met al drieenhalf uur te vroeg aanwezig. Dat moet ruim voldoende zijn voor alle veiligheidscontroles dachten we zo. Er staat trouwens al een lange rij mensen om gefouilleerd te worden bij de incheckbalie. We schuiven dan ook maar rustig achteraan aan. Volgens (nieuwe) planning boarden we om 12:15 uur en vertrekken we uiteindelijk rond 13:00 uur in plaats van 12:45 uur, want het is erg druk op schiphol wordt gezegd. De vlucht is prima, behalve dan dat we geen werkende entertainment aan boord hebben, en het serveren van het eten verloopt ook chaotisch. Maar het gaat er uiteindelijk om dat we heerlijk naar Cuba gaan en dus drukt dit onze pret niet. Rond vijf uur lokale tijd landen we in Varadero, na ongeveer tien uur vliegen. De douane is ontzettend streng hier. En helaas zijn ze ook niet al te snel. Nu al is het voor ons een hele omslag. Het kost uren tijd om uit te leggen wat je als toerist in Cuba komt doen, maar we mogen uiteindelijk toch gewoon naar binnen (na ruim 3 uur). Buiten de poorten van het vliegveld worden we opgewacht door "Viajes Cubanacan Varadero", een organisatie die ons in de goede bus richting Havana zet. Het busje zou namelijk ook langs ons eerste hotelletje (Meson de la Flota) rijden. De busrit duurt toch nog ruim 2,5 uur. Havana, we zijn er. Het is nu 21:00 uur (lokale tijd), we zijn al anderhalve dag wakker en kunnen helaas ons hotelletje niet zo goed vinden. Daar lopen we dan met onze rugzakken, door de oude straten van Havana op zoek naar onze slaapplekken (het busje mag namelijk niet in alle delen komen van het oude centrum en de chauffeur vroeg of hij ons aan de rand daarvan mochten afzetten). Gelukkig zijn de Cubanen erg behulpzaam en wijzen ons hoe we moeten lopen. Alles komt dus goed en zo wat we er nu van kunnen zien in het donker, is Havana een prachtig oude stad. Aangekomen bij Hostal Meson de la Flota, een koloniaal hotel/restaurant c.q. bar, krijgen we een prachtig mooie koloniale kamer pal boven het restaurant gedeelte. Het is een van de drie kamers die ze verhuren en het is enorm mooi. Het plafond lijkt wel zes meter hoog net als de deuren. Alles kraakt en ruikt naar de oudheid. Heerlijke bedden en een mooie badkamer. Zelfs airco is hier aanwezig. Nu eerst even snel douchen zodat we nog even naar beneden kunnen voor een hapje eten. Het restaurant is heel sfeervol en er zijn muzikanten volop aan het spelen. Mooie gitaarmuziek, een zanger met een geweldige stem, danseressen en een danser voeren opzwepende flamenco en rumba dansen op. Het begint dus goed hier in Havana. Het eten is heerlijk. Eefje heeft een fruitsalade en Etienne kip, rijst en aardappelblokjes. Na het eten lopen we nog even een rondje door een stukje van het centrum alvorens we gaan slapen in onze mooie kamer uit omstreeks 1700. De Cubanen leven 's avonds lekker allemaal op straat en het ziet er daardoor vredig, gezellig en levendig uit. We zijn benieuwd naar morgen. 's Nachts is het erg warm en vochtig, erg wennen dus. Ongeveer 25 graden denken we. Er zit trouwens helemaal geen glas in de kozijnen van onze kamer, alleen maar houtenluiken, die we dan ook ver open zetten zodat we de stad en de muziek kunnen horen.
Dag 2 Havana.
Slapen met een jetlag is nog best onhandig, rond normale Nederlandse tijd worden we wakker en beseffen we ons dat we nog maar een paar uurtjes hebben geslapen. Maar goed we zijn daardoor ook lekker vroeg uit de veren en hebben zo nog een mooie lange dag voor de boeg. Even de vouchers omwisselen bij Cubanacan (organisatie waar je in Cuba terecht kunt voor van alles en nog wat) en daarna de stad bekijken. Maar nu eerst douchen en ontbijten. We hebben een licht ontbijtje van fruit, toast, boter en jam. De camera's zijn klaar en dus duiken we de stad in. Havana maakt meteen al een geweldige indruk. Het lijkt op een gevoel van vergane glorie, op een oude film. We lezen dat Havana er sinds de revolutie met zijn prachtige barokke bouwwerken erbij ligt als een stil in de tijd staand oud filmdecor, nou dat klopt in ieder geval. Het straatbeeld is in de loop van de tijd namelijk ingrijpend veranderd. Van overvloedig gevulde winkels, opstoppingen voor de beruchte clubs en dure Amerikaanse auto's is geen sprake meer. We zien lege etalages, af en toe dichtgetimmerde winkelpanden en kantoren die omgebouwd zijn tot woningen. Het oude, maar ook het nieuwe centrum staan er grotendeels verwaarloosd bij (al zijn ze het nu flink aan het opknappen met geld van Unesco), met vooral fietsen en oude roestige auto's (die wij wel erg mooi vinden), bussen en vrachtwagens op de weg. Toch geeft deze mengeling van het oude decor uit het rijke verleden en het sobere straatleven een heel aparte sfeer. Het is werkelijk prachtig hoe gek het ook klinkt. Vooral het deel van Havana dat dichtbij de haven ligt is schitterend. La Havana Vieja (het oude centrum van de stad), ligt aan de haven en de baai (Bahia de la Havana). Drie forten uit de 16e en 18e eeuw houden de wacht bij de ingang van de baai als bewijs dat in vroeger tijden Havana een belangrijke wereldhaven was. Er staan in Havana Vieja meer dan 900 historische bouwwerken uit de Spaans-koloniale tijd. Met veel steun van Unesco zijn de Cubanen flink aan het restaureren geslagen. Veel gebouwen zijn al in hun oude glorieuze staat teruggebracht en we krijgen een goed beeld van hoe sfeervol Havana moet zijn geweest en nu nog is. We hebben in ons hoofd dat we eerst de Hemingway route lopen, zodat we direct langs de meest bijzondere plaatsen in het oude centrum komen. Hemingway was een grote Amerikaanse schrijver ('The Old man and the Sea' en 'For Whom the Bell Tolls') die hier in de jaren veertig en vijftig lange periodes doorbracht. We beginnen op Plaza de Armas. Dit was vroeger het voornaamste plein van de stad. Rondom het plein woonden vroeger de rijken. Hun paleizen zijn inmiddels weer opgeknapt en stralen prachtig in de ochtendzon. Aangezien we de route alleen volgen in het oude stadsdeel wijken we bij het Parque Central (op dit plein zitten ontzettend veel Cubanen een boek of een krantje te lezen, erg sfeervol. In het midden staat een beeld van Jose Marti, ter nagedachtenis aan hun nationale held) een beetje af en volgen de Paseo de Marti richting de zee en de haven. Langs de Bahia de Havana vinden we een leuke toeristenmarkt (de enige die we eigenlijk zijn tegengekomen) met veel Cubaanse kunst (gemaakt van hout, blikjes, kurk, etc.). We laten deze markt nog even voor wat het is, al hebben ze prachtig zelfgemaakte sieraden, want de laatste dag van onze rondreis hebben we gepland weer terug te keren in Havana. In de haven zien we grote wrakken liggen, maar gelukkig varen er ook nog enkele grote tankers voorbij. Op een gegeven moment komen we na een tijdje lopen op Plaza de la Catedral. Een verzameling prachtige historische gebouwen omsluiten het plein en de sfeer van de spelende kinderen en bandjes maken dit tot een gezellige plaats om even te gaan zitten. Tegen lunchtijd hebben we al veel van het koloniale centrum en de haven gezien en lunchen we in onze eigen Meson de la Flota. Ook deze keer worden we weer vermaakt door dansers, zangers en andere muzikanten. Die mensen kunnen echt goed dansen zeg! Vol passie, supergaaf om te zien. Voor de lunch zijn we trouwens nog een mojito (cocktail van witte rum, limoensap, mint met een beetje suiker en wat ijs) gaan drinken in de favoriete kroeg van Ernest Hemingway, La Bodeguita del Medio. Het is een erg sfeervol en warm barretje, waar de beroemde handgeschreven zin van Hemingway aan de wand hangt. Het cafe is van boven tot onder voorzien van namen en persoonlijke boodschappen (geschreven in het blauw vooral), soms op heel moeilijk bereikbare plekken. Ook hangen er foto's van enkele beroemdheden die het cafe ooit bezocht hebben. Na de lunch verkennen we het andere, minder toeristische deel van Havana Vieja. Hier wonen de echte Cubanen in geweldige mooie, helaas flink vervallen, koloniale panden. Dit deel zal wel niet meer gesponsord zijn door Unesco (wel jammer, want het is het wel waard). Via het station waar horden mensen staan te wachten op de treinen die komen gaan, lopen we langs het Capitool via de Obispo weer richting ons Hostalletje. Een duidelijker symbool van de Amerikaanse invloeden in het Cuba van vroeger is er niet. Het Capitolio kwam gereed in 1929 als zetel van het Cubaanse Huis van afgevaardigden en de Senaat. Sinds de revolutie is de Academie van Wetenschappen erin gevestigd. Gelukkig is het gebouw helemaal gerestaureerd, want de architectuur is overweldigend (helaas tekenend voor de periode van generaal Machado). De koepel is 94 meter hoog en ziet er van buiten fantastisch uit. Op de Obispo vinden we nog leuke kaarten om te versturen (die nooit zijn aangekomen hoorden we achteraf) en in een leuk klein barretje schrijven we de thuisblijvers onder het genot van een drankje onze belevenissen tot nu toe. De Calle Obispo is een winkelstraat die karakteristiek is voor wat wij tijdens de rest van de reis door Cuba nog tegenkomen. De meeste winkels zijn leeg of hebben een andere functie gekregen. Soms geeft de naam op de etalageruit of de gevel nog aan wat voor soort winkel er gevestigd was. Waar wel spullen te koop zijn staat vaak een lange rij met Cubanen. Een vreemde gewaarwording voor zo'n grote stad, want je zou verwachten dat in DE winkelstraat van Havana nog wel meer winkels te vinden zijn dan alleen een kaartenwinkeltje of een sigarenzaak. Maar helaas dat zijn vervlogen tijden, al komt de straat zelf nog best levendig over, met kleine kraampjes met sigaren of brood en af en toe een cafeetje waar een bandje staat te spelen. Genoeg gewandeld vandaag en veel moois gezien. Havana is zo groot en mooi, dat je er zeker enkele dagen mee zoet bent, en dan hebben we het moderne deel nog niet eens gezien. Het begint te donderen in de verte en ook een beetje te regenen. Maar dat is van korte duur. Even bijkomen en wassen op onze kamer in de Meson, want het is hier enorm vochtig. 's Avonds pakken we nog even een terrasje op Plaza Vieja en genieten daar van de langslopende Cubanen en van de op de achtergrond klinkende muziek van drie muzikanten die op het plein hun kunsten vertonen. We hebben al een boel gezien, dus gaan we lekker op tijd naar bed in ons koloniaal hotelletje. En we komen de laatste dagen van onze reis hier nog terug, dus tijd genoeg om Havana nog verder te verkennen.
Dag 3 Auto ophalen en vertrekken richting Pinar del Rio.
