Egypte

 

Home

Arnhem

Toscane, Italie

Kenia, Tanzania

Casablanca

Laos

Cuba


Andalusie, Spanje


Oeganda Rwanda

Cilento, Italie

Rajasthan, India




Gastenboek



 Mailen?












Gizeh, Cairo


Eefje aan de waterpijp in Cairo Mohammed, Laurens, Etienne, Pram, Leo en Noyan in Galabija in Aswan
Voor meer foto's, onderaan de pagina, klik hier!!!
Etienne aan de shesha in Cairo

 

Egypte, rondreis - augustus 2004. Reisverslag van Eefje en Etiënne.

Samen met het boekje "Egypte, Capitool Reisgidsen" zijn we vertrokken. Tips en informatie uit het boekje komen ook in ons reisverslag voor.

Egypte, Reisverslag van Eefje en Etiënne. 7 augustus t/m 28 augustus 2004

Het verslag is geschreven in dagboekvorm, vandaar dat de Nederlandse zinnen na het aan elkander plakken, niet altijd geweldig goed lezen/ lopen.

Dag 1 Vertrek Amsterdam - aankomst Caïro
Om 00:40 uur vertrokken vanuit Velp (Arnhem), vanwaar de ouders van Etiënne ons naar Schiphol brengen om onze rondreis te beginnen. We arriveren rond 02:00 uur en moeten nog drie uurtjes wachten voordat we om 05:00 uur kunnen inchecken. De planning is dat we van 07:10 uur tot 08:15 uur vliegen van Amsterdam naar Frankfurt waar ons om 10:00 uur een vlucht wacht richting Caïro. 's Middags tegen de avond arriveren wij dan in Egypte. Egypte, gelegen in de noordoosthoek van het continent Afrika, aan de Middellandse en de Rode Zee, grenst in het westen aan Libië, in het oosten aan Israël en in het zuiden aan Sudan. Omdat meer dan 90 procent van het land bestaat uit woestijnen, woont het merendeel van de 70 miljoen inwoners in het Nijldal en de Nijldelta; een klein percentage leeft in de oases van het (barre) binnenland. Groot-Caïro, gelegen aan de Nijl, circa 200 kilometer ten zuiden van de Middellandse Zee, beslaat een oppervlak van 457 vierkante kilometer en is dus de hoofdstad en tevens de grootste stad van Egypte. De bevolking van Caïro wordt geschat op ongeveer 16,5 miljoen inwoners, waarmee het meteen een van de grootste steden ter wereld is. Caïro, gelegen tussen de Muqattam-heuvels in het oosten en de Piramiden van Gizeh in het westen, ligt bij de zuidpunt van de vruchtbare Nijldelta. Ten zuiden van de delta strekt zich een lange reeks landbouwnederzettingen uit langs de rivier de Nijl. Hoewel de voorsteden zich uitgebreid hebben naar de westoever van de Nijl, liggen de topattracties op de oostoever. Aangekomen in dit Caïro worden we door diverse personen al geholpen met onze visa en bagage. Vervolgens staat onze reisleider (Noyan Sahami) voorbij de douane ons al op te wachten. In een airconditioned busje worden we heel luxe naar ons hotel gebracht: het Cosmopolitan in downtown Caïro. Het is trouwens nog een hele tocht zo van het vliegveld naar het centrum. Het geeft ons in ieder geval het idee dat Caïro een enorm grote stad is inderdaad. Het hotel is sfeervol en koloniaal/ Arabisch en art deco ingericht met antiek meubilair en we hebben een oude airco op de kamer hangen. Erg luxe dus allemaal voor zo'n eerste nacht. Ja luxe in Egypte is weliswaar niet de luxe zoals die in Nederland. Want als je objectief naar het hotel kijkt is het natuurlijk in slechte staat allemaal, douchekoppen die niet kunnen hangen, gaten in de muur, losliggende tegeltjes, kuilen in het midden van de matrassen, beestjes, etcetera. Maar voor Egyptenaren is zo'n hotel al bijna niet meer te betalen. Zeker niet in het centrum van zo'n wereldstad. Na een eerste kennismakingsronde en een babbeltje met de rest van de groep en onze reisleider gaan we lekker uiteten bij FelFela, een karakteristiek Egyptisch restaurantje. Op het menu staat een soepje, een heerlijk vleesgerecht en een toetje, geweldig lekker allemaal. Dus de reis begint goed. Onder het genot van al dat lekkers leren we onze mede reisgenoten een beetje kennen en na het eten wandelen we nog even lekker rond door het heerlijk warme Caïro en bezoeken we nog even de Nijl en lopen langs de vele drukke winkeltjes. Caïro is een zeer levendige stad met vele authentieke taxi's (fiatjes 1100, oude lada's, peugeot 504, 404 en zelfs paard en wagen natuurlijk) in chaotisch lopende verkeerssituaties. Veel toeteren en 2-baans wegen die gebruikt worden alsof het 3 a 4-baans wegen betreft. En vele zo op het oog vriendelijke mensen. Voordat we naar het hotel terugkeren worden we echter nog verleid door Mohammed Walin om zijn geurenwinkeltje (zgn. voor de bodyshop) te bezoeken. We hoefden 'uiteraard' alleen maar te ruiken. Het was best een mooi winkeltje, ergens in een zijstraatje achter ons hotel. Het schijnt (tenminste dat hebben we van zijn verhaal begrepen) de geur uit de lotusbloemblaadjes te extraheren ten behoeve van veel dure parfums. Omdat Etiënne vertelde dat hij Zweeds (je wordt gek van de vraag "where you're from?, aaaah number one!") was en Mohammed aan Zweden levert 'toevallig' kwam dit contact tot stand. Het was in het begin een alleraardigste ontmoeting, maar na een half uurtje werd er toch min of meer verwacht dat we iets zouden kopen. Maar ja om nu aan het begin van een rondreis (woestijnen moeten allemaal nog komen) al met flesjes parfum opgescheept te zitten, dat zagen we niet zitten natuurlijk. Al met al niets gekocht dus en Mohammed zwaar ontevreden achter gelaten. Overigens alle eerst geborene, mits een jongen natuurlijk, heten Mohammed (naar de profeet). Het weer/ de temperatuur is hier echt fantastisch. De Egyptenaar komt hier in Caïro pas tegen een uur of 21.00 uur de straat op, om lekker te winkelen (winkels zijn 's avonds en 's nachts open) en te socializen. Ze gaan dan in parkjes zitten of wandelen langs de boulevard toeristen bekijken. Wat in Caïro ook erg leuk is, als je toch aan de wandel bent, is de brug van de liefde over de zeer brede Nijl. Jonge mensen (Moslims) gaan hier naartoe om leuk (stiekem) met elkaar af te spreken en gezellig te babbelen (of zelfs ten huwelijk vragen) met ondertussen een geweldig uitzicht over de Nijl, waarin kleine leuke rondvaartbootjes alle aandacht trekken d.m.v. de vele lampjes , de muziek en versieringen aan boord. Etiënne wordt in de stad trouwens regelmatig aangesproken over zijn gladgeschoren schedel. Ze willen weten waarom zo kort en met een geintje 'welke shampoo hij gebruikt'. Blijkbaar is een kaalgeschoren hier vrij ongewoon. De gemiddelde Egyptenaar hier lacht lekker veel en heeft veel humor, maar ja we zitten dan ook niet in de 'armere' buitenwijken. Na een fikse wandeling gaan we lekker terug naar het hotel om eens te voelen hoe de bedjes liggen. In Caïro is zoveel te zien, dat je alleen al 1 a 2 weken in deze stad zou kunnen doorbrengen met het bezichtigen van al dat moois. Je hebt: Oud-Caïro, Khan al-Khalili (markt), Moskee van al-Azhar, Egyptisch Museum, de Hangende kerk, Koptisch Caïro, de Citadel, Moskee van Ibn Tulun, Cornische el-Nil (boulevards langs de Nijl), Islamitische wijk, Moskee Sayyidna al-Hussein, Fatimidisch Caïro, Piramides van Gizeh, Bein al-Qasreen, Noordelijke begraafplaats, etcetera, etcetera. Teveel om op te noemen. Alleen al het Egyptisch Museum kost je al 2 dagen om op een normaal tempo goed te kunnen zien.

Dag 2 Caïro
Zoals al beschreven, de stad ligt in de woestijn, net ten zuiden van de Nijl-delta, die de grootste oase van het land vormt. De oude Egyptenaren hadden hier al in 3100 voor Chr. de wereldstad Memphis gesticht. Tegenwoordig is Caïro het bruisende hart van Egypte, waar maar liefst een kwart van de totale bevolking woont. Het is er zeer levendig en vol ; overal is ruimtegebrek want de stad is absoluut niet op zoveel mensen berekend. Zoals gezegd, vooral het verkeer is zeer chaotisch; met veel getoeter worstelt men zich door de volle straten. Het centrum van de stad bestaat uit boulevards, onderling verbonden door een wirwar van steegjes. Hier maken handwerkslieden de meest uiteenlopende zaken die op de vele kleurrijke bazaars verkocht worden. De beroemdste bazaar is de Khan el-Khalili in het oude gedeelte van de stad. Zoals op alle bazaars in Egypte is afdingen het devies. Restaurantjes vind je hier moeilijk, maar kleine stalletjes waar lamsvlees wordt gegrild (heerlijk, maar wel krampjes), of ijs (niet nemen!) verkocht of verse vruchtensappen (wel nemen!) zijn er volop. 6.30 uur opgestaan zodat we om 07.00 uur even kunnen ontbijten in het hotel, want om acht uur vertrekken we naar de piramides van Gizeh (van Cheops). De Piramides liggen aan de rand van Caïro wat toch wel anderhalf uur rijden is van ons hotel (centrum). Overal bij de Piramides wordt je natuurlijk weer doodgegooid met Arabische doeken, boekenleggers, postkaarten en andere snuisterijen. Mensen op kamelen lopen helemaal opgedoft rond voor foto's met toeristen (wel betalen natuurlijk!). Als je gewoon drie keer Nee zegt laten ze je wel lekker met rust, dat schijnt in het zuiden van Egypte wel anders te zijn, maar dat zien we dan wel weer. We hebben in ieder geval alvast een hoofddoek gekocht tegen de felle zon en enkele kaarten aangezien je in de piramides niet mag fotograferen. Twee Piramides hebben we bezocht, de eerst was net een sauna. Diepe trap af van zo'n 1.10 meter hoogte, waarin je goed kon zien hoe ze vroeger de ruimtes in de piramides bouwden. De tweede was helemaal volgeschreven met hiërogliefen. Deze piramide was dan ook één van de oudste die nog trapsgewijs is opgebouwd en met granietstenen is afgemaakt i.p.v. leisteen. De Piramiden zijn de enige van de zeven wereldwonderen die bewaard zijn gebleven. Bijna 5000 jaar geleden werd Gizeh de koninklijke begraafplaats (necropolis) voor Memphis, hoofdstad van Egypte. In minder dan 100 jaar bouwden de oude Egyptenaren de drie piramidecomplexen die dienden als graf voor hun dode koningen. Na de dood van de koning werd zijn lichaam per boot naar de daltempel gebracht om geprepareerd te worden, voordat hij onder of soms in de piramide werd begraven. De dodentempels werden vele jaren daarna instandgehouden: priesters offerden er dagelijks aan de dode Godkoning. Leden van de naaste familie van de koning en van zijn hofhouding werden begraven (die werden vaak ook meteen geofferd) in de nabijgelegen kleinere piramides en mastaba's (graven naast piramides) om ook na de dood te delen in de macht van de koning. Het plateau van Gizeh omvatte de hoofdpiramide (Cheops), bedekt met witte kalksteen, diverse kleine piramiden en een dodentempel die via een verhoogde weg verbonden was met een daltempel. Daarnaast staan de piramides van Chefren (zoon van Cheops) en die van Mycernus. Daarbij staat dan ook nog de Sfinx, de bewaker van het Plateau van Gizeh. De Piramides komen op ons immens groot over, vooral als je bedenkt dat de Cheops piramide waarschijnlijk bestaat uit 2 miljoen steenblokken, die gemiddeld 2,5 ton wegen. Sommige stenen aan de basis van de piramide wegen zelfs 15 ton. Het blijft een verbazend iets die Piramide. Het grootste lengteverschil tussen de vier 230 meter lange zijden is slecht 3,5 a 4 centimeter en dat kan gekomen zijn door kleine verschuivingen in het aardoppervlak daar. Echt een fantastische architectonische prestatie, zeker voor die tijd. De Sfinx is prachtig mooi, maar is in vergelijking met de piramides niet erg groot. Hij is 20 meter hoog en heeft een langgerekt lichaam, uitgestrekte poten en een koninklijk hoofddeksel rond een vol gezicht, wellicht dat van de koning zelf (rond 2500 V.C.). Voor de 15e eeuw ging de neus al verloren jammer genoeg net zoals zijn Farao 'baard'. Gelukkig zijn wij 's morgens vroeg al hierheen gegaan, want de hitte en de drukte kunnen ondraaglijk worden op dit plateau. In de piramides is het heel heet en benauwd, dus mensen met claustrofobie of niet geheel fitte mensen moeten het maar niet doen. Het plateau wordt overigens goed bewaakt. Overal rijden agenten op kamelen rond om te zorgen dat de toeristen er veilig rond kunnen neuzen. We zien daar zelfs een hardhandige arrestatie. Dus geen gekke dingen doen daar. Tussen het bezoek aan de piramides van Cheops en aan die van Saqqara hebben we lekker wat gedronken op een airconditioned openlucht restaurant met uitzicht op de piramides en de Sfinx. Lekkere mangosappen, watertjes en verfrissende colaatjes aangezien het nu ineens al 47 graden is. Nu op weg naar Saqqara. Hier maken we ook eens mee wat hitte is. Temperatuur loopt weer lekker op. Saqqara vertegenwoordigt een van de grote archeologische schatten van Egypte. Het droge klimaat heeft ervoor gezorgd dat er veel van deze oude cultuur overblijfselen bewaard zijn gebleven. Saqqara was de koninklijke necropool van Memphis. Naarmate Memphis groeide, groeide ook Saqqara. Uiteindelijk hield dat op en raakte het allemaal bedolven onder het zand. Tegenwoordig is alleen de trappiramide van Djoser die in het hart van Saqqara lag nog zichtbaar, het prototype van de piramides van Gizeh. De Djoser piramide werd gebouwd in de 27e eeuw v. C. voor koning Djoser door zijn hogepriester Imhotep en geeft een impuls aan het architectonische klimaat van Egypte. Voor die tijd werden koningen gewoon bijgezet in onderaardse grafkamers (voorbeeld is het koningsdal bij Luxor). Na flinke uitleg van onze gids en veel foto's gaan we lunchen en 's middags rond een uur of 4 richting het hotel, stof afwassen. Met een klein deel van de groep gaan we vervolgens vlakbij het hotel voor een cafeetje op het terras waterpijp roken. Trouwens het leuke aan Caïro is dat het regelmatig terrasjes uitgestald heeft staan om lekker bij te komen. Waterpijp hoort erbij bij zo'n reis. Onder een hoop gelach en gestuntel hebben we dit roken na een paar minuten in de vingers. Noyan (reisleider) leert ons hoe je op een Arabische coole manier moet roken en dat lukt ons al aardig. Eefje is nog aan het zoeken hoe dit op een charmante manier kan. Al met al erg veel gelachen en gerookt. Zo'n waterpijp is erg tof. Het bestaat uit een glazen pot gevuld met water met daarop een zilveren/ ijzeren pijp die in het water steekt. Een slang om te zuigen en een potje erop met speciale (natte) tabak en kooltjes. De lucht/rook zuig je dan door de kooltjes, door het folie, de tabak en het water de slang door. Het geeft een relax gevoel en je darmen ontspannen er heerlijk van. Laat staan als je het op z'n Nederlands zou doen met Nederwiet. Maar goed dat bieden ze je op straat wel aan, tenminste als ze niet horen dat je uit Nederland komt. Anders beginnen ze er niet eens aan. Wat een reputatie heeft ons landje hè... Rond 20.00 uur lopen we richting de Nijl om daar een traditioneel (toeristisch) boottochtje te ondernemen in het donker van de nacht. Er is flink gedanst op de boot onder het genot van een drankje. Tjonge jonge wat een luxe eigenlijk. Het was een tocht van ongeveer anderhalf uur op een enorm versierde boot. Al die versierde bootjes op de Nijl geeft trouwens een leuk schouwspel. En we hebben geluk er wordt ook regelmatig vuurwerk afgestoken. Waarom dat weten we nu eigenlijk nog niet. Je kunt trouwens goed zien waar het geld zit in Caïro. Langs de Nijl staan namelijk enorme hotels en er liggen rijkelijke promenades voor met fonteinen zelfs tot in de Nijl zelf. Jammer genoeg is het wel veel buitenlands geld. Hilton, Hyatt, etcetera.. De Nijl is hier ongeveer 30 meter diep en ontzettend breed. Na weer aangemeerd te zijn vervolgen wij weer onze weg. Veel van de dames van de groep komen er nu achter dat ze een beetje te "Westers"gekleed zijn. Korte mouwtjes en blote kuiten dat is hier blijkbaar bijzonder. Er wordt enorm naar ze gekeken, gewezen en geroepen door de mannen en meiden van de stad. Bijna een handgemeen gehad omdat jonge jongens "hooker" roepen.Verder is dat allemaal niet zo erg, maar voortaan wordt er 's avonds niet meer met ontblote schouders en knieën gelopen. Het valt ons trouwens sowieso wel op dat Egypte niet zo westers is als het lijkt. Alle vrouwen lopen met hoofddoeken en lange gewaden rond en de mannen trouwens ook. En Westerlingen worden toch wel raar aangekeken hier. Het is wel lachen om dan de Italiaanse meiden te zijn lopen met hun spaghetti bandjes om de schouders, die hebben er werkelijk schijt aan en zijn de aandacht misschien wel gewend vanuit eigen land. Na een fikse wandeling over de kilometer lange promenades komen we bij het hardrockcafé van Caïro terecht. Hier splitst de groep zich. De helft van de groep gaat terug naar het hotel en de helft (waaronder wij) gaat een avondje stevig stappen niet uit de weg. Er wordt in het hardrockcafé dan ook flink geswingd en gedanst, vooral de reisleider kan er wat van, erg toffe kerel. Etiënne en Eefje komen zelfs toe aan wat hip hop en hakken ook al draaien ze echt beroerd hier. Zo rond 02:00 uur 's nachts wandelen we weer bezweet terug naar ons hotel, het is weer mooi geweest vandaag (lekker nog zo'n 27 graden). Je merkt echt aan alle kanten dat de stad echt enorm groot is en leeft. Zelfs 's nachts staan er enorm veel files en is het stervens druk. Daardoor is het hier wel veilig, het stadscentrum straalt een warme sfeer uit, vooral rond de Nijl. Het valt ook op dat er veel banen speciaal voor de mensen hier gecreëerd zijn. Banen die in Nederland of niet bestaan of i.p.v. door 3 personen door 1 gedaan zouden worden. Bijvoorbeeld erg veel politie, stratenvegers, liftboys, gidsen, kaartjesknippers, etcetera op straat. Die vele politie merk je niet veel van, we vinden het zelfs wel fijn. Behalve als de koning er aan komt dan merk je ineens dat ze er zijn. Logisch natuurlijk.