Misschien is het nog de jetlag, misschien niet, maar vroeg wakker zijn we zeker. Etienne ligt al om vier uur te lezen en om zes uur kan Eefje ook al niet meer slapen. Het kan ook komen door het avontuur wat vandaag staat te beginnen, onze trektocht door het grote eiland Cuba. We hebben alleen nog geen slaapplaats kunnen regelen in Pinar del Rio (waar we heen willen). Telefoonverkeer wil hier niet echt op gang komen blijkbaar, zelfs niet met de hulp van enkele lokale mensen. Een Italiaans stelletje dat ook probeert te bellen staakt hun poging ook maar en vertrekt op de bonnefooi. Dat zullen wij de komende tijd ook maar doen dan. Na het ontbijt gaan we de auto ophalen bij Rex Rent a car. We houden op de grote weg een taxi aan en maken in ons beste Spaans duidelijk dat we naar Rentacar moeten. Daar aangekomen duurt het nog ruim anderhalf uur voordat we uiteindelijk de door ons besproken auto mee krijgen, gelukkig waren we hier al vroeg. We krijgen een leuke Skoda Fabia station, perfect voor onze grote rugtassen. Geweldig luxe auto is dat eigenlijk, beter dan degene die we thuis hebben nu. Rond het middaguur verlaten we het mooie Havana en proberen de weg richting Pinar del Rio te vinden. Havana is echt een belachelijk grote en drukke stad (vooral veel fietsers en voetgangers). We doen er uiteindelijk ruim driekwartier over om de stadsgrens te verlaten. We hebben in ons hoofd dat we via de toeristische route, de Carretera Principal naar Pinar del Rio rijden. Alleen hoe vinden we nu de weg als er totaal geen bewegwijzering aanwezig is? Dat is een heel gekke gewaarwording waar we vooraf helemaal niet bij stil hebben gestaan. Wij gingen er vanzelfsprekend vanuit dat we zoals in Europa de borden kunnen volgen. Maar goed, dan moeten we maar iets meer vragen onderweg, is ook goed voor onze Spaanse lessen. Uiteindelijk lukt het ons dus niet om die Carretera te vinden en rijden we hele stukken over wegen zonder asfalt. Ach veel verschil met asfaltwegen is er toch niet, want we komen er al snel achter dat je beter zandwegen kunt hebben dan asfaltwegen die slecht zijn onderhouden (vaak weggeslagen door orkaankracht). We verdwalen dus al op onze eerste dag. Gek genoeg genieten we hier met volle teugen van want we komen nu in dorpjes waar we anders nooit komen. Voor ons is het dus toch nog een erg toeristische route maar dan zonder andere toeristen. De mensen zijn volgens mij best verbaasd dat wij hier rijden (over wegen waar je niet harder dan 30 km per uur kunt) want ze staren ons allemaal na. We vragen aan een motoragent die we toevallig tegenkomen waar we heen moeten voor Pinar del Rio. Uiteindelijk passeren we de autopista en besluiten vanwege mogelijk toekomstig tijdgebrek dat we die maar nemen. De autopista ziet er wel redelijk uit en heeft de economische crisis aardig doorstaan. We staan wel versteld van de rust op deze snelweg. Wel moeten we telkens oppassen voor fietsers, voetgangers en koeien op de weg, dus heel hard rijden kan niet. Tanken doen we zoveel mogelijk bij officiele Cupet benzinepompen, want op de olie van de lokale pompjes zal onze skoda niet rijden. In geval van nood hebben we een lijst met garages van het verhuurbedrijf gekregen waar we naartoe kunnen mocht het allemaal mis gaan, ookal is bijna iedere Cubaan automonteur in zijn vrije tijd. Rond drie uur komen we aan in de streek van Pinar del Rio waar we echter geen slaapplaats kunnen vinden. We rijden daarom door naar Vinales en zoeken naar een hotelletje aldaar. Na ondertussen alweer 240 km gereden te hebben lijkt ons Pinar del Rio een ingewikkelde stad. Het is de provincie hoofdstad die we maar even links laten liggen. Vinales ligt 25 km verderop. Op de gok rijden we er naartoe. Hopelijk hebben ze veel casa particulares of kleine hotelletjes. Uiteindelijk rijden we in de bergen recht tegen een hotel aan. Het blijkt zelfs een zwembad te hebben. Hotel La Ermitta heeft nog een plekje voor ons. We hebben wel mazzel, want alleen voor deze nacht hebben ze een plekje. De kans is dus groot dat we morgen meteen door moeten rijden. Ondertussen is de lucht betrokken en regent het pijpenstelen met een enorm gedonder op de achtergrond. Temidden van de mooie natuur, want we hebben een prachtig uitzicht vanuit ons kamertje, genieten we van de warme regen en de enorme stilte en rust. Op een gegeven moment komt iemand van het hotel naar ons toe om ons uit te nodigen bij zijn familie, want die hebben eten (in een paladares) voor ons in het dorpje ernaast. We mochten dit alleen niet tegen de hoteleigenaar zeggen. Rond acht uur 's avonds moeten we aan het einde van de straat staan en worden we opgehaald door de familie zegt-ie. Het is nu droog en de zon schijnt zelfs weer. Als we aan het einde van de straat staan worden we aangesproken in het Spaans door twee jongens, maar we snappen het niet helemaal en lopen dus nog maar even door. Even laten komen we de jongens weer tegen en die beginnen in hun beste en rustigste Spaans uit te leggen dat zij bij de familie horen die ons moeten komen ophalen om bij de paladares te eten. De jongens loodsen ons door een stukje bos en het dorpje naar hun huisje waar ze voor ons zullen koken. Die man van het hotel bedondert zijn baas natuurlijk wel, maar het restaurant van het hotelletje vond hij voor ons veel te duur. We zijn benieuwd. Er staan hier echt ontzettend leuke huisjes en over het heuveltje hebben we ineens een prachtig uitzicht. We gaan dus over de zandpaadjes naar een vanaf de weg verscholen dorpje. Daar komen we terecht bij hun huisje waar twee tuinstoelen en een tuintafel in de woonkamer staan opgesteld, waar wij aan plaats moeten nemen. Het tafeltje hebben ze nog leuk opgedekt ook. We kunnen kiezen uit varkensvlees of kreeft. Nou dat is makkelijk natuurlijk. We kiezen de kreeft en krijgen er meteen een lekkere fles witte wijn bij uit San Christobal met druiven uit de Soroa. Naast de kreeft krijgen we kousenband, papaya, komkommer, rijst, aardappels (zoet) en bonensaus. Het smaakt ons voortreffelijk en bedenken ons dat we vooraf gelezen hadden dat het eten in Cuba niet zo lekker zou zijn. Nou dan zijn ze hier nog niet geweest! Na het eten krijgen we nog een sterke espresso. Al met al was dit voor Cubaanse begrippen best duur, maar we dachten we doen het gewoon. We hebben dus voor 27 CUC een heerlijk avontuurtje gehad met voortreffelijk eten. Twee enorme kreeften (die we eigenlijk bijna niet op konden) en heel persoonlijke 1 op 1 service, wat wil je nog meer. De weg terug naar onze slaapplaats is nu wel erg donker, maar met veel hulp van de dorpsbewoners (die allemaal natuurlijk buiten zijn) komen we weer op de goede weg terug. Het blijkt al 12 uur 's nachts te zijn en dus kruipen we maar eens op het matrasje.
Dag 4 Vinales en Pinar del Rio.
Heerlijk geslapen. Tussen 8.00 en 8.20 uur moesten we van Pedro (de man van het hotelletje) terugkomen om te kijken of we vanavond hier ook zouden kunnen slapen. We vinden het hier zo enorm mooi dat we besluiten hier iets langer te blijven. We hebben weer geluk, we mogen hier nog een nachtje blijven op hetzelfde kamertje. We laten Pedro een taxi met gids regelen om ons naar de beroemdste sigarenfabriek en rumfabriek van Cuba te brengen. Maar Pedro verwijst ons naar Julio Cesar, want die is van de telefoonbediening (en we weten inmiddels hoe moeilijk dat kan zijn in Cuba). Met een naam als Julio Cesar moet het toch helemaal goed komen. We worden om 13.00 uur opgehaald en gaan dus eerst maar eens proberen of we ergens een ontbijtje kunnen krijgen. We vinden een restaurantje met een prachtig uitzicht op de tabaksvelden van Valle de Vinales. Na gegeten te hebben besluiten we om 9.00 uur met onze skoda de omgeving te gaan verkennen. Eerst naar Los Jazmines, waar een prachtig uitzicht over de valei moet zijn. Hier staat trouwens ook een hotelletje zeggen ze. Daarna willen we naar het Parque Nationale de Vinales. Achteraf bezien was dit het mooiste stukje Cuba dat we gezien hebben. Vlakke diepgroene tabaksvelden, onderbroken door mogotes en omringd door vol begroeid bergland. Werkelijk prachtig. Mogotes zijn vrij steile hellingen die allerlei vreemde vormen hebben gekregen. Bovenop zijn ze vaak dicht begroeid. We zien in de verte drie van zulke mogotes die verdomd veel op olifanten lijken. Echt prachtig. Koningspalmen afgewisseld met kleine tabakshuisjes waar de roofvogels (lijken op gieren, maar dan met een rode kop) lekker op zitten te rusten. Met dit klimaat (warm, vochtig en af en toe een flinke plensbui) groeit waarschijnlijk bijna alles. Natuurlijk staan er ook veel bananenbomen en de naaldbomen waarna de provincie Pinar del Rio is genoemd. Het lukt ons om enkele lokale boertjes op de foto te krijgen met kar en koeien ervoor, of op de fiets en werkend in de tabaksplantages. Op de terugweg naar Vinales stoppen we nog om Mural de la Prehistoria te bekijken. In felle kleuren laat de muurschildering in Mogotes dos Hermanas de evolutie van de amoebe via de dinosaurus tot de socialistische mens (homo sapiens) zien. De muurschilder Gonzales Morillo kreeg in 1961 de opdracht van Fidel Castro himself om deze muurschildering te maken. De rotswand is 120 m hoog en 180 m breed. Vinales zelf is een klein levendig dorpje vol met huisjes met kleurige zuilen in alle pastelkleuren die je maar kunt bedenken. Hier zijn ook enkele 'rooms for rent'. Het oogt hier heel gemoedelijk en gezellig, het lijkt wel of de Cubanen hier de hele dag in hun schommelstoel op de veranda aan hun sigaar zitten. Terug bij ons hotelletje nemen we nog even een lekkere duik in het zwembad.
Om vijf over een Cubaanse tijd, staat de 'taxi' voor met Boris (de gids) en Fidel (chauffeur). We merken in de auto al snel dat Boris die Amerikaans Engels spreekt graag veel praat en uitlegt. Waarschijnlijk komt dat omdat hij van oorsprong docent Duits is. Fidel is een grapjesmaker die wij helaas niet altijd even goed verstaan. Onderweg naar Pinar del Rio legt Boris uit hoe de streek Pinar del Rio is ontstaan. Hij legt uit dat Spaanse immigranten naaldbomen hebben geplant langs de rivier en dat het op den duur zo'n groot gebied werd dat ze de hele streek naar deze plek vernoemd hebben. Rio = rivier en Pinar = naaldboom. We kletsen verder over het leven in Cuba en over wat hij al van Europa en Nederland weet. Hij heeft weleens gehoord van drop en edammerkaas, maar dit heeft hij nog nooit geproefd. De dropjes die we hem aanbieden smaken hem gelukkig en ze moeten er allebei best om lachen. Het feit dat hij gids is en geen docent meer is, vindt hij wel erg jammer. Graag zou hij nog steeds Duits doceren en onderzoeken doen, maar dat zit er in het huidige Cuba niet meer in. Daarnaast vertelt hij dat de Cubanen zich enigszins zorgen maken over de toekomst wanneer Fidel Castro er niet meer zal zijn. Komen dan de 'rijke' geemigreerde Cubanen terug en nemen veel dingen over, of komt er een ander regime..? Hij zegt daarover helaas niet echt veel. Zijn mening over het huidige regime geeft hij helaas niet echt, dat is waarschijnlijk nog steeds altijd erg lastig hier.
Aangekomen in Pinar gaan we eerst naar de rumfabriek. Hier maken ze Guayabita rum, een speciale likeur. Deze wordt gemaakt van de kleine bittere guayabitavrucht, dat lijkt op een bes gemengd met kruiden en rum. De guayabita wordt gemaakt in twee variaties. Je hebt de droge versie (seca) en de zoete versie (dulce). Allebei zijn ze sterk en hebben een alcoholpercentage van 40 procent. Boris leidt ons rond en laat ons de vele vaten zien die al opgestapeld liggen voor distributie. In dit fabriekje wordt alles nog met de hand gedaan, alleen voor het vullen van de flessen hebben ze een aparte machine. De flessen worden wel eerst met de hand schoongemaakt en de etiketten worden er een voor een opgeplakt door de werknemers. Aan het einde van deze rondleiding mogen we de twee varianten proeven in het barretje. Onze voorkeur gaat duidelijk uit naar de zoete variant, die je heerlijk puur kunt drinken. Ondanks dat ze de rum niet exporteren hebben ze er al wel heel veel prijzen mee gewonnen. We proosten samen met Fidel en Boris heel wat af, wordt het nog beregezellig en uiteindelijk nemen we zelfs een fles mee voor eigen consumptie.
Na de rumfabriek brengen ze ons naar de sigarenfabriek. Dit mag je als je in Pinar del Rio bent absoluut niet missen. Het betreft Fabrica de Tabacos Francisco Donatien, niet ver van de hoofdstraat Jose Marti. Het is de oudste fabriek (1760) van Cuba waar we helaas niet mogen filmen en fotograferen. Hier komen de duurste en de meest handgerolde sigaren vandaan. De arbeiders zitten aan lange houten lessenaars in rijtjes zoals in een klaslokaal. De escogedoras proeven de kwaliteit en sorteren de bladeren, en de rezagas halen de hoofdnerven eruit. De torcedor, de sigarendraaiers, doen het voornaamste werk. Een sigaar goed snijden, vullen en rollen is moeilijker dan het lijkt. Dagelijks worden hier ruim 120.000 sigaren gerold, door ongeveer 100 a 120 arbeiders. Deze norm van 120 sigaren per dag moeten ze halen, en als ze meer dan de norm rollen krijgen ze ook meer geld. Boris zegt dat je sigarendraaier kunt worden als je het bijvoorbeeld van je ouders leert (die daar dan al werken) of via een interne opleiding van negen maanden. De (tabaks) bladeren voor het binnenste van de sigaar zijn gefermenteerd, hoe langer, hoe sterker en voor ieder merk en sub-merk is er een andere samenstelling. Als ze gerold zijn wordt de druk in de sigaar gemeten, deze moet tussen de 60 en 80 millibar zijn en dan wordt de sigaar goedgekeurd. Daarna wordt tien procent van alle sigaren nogmaals gekeurd door de technische controle, waarna ze op kleur worden gesorteerd alvorens ze verpakt worden. Het is dus een heel nauwkeurig productieproces, waarbij kwaliteit enorm hoog in het vaandel staat. Volgens Boris is dit de fabriek waar nog weleens een doosje door Fidel Castro besteld wordt en bij een Oliesjeik terecht komt. Die wordt dan speciaal ingevlogen. Alle mensen die in het productieproces meedraaien mogen tijdens het werk roken wat ze willen en er dagelijks twee mee naar huis nemen. Boris kan het allemaal goed en duidelijk vertellen. Bij de fabriek zelf hangt veel anti Amerikaanse propaganda en op de informatieborden hangen stukken van kranten met daarop het belangrijkste nieuws. Tijdens het werkproces komt er vaak ook iemand uit de krant voorlezen en 's middags wordt er andere literatuur voorgelezen.