Dag 3 Caïro
Vandaag gaan we naar het Egyptisch Museum en met de metro naar twee verschillende wijken van de stad. In het museum staat het echt afgeladen vol van spullen, schatten die ze de afgelopen 2 a 300 jaar gevonden hebben in en rondom de piramides. Egypte heeft dan ook wel erg veel piramides oor het gehele land, zo'n 96 namelijk. Het museum is in 1863 open gegaan en gesticht door de Fransman Auguste Mariette. In 1902 vestigde het zich in het huidige gebouw wat dus al een bezichtiging op zich is. Er zijn hier meer dan 120.000 voorwerpen te zien en er zouden nog eens 150.000 stukken opgeslagen zijn. De trots van de collectie zijn natuurlijk de objecten uit het graf van Toetanchamon, gelukkig zijn we hier al vroeg, want het loopt storm van de mensen. Maar er zijn ook andere uitstekende stukken uit elke periode van de oude Egyptische geschiedenis. Bij Toetanchamon's afdeling hebben we onze ogen uitgekeken naar al het goud wat bij deze man in het graf gevonden is. Alles was dan ook nog intact. Gouden maskers, schoenen, hand-/vingerschoenen, kettingen, armbanden, gouden bordspellen, beeldjes, wapens, bedden, banken. Echt ongelooflijk, je gelooft je ogen gewoon niet zoveel rijkdom als daar ligt. Het is niet voor niets een zwaarbeveiligd museum. Van Toetanchamon zijn zo'n 1700 objecten te zien. Ook staat zijn grafzerk (de een werd in de ander geschoven) te pronken, een grote container als het ware, met goud beschilderd. Vervolgens gaan we naar de zaal van de koningsmummies. Er wordt apart toegangsgeld geheven voor deze zaal, die je moet betalen bij de kassa aan de trap. Hier staan we oog in oog met enkele beroemde farao's, zoals Thoetmosis II, Seti I en de machtige Ramses II. De goede staat van de lichamen is raar om te zien wanneer je weet dat die gasten meer dan 3000 jaar dood zijn. Jammer genoeg lijkt het gezicht van de mummie van Ramses niet erg op het beeld/ de buste in de zalen beneden. De oude Egyptenaren geloofden heilig in een eeuwig leven na de dood (rare jongens) en ontwikkelden complexe gebruiken om de overgang naar het andere leven mogelijk te maken. Dit betekende het mummificeren van het lichaam van de dode voor hereniging met de ziel in het hiernamaals. De overledene werd voorzien in alles wat hij nodig kon hebben in een volgend leven (ja zelfs hele rijtuigen gaan mee het graf in), voordat hij werd overgedragen aan de eeuwigheid via een aantal ingewikkelde begrafenisrituelen. De echte mummificatie is met behulp van balsemtechnieken. Speciale priesters verwijderden de organen van de overledene, met uitzondering van het hart dat 'gewogen' werd in het hiernamaals. Daarna werd het lijk duurzaam gemaakt met natron en ten slotte in linnen gewikkeld. Canopen werden dan weer gebruikt om de gebalsemde organen te bewaren. De darmen, de maag, de lever en de longen kregen elk een eigen vaas, die naast de kist in het graf geplaatst werd (wij hebben miniatuur canopen gekocht). Het gemummificeerde lichaam werd opgevuld met linnen en zaagsel, daarna strak in linnen repen gewikkeld en vervolgens in een beschilderde houten sarcofaag gelegd. Het museum is echt schitterend en je moet het gezien hebben, maar de benen beginnen zo langzamerhand aardig pijn te doen. Na een tijdje rondhobbelen in het museum vertrekken we dan ook richting de Koptische wijk waar vooral de Christenen leven. De Christenen waren er eerder dan de Islamieten in Egypte en hun bestaan wordt eigenlijk ook een beetje moeilijk gemaakt door de inmiddels moslim meerderheid. Ook al zegt de regering dat zij maar 10% deel uitmaken van de bevolking, de werkelijkheid is ongeveer 30% (tenminste dat zeggen de Christenen zelf, zij voelen zich dan ook echt onderdrukt). Koptisch Caïro is het oudste deel van de stad. Het stadsdeel ligt binnen de muren van het Romeinse fort Babylon en is echt een oase van rustige, smalle straatjes en oude heilige plaatsen, zoals de hangende kerk waar wij een bezoekje aan brengen. De hangende/ Koptische kerk waar ooit het water van de Nijl tegen aan kabbelde maakt deze kerk een unieke bezienswaardigheid. Deze mooiste kerk van Caïro heeft een overladen versierd beuken interieur met houten gewelven en een mooi gebeeldhouwde marmeren preekstoel. De kerk wordt nog altijd gebruikt voor gewone missen, die elke vrijdag- en zondagochtend worden gelezen. Christen meiden geven hier vrijwillig uitleg aan toeristen over hun geloof en de kerk. Onze 'meid' is best een beetje wrang over de verhouding die de Christenen met de Moslims hebben in dit land. De wat fanatiekere Moslims en Christenen kunnen dan ook niet zo goed samen, maar de wat gematigdere wel. Het was trouwens nog een heel avontuur om hier naartoe te komen met de metro. Allereerst voel je je als toerist enorm bekeken omdat maar maximaal 5% van de toeristen hier met de metro reist en het lijkt wel of van de inwoners van Caïro alleen de Moslim mannen hiermee reizen. De mannen van onze groep moesten voor veiligheid en tegen ongewenste intimiteiten rondom de dames van de groep blijven staan. Aangezien de vrouwen van onze groep geen van allen gesluierd zijn, zijn ze voor hen blijkbaar openbaar bezit. Eén van de meiden wordt dan ook eventjes aan de billetjes of buik aangeraakt, maar al met al valt het achteraf allemaal wel mee. Van de Koptische wijk gaan we naar de Islamitische wijk, wederom met de metro. We moeten wel snel instappen want de deuren sluiten enorm rap. Gelukkig gaat alles goed en laten we niemand achter. In de Islamitische wijk aangekomen stuiten we op het drukke handelsleven van een bazaar. Deze is heel toeristisch en de mannen zijn hier niet zo prettig in de omgang laten we maar zeggen. Egypte is in 641 veroverd door de Islamieten. Nu barst de wirwar van smalle, drukke straten in Islamitisch Caïro van het leven. Er is veel te zien, er zijn veel geluiden en geuren en veel nostalgie. De meeste Moskeeën zijn open voor niet-moslims en heffen een lage entree. Met een taxi, Peugeots 504 station (kun je met z'n tienen in!) gaan we richting de Moskee van al Azhar. Deze moskee is gebouwd in 970 en is een van de oudste van de stad. Hier kom je om de Koran en islamitische wetten te bestuderen. Voordat we deze moskee betreden moeten de vrouwen hun hoofd, hun benen en schouders bedekken en iedereen moet de schoenen uit. Nog altijd komen hier groepen studenten in de stilte en schaduw onder de gewelven hun koranteksten uit het hoofd leren. De moskee is echt prachtig en bestaat uit enorme zalen met tapijten op de grond. Heel schoon allemaal. De moskee is overal te bezichtigen en we mogen ook diverse foto's maken en filmen. De mensen zijn hier op dit moment heerlijk aan het relaxen in de verschillende ruimten. Soms liggen ze zelfs te slapen. De vloeren van de moskee moeten heel schoon zijn, de marmeren vloeren worden dan ook talloze keren per dag schoongemaakt. Ineens klinkt er vanuit de minaretten in de wijk imamgeroep en wij worden vriendelijk verzocht de zalen te verlaten. Het betekent dat er opgeroepen wordt voor het gebed. Niet-moslims moeten daar natuurlijk niet bij blijven. Hier in de wijk, want we gaan ook een rondje om de moskee doen, zijn de mensen veel vriendelijker. Ook hier stikt het van de winkeltjes en marktjes. Echt heel gezellig allemaal. Ja natuurlijk heb je hier ook de verkopertjes en kindertjes maar dat hoort er gewoon bij. Eefje koopt hier voor 10 Egyptische Pond een sjaal zodat ze zo af en toe nog eens gesluierd rond kan lopen. Daarna gaan we nog een lekker kopje zwarte mint thee en colaatjes drinken want de buikkrampen en diarree beginnen bij menig groepsgenoot aardig op te spelen. Vervolgens gaan we met fantastisch oude taxi's weer terug naar ons hotel. Deze dag in de hitte en de drukte is iets teveel geweest, want de volgende morgen zal blijken dat de helft van de groep aan de waterpoep is. Eefje is na die dag thuisgebleven op de hotelkamer om uit te zieken en Etiënne is nog gaan uiteten bij café Riche met Noyan, Laurens, Marijke en Laila. Café Riche is een heel mooi restaurantje met een leuk oud keldertje waar vroeger de stencils gedrukt werden voor het verzet. Tevens hangt het historische restaurant vol met portretten van vroegere stamgasten waaronder zeer beroemde Egyptische toneel- en filmacteurs. We hebben hier heerlijk gegeten en gedronken en de bediening gehad van een Nubische ober. Erg leuk allemaal. Nu maar eens naar bedje toe, want morgen gaan we dan echt beginnen met de rondreis. We gaan de woestenij in.

Dag 4 Caïro - Bahariyya-oase
Om 8 uur wil Noyan vertrekken, maar omdat er zovelen ziek zijn loopt het ietsje uit. Wij hebben vannacht om en om het toilet bezocht en Eefje heeft nog in de douche op de grond gelegen om maar een beetje af te koelen. 's Ochtends samen heerlijk aan de plaspoep. Zelfs zo erg dat Eefje al op het toilet zat dat Etiënne zijn dunne ontlasting in de badkuip heeft moeten dumpen. Het was niet te houden. De diarree en koortsige aanvallen blijven komen. Met een reisdag van ongeveer 6 uur voor de boeg per busje slikken we maar enkele diarreeremmers. Goed ziek wordt het eerste gedeelte van de reis door veel mensen slapend doorgebracht en stoppen we in een buitenwijk van Caïro nog even voor extra waterflessen, droge koekjes en een toilet. Eefje moet snel naar het toilet en Etiënne steekt in een steegje maar eventjes de vinger in de keel. We verlaten de hectiek van de grote stad en trekken de woestijn in. Zodra we Caïro uitrijden verandert de omgeving al heel snel in een dorre woestijn. Het contrast had niet groter kunnen zijn. Je bent niet in Egypte geweest als je de woestijn niet hebt gezien. Afgezien van de oevers van de Nijl en de kuststrook, bestaat Egypte voor 95 procent uit woestijn. Hier woont slechts één procent van de bevolking. Halverwege maken we nog een tussenstop bij een zeer smerig tankstation onder andere voor een glaasje zwarte thee wat goed schijnt te zijn tegen maagkrampen. Etiënne en Laurens gaan buiten heerlijk in het zand genieten van de hete woestijnzon. Op een gegeven moment gaat Etiënne ook naar het toilet en ziet Pram daar zijn voeten wassen. Rare jongen dachten we nog, maar wat bleek het geval. Hij was dapper naar het verschrikkelijk smerige toilet gegaan om even een plasje te doen. Daarbij gaat hij zoals gewoonlijk alle mannen doen voor het urinoir staan en laat het leven de vrije loop. Daarbij voelt hij dat zijn voeten nat worden en denkt dat hij te ver van het urinoir afstaat (het is namelijk een beetje donker binnen). Nog dichterbij worden zijn voeten weer nat en ziet hij dat het urinoir niet op de afvoer is aangesloten. We hebben ons echt een deuk gelachen en zijn maar buiten in het zand wild om ons heen gaan plassen. We raken er ook nog aan de praat met enkele Egyptische vrachtwagenchauffeurs. Je kent het wel, Marco van Basten, Ruud Gullit, Etiënne Jansen en Frank Rijkaard, ha ha. Bij de eerste oase die we aandoen gaan we rond half vier lunchen. Warme tomatensoep met vermicelli en rundvlees met rijst. En een soort auberginegroente in tomatensaus staan op het menu. Helaas kunnen we niet alles opeten, want we zijn al blij wanneer we één korrel rijst binnen kunnen houden. Deze eerste nacht slapen we in een eenvoudige accommodatie in de Bahariyya-oase. Nou ja eenvoudig... Wij vinden het echt een schitterend kamertje, helemaal beschilderd van onder naar boven, vlak buiten het dorpje bij de oase. Heel pittoresk en knus. De bedoeïen in dit kamp zorgen ervoor dat we een heerlijke traditionele maaltijd krijgen (kip met rijst). In de namiddag gaan we (zonder Eefje, want die gaat nog niet lekker) nog een flinke wandeling maken de bergen in en 's avonds genieten van de ondergaande zon vanaf het fort op de zwarte berg. In deze Westelijke woestijnen heerst nog een totale verlatenheid in tegenstelling tot de rest van de wereld. Alleen al de omvang van dit gebied is overweldigend. In de tijd van de farao's was Bahariyya een belangrijk landbouwcentrum. Het exporteerde veel wijnen naar het Nijldal. Nu komen hier veel dadels (staat Egypte sowieso wel vol van) en olijven. Bawiti, het grootste dorp, worden de kleistenen huizen omringd door palmbossen. Bahariyya wordt omringd door heuvels/ bergen. De zwarte berg waar wij naartoe lopen ligt 7 km ten noordoosten van Bawiti. Het wordt ook wel de Engelse berg genoemd, naar de Britse uitkijkpost uit de Eerste Wereldoorlog op de top (het fort). De tocht naar boven duurt ongeveer een uurtje en het is lekker stoffig. Een gids uit het dorp begeleidt ons hierbij. Boven word je beloond met een prachtig uitzicht. Nu maar wachten op die zonsondergang. Schitterend. Ondertussen werkt Eefje in het kamp ons dagboekje bij en is ze heerlijk aan het genieten van de stilte en de rust en de mooie omgeving in de oase. De mensen in het kamp zijn nog volop bezig piepkleine lodges te bouwen. Ze zijn hier ontzettend aardig. Niets vergeleken met de mensen in en rondom het Nijldal. 's Avonds spelen lokale mannen op de instrumenten en er wordt volop gedanst. Eigenlijk vinden we dit moment best bijzonder. Lekker diep in de woestijn met onze eigen band, geweldig.

Dag 5 Bahariyya-oase - Farafra-oase
's Ochtends lekker ontbijten met een gekookt eitje, jam, la vache quirit en Egyptisch bruinbrood. Vandaag staat er een rustig dagje op het programma. We hebben alle tijd om de oase op ons gemak te verkennen. We gaan eerst naar het dorp om daar een lekker rond te neuzen. Het is een traditioneel hedendaags Egyptisch dorpje vol met leven. Heel anders dan in de stad. Een blanke is hier nog best een vreemde snuiter. De mensen zijn nog iets traditioneler. Velen willen dan ook niet op de foto, in tegenstelling tot enkele kinderen. Die kunnen er geen genoeg van krijgen. Vooral de digitale camera's, waarop ze zichzelf meteen kunnen zien, trekken de aandacht. De ouderen zijn minder enthousiast, maar verder best aardig. Hier wordt nog heel veel gebruik gemaakt van ezeltjes en een vrachtwagen is hier een platte kar. De oudere mannen zitten lekker aan de waterpijp op de stoep of terrasjes. Eefje moet nog heel nodig even toiletteren, dus rondvragen dan maar. Een man biedt aan om bij hem de behoefte te doen. Het toiletje wordt nog speciaal voor Eefje schoongemaakt, door er een emmer water doorheen te gooien. Prima service! Voor de lunch gaan we terug naar ons kamp om na de lunch nog enkele uurtjes in de oase te relaxen, voordat we de woestijn intrekken. Er wordt vaak veel tegen de avond gereisd, want om overdag door de woestijn te trekken is vaak gekkenwerk. Temperaturen rond de 53 graden. De temperatuur is ooit in de Libische woestijn tot een recordhoogte gestegen, boven de 60 graden. Maar dat maken wij helaas niet mee. Zo'n 20 km ten zuiden van Bahariyya begint de Zwarte Woestijn. Deze ontstond toen de donkere rotsformaties erodeerden door de wind. Verder naar het zuiden glinstert de Kristalberg, die veel kwarts bevat, in de zon. De oases in Egypte beschikken over zoveel water dat planten er permanent kunnen gedijen en mensen/ dieren zich er kunnen vestigen. De waterspiegel reikt hier bijna tot aan de oppervlakte. De oasen zijn er in alle vormen en maten, variërend van een paar palmen rond een bron tot grote wateroppervlakken die voldoende zijn om hele steden te bevoorraden. Oasen vormen een ideale leefomgeving voor allerlei soorten dieren. Jammer genoeg zie je ook overbevolking in Egypte waardoor oasen in gevaar komen. 's Middags rijden we weer verder de woestijn in. De structuur van de bodem verandert van fijn stuifzand tot rotsformaties, het zand verkleurt van wit via geel en oranje naar bruin en zwart. Met name de Witte Woestijn is schitterend. Onderweg komen we nog die Kristalberg tegen en stoppen daar om eens wat kristallen te verzamelen na een kleine wandeling. Je voelt hier de zon echt werken, fantastisch. De rotsformaties, hier en daar door water en wind geërodeerd tot een soort van gigantische paddestoelen geven een geweldige indruk. Het geeft een komisch gezicht. Hier ervaren we het echte ‘woestijngevoel’, we kamperen hier een nacht in de woestijn. (Nou ja kamperen...? We leggen een doek neer en gaan erop liggen). De Bedoeïenen van gisteren verzorgen vanavond het kampje. Hiervoor nemen ze kookspullen mee en ze hebben vooraf voedsel ingeslagen, om samen met ons een beetje te koken. Voor de reis kregen wij als advies mee dat we een slaapzak nodig zouden hebben voor in de woestijnen omdat de temperatuur ’s nachts behoorlijk daalt. Nou voor deze witte woestijn hebben we niet meer nodig gehad dan een T-shirt of een lakenzak om in te slapen. Voor de rest was het 's nachts echt wel warm genoeg, misschien dat we hem nodig hebben in de volgende woestijnnacht. We genieten hier van de zoveelste mooie zonsondergang. De bedoeïen hebben gezorgd voor natuurlijk Kip met rijst, en soep. Na het eten maken ze muziek en kan het feestje midden in de woestijn beginnen. Na wat dansen en liedjes zingen gaan we nog limbodansen, heel gezellig allemaal. Doordat het vochtgehalte in de lucht gering is en er weinig of geen kunstlicht in de verre omgeving is, hebben we een zeer helder uitzicht over het heelal. We zien talloze vallende sterren en de melkweg. De sterrenhemel straalt zo veel licht uit dat je ’s nachts kilometers ver de woestijn in kunt kijken. Dit is echt een fantastische ervaring, zo in the middle of nowhere op je rug in het zand liggen en de hele nacht naar boven kijken. Ongelooflijk mooi en vele vele sterren. Schitterend, dat hadden we niet willen missen. We worden ook regelmatig bezocht door kleine woestijnvossen, heel leuk om mee te maken. De beestjes snuffelen door je spulletjes. Op een gegeven moment lopen er een stuk of drie. Je vraagt je af waar die van leven in zo'n woestijn. Enkele van onze groep besluiten om op een verhoging te gaan liggen uit angst voor schorpioentjes en dergelijke. Helaas hebben we die deze vakantie niet gezien. 's Nachts lopen Laurens, Pram, Noyan en Etiënne lekker met de witte billen in de zwoele nacht. Ze geven licht door het witte zand en de stralende hemel, een grappig 'gezicht'. Er komt nog een lekker briesje opzetten wat lekker verkoelend werkt. Zo overnachten in de woestijn enkele honderden kilometers van de bewoonde wereld zijn echt de hoogtepunten van onze rondreis, dat hadden we niet willen missen. Nu zit er dus weer een dag op van de vijf dagen die we dwars door de Libische woestijnen naar het zuiden trekken. Onze 'ontdekkingstocht' voert ons over oude karavaanroutes door wadi’s (drooggevallen rivierbeddingen), laagvlaktes en heuvels, en wordt afgewisseld door groene oases, omringd door dadelpalmen. In dit droge en snikhete landschap doemen de groene paradijsjes op als fata morgana’s. Verlaten tempels van voor de jaartelling staan eenzaam in de brandende zon. Unieke ervaring.