Na onze rondleiding door deze fabriek lopen we nog wat door de stad zelf. Pinar del Rio heeft 140.000 inwoners, maar het lijkt voor ons meer op een dorpje. Het staat vol met pastelkleurige huisjes met voorportalen en zuilen die dienst doen als overdekt wandelgebied wanneer de zon lekker fel is zoals vandaag. De hoofdstraat is de Calle Jose Marti waar Boris en Fidel alweer op ons staan te wachten. Op de terugweg naar Vinales is Boris nog steeds niet uitgepraat en hij vertelt nog wat meer over de omgeving. De toeristenboom die rood wordt en daarna vervelt, de mogotes en de naaldboombossen. Fidel zoekt ondertussen voor ons nog een guave. Het is nu helaas niet het juiste seizoen hiervoor, maar toch vindt hij er nog eentje. Het is een kleine die nog niet volgroeid is en dus heel zuur smaakt. Boris zegt dat er wel 14 verschillende soorten vitaminen in zitten en dat een Cubaan met zo'n struik in zijn tuin beschouwd wordt als een gelukkig mens. Etienne heeft trouwens van Fidel nog een grote sigaar gekregen, zo'n echte knakker van 15 centimeter. Cubanen zijn ondanks het regime heel erg trots op hun land en ze weten dat het er gelukkig heel mooi is. Voor de dag van morgen adviseert Boris dat we Soroa en Moka gaan bezoeken. Deze plaatsen liggen op de weg richting Santa Clara. Rond vijf uur zijn we weer terug bij het hotelletje en zeggen Fidel en Boris gedag. Het was een heel erg leuke trip en we geven ze allebei nog een goede fooi. De temperatuur is vandaag weer flink opgelopen en dus nemen we nog even een lekkere duik in het zwembad. Volgens Boris was deze Augustus maand een van de heetste van de laatste jaren. Hij vertelde ook wat er allemaal gebeurt als er weer eens een orkaan over het eiland raast. Weken zonder stroom, schoon water en alle tabaksoogsten naar de knoppen.
's Avonds zoeken we in Vinales een leuk eettentje waar een live bandje staat te spelen. Het is een gezellige avond met prima eten geworden. We zitten hier echt tussen de Cubanen en die relaxte instelling bevalt ons eigenlijk wel, al moeten sommigen overdag natuurlijk best hard werken.
Dag 5 Via Giron naar Cienfuegos
We hebben vandaag als planning in ons hoofd om van Vinales, via Pinar del Rio naar Soroa te rijden, dan te lunchen en rondkijken en dan verder richting Playa Giron. Rond half negen zijn we al in Pinar del Rio en vertrekken we over de autopista in de richting van Havana. Op de autopista is het een drukte van jewelste, met lifters, fietsers, paarden, tractoren en houten karren. We zien eigenlijk helemaal geen auto's. Het heuvelachtige landschap van Vinales gaat zo langzaamaan over in het platteland van Llanura aluvial del sur met op de achtergrond aan onze linkerkant de bergen van Cordillera de guaniguanico. Helaas hebben we blijkbaar de afslag naar Soroa gemist, want we zitten alweer vlakbij Havana. Bijna geen enkele afslag is voorzien van bewegwijzering, dus we zijn er blijkbaar langs gevlogen. We besluiten maar niet meer om te keren en gewoon de weg te volgen richting Santa Clara. We rijden blijkbaar veel sneller dan gedacht. Rond het middaguur pakken we bij de afslag Jaguey Grande de weg naar Playa Larga. We besluiten door te rijden naar Playa Giron (Varkensbaai) omdat hier in Playa Larga niets te beleven is. We willen eigenlijk in Giron ergens aan het strand lekker overnachten, maar in Giron aangekomen ziet het er erg uitgestorven uit. Er staan kleine hotelletjes die niet meer in bedrijf zijn en de lokale pizzabakker die we aanspreken zegt dat er ooit wel toerisme is geweest, maar dat is al erg lang geleden. We rijden nog even langs de strandjes en rotskust richting Playa Maceo. We nemen daar nog even de temperatuur op van het water en fotograferen en filmen de omgeving. Dit moet toch de varkensbaai zijn, een van de historische plekken van Cuba, maar blijkbaar is dat allemaal al weer vergeten. Het staat toch in de wereld bekend als een monument uit de koude oorlog. Met steun van de Amerikaanse geheime dienst CIA landde in april 1961 op het strand van Giron een invasie-eenheid van ongeveer 1400 buiten Cuba levende Cubanen die Fidel Castro wilden verdrijven. Deze missie mislukte omdat er vanuit werd gegaan dat de Cubanen graag van de revolutie af wilden en meteen naar hen zouden overlopen. Maar in nog geen drie dagen werden ze door 20.000 slecht bewapende Castro soldaten en boeren verslagen. Op de weg van Guama naar Playa Larga zien we af en toe nog steeds de gedenkstenen voor de gevallen Cubaanse strijders. Op het strand van Playa Giron liggen nog enkele stalen en betonnen balken die ooit dienden om de agressor buiten de deur te houden. Toch liggen hier ook prachtige witte stranden en we bedenken ons hoe mooi het hier zou kunnen zijn om toeristen te ontvangen. Omdat nu alles uitgestorven is en er ook flink wat is vernield door de orkaan besluiten we door te rijden naar Cienfuegos. Helemaal langs de kust zal dat niet gaan jammer genoeg, dus nemen we de weg door de moerassen van Llanura de Zapata richting Rodas. We rijden eerst nog door pittoreske dorpjes als Bermejas, Babiney en Horquitas. Ookal heeft de orkaan aardig huis gehouden, de natuur is werkelijk prachtig. Na ongeveer 90 km bereiken we Cienfuegos. Het is de derde havenstad van Cuba lezen we en het heeft rond de 125.000 inwoners. Vroeger exporteerde men hier veel suiker en had het een grote raffinaderij. Er heerst hier in Cienfuegos een echte Franse sfeer (vroeger veel Franse immigratie), het is ook niet moeilijk om hier de weg te vinden. De stad ziet er op de plattegrond namelijk uit als een groot dambord. De calles lopen van Noord naar Zuid en de avenidas van Oost naar West. We komen eerst terecht op de grote boulevard, de Paseo del Prado. Er staan hier prachtige standbeelden en veel huizen met grote zuilen en portieken. Aan het einde van deze boulevard staat een groot paleis, het Palacio del Valle. We nemen een paar kiekjes van dit imposante moorse gebouw en rijden dan weer terug naar het centrum. We parkeren de auto en wandelen richting het grote stadsplein, het parque Jose Marti. Twee leeuwen staan aan de ingangen van het plein en aan de andere kant staat een grote triomfboog. Middenin staat het standbeeld van Jose Marti zelf met de symbolen vrijheid, gelijkheid en broederschap (zoals de Fransen dat ook kennen) eronder. Het valt ons op dat de tegels van het binnenste gedeelte van het plein een andere kleur hebben dan het buitenste deel. Dit was tot nog niet heel lang geleden een gescheiden wandelgebied voor de blanke en zwarte burgers. Het binnenste gedeelte was voor zwarte burgers verboden terrein. Aan de oostkant staat de grote kathedraal en aan de andere kant het Teatro Tomas Terry. Aan dezelfde kant staat het Colegio San Lorenzo, een schoolgebouw van rond 1900, met daar tegenover het Palacio Municipal met grote zuilen en marmeren vloeren. De gemeenteraad zetelt hier. Dit stadsplein is opvallend stil, als we zo om ons heen kijken zijn we eigenlijk de enigen die hier rond lopen op een verdwaalde kater na. We gaan dan ook even lekker op een van de vele bankjes zitten en rusten een beetje uit. Tjonge jonge wat een rust in zo'n grote stad. Heel raar eigenlijk ,als je het vergelijkt met een stad als Arnhem waar overal veel leven en rumoer is. Maar goed nu proberen we eerst maar eens een slaapplaats te vinden. Casa Particulares zijn hier niet en het eerste hotelletje dat we op ons lijstje zien staan, bestaat niet meer. Dus we gaan op zoek naar het tweede hotel van ons lijstje. Dit blijkt in tegenstelling tot wat werd beweerd in de boekjes niet in Cienfuegos liggen maar zo'n 23 km verderop aan Playa Rancho Luna. Daar aangekomen is er wel een slaapplaats voor ons in een prima uitziend hotel aan zee. Het heeft zelfs een zwembad en met iets bijbetalen all-inclusive. Eerst even iets drinken en dan een heerlijke duik in het zwembad. Je kunt hier goed zien dat de orkaan langs is geweest. Er liggen overal Palmen en bananenbomen plat en het hotel heeft ook erg veel schade aan de zeezijde. Overal liggen dakpannen en een gedeelte van het hotel is zelfs afgesloten. Het is wel zielig dat dat allemaal weer opgebouwd moet worden terwijl ze weten dat er zomaar weer een orkaan kan langskomen hier. Ze raken er blijkbaar wel aan gewend ondertussen, maar het woord 'hurricane' horen ze niet graag. De zee is wel lekker warm alleen erg troebel.
Het avondeten is ook inclusief en het bestaat uit een groot buffet. Gegrilde kip, gebakken vis, tot snot gekookte gamba's, heerlijk vruchtenbuffet, pasta salades, aardappelen en een heerlijk toetjesbuffet. We eten er goed van en nemen daarna nog maar eens een drankje aan de bar, alvorens we ons terugtrekken op ons kamertje.
Dag 6 Santa Clara en Trinidad.
We vertrekken weer vroeg vanuit Playo Rancho, onze planning is om eerst naar Santa Clara te gaan, de stad van Che Guevara. Als het goed is, is het niet heel ver, een kilometer of 60. We rijden via Palmira, Paradero de Camarones, Ranchuelo en Esperanza zo Santa Clara binnen. Santa Clara heeft 200.000 inwoners en staat in Cuba bekend als de stad van Che Guevara. Met zijn peloton 'Ciro Redondo' overviel hij in 1958 de Tren Blindado die hier bij het station stond. Deze trein was namelijk een bevoorradingstrein voor de troepen van Batista. De overval was van cruciaal belang voor de revolutie. We rijden de stad binnen en komen als eerste terecht op Plaza de Revolution. Op dit plein staart een groot standbeeld van Che Guevara ons aan. 'Hasta la Victoria siempre' (op naar de overwinning, altijd) is een van zijn meest bekende uitspraken. Links van zijn beeld zien we een grote stenen wand met daarop afgebeeld de guerrillastrijd die zij hebben moeten voeren tegen het regime van Batista. Rechts van zijn beeld staat zijn brief afgebeeld. Hij schreef die brief in 1965 tijdens een vredesmissie in Congo aan Fidel. Het was zijn laatste brief en hij leek dat ook te beseffen op dat moment. Er staat namelijk in: "Als mijn laatste uur nadert onder een andere hemel zal mijn laatste gedachte aan het volk en aan jou zijn. Ik dank je voor jouw lessen en ik blijf je trouw tot het eind.". Uiteindelijk is Che in Bolivia om het leven gekomen. We lopen om zijn beeld en brief heen naar de achterkant van het monument en vinden daar het Museo de la Revolucion. We gaan hier natuurlijk naar binnen en zien daar unieke foto's van Che samen met andere revolutionairen. Zijn hele levensverhaal staat hier afgebeeld. Er liggen zelfs nog persoonlijke spullen, zoals een riem, een fototoestel, schoenen, diploma's, geboorteaktes, etcetera. Hier lopen nog enkele andere toeristen en het museum wordt nog uitstekend onderhouden. Ze zijn er hier ontzettend trots op.