Dag 6 Farafra oase - Dakhla-oase
's Ochtends nuttigen we nog een heerlijk ontbijtje alvorens we weer verder trekken richting de Farafra oase. Weer een lange tocht van 200 km voor de boeg, waar we nog langs het zandmeer komen die op 140 kilometer van de grens met Libië ligt. Hier worden echt temperatuurrecords gevestigd. We stoppen even om enkele fotootjes te nemen van de hete woestijn. Het hier zo ontzettend heet dat onze videocamera en fotocamera even op adem moeten komen. De overgang van aarde naar hemel is heel vaag. De horizon is dan ook moeilijk aan het wijzen. Onderweg komen we trouwens telkens politieposten tegen die ons nummerbord noteren en steeds tellen of we nog compleet zijn. Een toerist is hier duidelijk heilig, die moet je niet kwijt raken. Bij een dergelijke post in het midden van de woestijn zitten vaak zo'n drie tot zes agenten in een klein pandje. Lekker te bakken in de zon. Ongelooflijke baan eigenlijk. Niets voor ons. Aangekomen bij de Farafra oase is een warmwaterbron waar we met z'n allen heerlijk inspringen. Het water is zeer warm en wordt door buizen gepompt in een betonnen bak. Van hieruit wordt het water verspreid over akkers. Het water en de modder is erg roestig dus iedereen heeft een oranje huid en de vlekken in de zwembroek krijgen we er dan ook niet meer uit. Onze chauffeur Mohammed Mustafa (Moemoe) komt er ook lekker bij net als de gids Isaan. De groep krijgt steeds meer contact met deze mannen en we hebben het idee dat zij het ook meer en meer naar de zin hebben. Het is wel lachen met die moemoe want hij trekt Pram de zwembroek uit en er wordt flink gesard over en weer. Farafra is de meest afgelegen en dunstbevolkte oase in het nieuwe dal, is een vredig oord. De inwoners, vooral bedoeïen, staan bekend om hun hang naar traditie en hun vroomheid. De grootste nederzetting is Al-Farafra. Je ziet hier nog beschilderde huizen van kleisteen, maar helaas ook betonnen woonblokken - het resultaat van pogingen van de regering om mensen van buiten het gebied aan te trekken. Na deze niet echt verkoelende duik gaan we bij deze oase nog langs bij een kunstenaar die de moderne en oude Bedoeïen kunst fantastisch weet te etaleren. Het dorpsmuseum herbergt sculpturen van het leven in de oase van de plaatselijke kunstenaar Badr, een zeer aardige man. Na dit bezoekje gaan we even iets drinken op een terrasje langs de weg, vervolgens gaan we weer op weg naar de volgende oase waar we weer zullen overnachten (Dakhla oase). Onderweg komen we langs een verlaten 500 jarig Bedoeïendorpje, Al-Qasr. We zien daar hoe de Bedoeïen honderden jaren geleden hun dorpjes bouwden met moskee en zelfs een rechtszaal. De smalle vaak overdekte kronkelstraatjes en kleistenen huizen verlenen Al-Qasr, 27 km ten noordwesten van het dorpje Mut, een middeleeuws karakter. Het plaatsje heeft dus een 12e eeuwse moskee en een madrassa (school) uit de 10e eeuw. Het uitzicht vanaf het dak is werkelijk schitterend. Aangekomen in Dakhla bereiken we ons bedoeïenkamp, waar we overnachten. Dit is weer een heel knus kampje met heel kleine vaak rieten hutjes voor twee personen. Het blijft eentonig maar het is erg heet hier. Na de late lunch gaan we om 18.00 uur zwemmen bij iemand die eigenhandig een zwembad heeft gebouwd op het dak van zijn huisje. Het water komt van de warmwaterbron en is dus weer lekker warm. Voor hier is het eigenlijk heel luxe. De man heeft de hele boel betegeld met van die blauwe zeetegels. Hij ziet geld in ons want hij heeft zelfs gezorgd voor koude drankjes en stoelen rond het zwembadje. Zelf bespeelt hij dan ook nog een instrument en de waterpijp wordt ook weer te voorschijn gehaald. Wat wil je nog meer, zo midden in de woestenij? Terug op het kamp krijgen we lekker kip met rijst en vervolgens wordt er de rest van de avond gedanst op de muziek van de lokale mannen hier. Het lijkt wel of iedere Egyptenaar een instrument kan bespelen. Een van de bedoeïen is zo los in de heupen dat het net lijkt alsof hij zijn onderlichaam los heeft van zijn bovenlichaam, dus iedereen de zanderige dansvloer op. Terwijl iedereen gaat slapen hebben Etiënne, Pram, Noyan en Mohammed een andere gids de hele nacht tot een uur of 04.00 uur gediscussieerd over de wereldpolitiek, de islam, Amerika etcetera. Zo kom je er achter dat in Amerika (Pram is namelijk Amerikaan) en in de Moslim wereld geheel verschillend wordt gedacht over bepaalde zaken. Je weet wel Koeweit, Irak enzovoorts. De propaganda van islamitische televisiezenders en de Amerikaanse zender. Je krijgt ook een beetje het idee dat je in Nederland (Europa) er een beetje tusseninzit. Toch valt op dat Arabieren/ Islamieten gewoon fanatieker zijn in de discussie en echt vinden dat Amerika zich met z'n eigen zaken moet bemoeien. Conclusie: Religie is de oorzaak van alle verschillen, jammer want we bestaan allemaal uit hetzelfde DNA.... Maar genoeg hierover..

Dag 7 Dakhla-oase - Al-Kharga-oase
Dakhla wordt nu met haar weelderig groen en honderden bronnen beschouwd als de mooiste oase. In het noorden strekken rozige rotsen zich uit tot aan de horizon. Op de akkers groeien olijven, dadels, tarwe en rijst. 's Ochtends na het ontbijt zijn we met twee jeeps naar een van die echte natuurlijke bronnen gereden. Tussen enkele palmbomen midden in de woestijn ligt de bron. Vanaf de naastgelegen duin spring je dan ongeveer 2 meter omlaag in een vreemd bubbelend water. Onze gids zegt dat de bron wel zo'n 200 meter diep gaat, maar wel volledig gevuld is met zand. Ondanks de hoge sprong kom je eigenlijk nauwelijks onder water want de bubbels met zand duwen je meteen weer naar boven. Het geeft een heel vreemd gevoel aan benen en lichaam. Het gekriebel van zand maakt ons allemaal erg lacherig. Plots zien we daar de groep begeleiders met kamelen komen. Afdrogen en hop op een kameel. Bovenop de kameel zitten we nog aardig relaxed en kunnen we heerlijk genieten van de tocht door het mooie landschap van palmen en zandduinen. Etiënne krijgt het enige mannetje, het is echt een joekel van een beest, enorm hoog. Eefje zit op een vrouwtje die ook nog 2 jongen achter zich aan heeft lopen die constant van de moeder willen komen drinken. Een komisch gezicht. Pram en Isaan (gids) lopen te rotzooien en te duwen met hun kamelen. Op een gegeven moment stap Pram over op de kameel van Isaan, waardoor Isaan langzaam maar zeker naar achteren zakt over de billen van de kameel. Er wordt ontzettend veel gelachen en helemaal als de kameel ineens begint te schijten en plassen terwijl Isaan aan zijn achterkant vast hangt. We houden het bijna niet meer van het lachen. Isaan zit echt helemaal onder en gebruikt de waterflessen om alles weer schoon te maken. De rest van de tocht doet hij dan ook maar te voet. Geweldige kerel is dat. Onder het gehobbel en soms wat geduw van die beesten komen we na ruim anderhalf uur weer op het kamp. Als je je woestijnervaring echt diepgang wilt geven, moet je hier een kameel nemen om een trip van een paar uur te maken. Een onvergetelijke ervaring, al was het maar vanwege de spierpijn de volgende dag. De lunch nuttigen we in het nabijgelegen dorpje toevallig bij de broer van de zwembadeigenaar. Je raadt het al, we krijgen kip met rijst en wat groente met soep. Na de lunch vertrekken we weer voor een lange busreis (190 km) de woestijnen in richting onze volgende overnachtingplaats (Kharga oase). Ook nu weer reizen de Bedoeïenen van het kamp van gisteren met ons mee, om een kampeerovernachting te organiseren. Kharga, de grootste oase, was de belangrijke voorlaatste halte op de weg der Veertig dagen, de beruchte slavenhandelsweg tussen Sudan en Egypte. Het huidige El-Kharga is niet echt mooi, tenminste wat we er vluchtig van zien. We strijken neer aan het uiterste randje van de Al-Kharga-oase. Om precies te zijn heet dit stuk de Baris-oase. Voor ons ligt de woestijn (echte zandduinen van de Sahara zoals je die van televisie kent), achter ons slechts de landbouwgrondjes van de bedoeïenen, die een eind verderop in de oase wonen. 's Nachts, als iedereen slaapt, hoor je hier slechts het geritsel van de geiten die in de oase los rondlopen. Er komen twee jongetjes op mooie Arabische paardjes aan. En Eefje maakt een ritje op dit felle beestje. Prachtige statige beesten. De jongens galopperen daarna weer in een rap tempo weg. Na gegeten te hebben rond het kampvuur liggen we weer in het zand onder de prachtige heldere sterrenhemel. We slapen met z'n allen rond het kampvuur en als dat dooft hebben we dit keer toch wel de slaapzak nodig. Want het koelt enorm snel af. Het blijft een prachtige herinnering, ondergaande zon achter de enorme zandduinen. Het zand is hier mooi oranje, dus samen met het rode oranje zonlicht geeft dat een schitterend schouwspel.

Dag 8 Al-Kharga-oase - Aswan
Om 05.00 uur moeten we eigenlijk al opstaan om het konvooi in Luxor richting Aswan te halen, maar we zijn allemaal wat verlaat. Het is ook nog stikke donker. Hup hup de bus in en Mohammed heeft zelfs een beetje stress, of hij het konvooi van 11.00 uur wel haalt. Dat waren dan de Westelijke woestijnen, een gebied van bijna 3 miljoen vierkante kilometer: van de westoever van de Nijl tot aan Libië en van Soedan praktisch tot aan de Middellandse Zee. En er woont bijna geen mens. De airco niet aan en planken met die bus. Mohammed is de beste, want hij krijgt ons nog ruim op tijd in Luxor bij het konvooi (10.59 uur sluiten we aan!). Op deze vijfde dag van ons ‘nomadenbestaan’ zien we, net als de nomaden in vroeger tijden, een brede strook groen opdoemen. Een teken dat de Nijl niet ver meer is. Met een gevoel van spijt keren we dus weer terug in de ‘bewoonde wereld’. Nog even snel poepen en plassen en meteen door naar Aswan in een door de politie begeleid konvooi. De route van Luxor naar Aswan is heel anders dan de woestijnen die we zojuist hebben verlaten. We rijden nu steeds langs de Nijl waar het heel mooi is met de bergen en de woestijn op de achtergrond. Je ziet gewoon een smalle groene strook en meteen een meter erachter het zand van de woestijn. Gek eigenlijk. Het is trouwens wel duidelijk, waar water is, is leven. Luxor en Aswan lijken wel wereldsteden want voor het gevoel barst het ineens van de mensen. Mooie en tevens arme dorpjes passeren we, overal zijn de mensen bezig met de landbouw. Elk strookje wordt benut. Alle oude ambachten passeren de revue, terug in de tijd. In Aswan aangekomen rijden we meteen richting een hotelletje ('Oscar'). Het is een oud koloniaal gebouwtje met voor ons een ruime drie persoonskamer en een prima douche (zonverwarmd water). Het feit dat je in het hotel het stof van een aantal dagen van je lichaam kunt spoelen is meer dan welkom, wat een luxe! Na een snelle douche gaan we in Aswan op zoek naar een chloor zwembad. Aan de Nijl vinden we een luxe resort waar wij tegen betaling een frisse duik mogen nemen. Vanuit het zwembad hebben we een schitterend uitzicht over de Nijl en de woestijn met bergen. Best indrukwekkend. Precies zoals je in folders zou kunnen zien. Clubsandwiches eten en relaxen. Aswan, de zuidelijkste stad van Egypte, diende in vroeger tijden als uitvalsbasis voor militaire expedities naar Nubië en Sudan. Aswan lag op het kruispunt van oude handelsroutes tussen Egypte, donker Afrika en India en ontwikkelde zich dan ook tot een welvarende marktplaats waar exotische waar werd verhandeld. De stad ligt aan het mooiste deel van de Nijl, waar de woestijn werkelijk tot aan de oever reikt en overal eilandjes opdoemen in het water. Er woont een grote Nubische gemeenschap. De sfeer is hier zeer aangenaam en ontspannen. Om 20.00 uur of zo gaan we luxe dineren. Iedereen wil wel eens wat anders dan kip met rijst en bonen in tomatensaus. Het restaurantje dat we uitkiezen ligt aan de Nijl. Sterker nog het is een drijvende boot op de Nijl. Het is a la carte maar de bediening is waardeloos eigenlijk. Een Engelssprekende ober is boos op een van zijn collega's. In plaats van verse sapjes krijgen we uit een flesje aangelengd met water (ja slim zijn ze zeker). We bestellen wijn met 4 glazen en krijgen er dan maar twee. Later bestellen we nog drie keer een fles water met twee glazen. Bij de derde keer komt er dan eindelijk iemand met water aanzetten en 1 glas. Nadat Eefje nog een glas vraagt komt de ober eerst nog met 2 wijnglazen die eigenlijk voor water hadden moeten zijn en 10 minuten later wordt ze overladen met 4 water glazen. Echt een chaos en er zitten verder niet eens super veel klanten. Het eten is echter goed en wordt ook meteen op tijd gebracht. Het duurt even, maar dan heb je ook wat. Na het eten zamelen we nog wat geld in voor Mohammed, want die heeft door alle haast van vandaag zijn mobieltje (van zijn baas) in het busje laten liggen en die is door iemand eruit gestolen. Een mobieltje wordt op zijn salaris ingehouden door zijn strenge baas en die kosten hier veel geld. En hij verdient maar 200 euro per maand ongeveer. Hij was er de gehele dag heel verdrietig van. Volgens de reisleider moet hij er drie maanden voor sparen. Dus besluiten we met z'n allen ongeveer 10 euro te lappen voor een nieuw mobieltje. Hopelijk wordt hij dan weer de vrolijke Mohammed. 's Avonds overhandigen we dit hem. Eerst weigert hij nog 2 keer, maar uiteindelijk kan hij zijn geluk niet op. 's Avonds flaneren we fris over de Corniche, de boulevard langs de Nijl, en verbaas je je over de lichtheid van het bestaan. De Nubiërs, die hier in de meerderheid zijn, zijn immers een vrolijk volkje. Na nog een waterpijp te roken en wat drankjes, waarbij we in eerste instantie gruwelijk worden afgezet gaan we slapen.