Vanuit Plaza de Revolution rijden we het centrum in naar Parque Videl. Santa Clara is toch ook een beetje vergane glorie en hier zien we ook de dubbele bestrating, de zwarte burgers mochten namelijk niet in het park rond de muziektent komen. Een gebouw dat ons meteen opvalt op het plein is het Teatro la Caridad met een prachtige hal aan de straatzijde. In de Zuidwesthoek van het plein zien we in het straatje naast het voormalige hotel Santa Clara Libre de kogelgaten van de gevechten met Che's troepen nog in de gevel zitten. Op het plein zelf barst het van het leven. Overal zitten de wat oudere Cubanen op de bankjes onder de boompjes een middagdutje te doen of zitten ze met z'n vieren rond een tafeltje domino te spelen. Bij el Rapido een cafetaria dat een beetje oogt als een vervallen fast food restaurant eten we een soort puddingbroodje. We moeten vandaag eigenlijk ook naar de bank om iets meer geld op te nemen, en op de terugweg naar onze auto passeren we een grote bank. Het is zondag en toch is deze geopend gelukkig. Er staat een gigantische rij voor de ingang, waar een bewaker de mensen een voor een naar binnen laat. Helaas heeft hij lak aan enige volgorde van aankomst en hij negeert ons dus meerdere malen. Toen hij nogmaals iemand aanwees die na ons in de rij aansloot om naar binnen te gaan, maken wij een boos gebaar en willen we weglopen. Ha ha ha en juist op dat moment wijst hij ons aan om naar binnen te mogen. Eenmaal binnen zijn we al snel aan de beurt maar blijkt dat we van ons allebei een paspoort moeten tonen. Dus zonder geld verlaten we de bank maar weer, want onze paspoorten lagen in de auto. Een oud omaatje heeft de hele tijd dat wij daar geparkeerd stonden op onze auto gepast en dus krijgt zij een kleine fooi van ons. Voordat we Santa Clara willen verlaten gaan we nog naar de 'Tren Blindado. Vlak achter het Parque Vidal, aan de noordzijde, ligt de Calle Independencia, een grote straat die ook bekend staat als de boulevard. Net na de rivier en de spoorwegovergang staat de Tren Blindado. Twee van de wagons zijn ingericht als museum (die natuurlijk vervallen is en gesloten), waar een beeld wordt geschetst van de aanval op 29 december 1958. De oorspronkelijke trein bestond uit twee locomotieven en 22 wagons met grote hoeveelheden munitie. De overval op deze trein was van cruciaal belang voor het slagen van de revolutie. Op het pleintje staat nog een monument voor de omgekomen kameraden. Vlak voordat we de stad uitrijden komen we nog een mooi beeld van Che Guevara tegen langs de weg. Che is afgebeeld met een kindje in zijn armen tijdens zijn 'missie' in Congo. We proberen nu de weg naar Trinidad te volgen en na flink wat zoeken vinden we eindelijk een weg die naar het Zuiden leidt, hopelijk richting Trinidad. Nou dit wordt een route die we niet snel vergeten. We draaien vanaf de autopista rechtsaf de dorpen Baez en Los Indios in. Het asfalt is verdwenen en nu rijden we hoofdzakelijk over grind en zandwegen. De route staat op de kaart als "secondaire road, mainly surfaced", maar laat dat mainly surfaced maar weg, tjonge jonge. Kilometers door de bergen, de weg is grof gezegd klote, maar het uitzicht is adembenemend. We komen hier natuurlijk totaal geen ander verkeer meer tegen, dus wanen we ons op onontdekt gebied voor het toerisme. We blijken dwars door de Sierra del Escambray te rijden. Dit prachtig groene bijna regenwoudachtige landschap heeft gebergte van meer dan 1000 meter hoogte. Er wordt hier blijkbaar veel koffie geoogst, want overal op de hellingen zien we de struiken met de rode bessen met de hand geplukt worden. Het lijkt bijna geen beginnen aan om hier de juiste route te kiezen, want er wordt totaal niets aangegeven. We hebben ook geluk dat het hier momenteel hartstikke droog is, want anders waren we geheid meermalen gestrand in de rivierbeddingen die we nu zo makkelijk doorkruizen. Het is te hopen dat er vanuit Trinidad in andere richtingen ook wegen gaan, want deze weg ook nog eens terug daar beginnen we niet meer aan, ookal is het hier nog zo mooi. Na nog wat rondvragen aan lokale boeren weten we de weg naar Trinidad uiteindelijk te bereiken. Vlakvoor Trinidad stoppen we nog een paar keer om de prachtige vergezichten te fotograferen en in ons op te nemen. In Trinidad hoeven we gek genoeg niet lang te zoeken naar een slaapplaats, we rijden per ongeluk het terrein van een hotelletje op en die heeft meteen plek voor ons. Ook op deze plek zie je duidelijk de tekenen van de langsgekomen orkaan. We worden naar onze slaapplaats gebracht door een medewerker van het hotel en hij raadt ons een heerlijke paladares aan in het centrum van de stad. Als we het kunnen vinden gaan we het zeker nog eens proberen. We nemen eerst nog een verfrissende duik in het kleine zwembad en gaan dan op zoek naar de woning waar wij verwacht worden. Het is helemaal niet ver vanuit het hotelletje, bij het vierde huis aan onze rechterhand worden we al uitbundig binnengehaald. Ze zaten al op ons te wachten. Het is een klein knus huisje van de broer van de medewerker van het hotelletje Bertram. Zijn vrouw heeft de kreeft voor ons al in de pan zitten. We worden door het huisje geleid, eerst door de woonkamer van amper 9 vierkante meter met aangrenzend een slaapkamer en de keuken. We mogen plaatsnemen aan een tafel in de binnentuin. Van deze tuin hebben ze echt een leuk binnenhofje gemaakt met een barretje, gezellige verlichting en muziek. We zijn vanavond de eregasten (enige). De vrouw des huizes werkt normaal gesproken in een hotel in Ancon, maar dat is door de orkaan dusdanig vernietigd dat het 30 dagen dicht is gegaan voor restauratie. Ze is nu bezig met een cursus Engels vertelt ze trots omdat ze nu toch niet naar haar werk kan. In dit huis proberen ze ook een kamer te verhuren met warm water voor 20 CUC per nacht, ontbijt voor 5 CUC voor 2 personen. Het avondeten wat wij krijgen (kreeft) is 12 CUC. We zagen haar in de keuken al volop bezig voor ons. Ze vindt het hartstikke leuk om te kletsen en als we een week zouden langskomen wil zij ons wel Spaans leren. We eten ons buikje hier weer vol en hebben een beregezellige avond. Moe en voldaan keren we terug naar ons hotelletje na uitgebreid afscheid te hebben genomen van onze gastvrouw. Eerst lopen we nog wat door het donkere Trinidad. 's Avonds vlakbij het hotel las Guevas treden Cubaans Afrikaanse mensen op. Er wordt veel muziek (met trommels) gemaakt en op de Afrikaanse manier gedanst. Ze beelden de overtocht vanuit Afrika uit en hoe ze als slaven te werk werden gesteld op Cuba. Het is een prachtig schouwspel. Uiteindelijk gaan we lekker naar ons bedje.
Dag 7 Trinidad, Valle San Luis, Camaguey.
Heerlijk geslapen en we staan weer vroeg op, want we hebben voor onszelf een vol programma bedacht voor vandaag. Rond acht uur zijn we weer klaar om te Trinidad te verkennen. We parkeren de auto aan de rand van het historische centrum en gaan verder lopend verkennen. Trinidad heeft 40.000 inwoners en heeft een enorm oud centrum. Sinds 1988 houdt Unesco zich bezig met de conservering van dit unieke stadscentrum. We kunnen echt zien dat rijke suikerbaronnen hier hun sporen hebben achtergelaten. We denken dat de creme de la creme van de rijken zich vestigden rond Playa Mayor, want de gerestaureerde paleizen maken dit tot het mooiste plein wat wij ooit gezien hebben. De hoge houten deuren, de kasseien, de zuilen waarop de balkons rusten, de hoge ramen en de mooie versleten dakpannen geven een heel mooie sfeer van die tijd. Ze leefden hier altijd van de smokkel, suiker, tabak en de slavernij en dat heeft ze geen windeieren gelegd. Maar nu is het natuurlijk totaal anders. Achter de tralievensters of voor op de stoep kijken de inwoners naar de rijke toeristen en komen kinderen ons af en toe van dichtbij bekijken. Schoonheid (van de stad) en misere liggen hier in Trinidad dus echt dicht bij elkaar. Op een bankje laten wij al het moois even op ons inwerken en proberen de mooiste foto's te schieten van de dag. Terwijl we verder rondlopen lopen er ook nog twee zwerfhondjes met ons mee. Bij iedere straathoek lijken er wel weer andere hondjes klaar te staan om ons verder rond te leiden. We zijn trouwens zo vroeg dat ze nog bezig zijn met het opbouwen van de markt. De straatjes achter en rondom Playa Mayor lijken echte volksbuurtjes met allemaal mooie en fleurige huisjes. De Amerikaanse auto's uit de jaren vijftig en zestig passen hier goed bij. We komen langs het Casa de la Trova met nog de oude pilaren en Houtwerk van vroeger, en langs de Iglesia de la Santisima. Trinidad is een stadje dat je moet bezoeken als je in Cuba bent, want het ademt nog echt de oude sfeer van de 18e eeuw. Terug richting de auto komen we nog langs het centrale park waar we goed kunnen zien hoe de orkaan Dennis hier heeft huis gehouden. Alle pergola's en palmbomen zijn verwoest, zelfs de stadsbankjes hebben het moeten ontgelden. Ze zijn gelukkig wel volop bezig om alles weer te herstellen. We kopen nog enkele heerlijke Cubaanse appelflappen van een man die ons aanhoudt op straat. Hij rent voor ons heen en weer naar zijn stalletje om de knapperigste flappen bij ons te bezorgen. Mmm heerlijk.
Op naar Valle San Luis, waar we gisteren toevallig al langs zijn gekomen aan het einde van de lange weg door de Sierra del Escambray. Het ligt ongeveer 12 kilometer buiten Trinidad en is een beroemde plek waar vroeger het suikerriet verbouwd werd. We lezen hier op borden dat er ooit meer dan 50 suikermolens in gebruik waren. De plantage-eigenaren, de rijke baronnen, woonden hier in royale woningen, terwijl vele slaven hard moesten werken voor enkel wat water en brood. Een groot symbool voor deze slavernij is de Torre Manacas-Iznagas. De toren was 45 m hoog zodat het als uitkijkpunt kon dienen om de slaven op de omringende plantage goed in de gaten te houden. Bij het minste of geringste werd de klok geluid en kon een opstand snel de kop in gedrukt worden. Of als het om een enkeling betrof, werd er vanaf de toren geschoten. Gelukkig hebben de slaven zichzelf bevrijd tijdens de onafhankelijkheidsoorlog. Nu is het huis van de suikerbaron een klein restaurantje. We beklimmen voor 1 CUC de toren en genieten van het prachtig mooie uitzicht. Zelfs de oude klok met klepel hangen er nog in. De toren zelf, met zijn houten trappen en gammele reling is wel aan restauratie toe vinden we. Beneden proberen enkele lokale dorpsbewoners nog wat souvenirs en kleding te verkopen. Eefje koopt hier een mooie ketting en voor het plakboek kopen we nog enkele kaarten, want verder in Cuba hebben we ze nog niet gezien. Na een uurtje of twee hebben we het allemaal wel gezien en beginnen we onze weg naar Camaquey. Via Sancti Spiritus en Jatibonico nemen we uiteindelijk nog de verkeerde weg bij Ciego de Avila. Zoals we ondertussen gewend zijn ontbreekt de bewegwijzering en rijden we richting het noorden. Bij Santo Tomas en cayo coco keren we weer terug en nemen de weg richting Vicente, naar het oosten. Eind goed al goed en we komen rond twee uur aan in Camaguey. Dit is een van de steden die niet als een dambord is gebouwd, maar juist als een doolhofachtig stratensysteem. Dat deden ze juist om zelf snel ongezien te kunnen vluchten en de piraten in de val te lokken of te laten verdwalen. Door het labyrint van eenrichtingverkeerswegen duurt het ruim een uur voor we een leuk hotelletje hebben gevonden. We werden er al een beetje humeurig van, want met de auto dwars door het centrum is nog een hele toer. Men fietst hier maar midden op de weg of loopt ineens voor de auto langs en telkens worden we aangehouden door jonge kinderen die ons de weg wel willen vertellen. Maar ja dan is juist de lol van het zoeken en zelf vinden eraf. Uiteindelijk vinden we vijf kilometer buiten het centrum op de doorgaande weg richting Las Tunas nog een hotelletje. Snel checken we in en gooien onze spullen op de kamer en rijden we terug naar de rand van het centrum. Hier wordt ons vrijwel direct een fietstaxi aangeboden en we besluiten om daar maar eens gebruik van te maken. We raken een beetje in gesprek met ons fiets-chauffeur. Het is een student die zo probeert zijn studie bij elkaar te sparen. Lijkt best zwaar zo'n fiets, want het is geen klein stukje. Camaguey heeft 240.000 inwoners en is dus geen klein stadje. De fietstaxi voert ons door leuke kronkelige straatjes en rustieke pleintjes. We gaan dwars door het oude stadshart van Camaguey, waar de Avenida Ignacio Agramonte, de Avenida General Gomez en de Avenida Republica bij elkaar komen. Hier ligt het Plaza de los Trabajadores. Wij worden echter afgezet op Parque Ignatius Agramonte. Lekker slenterend en af en toe zittend op een bankje of terrasje verkennen we de stad. De stad heeft veel sfeer en straalt niet het enorme rijke verleden uit zoals Trinidad met zijn paleizen. Hier staan gewoon leuke huizen, af en toe in verschillende kleuren. Vlakbij Parque Agramonte zitten we op een terrasje als daar ineens een leuke signorita bij ons aan komt schuiven. Ze vraagt of ze voor geld onze handen mag lezen. Volgens haar hebben we beiden een goed hart en krijgen we een jongen en een meisje. Ze beschrijft meteen beiden karakters en we hebben een lang leven voor ons. Omdat ze langzaam praat en veel haar handen gebruikt, is haar Spaans nog best te begrijpen. Ze vraagt er in totaal twee dollar voor, maar omdat we het zo gezellig en leuk met haar gehad hebben geven we haar er drie. Later horen we nog van haar dat ze het geld voor haar zoontje spaart. Die heeft het aan zijn hartje en moet geopereerd worden. Als ze wegloopt krijgen we beiden nog een kus. We lopen nu verder via Plaza de los Trabajodores naar Plaza San Juan de Dios. Dit is een zeer karakteristiek pleintje met een kerkje en een heel oud ziekenhuisje die dezelfde naam dragen. Op dit rustige pleintje pakken we nog een terrasje en genieten van de schoonheid van deze omgeving. Er staan rondom allemaal mooie koloniale huizen in pastelkleuren. En terwijl we zo aan het fotograferen zijn worden we aangesproken door een heel oud vrouwtje. Ze begint hele verhalen, maar omdat ze zo binnensmonds praat verstaan we er bijna niets van. We halen er een beetje uit dat ze het leuk vindt dat we interesse tonen voor de kerk. Dit is trouwens een van de eerste plekken waar we ook echt meer groepjes met toeristen zien. Op de houten borden die hier neergezet zijn door de restaurantjes zien we dat we hier vanavond lekker kunnen eten maar eerst moeten we de auto eens vol gaan tanken, want dat is hard nodig. Bij het kleine tankstation aangekomen wordt de auto meteen gewassen door twee broers. Ze moeten hard werken want de tocht door de stoffige escambray heeft de auto qua kleur geen goed gedaan. Omdat ze de auto met rivier water toch aardig schoon hebben gekregen krijgen ze van ons een leuke fooi en kunnen we met een schone en volgetankte auto terug naar het hotelletje. We besluiten om na het douchen meteen weer terug te gaan naar Plaza San Juan de Dios om bij een van de twee restaurantjes te gaan eten. In de middag hebben we gezeten bij Paladares les Troyes, dus nu gaan we eten bij de buurman, die trouwens ook een binnenpleintje heeft. Het is een hartstikke leuk tentje met heel redelijke prijzen. Voor 25 CUC hebben we met zijn tweeen een garnalencocktail vooraf, een koude salade met geroosterde kip en frietjes met als toetje Magivo Caramel. De bediening is geweldig en iedere keer als er nieuwe gasten komen wordt er een bel geluid. Zo'n restaurant zou het in Nederland echt geweldig doen, jammer dat wij er nog nooit zo eentje tegen zijn gekomen. Het is smullen en net als we ons toetje bediend krijgen valt de stroom uit en zitten we in het pikke donker, want zelfs de maan zit achter de wolken. We moeten ook ineens denken aan een grapje dat Fidel, onze chauffeur in Pinar del rio, maakte. Hij zei dat de Cubanen naast kampioen in honkbal, volleybal en boksen ook kampioen waren in black-outs (stroomstoringen). Maar het restaurant kampt blijkbaar vaker met dit probleem, want al snel krijgen we kaarsjes op tafel. Na het toetje vragen we om de rekening en proberen in het pikke donker de weg terug naar de auto te vinden. Heel het centrum zit zonder stroom, maar gelukkig net daarbuiten niet meer en heeft ons hotelletje dus nog wel stroom. We hebben ons buikje mooi rond gegeten en liggen heerlijk uit te buiken op ons bedje.