Dag 9 Aswan
Lekker uitgeslapen, we hebben om 16.30 uur pas weer een excursie op het programma en kunnen de dag dus zelf indelen. Om 08.45 uur gaan we eerst ontbijten in het hotelletje, waarna we het stadje intrekken. Het is 's ochtends nog lekker druk met de lokale Egyptenaren op de Bazaar en we kijken onze ogen uit. Slagerijen, Groenteboeren en andere marktlieden, geweldig. Op de uitgestrekte markt (Sharia as-Souq) van Aswan is van alles te koop. Van aanlokkelijke, geborduurde galabiyya's (lange gewaden) en kleurige mutsjes tot geurige specerijen, levende dieren (veel kippen) en verse groenten. Het is een genot om rond te dwalen in de chaotische, volgepakte wirwar van smalle stegen en de exotische sfeer van de kleurrijke Soek te proeven. De markt loopt hier parallel aan de Nijl dus de weg kwijt raken is moeilijk. Naarmate we verder van de drukke hoofdstraat, Sharia as-Souq, en de Nijloever afdwalen, richt de markt zich beduidend minder op toeristen. In Aswan wanen we onszelf weer in Afrika. De tropische temperatuur en het grote aantal Nubiërs dat hier woont, geven de stad het ‘easy going’-karakter. Dit Afrikaanse volk leefde vroeger voornamelijk langs de Nijl ten zuiden van Aswan. Toen de Nasser-dam voltooid was, werden zij gedwongen te verhuizen omdat hun dorpen onder water kwamen te staan. Een deel vertrok naar Sudan en een ander deel ging in Aswan wonen. Boven de steegjes van de bazaar zijn doeken gehangen om de zon te weren. Hier worden naast kruiden en stoffen ook andere artikelen uit Afrika verkocht. In de theehuizen zitten de mannen aan de thee en de she sha (waterpijp met zoete vruchtentabak). Je kunt hier rustig aanschuiven en meedoen met het populaire domino of backgammon. De omgeving van Aswan is heuvelachtig en de bodem bevat veel graniet, dat de oude farao’s al als bouwstenen voor tempels en obelisken gebruikten. Ten zuiden van Aswan is de Nijl met zijn hoge oevers mooier en grilliger dan elders in het land. Op de markt moeten we overal specerijen komen proeven en ruiken. Elk winkeltje moeten we van de verkopers komen bezoeken. Ze zijn allemaal wel aardig maar ze willen eigenlijk alleen maar verkopen. Je hebt afgedaan als je niets koopt. Teveel spullen kopen voor teveel geld, dus dat doen we maar niet. Na wat foto's en filmpjes koopt Eefje een paar mooie flaneerslippers voor 's avonds op de Corniche. 's Middags gaan we weer lekker zwemmen en bijbruinen. Het is hier dan zo'n 49 graden in de zon en de verkoeling van het zwembad is erg welkom. Rond half vijf vertrekken we met een motorbootje naar de Botanische tuinen in de Nijl, het eiland van Kitchener. Het is een van de aangenaamste plekken van Aswan en dat kun je ook wel zien. Eén grote weelderige botanische tuin waar je heerlijk kunt wandelen of lekker onder de bomen kunt uitrusten. Al vinden we dat het zijn mooiste tijd wel gehad heeft eigenlijk. In de zeer hoge Egyptische vijgenbomen, kokospalmen en dadelpalmen huizen allerlei kleurige vogels en witte koereigers. Bij zonsondergang is hun gezang overal op het eiland te horen. Aan de overkant van de rivier zie je het paleis en de graftombe van Aga Khan, gelegen tussen enorme zandduinen. Vervolgens varen we richting een oud Nubisch dorpje. Het dorpje is ietwat toeristisch, de kindertjes staan je al op te wachten om je armbandjes en andere spulletjes te verkopen. Maar de mensen zijn verder wel aardig. Het is een volledig versierd dorpje. Alle muren zijn blauw en de vrouwen maar ook de mannen pronken met hun baby's voor de foto's waarna ze graag picture money ontvangen natuurlijk. Verder hebben ze daar kleine kaaimannen die je in je hand mag nemen om een foto te maken. En een klein vrouwtje zet voor 10 Egyptische ponden een Henna tatoo. We denken dat zij met 10 pond per tatoeage per uur meer verdient dan wij allemaal, zo snel als ze die dingen zet. We krijgen daar heerlijke kippenboutjes en varen vervolgens 's nachts terug in het bootje naar Aswan. Vanavond drinken we wat op het binnenplein van het hotel, want we moeten om 02.45 uur weer op voor de excursie naar Abu Simbel. Rond 23.00 uur kunnen we trouwens onze was ophalen die we voor 15 E.pond helemaal met de hand hebben laten wassen. Lekker fris ruikt het.

Dag 10 Abu Simbel - Aswan
02:45 uur de wekker gaat, douchen, lunchpakketje mee en in de bus. Om 04.00 uur staat een gids ons op te wachten, er vertrekt namelijk weer een konvooi die ons naar Abu Simbel brengt. Het konvooi is gigantisch lang. Een beetje misselijk zijn de meeste mensen of van de vroege thee of van alle uitlaatgassen. De weg naar Abu Simbel bestaat alleen maar uit één enorm lange asfaltweg waarop flink geracet wordt, omringd door een gigantische zandbak. De tocht duurt zo'n 3 a 4 uurtjes, dus voor velen tijd om te slapen in de bus. Langzaam maar zeker zie je de hemel lichter kleuren en we worden beloond met een spectaculaire zonsopgang in het midden van het niets. En omdat we lekker vroeg gaan, zijn we de grootste hitte voor. Eenmaal aangekomen rond 08.30 uur hebben we tot 10.00 uur om rond te kijken. De meest imposante tempel in Zuid-Egypte is toch de tempel van Ramses II in Abu Simbel. Dit indrukwekkende rotstempelcomplex ligt eenzaam in de snikhete woestijn, 280 kilometer ten zuiden van Aswan, nabij de Sudanese grens. Het hele complex is in de jaren zestig verplaatst omdat het, door de aanleg van de Nasser-dam, onder water zou komen te staan. We kunnen ons bijna niet voorstellen dat dit een gigantisch project is geweest waaraan experts uit de hele wereld hebben meegewerkt. De tempel met haar vier 20 meter hoge kolossen van Ramses is 200 meter verder en 65 meter hoger weer opgebouwd. Hetzelfde geldt voor de aangrenzende tempel van Hathor, gewijd aan Ramses’ vrouw Nefertari. De hele klus duurde vier jaar. Veel korter natuurlijk dan de oorspronkelijke bouw 2300 jaar geleden. De 33 meter hoge façade waarop de vier beelden van Ramses II staan moest ontzag en vrees inboezemen, terwijl het interieur de vereniging van god en koning benadrukte. Binnenin is het allemaal schitterend, overal hiëroglyfen en enorme beelden die uit de berg zijn gehakt. Gelukkig mogen we wel filmen binnen, fotograferen is verboden (vanwege het flitsen). Heel indrukwekkend allemaal en ongelooflijk dat ze dit 2300 jaar geleden gemaakt hebben. Wat een werk! Om 10.00 uur weer het hele eind terug met het konvooi. Onderweg worden enkele mensen nog wat ongerust omdat Mohammed af en toe wat zit in te suffen achter het stuur. Het is ook zeer eentonig, zand, zand en nog eens zand, met één rechte zwarte asfaltstreep van 280 kilometer. Noyan moet hem dus wakker houden, wat voor Noyan ook een zware taak is aangezien hij nog geen 3 minuten wakker kan blijven. Noyan is echt een levensgenieter die op de tussenstop op de Nasserdam de gids de bus uit zet. Die gids heeft namelijk op de terugweg zijn handjes niet thuis kunnen houden. Hij probeerde telkens Yvonne van onze groep met zijn Arabische handjes over de benen te aaien. Goede actie van Noyan. Hadden we het maar eerder geweten dan hadden we die vent te grazen kunnen nemen middenin de woestijn. Helaas vertelde Yvonne het pas toen we de bus uitstapten. Maar goed, hij is uiteindelijk ontslagen door het bureau waar hij voor werkte. Nog even lekker een laatste duik in het zwembad van hotel Isis, met een heerlijke sandwich. Laurens, Laila, Etiënne en Eefje besluiten daarna nog wat te gaan winkelen op de Soek vlak voor het avondeten. Dit wordt echter minder leuk als een Arabier 10 euro wil wisselen voor 50 E.pond. Eefje vindt het namelijk goed en wil haar portemonnee pakken die hij weggrist en daarmee bijna wegrent. Gelukkig heeft Etiënne hem goed vast bij de arm en Etiënne grijpt de Arabier bij de keel. De Arabier schrikt van de plotselinge agressie en laat de portemonnee los, hij bibbert enorm. Hij roept dat hij moslim is en dus geen kwade bedoelingen heeft. Allah lette blijkbaar even niet op. We laten hem maar gaan zonder al te veel klappen te gegeven te hebben, want met al die moslims om ons heen dat zou te veel worden. Door al deze commotie hebben we niet al te veel zin meer in winkelen en gaan terug naar het hotel. Jammer hoor want dat soort gasten verpesten Egypte natuurlijk wel. 's Avonds lekker gegeten, lekkerbekjes met rijst, aardappel, salade en een karameltoetje na. Om 22.00 uur hebben Laurens, Etiënne en Pram een afspraak met Mohammed, die hen gaat helpen met het kopen van een echte galabiyya. Mohammed heeft zich voorbereid en om kwart over tien komt hij de mannen ophalen en neemt ze mee naar een niet-toeristische winkel alwaar allemaal verschillende modellen en maten gepast kunnen worden. Ook Noyan koop er eentje. Buiten de winkel worden alle kleren uitgetrokken (op de onderbroek na) en wordt de galabiyya aan gedaan. Als echte Arabische mannen lopen ze over de Soek terug naar het hotel en voor de eerste keer trekken de vrouwen niet alle aandacht. De galabiyya van Pram moet nog korter gemaakt worden dus er wordt eventjes gestopt bij een naaiateliertje en Mohammed regelt dat de galabiyya 's nachts nog korter wordt gemaakt. Ja, ja hier kan dat allemaal nog. Na 30 minuten is ook die galabiyya perfect. Nog een fotosessie van alle mannen in hun galabiyya in het hotel om vervolgens het bed in te duiken.