Dag 8 Camaguey, El Cobre, Santiago de Cuba.
Vandaag proberen we van Camaguey naar Santiago de Cuba te rijden. Via Las Tunas en Bayamo zullen we wel de hele dag onderweg zijn. We vertrekken om acht uur en zien gaandeweg het landschap weer veranderen. Deze keer van plat landschap met koeien en grote ranches en mannen die het gras aan het maaien zijn, naar een mooi glooiend landschap dat tegen de bergen ligt van Sierra de Najasa met 'muchos' koningspalmen. Onderweg stoppen we regelmatig om foto's te nemen van de prachtige vergezichten. Tegen twaalf uur komen we in de streek van Santiago de Cuba en rijden we plots langs El Cobre, het bedevaartsoort van de Cubanen. De gelovigen komen hier voor het Sanctuario Nacional a Nuestra Senora de la Caridad del Cobre, de basiliek waar het originele beeld van de zwarte maagd der barmhartigheid wordt bewaard. We stoppen hier en kopen ook een kaartje om hier naar binnen te mogen. Het is een gigantische basiliek waar in het achter- of voorportaal boven het hoofdaltaar bij een beeld van de donkere maagd veel beroemde Cubanen brieven, insignes, medailles, foto's, en baseball-ballen hebben achtergelaten. La Virgen (maagd) is er voor alle Cubanen. We maken enkele fotootjes en vervolgen onze weg richting Santiago de Cuba. Na een half uurtje rijden we de stad al binnen. Het eerste hotelletje is snel gevonden, Las Americas. Maar deze is helaas vol. Dan proberen we het maar bij het tweede hotelletje van ons lijstje, San Juan. Hiervoor moeten we weer de stad uit richting Parque San Juan. Het complex ligt heel mooi verscholen in jungle-achtige park. Het heeft een zwembad en meerdere kamers vrij voor ons. We kunnen merken dat Santiago de Cuba wel iets toeristischer is dan wij tot nu toe gezien hebben, want de hotels zijn groot en zien er ontzettend goed onderhouden uit. We zijn vandaag dus lekker vroeg, rond 13:00 uur, en gaan vanmiddag eerst maar eens lekker zwemmen. Een heerlijk warm bad en gloeiend hete tegels rondom, waar we met onze blote voeten maar nauwelijks op kunnen lopen. Bij het kleine barretje bestellen we iets lekkers als lunch. Het wordt een broodje met worst (niet zo lekker achteraf) en een kaassandwich. We trekken nog een paar baantjes en tegen vier uur gaan we maar eens de stad verkennen. Santiago de Cuba heeft 500.000 inwoners en wordt de tweede hoofdstad van Cuba genoemd. De stad ligt in een prachtige omgeving. Het ligt aan de zee, aan de rand van hoge bergen, het heeft grote strandbaaien en vele palmen. Het lijkt voor ons de levendigste stad van Cuba. Het straalt een tropische sfeer uit en overal horen we Caribische muziek van de vele straatmuzikanten, heel anders dan de muziek uit Havana. Door de ligging in de luwte van de bergen schiet de temperatuur hier al snel richting tropische waarden. Helaas worden we wel al snel benaderd door jongelui die voor een hoop geld je de stad wel willen laten zien. Ze blijven met je meelopen en proberen je te sturen. Maar goed we krijgen ze op een gegeven moment wel weg en zien dan hoe mooi de stad werkelijk is. De hoogteverschillen in de stad zorgen voor mooie panorama's met prachtige steile straatjes. Het valt ons ook op hoe 'gemengd' de bevolking van deze stad is. We zien zelfs hele groepen met rastafari's. De vroege slavenhandel bracht de Afrikanen. Vervolgens vestigden hier zich duizenden Fransen en Spanjaarden. We pakken nog een terrasje en terwijl we daar zo zitten zien we dat mensen hun lege blikjes aan de daklozen geven hier. Dus wij bewaren onze blikjes ook en geven ze aan een rastafari zodra we het terras verlaten. Ze maken er waarschijnlijk speelgoed van of iets anders wat ze weer kunnen verkopen. We houden het daarna voor gezien en keren terug naar ons hotelletje. Morgen komen we hier vast nog wel een keer. Op de hotelkamer gaan we bedenken wat we morgen allemaal willen zien en proberen we een leuke route te kiezen voor de dagen erna. Beslissen wat je wilt zien, inschatten hoeveel tijd je daarvoor nodig hebt, dat is niet altijd leuk. Soms lijkt gewoon heerlijk genieten en geleid worden door een organisatie ons toch wel een lekkere luxe. Maar ja dan zie je niet altijd de dingen die wij hebben gezien. Er is hier zoveel te zien in Cuba dat we ons eigenlijk geen tijd gunnen om eens het strand op te zoeken.
Vanavond gaan we bij het hotelletje eten, of in ieder geval het koloniale pand wat ernaast staat. Dit pand heeft een prachtig bordes en we proberen hier enkele foto's te nemen. Een Cubaan wil ons met ons tweetjes er wel op zetten en vraagt of hij ons fototoestel eens mag proberen. Hij blijkt nog nooit een fototoestel gezien te hebben en dus moeten we even uitleggen dat hij ons op het schermpje precies in het midden moet zetten. De eerste paar keren lukt het niet omdat hij het knopje net niet lang genoeg inhoudt. In ons gebrekkige Spaans krijgen we het hem toch geleerd en maakt hij ineens een hele reportage van ons. Gelukkig is het een digitale en kunnen we de meeste foto's wel weer wissen. Omdat hij het resultaat van een foto direct kan bekijken wil hij er zelf ook graag op.
Hierna gaan we eten en zijn er blijkbaar twee eetzalen. Een iets duurder restaurant en een buffetrestaurant. We kiezen voor het buffetrestaurant omdat daar juist alle Cubanen zitten en die komen niet in dat duurdere restaurant. Ook onze 'fotograaf' zit daar met zijn hele gezin. Er is niet heel luxe eten en de zaal is erg sober met al die TL-lampen, maar het is best lekker en het is leuk om zo enorm aangestaard te worden door de Cubanen alsof wij in de verkeerde zaal zouden zitten. Naast ons zit een stelletje die (zo lijkt het) romantisch uit eten zijn. Onze 'fotograaf' roept ons en vraagt of we hem nog een keer op de foto willen zetten, ditmaal met zijn hele gezin erbij. We vragen nu ook maar eens naar zijn adres, zodat we de foto's na ontwikkeling op kunnen sturen. Hij vindt dat helemaal te gek en wil ons uitnodigen bij zijn huis (want hij woont ook in Santiago de Cuba) lang te komen op vrijdag. We leggen uit dat wij vrijdag al niet meer in Santiago de Cuba zijn en dat we op rondreis zijn. Nu vraagt hij ons of we na het eten nog naar de bar willen komen. Dat is natuurlijk oke, maar eerst nemen we nog een toetje. We lopen in de richting van het terras en komen de serveerster tegen die met een lachende stem zegt dat Rafael, zo heette onze 'fotograaf', al op ons zit te wachten. Aan de rand van het zwembad aan de bar kletsen we verder met handen en voeten en het boekje "wie wat waar in het Spaans". Hij wil vanalles weten en vertellen en we hebben het zelfs over zijn kinderen, zijn vrouw, over hoe oud iedereen is, over drugs en the red light district in Nederland. Ja we zijn echt verbaasd dat zelfs hier in Cuba Nederland berucht is om zijn drugsbeleid en de hoeren. We horen dus dat kaas uit Nederland komt, drugs legaal is en dat er enorm veel auto's rondrijden. Verder vertelt hij dat we absoluut naar de Gran Piedra moeten gaan want de regio Santiago de Cuba heb je niet gezien als je daar niet bent geweest. Hij is zelf 40 jaar en werkt samen met zijn vrouw in de fabriek waar ze blikjes maken. Ze verdienen hier 10 tot 15 dollar per maand en hij kan ons dus niet trakteren op iets van de bar. Hij biedt ons te drinken van zijn fles rum nadat we iets voor hem en de kinderen bij de bar besteld hebben. Hij wil ook weten wat we verdienen en wat wij aan ons huis moeten betalen en hoe dat dan met de bank werkt. We mogen de fles rum houden, maar dat vinden we vervelend om aan te nemen, zeker van iemand die keihard moet werken en sparen om uberhaupt iets lekker voor zijn gezin te kunnen kopen. Dus we zeggen maar dat we die fles niet door de douane kunnen krijgen. Eigenlijk mogen we een cadeau hier in Cuba helemaal niet weigeren, maar zo hebben we het aardig opgelost. En we moeten nog steeds bij hem thuis langskomen, in ieder geval als we nog een keer naar Cuba komen. Het is een heel gezellige avond, ook vanwege de lekkere temperatuur 's nachts en de gezellige Cubaanse muziek op de achtergrond. We maken nog enkele foto's en gaan dan lekker naar onze kamer. Rafael zien we morgen wel weer.
Dag 9 Santiago de Cuba.
Lekker uitslapen en een beetje ontbijten. Om 09.00 uur zou de sigarenfabriek opengaan en ook de Moncada kazerne. Rond 09.15 uur staan we bij de sigarenfabriek, gisteren was hij helaas gesloten en nu horen we van enkele oudere Cubanen dat hij dicht is wegens vakantietijd. Da's balen, maar gelukkig hebben we in Pinar del Rio al zo'n fabriek bezocht. De ouderen proberen trouwens een heel gesprek met ons te voeren en ze willen vanalles weten. Hoe hoog de huren zijn in Nederland en wat mensen daar verdienen. Zij vinden dat ze ontzetten veel huur betalen. Ze hebben het over 5 tot 6 dollar per maand voor een huisje. En dat is met een inkomen van 12 tot 15 dollar natuurlijk een hoop geld. Maar ze schrikken wel als wij het hebben over 6 a 700 euro aan huur voor een leuk huis in Nederland. De verhouding naar inkomen is dan toch ongeveer hetzelfde. Na leuk verder gebabbeld te hebben met handen en voeten, gaan we door naar de Moncada kazerne. Hier is nu een school gevestigd en een museum. Op 26 juli 1953, onder de dekmantel van het carnaval in de stad, viel een groep lichtbewapende revolutionairen onder leiding van Fidel Castro de Moncada-kazerne aan. Ze dachten met deze aanval op de tweede belangrijke militaire kazerne van het land een startsein voor de revolutie te geven. Ongeveer 200 man gesplitst in drie groepen waren hierbij betrokken. Ze maakten gebruik van personenauto's en enkele bestelbusjes. De groep van Fidel zou de kazerne zelf aanvallen, dicht bij het wapenmagazijn. Twee andere groepen, de ene geleid door zijn broer Raul Castro, de andere geleid door Abel Santamaria, moesten het ministerie van Justitie en het ziekenhuis bezetten om de vooraf bedachte vluchtroute vrij te houden. Maar helaas ontstond direct bij het hek van de kazerne al een schietpartij. De verrassing was dus weg. De revolutionairen hadden in het daarop volgende vuurgevecht met de gealarmeerde militairen geen schijn van kans. Van de revolutionairen overleefde slechts een klein aantal de aanval, waaronder beide broers Castro. Abel Santamaria werd gedood. De foto's van de martelingen op de overlevenden hangen nog in het museum en zijn zeer indrukwekkend. Er werd namelijk in een aantal gevallen niet gemarteld om informatie los te krijgen, maar gewoon om te doden. Sinds 1961 is de kazerne in gebruik als schoolgebouw en in het deel waar het hevigst gevochten is, is het 'Museo Historico 26 de Julio' gevestigd. Aan de overkant van de straat (Avenida de Los Libertadores staat een enorm monument voor Abel Santamaria. We hebben kaartjes gekocht voor het museum. Bij de ingang waar Fidel Castro en zijn kameraden zich destijds een weg naar binnen hebben trachten te schieten zitten de kogelgaten nog in de muren. Binnen hangen vele foto's, plattegronden van de aanvalsplannen, geweren, kleding en schoenen. Foto's van de 'helden', maar ook gruwelijke foto's van de gesneuvelden en gemartelden, met daarbij de uitleg hoe Batista de verschillende martelpraktijken liet uitvoeren. Enkele martelmethodes: een voor een de nagels uittrekken, stroom op geslachtsdelen zetten, ogen uitsteken, langzaamaan ledematen afzagen, etcetera. Batista wilde hiermee natuurlijk ook een voorbeeld stellen, zodat andere pogingen om zijn bewind onderuit te halen gedoemd waren om te mislukken. Maar uiteindelijk is het Fidel later toch gelukt, met name door de inbreng van Che Guevara. In de namiddag gaan we Santiago de Cuba nog in en lopen naar de andere kant van de stad waar we een mooi uitzicht over de haven krijgen. We schieten enkele foto's en pakken daarna een terrasje. We zien hier trouwens dat Santiago de Cuba ook een trambaan moet hebben gehad, want de rails ligt nog in het asfalt verborgen. 's Avonds eten we nog een keer in het buffetrestaurant, maar Rafael en zijn gezin zien we verder niet. Na een paar borreltjes aan de bar slapen we goed in.
Dag 10 El Morro, Granjita Siboney en La Gran Piedra.
Vandaag na ons bezoek van gisteren aan de Moncada kazerne gaan we op zoek naar El Morro, een fort uit de 17e eeuw. De weg erheen is al prachtig. Mooi door de bossen en over slingerende weggetjes. Zo te zien is het een van de mooist en best bewaarde forten die we ooit gezien hebben. Het fort heet officieel San Pedro de la Roca en werd in 1663 door Spanjaarden gebouwd als het ultieme verdedigingswerk voor de stad. Het staat ongeveer 60 meter boven de toegang tot de Bahia de Santiago de Cuba. Unesco heeft de vesting in 1997 op haar lijst met culturele erfgoederen opgenomen. Het is trouwens niet makkelijk, want we moeten bijna 250 treden van de bovenste verdieping naar het laagste niveau dalen (en ook weer terug) om het hele fort tegen de rotswand te bekijken. Het fort bestaat uit vele ruimtes en zes verschillende verdiepingen met historische schilderijen en kanonnen die over de zee uitkijken. Door de drie slotgrachten, de meerdere ophaalbruggen, de twee grote bolwerken en de hoogte van het fort vanwaar uitstekend gevuurd kon worden liet je het wel uit je hoofd om deze stad vanaf zee aan te vallen. We zien trouwens op een van de schilderijen dat ook onze eigen Piet Hein hier is geweest. Je kunt zien dat de restauratie is voltooid want het ziet er verdomd goed uit. Buiten het fort in het dorpje ervoor waar we de auto geparkeerd hebben zit nog iemand op een oude lessenaar sigaren te draaien en kunnen we nog een keer goed zien hoe dat nou moet.
Vanaf El Morro gaan we met een mooie weg om de stad heen naar La Gran Piedra (de grote steen) in het Baconao park. Maar eerst komen we onderweg de beroemde kippenboerderij, Granjita Siboney, tegen van Abel Santamaria. Hij kocht deze boerderij destijds onder de dekmantel er kippen te gaan fokken, maar in werkelijkheid werd hier door 119 guerrillastrijders van de '26 juli beweging' het plan bedacht om de Moncada-kazerne aan te vallen. Dit heiligdom van de revolutie is nu een museum. Ook hier zitten aan de buitenkant nog enkele kogelgaten. Maar we lezen nergens of hier daadwerkelijk ook gevochten is. We zien binnen in de mooie witte boerderij foto's van de voorbereidingen, enkele wapens, kleding en andere persoonlijke eigendommen van de revolutionairen. Ook zien we prachtige foto's van Fidel en Raul die samen met Abel Santamaria in volle uitrusting poseren. In de tuin zien we de waterput met dubbele bodem waar de wapens in waren verstopt zodat deze als de boerderij door Batista's troepen werd doorzocht veilig waren. Het verbaasd ons dat de put zo klein is. Wapens voor 119 mannen passen daar niet in denken we.
Vanaf Granjita Siboney rijden we de berg op. 14 kilometer zigzaggend omhoog richting La Gran Piedra. Met de auto komen we een heel eind, ookal is het soms bijna te steil voor onze skoda. Onderweg zien we vele wandelaars. Een stelletje ziet er zo vermoeid uit en omdat ze ook staan te liften besluiten we ze mee naar boven te nemen in onze auto. We raken onderwijl een beetje aan de praat en komen er zo achter dat het Cubanen zijn uit Havana en dat ze op de camping staan. Van Boris uit Vinales hadden we al begrepen dat Cubanen gemiddeld vijf weken per jaar vrij kunnen krijgen. Boven aangekomen staat een restaurantje waar vandaan je verder te voet moet. Het is hier een stuk koeler en er staat een frisse bries. We gaan de tocht naar boven verder afmaken, maar moeten daarvoor wel 452 traptreden overwinnen. Onderweg lopen we door een ware jungle met grote varens, felgekleurde orchideeen en tropische struiken. We komen een bordje tegen waarop staat dat de grote steen wel 77.000 kilo moet wegen. Bovenop is het uitzicht trouwens prachtig en je kunt ontzettend ver kijken, ware het niet dat het nu een beetje bewolkt is. Nadat we weer naar beneden zijn gelopen en ook met de auto weer het bochtige circuit hebben overleefd rijden we weer richting Santiago de Cuba. We worden onderweg nog aangehouden door de politie. Het lijkt allemaal spannender dan het achteraf bleek te zijn. Etienne moest uitstappen en zijn rijbewijs laten zien en ze willen het papiertje van de huurauto zien. Aangezien we niet wisten dat we dat altijd bij ons moesten dragen lag dat nog op ons hotelkamertje. Na wat gepraat en doen alsof we niet wisten dat je hier maar 40 km per uur mocht rijden, in plaats van het door ons gereden aantal van 80 km per uur laten ze ons met een waarschuwing gaan. Ze zeggen er wel bij dat het normaal 30 CUC kost, af te rekenen op het politiebureau. Dat was wel even knijpen want we waren voor deze dag net door ons geld heen en hadden nog maar 12 CUC op zak. We gaan in het hotel maar eens proberen wat geld om te wisselen om vervolgens een kleine siesta te houden. Na de siesta gaan we weer lekker zwemmen. Bij het zwembad aangekomen worden we meteen al geroepen door Rafael, maar we trekken eerst nog eens een paar baantjes. Hij is met een muziekbandje bezig muziek te maken en wil ons, zijn Europese vrienden, er graag bij hebben. In het zwembad komen de kinderen van Rafael al snel naar ons toe. Vooral Melissa en Maricella zijn heel aardige kinderen. Het is best knap dat ze blijven proberen te communiceren ondanks dat wij ze maar moeilijk verstaan. Ze zijn heel amicaal, dus rustig zwemmen is er dus niet bij, maar dat is niet erg. Op een gegeven moment hebben ze een man gevonden in het water die zowel Engels als Spaans spreekt en het een en ander voor hun vertaald. Deze man blijkt trouwens een Zweed te zijn. Hij heeft een Cubaanse ex-vrouw en een zoontje hier. Drie keer per jaar komt hij op en neer of haalt hij ze naar Zweden. Daarnaast heeft hij een Spaanse vader en een Cubaanse opa, dus Spaans spreken is voor hem een fluitje van een cent. Hij vertelt ons ook dat de Cubanen het de laatste jaren niet echt makkelijk hebben. Ze verdienen ongeveer 10 tot 15 dollar per maand naast de gebruikelijke voedselbonnen. Maar er heerst af en toe voedselschaarste en dan heb je ook niets aan de bonnen natuurlijk. Hij denkt dat Rafael en zijn gezin hier vakantie kunnen vieren omdat hij waarschijnlijk een bonus heeft verdiend in de vorm van een weekend in een hotel buiten de stad, voor het harde werken. Uit zichzelf zouden de gemiddelde Cubanen dit nooit kunnen betalen namelijk. Hijzelf werkt in Zweden, in Stockholm, waar hij hoogleraar is in de politicologie. Ondertussen is Rafael met alle rum achter zijn kiezen steeds harder gaan zingen en wuift hij nog steeds naar ons dat we moeten komen. We besluiten dan maar om eens polshoogte te gaan nemen bij Rafael en het bandje. Op dat moment heeft Rafael twee stoelen vlakvoor de band neergezet en zorgt hij ervoor dat de band speciaal voor ons een liedje speelt. Het lied heet 'El Commandante' en gaat over Che Guevara. Het is erg mooi en we gaan proberen om straks op het vliegveld als het mogelijk is hier een CD van te kopen. We kletsen nog even met de band en met Rafael over ons komende reisprogramma. Hij heeft nog wel zijn twijfels over de lange ritten die wij maken en vooral over de route langs de kust die we van plan zijn om te nemen. Er is daar namelijk een orkaan langs geweest en hij had gehoord dat de weg was afgesloten. En dat het ten zeerste werd afgeraden om die weg te nemen. Maar goed hij vindt het wel leuk dat we proberen Cuba zo goed mogelijk te zien en hij vindt het prachtig dat we zijn adviezen hebben opgevolgd voor wat betreft het bezichtigen van La Gran Piedra en Granjita Siboney. We nemen afscheid voor vanavond en moeten Rafael doorgeven hoe laat we morgen vertrekken zodat hij en zijn gezin ons kunnen uitzwaaien. We proberen bij de receptie onze vlucht te herbevestigen maar dat lukt vandaag niet, hopelijk hebben we morgen meer geluk. En de peso's zijn op. De vrouw van de receptie had ons eerder op de dag verteld dat we aan het einde van de dag wel geld konden wisselen, maar helaas vandaag blijkt al de hele dag de bank niet te werken. En nu is het te laat op de avond om nog naar een bank te rijden. We worden verwezen naar een van de duurste hotels van de stad (hotel Santiago de Cuba), dat toevallig vlakbij is. Daar zouden we geld kunnen omwisselen. Het wisselen is hier geen probleem, ze hebben zelfs een apart kantoortje hiervoor. We worden gewoon voor gasten aangezien en dat kan ook makkelijk natuurlijk, want we zien hier wel meer Europeanen. Er zit hier een pizzeria en omdat we ineens enorme zin in pizza krijgen en geen zin meer hebben om de enorm drukke stad in te gaan, eten we hier iets lekkers. Hier zitten we voor het eerst deze vakantie tussen allemaal toeristen. Na de pizza kijken we nog even in de bar, maar daar zijn we nog iets te vroeg voor blijkbaar. We willen wel iets te drinken nemen en wachten op de gezelligheid, maar helaas zijn we niet helemaal lekker, we hebben al een tijdje last van diarree en krampen en dus besluiten we om terug te gaan naar onze eigen slaapplaats en uit te rusten voor de tocht van morgen.
Dag 11 Pilon, Manzanillo, Bartolome Maso, Santo Domingo.
Rafael wil ons heel graag uitzwaaien want we moesten eerst langs zijn hotelkamer lopen zei hij, maar we zien ze al tijdens het ontbijt. Ze waren expres vroeg opgestaan zodat ze ons niet zouden missen. Ze zijn met z'n allen lekker aan het smikkelen en krijgen van de serveerster zakken met eten mee voor de lunch. Tja de Cubanen moeten elkaar toch helpen he.. Ze moeten ook wel, want ze verdienen niet zoveel en dit hotel met 1 CUC voor een drankje is onbetaalbaar voor hen natuurlijk. Nadat de aardige receptiedame voor ons de vlucht heeft herbevestigd (door haar is het in het Spaans zo gepiept) pakken we de rugzakken en lopen naar de auto.
Rafael heeft nog een portier gevonden die als tolk kan optreden en hij vertaalt voor ons de laatste dingen die Rafael ons nog wil vertellen. Dat we moeten uitkijken op de weg die we nu gaan nemen, vanwege de orkaan. En hij laat het verhaal dat hij heeft geschreven in ons boekje door de portier voorlezen. Er staat in dat Rafael ons wil bedanken voor de leuke tijd en dat we de vakantie voor hem en zijn gezin een extra leuk tintje hebben gegeven en dat we nog een goede reis mogen hebben. We vertrekken uiteindelijk om kwart over tien na de vele knuffels van het gezin Santiago uit en om half twaalf rijden we Santiago al weer binnen. Dit omdat we blijkbaar een heel verkeerde weg hebben genomen. We kwamen namelijk weer bij El Cobre uit via een secundaire weg, terwijl we juist naar de kust moeten. Uiteindelijk vinden we de juiste weg. De eerste 150 km zijn er nauwelijks dorpjes, alleen gehuchtjes van 2 of 3 huizen. Je hebt hier een geweldig mooi uitzicht over de mooie blauwe oceaan en de verschillende baaitjes. De weg wordt langzaamaan steeds slechter helaas. Meermalen denken we aan de waarschuwingen van Rafael en of het dan niet beter is om terug te gaan. Veel gaten en scheuren in het wegdek, maar het gaat nog steeds best goed. En omdat we nog af en toe een vrachtwagen tegemoet rijden, denken we dat de weg nog wel open is en rijden we door. Tegen de tijd dat we van de provincie Santiago de Cuba de provincie Granma inrijden hebben we al een paar keer over echt kapotgeslagen (door de zee) wegdek gereden. Hier rijden we echt op nog geen tien meter van de kustlijn. Het is vast niet zo goed voor onze huurauto, maar hij sleept ons er tot nu toe nog steeds doorheen. Het is lastig rijden, maar wel spannend want we weten niet of de weg erger wordt of zelfs afgesloten is. In the middle of nowhere staan we plotseling voor een afgesloten brug, hij blijkt te zijn ingezakt dus er overheen kan niet meer. We zien wel een alternatief weggetje door de rivierbedding, maar ja dit is eigenlijk een weg voor vier-wiel aangedreven auto's. Maar ja we kunnen niet meer terug, we hebben de tank al voor meer dan driekwart leeg en onderweg zijn we nog geen enkel pompstation tegengekomen. Dus terug is geen optie. We zien in de verte nog drie ruiters te paard rijden die ons in de gaten krijgen en stoppen om ons verder gade te slaan. We nemen het weggetje en die leidt ons naar de rivier met stromend water. Etienne stapt eerst even uit om te kijken hoe diep het is en of het niet al te puntige stenen herbergt. Even een aanloopje met de Skoda en bam we knallen de rivier door. Het is blijkbaar net genoeg want we halen maar net de andere kant. De auto slaat ineens af. Ontzettend spannend moment, want als we vast hadden komen te staan hadden we natuurlijk enorme problemen gehad met het verhuurbedrijf. En sowieso, hoe hadden we eruit moeten komen... Bij het heuveltje omhoog vanaf de rivier staan we dus stil met de auto. Gelukkig staan we net op het droge en kunnen we droog uitstappen. We bekijken de auto uitvoerig en zien verder niets geks. Eefje heeft last van enige vorm van paniek, want die ziet ons al staan hier middenin de natuur. We denken dat de auto gewoon een beetje verzopen is want nadat hij een beetje opgedroogd is door de felle zon, start hij na flink bijgassen ineens weer. Opgelucht stappen we in en gaan met een flinke dot gas het heuveltje op. Nog een klein stukje karrenspoor en dan kunnen we de weg na de kapotte brug gelukkig weer op. We worden nog wel raar nagekeken door enkele 'toeschouwers', maar ja dat is ook niet zo gek natuurlijk. Er volgen nog een paar stukken weg en enkele zanderige omleidingen omdat echt de hele weg is weggeslagen door de orkaan. Af en toe moeten we weer stapvoets rijden, want ze leiden ons zo nu en dan over wel heel smalle weggetjes met grote keien. We zien dat vooral in de omgeving van Pilon (dat normaal gesproken een bloemenriviera is met veel toerisme) de schade enorm is. Het lijkt nu meer op een rampgebied waar de hulptroepen (in dit geval militairen) mee moeten helpen met de wederopbouw. In ons boekje staat dat je absoluut het mooie strandhotel Farallon del Caribe moet bezoeken, maar daar is totaal niets meer van over. Eindelijk vinden we een benzinepomp, alleen is in deze regio de stroomvoorziening totaal weggeblazen dus het oppompen van de benzine zal op stroom niet mogelijk zijn. Gelukkig is er wel een pompbediende en die is zo vriendelijk om voor ons de dieselgenerator op te starten zodat we toch kunnen tanken. De mensen bij de benzinepomp kijken allemaal wel verbaasd naar onze huurauto, waarschijnlijk omdat toerisme nu echt niet verwacht werd. Tja als we dit vooraf geweten hadden, waren we deze kant natuurlijk niet meer opgegaan. Maar ja zo komen we natuurlijk wel op plaatsen die je normaal niet gezien zou hebben, door alle omleidingen enzo. We volgen onze weg richting het westen en zien onderweg veel mensen bezig met het opknappen en herstellen van hun huizen. Veel schuurtjes en gebouwtjes zijn helemaal zonder dak en lijken dan ook verlaten. Het zal nog wel een hele tijd duren voordat deze regio weer de toeristische bloemenriviera zal worden die het eens was. We nemen nu de weg richting Manzanillo en hebben geen andere toeristen / huurauto's meer gezien sinds we Santiago de Cuba verlieten. De weg wordt wel steeds beter naarmate we verder van de kust wegrijden, richting het noordwesten. Rond drie uur komen we aan in Mazanillo. Het is een grote havenstad met bijna 100.000 inwoners. Er is hier veel Moorse invloed te zien aan de verschillende gebouwen rond het centrale park (Parque Carlos Manuel de Cespedes). Ook de muziektent (allemaal verschillende kleuren) is daar een goed voorbeeld van. We zien dat er hier een groot festijn bezig is en het stroomt hier al snel vol met vele jonge Cubanen. Leuke muziek met swingende jongelui maken dat het toch de moeite waard is om hier even te stoppen, want verder heeft deze stad weinig te bieden. We kopen een flesje cola en lopen nog even rond en gaan dan weer verder, want we moeten nog op zoek naar een slaapplaats. Op een bordje zien we dat Bayamo nog 46 kilometer is en dat Bartolome Maso nog maar 14 kilometer is en daar zouden eventueel nog wel slaapplaatsen voor ons kunnen zijn. Hier in Manzanillo is zelfs geen enkele casa particulares te vinden. Gezien de verloren tijd willen we zo snel mogelijk ergens inchecken, want we hebben het wel gehad voor vandaag. Uiteindelijk maakt het waarschijnlijk qua tijd niets uit, want het kost ons nog bijna twee uur voordat we een hotelletje gevonden hebben in deze omgeving. In Maso vragen we wel vijf keer de weg voordat we het eerste hotelletje hebben gevonden. We rijden door achteraf weggetjes, over zandpaden, door pittoreske dorpjes en tussen enorme weilanden voordat we het hotelletje eindelijk vinden. De dorpjes onderweg zijn prachtig en de dorpelingen zijn zeer verbaasd om ons hier te zien. Gelukkig zijn ze telkens erg behulpzaam, ookal moeten we vaak keren in plotseling doodlopende straatjes. Het hotelletje is helaas vol, al zien we niet zo goed waarmee dan, tenzij ze de rotzooi bedoelen die in de bosjes ligt. Maar goed we moeten dus op zoek naar een volgende. En volgens de kaart ligt dat 19 kilometer verderop. Halverwege de weg ernaartoe zien we dat we recht het gebergte van de Sierra Maestra inrijden, maar ja het is al bijna vijf uur en we willen graag zo snel mogelijk een slaapplaats regelen. De Sierra Maestra is de grootste en hoogste bergketen op het eiland en loopt ongeveer 240 km parallel aan de Caribische kust. Sommige delen zijn totaal ontoegankelijk vanwege de enorm steile hellingen. Afhankelijk van de hoogte groeien er in deze wildernis pijnbomen, ceders, mahoniebomen en verscheidene varensoorten. Het is een heel mooi natuurgebied. De Pico Turquino, de hoogste top van Cuba is hier aan de hoogste kant ongeveer 1972 meter hoog. Na een paar enorm steile weggetjes over hoge bergen en door diepe dalen waar onze Skoda weer vol aan de bak moet (soms kun je alleen in de eerste versnelling rijden) bereiken we villa Santo Domingo, een klein hotelletje aan de rio Yara in het Parque Nacional Turquino (een groot natuurpark). De beheerder spreekt vloeiend Engels en hij heeft nog een hutje vrij. Wat een geluk hebben we dan maar weer. De omgeving is hier werkelijk schitterend, we zitten recht aan een rivier midden tussen de hoge bergen en bossen. Met onze benen in het water, zittend op een grote steen kunnen we eindelijk bijkomen van deze enerverende dag. We hebben het gevoel veel kilometers in de benen te hebben, maar naar schatting kan het niet meer zijn dan 350 kilometer. We hebben er echter wel meer dan 10 uur over gedaan, door alle omleidingen en het enorm slechte wegdek. Volgens de beheerder kwamen hier vroeger wel meer Nederlanders, maar dat waren dan meer ecotoeristen dan trekkers zoals wij. Nu zijn we een van de weinige toeristen, maar hebben we de natuur wel voor ons alleen en dat is niet slecht. We zien in een half overdekte ruimte nog een groepje Cubanen een varken roosteren. Ze vragen of we ook willen mee-eten, maar omdat we pas ziek zijn geweest leek dit ons niet echt een goed idee al zag het er allemaal heerlijk uit. Het is nu tien over half acht en we liggen nog even op bed. Ondertussen is het buiten lekker gaan regenen en dondert het boven ons tussen de bergen. Wel raar want nog geen minuut geleden zaten we nog heerlijk in het zonnetje. We knappen onszelf nog even op en gaan dan eten in het restaurantje dat hier bij het complex hoort. We hebben de keus uit twee gerechten, eentje met aardappelen en eentje met rijst. We besluiten voor de groenten met rijst te gaan. Het is wel leuk eten zo onder een afdakje met keiharde regengeluiden op de achtergrond in de schaduw van het Sierra Maestra gebergte. Het is weer mooi geweest voor vandaag.
Dag 12 Bayamo, Holguin.
Vanaf Santo Domingo gaan we de hoge bergen weer over richting Bartolomeo Maso. Het autootje boft niet met ons, hij moet weer hard werken om die steile hellingen te overwinnen. Veelal in de eerste versnelling krijgt hij ons met zo'n 10 a 20 km per uur de berg op. Er staan langs de weg weer veel lifters, maar omdat de bergen zo steil zijn en we inclusief bagage al aardig zwaar zijn, durven we het niet aan om ze mee te nemen. We voelen ons daar af en toe wel schuldig over omdat het hier in Cuba heel normaal is om mensen mee te nemen als je onderweg bent met een auto. Maar goed rond half elf zijn we al in Bayamo. Deze stad heeft ongeveer 120.000 inwoners en ligt heel mooi aan de voet van de bosrijke Sierra Maestra. De stad wordt verder omgegeven door enorme rijstvelden en weilanden en ligt prachtig aan de rio (rivier) Cauto. Dit is met 350 km de langste rivier van Cuba. Bayamo staat bekend als een heldhaftig stadje en ze vestigden die reputatie in de 19e eeuw. In 1868 namen vrijheidsstrijders deze stad in. Onder de patriotten waren Francisco Vicente Aguilera, Pedrio Perucho Figuerdo en Carlos Manuel de Cespedes. Op het plein rond de Iglesia San Salvador kwamen de Bayameses bij elkaar en zongen het door Perucho Figuerdo geschreven nationale volkslied. Drie maanden later viel de stad weer in handen van de hergegroepeerde Spaanse troepen. De Bayameses hadden op dat moment hun huis en haard in brand gestoken voordat ze de stad ontvluchtten. Overgeven aan het koloniale leger wilden ze niet. En sindsdien is Bayamo voor de Cubanen dan ook 'La Heroica' (de heldin). En dat komt overal in de stad terug. De stad is dan ook tot nationaal monument verklaard. Op iedere staathoek zien we wel een gedenksteen met een verwijzing naar de vrijheidsstrijd. Als we eventjes op een bankje plaatsnemen in Iglesia San Salvador komt een oud vrouwtje bij ons zitten en begint dit hele verhaal, wat we later dus teruglezen in ons boekje, aan ons uit te leggen. Hier werd namelijk voor de eerste keer het volkslied gezongen en boven het altaar hangt een groot schilderij van Julio Desangler. Er staat volgens het vrouwtje een bijeenkomst op het plein op geschilderd. Cespedes staat erop, maar ook Perucho Figuerdo. De nieuwe nationale vlag wordt gehesen en daarboven verschijnt het beeld van de maagd Maria. Ze is er erg trots op dat toeristen helemaal van de andere kant van de wereld dit kerkje komen bezoeken. Voor ons was het gewoon toeval, maar dat mag de pret niet drukken. Het plein rondom de kerk is gedoopt tot Plaza del Hymno Nacional (volkslied). Aan het plein staat het geboortehuis van Carlos Manuel de Cespedes. Voor Cubanen is Cespedes de 'vader des vaderlands' vanwege zijn grote aandeel in de onafhankelijkheidsoorlog. Er zit nu een museum in. Perucho Figuerdo heeft hier een borstbeeld gekregen met daaronder een opengeslagen marmeren boek. Op de ene kant staat muziek en op de andere kant de tekst van het nationale volkslied. Het grote standbeeld op het plein is van Cespedes zelf. Er staan tevens de grote gebeurtenissen in de geschiedenis van Bayamo op afgebeeld, zoals de grote brand en de afschaffing van de slavernij in 1868. We besluiten na dit bezoek aan Bayamo om verder te rijden naar Holguin om daar te kijken naar een hotelletje. We rijden door zeer vruchtbaar en schilderachtig gebied wat te zien is aan de vele suikerriet velden. Vlakbij Holguin zien we nog een paar bossen met prachtige palmen. De stad heeft meer dan 220.000 inwoners en is juist bekend door het feit dat hier ver voordat de Spanjaarden arriveerden al mensen leefden. De oudste sporen gaan terug tot 6000 jaar geleden en wordt de Seboruco-cultuur genoemd. De stad is gesticht door een Spaanse Kapitein die Francisco Garcia Holguin heette. Als we de plattegrond van de stad erbij pakken zien we weer het zoveel voorkomende dambord. De calle Marti en de calle Frexes zijn de verbindingswegen in Oost-West richting en in de Noord-Zuid richting zijn de belangrijkste straten de calle Maceo en de calle Manduley. En daar ligt dan het stadsplein, het Parque Calixto Carcia (parque central). Er staat een mooie kathedraal middenin, maar naast het mooie park heeft de stad niet veel te bieden. We zien nog wel de enorm lange rijen voor de voedselbanken en voor de gewone banken. Verder staan er weer overal tafeltjes waar de oudere Cubanen hun gebruikelijke potjes domino spelen. We kopen bij een straatverkoper nog een zak met gefrituurd spek en krijgen als wisselgeld voor het eerst de echt peso, in plaats van onze CUC. Eigenlijk mogen wij dit geld niet hebben, want voor toeristen hebben ze ander geld bedacht. We stoppen het dan ook maar gauw in de tas. Aangezien we de stad in deze korte tijd al helemaal gezien hebben en we ook geen hotelletje kunnen vinden zitten we te overleggen wat we nu gaan doen. Gaan we door naar Guardalavaca of zoeken we hier op het platteland eerst nog naar een slaapplaats. Aangezien Guardalavaca pal aan het strand ligt en wij ontzettend veel zin hebben in genieten van een warme zee besluiten we om dus maar meteen door te rijden naar het Noorden richting de playa's. We krijgen steeds meer zin om na onze avonturen lekker een duik te nemen. Onderweg worden we nog wel af en toe tegengehouden omdat er een kudde koeien met ruiters (Bohio's) oversteken, dat levert prachtige videobeelden en foto's op. Enorme ranches waar we hier tussendoor rijden. Tegen het eind van de middag komen we al aan in Guardalavaca en vinden we al snel een hotel van ons lijstje. Hotel Atlantico. Ze hebben nog plek voor ons gelukkig. Hier is duidelijk veel meer toerisme. We vroegen ons al af waar die de hele vakantie waren gebleven, nou hier dus.. Guardalavaca ligt gelukkig niet heel dichtbij Varadero en is dus nog niet verpest door het massatoerisme. De stranden zijn heerlijk wit, met helder blauw water en prachtig gelegen tussen de rotsen en de begroeiing. We nemen na het inchecken meteen een duik in het warme zeewater. Volgens de mensen hier is het water 26 graden. Als je vanuit de zee naar het land kijkt zie je een waar paradijs. De hotels zullen hier in de toekomst wel erg groeien, dat kan niet anders. En als we proberen onze voeten te zien in de blauwe zee, zien we de vissen tussen onze benen doorzwemmen. Aangezien het al laat wordt en we nog geen eten hebben gehad gaan we even snel naar onze kamer en frissen ons op voor het avondeten. Aangezien de restaurantjes al dicht zitten gaan we naar het buffetrestaurant in het hotel. Hier kunnen we nog net mee-eten als we maar snel een bord pakken en eten opscheppen. 's Avonds is er buiten op het plein nog een show. Eerst treedt er een bandje op, die veel swingende Cubaanse muziek speelt en daarna komt er een soort quiz waarbij het publiek kan mee swingen. Na een borrel of twee gaan we weer op zoek naar onze kamer en houden het vandaag voor gezien.
Dag 13 Guardalavaca, Santa Lucia, Playa Blanca.
Nu zien we het bij daglicht pas goed. Het lijkt hier net een groot dorp, gevormd door drie grote complexen, met ieder zijn eigen restaurantjes, zwembaden en hotelkamers. Omdat we vandaag de auto nog hebben, trekken we er, nadat we een cornflakes met fruit ontbijtje hebben gehad, nog eventjes op uit om langs de noordkust naar het westen te rijden. Richting Santa Lucia en Playa Blanca, want in deze bocht van het eiland Cuba ging op 28 oktober 1492 Columbus (op zijn tocht naar de nieuwe wereld) voor het eerst aan land. Hij schreef in zijn dagboek: 'ik heb nog nooit zo'n mooie plek gezien'. Nou en daar kan hij best weleens gelijk in hebben. Ook hier zijn prachtige witte stranden omringd door mooie rotspartijen en fleurig natuurschoon. Vandaag hebben de Cubanen blijkbaar allemaal vrij, want als we naar de zee kijken zien we dat het ontzettend druk is en dat er geeneens ruimte is om een baantje te trekken. We worden ook een beetje nagekeken, blijkbaar verwachten ze hier geen toeristen en zijn ze gewend dat die bij de resorts blijven. We zitten er nog over te denken om hier gezellig tussen de Cubanen een duik te nemen, maar we trekken zoveel aandacht dat we er toch maar vanaf zien. Op het land tussen de bomen staan kleine bungalowtjes waar de Cubanen allemaal verblijven. Er is veel muziek, gepraat, een kleine kermis en veel eettentjes die nog echt het spit gebruiken om menig dier in zijn geheel te roosteren. Het ziet er gezellig uit. We lopen een beetje door dit gebied heen en vinden aan de westkant van het plaatsje dan eindelijk het monument waarna we op zoek waren. Sinds 1992 staat dat monument hier die het binnendringen van de Europeanen in de Indiaanse cultuur laat zien. We maken enkele fotootjes van het monument en lopen dan weer lekker terug. Er is hier niet veel meer te zien, want het straatje loopt hier dood. Verderop zijn alleen nog maar rotsen en dichtbegroeid natuurgebied. Grappig om te zien dat de mensen hier cactussen gebruiken als tuinafscheiding met hun buren. Wij gebruiken daar vaak coniferen voor. Op de terugweg tanken we de auto weer even vol en laten hem even wassen. Hopelijk start hij morgen weer want vanochtend moesten we het vijf keer proberen. Misschien was het dan toch allemaal iets teveel voor 'm die laatste dagen, waarin hij meer fungeerde als jeep dan als personenauto. De auto zal wel toe zijn aan een grote beurt na de 2590 km die wij er nu totaal op hebben zitten. We denken dat hij niet meer zo goed start door de duik in de rivier van een paar dagen geleden, maar goed dat zal Rex-car wel fiksen. Terug bij het hotel gaan we nog even op zoek naar souvenirs in de paar winkeltjes die bij het complex zijn opgetrokken. Er zijn wel slippers voor Eefje's collectie, maar een leuk hemd of T-shirtje is er niet. Veel tabaksproducten en rum kun je kopen, maar dat hebben we allemaal al. We kijken straks in Havana wel weer verder. We hebben zojuist met rex-rent-a-car gebeld, na tien keer nam er eindelijk iemand op en hebben we een tijd afgesproken waarop de auto wordt opgehaald. Ja da's wel een luxe eigenlijk. De auto hebben we vanuit Havana meegenomen en hier bij Guardalavaca komen ze 'm weer ophalen. Tijdens het vele bellen raken we ook nog in gesprek met een ander Nederlands stelletje dat ook rond heeft gereisd, alleen die hebben niet het alternatieve pad gekozen en zijn meer van stad naar stad gereden over de autopista. We besluiten om vanmiddag naar het strand te gaan, want daarom zitten we tenslotte hier en gisteravond was eigenlijk te kort. Als we het strand betreden valt ons meteen al iets op. Veel Cubanen gaan hier ook zwemmen, zij liggen allemaal op een handdoekje tussen de bomen terwijl de toeristen op mooie strandbedjes liggen in de zon. Later vernemen we van een taxichauffeur dat het Cubaanse vakantieparadijs bij Playa Blanca is opgezet door de rijke suikerindustrie en is bedoeld om de Cubaanse arbeiders die zo hard gewerkt hebben af en toe te belonen met een weekendje in zo'n huisje aan de kust. Het is dus een secundaire beloning. De zee is weer heerlijk en de zon brandt ontzettend fel. We genieten er maar eens goed van.
's Avonds gaan we weer naar een buffetrestaurant waar we toch een nare nasmaak aan over hebben gehouden. Er is een overdaad aan eten uitgestald en dat is echt wel smullen en we hebben netjes alles opgegeten, maar we raken een beetje bedroefd als we net weg willen gaan. De Cubaanse serveersters komen dan van iedereen de vuile borden en bestek ophalen en zien dan bij sommige tafels dat ze soms hele borden met goed eten weg moeten gooien. Die 'Westerse' toeristen hebben gewoon teveel gepakt tijdens hun loopje langs het buffet. Je ziet de bedroefde gezichten van de hardwerkende serveersters en bedenkt je dan dat zij veel minder verdienen dan wij en een moord zouden doen voor dit luxe eten. We schamen ons dan ook kapot voor onze mede-toeristen, die waarschijnlijk geen flauw benul hebben van hetgeen ze achterlaten. We laten op onze tafel dan ook een fooi achter en de serveerster bedankt ons vriendelijk. Hopelijk kunnen we op die manier toch laten zien dat nog niet iedereen in het 'Westen' zo verpest is en dit allemaal wel erg waarderen. Laat in de avond zijn we er nog bedroefd van en vinden het hotel ineens niet meer zo leuk. De toeristen die hier verblijven zitten hier allemaal all-inclusive en proberen dat geld er in een avond uit te halen. Gelukkig is de dag al snel weer om en verblijven we alleen morgen en overmorgen nog hier, we beginnen het rondreizen al een beetje te missen. 's Morgens als we opstaan laten we net als we deden in de rest van Cuba, geld achter op het nachtkastje voor de kamermeisjes die ons bed opmaken en de douche poetsen. Wanneer we dan nadat ze geweest zijn terugkeren zien we dat de kamer weer erg netjes is en zelfs versierd is met papierenbloemen en als zwanen gevouwen handdoeken. Ook ligt er dan vaak een kaartje bij met de vriendelijke groeten van het kamermeisje. Erg lief is dat eigenlijk.
Dag 14 en 15, Guardalavaca.
Vandaag en morgen maken we er een stranddagen van, zodat we goed uitgerust over drie dagen naar huis kunnen gaan. Aangezien we voor onze reis naar Cuba deze twee dagen in Guardalavaca al geboekt hebben via ARA Tours moeten we eigenlijk blijven. Eerst nemen we nog een lekker ontbijtje in de grote zaal en gaan dan eerst naar het zwembad om daar heel luxe aan de bar iets te drinken te bestellen. 's Middags komt er nog een man van het autoverhuur bedrijf de auto ophalen. Hij loopt helemaal rondom en start hem eventjes. Dan tekent hij een formulier waarvan wij het voorblad krijgen. Tevreden rijdt hij weg met de huurauto en zwaaien wij onze trouwe Skoda gedag. Wat een goede auto's zijn dat toch. Opgelucht keren wij weer terug naar het hotel, om lekker van de zee te gaan genieten. 's Avonds weer uiteten en kijken naar een optreden van een lokaal bandje.
De volgende dag ziet de dag er eigenlijk niet heel anders uit. Met een boek aan het strand genieten van de warme zon en blauwe zee. Maar we bedenken ons ook dat we niet als de vele toeristen hier twee weken lang zouden kunnen verblijven. We missen het rondreizen en het zien van het echte Cubaanse leven. Hier in het resort zien we alleen maar Spanjaarden en Italianen. Aan de andere kant is het maar goed dat we nog hier zitten, want we zijn allebei een beetje ziekjes. Krampen, diarree en vermoeidheid steken de kop op. Gelukkig hoeven we vandaag helemaal niets. Morgen vliegen we alweer richting Havana.
Dag 16, Via Holguin naar Havana.
Vanochtend flink uitgeslapen en erg rustig aandoen, we proberen er een ontbijtje in te gooien en dan heel relaxed onze rugzakken in te pakken.
Vandaag vragen we aan de receptie of ze voor ons een taxi kunnen laten komen, die ons naar het vliegveld van Holguin brengt. We zijn veel te vroeg op het kleine vliegveld helaas, maar dat is achteraf ook wel een beetje ons geluk. Hierdoor kunnen met we een vlucht mee die twee uur eerder gaat. En we lezen ook nog eens dat onze oorspronkelijke vlucht 2 uur vertraging heeft. Dat zou betekenen dat we middenin de nacht in Havana zouden aankomen. Nu pakken we dus deze vlucht. Het is een Ijslands vliegtuig die op weg naar Havana hier een tussenstop maakt.
In Havana aangekomen lopen we weer naar Meson de la Flota, waar we de eerste dag zo'n fijn hotel aan hadden. Helaas hebben die geen plek meer voor ons, wat ook logisch is als je maar drie kamers hebt in zo'n mooie stad. Ze weten wel een ander mooi hotel voor ons, hotel Valencia. Nou, en dit is een nog mooier hotel. We wanen ons hier echt in de 18e eeuw. Het heeft een prachtige binnentuin. Onze koloniale kamer heeft een laag balkenplafond en een oude badkamer. Echt geweldig sfeervol en helemaal in de stijl van het oude Havana. We beleven Havana nu nog beter dan in de eerste dagen. We kennen het nu goed en weten waar we lekker kunnen gaan zitten om van de Cubaanse ritmes te genieten. In de eerste dagen hadden we nog het gevoel van 'moeten ontdekken' en nu omdat we overal al geweest zijn doen we het op ons gemakje en pakken we meer terrasjes waar bandjes spelen. We slenteren zo de hele dag een beetje rond. Op plaza de Armas worden we als we op een bankje plaatsnemen nog aangesproken door een oudere dame. Ze komt naast ons zitten en vertelt ons hoe het hier vroeger (vooral de tijd voor Fidel) allemaal was en dat ze nu 85 is en in haar vroege jaren in Europa is geweest en een Spaanse vriend had. Ze kan zelfs een klein beetje Engels gek genoeg. Ze weet waar Nederland ligt en wil weten hoe warm het daar kan worden. We praten nog een beetje en gaan dan richting de markt bij het oude fort. Hier proberen we nog enkele souvenirs te vinden, want verder hebben we in heel Cuba niet veel winkeltjes gezien. Nog even flink genieten hier van de warmte van de mensen en van de gamba's die we eten als snack op de verschillende terrasjes van de restaurants, want de dag vliegt snel om. Natuurlijk drinken we er een aantal heerlijke cocktails bij. Wat een geweldig mooie stad is dit, zo rustig en sfeervol. Mooie mensen, mooi oud centrum, prachtige auto's uit de jaren 50 en 60 en een geweldig klimaat. We moeten hier beslist later nog eens terugkomen. Morgen is het allemaal helaas afgelopen. We lopen tot diep in de warme avond nog door de oude straatjes alvorens we weer naar ons mooie 18de eeuwse hotelletje, met z'n 12 kamers rondom de binnenplaats, terugkeren.
Dag 17 Havana.
We pakken beneden in ons hotel nog een heerlijk ontbijtje en proberen dit mooie hotel nog eens goed in ons op te nemen. We lopen nog vele straatjes om en nemen de laatste foto's van het mooie Havana. Doen heel rustig aan op de terrasjes en pakken nog wat laatste zonuurtjes. Om half zes 's avonds worden we namelijk netjes opgehaald voor het vliegveld. Het taxibusje haalt trouwens nog een Nederlander op in een ander hotel. Wij hielden hem eerst voor Cubaan, maar hij is van Surinaamse afkomst en woont in Amsterdam. Ook hij heeft een geweldige vakantie gehad. Hij heeft in zijn eentje een auto gehuurd en is ook dwars door Cuba gereden. Omdat hij zo goed Spaans spreekt en er zelf door zijn getinte huidskleur niet opvalt, heeft hij heel goed contact gekregen met de bevolking. Net als wij vindt hij ze ook ontzettend aardig.
Op het vliegveld aangekomen duurt het weer ontzettend lang allemaal. Het inchecken duurt 2 uur, waarna we nog door de douane moeten wat ook nog ruim een uur in beslag neemt. Gelukkig valt er genoeg te zien op het vliegveld. Overal muziekbandjes en grote posters met socialistische spreuken (Socialismo o muerte) om te lezen, dus we vermaken ons wel. Je komt Cuba moeilijk in, maar eruit is minstens zo lastig en langdurig. Uiteindelijk vertrekt het vliegtuig met ruim een uur vertraging. We zitten weer eens niet naast elkaar, maar gelukkig kunnen we nog iets verschuiven en hebben we alleen nog een gangpad tussen ons in.
Dag 18 Havana, Amsterdam, Arnhem.
Acht en een half uur later landen we alweer in Nederland. We pakken de allerlaatste trein terug naar huis en beseffen dat het weer voorbij is.
We zullen deze vakantie nooit vergeten en we zijn blij dat we Cuba nog gezien hebben, nu Fidel Castro nog leeft. Want we houden net als de Cubanen zelf ons hart vast wanneer Fidel Castro mocht komen te overlijden. Het kapitalistische Amerika met zijn enorme drang naar macht ligt namelijk op de loer.
Hasta la Victoria siempre, voor de overwinning altijd! CUBA!
Kosten van de auto:
- 95 cent CUC per liter.
- Autohuur 25 dollar per dag.
- Autoverzekering 25 dollar per dag.
- Waarborgsom 500 dollar (kregen we later netjes teruggestort).
- Eerste volle tank 50 CUC.
Taxikosten:
- 4 dollar per 5 km.
|