Dag 11 Felukka-tocht
De bedoeling vandaag is dat we Aswan per rivier verlaten en wel met een felukka. Een felukka is een goede manier om de Nijl en omgeving te bekijken. Het is een traditioneel zeilschip dat van oudsher wordt gebruikt om goederen over de Nijl te vervoeren. Het grote zeil dient voornamelijk om te sturen en de schippers hebben het nodig om tegen de stroom in weer thuis te komen. We passeren verschillende stroomversnellingen en een aantal eilanden met Nubische dorpjes. Het barst trouwens van de grote cruiseboten hier op de Nijl. Dat maakt het wel minder mooi, maar echt storen doet het niet. Ze stinken wel (uitlaatgassen), maken een hoop herrie en zijn een beetje over hun top. Dus we verlaten Aswan in stijl, per felukka. Bestemming is Kom Ombo, zo'n 40 km stroomafwaarts zeilen vanaf Aswan. Onze grote rugzakken geven we af aan Mohammed die ons morgenmiddag in Kom Ombo zal opwachten met het busje, om ons verder te brengen naar Luxor. Om half tien 's ochtends stappen we uiteindelijk op de felukka bij een oude schipper en zijn zoontje Sahid. Na 10 minuten varen leggen we alweer aan en stapt er nog een oude schipper aan boord. We snappen er niets van, want we zijn weer vertrokken en leggen een minuut of 15 weer aan. Maar hier wordt alles duidelijk. Sahid (jongetje van 8) verbergt zich in de kleine kajuit. Hier worden namelijk de papieren van de oude schipper nagekeken, ook onze kopieën van de paspoorten worden hier bekeken. Alles blijkt in orde met de papieren en de twee oude schippers. Voordat we echt gaan varen leggen we wederom een keertje aan. Nu weer om de oude schipper te lozen en weer een jongentje (16) aan boord te nemen. We denken dat je alleen mag varen met twee volwassenen en dat de twee jongens de zonen zijn van onze eigen oude schipper. De oude schippers houden met elkaar gewoon de schijn op ten opzichte van de politie. Dus onze kapiteinen zijn een jongen van 16, een jongen van 8 en de oude vader. Uiterst traag (want het ontbreekt een beetje aan wind) zien we Aswan uit het zicht verdwijnen. Het landschap trekt tergend langzaam aan ons voorbij. Het is echt een mooie houten boot, maar de eerste tekenen van verveling beginnen na zo'n uurtje of 3 toch wel toe te slaan. De wind is stil en de boot te klein om lekker rond te lopen. Dus meer dan alleen een beetje liggen kun je niet. De omgeving vergoedt wel veel. En wie wil er nu niet zeilen en overnachten op een klein bootje op de Nijl. Rond lunchtijd meren we aan bij een zandduin en kunnen we ook nog even in de Nijl zwemmen. Lekker warm is hij zeker. Het gekke is dat de schippers gewoon water uit de Nijl drinken, voor ons zal dat niet zo'n goed plan zijn. We krijgen tonijn met rode uit, aardappelen, warme en koude groenten met brood, allemaal voorbereid door de bemanning van de felukka, eenvoudig maar goed. De rest van de middag brengen we dus slapend, lezend en van het uitzicht genietend door. We proberen ook regelmatig te praten met de jonge schippers. Vader kan totaal geen Engels en de kleine Sahid ook niet. Bij de oudere Mohammed (16) hebben we meer respons. Zij gaan dus naar school en als ze vrij zijn dan helpen ze mee op de boot. Ze hebben met de familie 3 felukka's en ze vinden het leuk en goed betaalde baantjes. ’s Avonds meren we aan bij een eiland waar we zullen eten en slapen. Mohammed vertelde trouwens ook nog dat zij het water van de Nijl wel gewoon kunnen drinken, het kan alleen niet meer overal en dat vindt hij wel jammer. Ons avondeten wordt weer door de mannen op de boot bereid met een klein vuurtje. We krijgen heerlijke krokante kippenvleugeltjes met tomatenaardappelprut, rijst en salade van komkommer en tomaat. Het smaakt best goed, maar het is eigenlijk veel te weinig. Overnacht wordt er op de boot, onder de overweldigende sterrenhemel.

Dag 12 Kom Ombo - Edfu - Luxor
Rond 03.00 uur in de nacht worden we losgekoppeld van het kleine eilandje en dobberen we verder richting Kom Ombo. Het wordt nog best spannend wanneer een cruiseboot recht op ons afkomt en onze bemanning een beetje in paniek raakt. Onze schipper tracht met lucifertjes te laten zien dat wij daar varen, maar de cruiseboot ziet het volgens ons niet en komt steeds dichterbij, we halen met z'n allen de zaklampen te voorschijn en de schippers beginnen paniekerig de roeispanen te pakken en als een gek te roeien. Etiënne pakt het roer en we draaien gelukkig van het 'cruisebootje' af, ook omdat de cruiseboot op het laatst ons gezien had met zijn grote zoeklicht voorop de boeg. Dat was wat geweest overvaren op de Nijl. We dobberen nog even verder om vervolgens in alle vroegte aan te leggen bij Kom Ombo. We wachten tot het licht wordt en nuttigen dan een ontbijtje. Daar zien we ineens Mohammed de chauffeur aan komen lopen. Iedereen heeft hem gemist. Vlakbij de plaats waar Mohammed zijn busje heeft staan gaan we nog de dubbeltempel van Sobek en Haroeris bezichtigen. Kom Ombo ligt temidden van akkers met suikerriet. Op deze vervallen plek ligt de Grieks-Romeinse tempel, die volledig symmetrisch is. Het telt twee toegangen, twee zuilenhallen en twee heiligdommen. Die ongewone opzet heeft te maken met het feit dat de tempel aan twee goden is gewijd. Links de valkgod Haroeris (Horus de oudere) en rechts de krokodilgod Sobek. We zien hier dan ook enkele krokodillenmummies liggen. Overal op de zuilen zijn versiersels te zien van de lotus of lelie van Opper-Egypte. Ook spotten we het reliëf van de krokodilgod Sobek in mooi uitgekerfde en beschilderde muren. Toch vinden we de tempels erg verwoest, maar dat is ook niet gek na zoveel jaren. We kopen nog enkele scarabee armbandjes van 1 E.pond per stuk van kleine kindjes en we gaan weer op weg met de bus, richting Edfu. Edfu blijkt een heel druk stadje te zijn met veel paarden met koetsen en volop toeristen op de verschillende bazaars. We bezoeken hier de tempel van Horus. Edfu ligt natuurlijk ook aan de Nijl, halverwege Luxor en Aswan. Voor de Egyptenaren was het een belangrijk heiligdom, omdat de valkgod Horus op deze plek fel strijd zou hebben geleverd met zijn oom Seth, die Horus'vader Osiris op wrede wijze om het leven zou hebben gebracht. Deze gigantische tempel, die in de negentiende eeuw weer helemaal uitgegraven is, is één van de meest complete tempels die je in Egypte kunt vinden. Het heeft bijna 2000 jaar onder een laag zand en slib gelegen. In 237 v.C werd begonnen met de bouw van het hoofdcomplex, die 25 jaar in beslag nam. Hoewel het gebouw dus relatief jong is, is het belangrijk voor Egyptologen. Het ontwerp is namelijk op de veel oudere faraonische tempels gebaseerd. De imposante, 36 meter hoge pyloon bevat de gebruikelijke farao voorstellingen. Twee gracieuze zwartgranieten beelden van Horus flankeren de toegang tot de pyloon, die naar een groot hof met zuilengangen en zijvertrekken leidt. We komen eerst in de eerste zuilenhal waarna we doorlopen naar de kleinere tweede zuilenhal met zijvertrekken. Hier werden offeranden opgeslagen voordat ze naar de offerzaal erachter werden overgebracht. Vanuit de offerzaal voert een trap naar het dak, dat uitkijkt over de Nijl en het omringende akkerland. Het trappenhuis is schitterend versierd met voorstellingen van het nieuwjaarsfeest, dat in alle tempels in Egypte werd gevierd. Op de eerste dag van het nieuwe jaar droegen de priesters een beeld van hun tempelgod in processie naar het dak, waar het nieuw leven ontving van de zon. Achter de offerzaal ligt het allerheiligste met een zwartgranieten schrijn. Dit allerheiligste wordt omgeven door een aantal kapellen met prachtige reliëfs, in één ervan staat een model van de godenbark van Horus. Ten zuidwesten van de tempel liggen de resten van Horus geboortehuis. Hier speelde zich het jaarlijkse kroningfeest af, een ritueel waarin de geboorte van Horus en zijn incarnatie als de regerende farao werd gevierd. We zijn echt onder de indruk van de gaafheid van deze tempel, maar goed we moeten weer verder. In de loop van de middag rijden we Luxor binnen, ooit de hoofdstad van het oude Egypte. Hier zitten we in hotel Arabesque. Het is een knus hotelletje met op het dakterras een piepklein zwembadje. 's Middags hebben we 'vrij' om uit te rusten van de afgelopen twee dagen. 's Avonds genieten we op het dakterras van de kunsten van de kok. Hij heeft heerlijk vlees gebakken. Kip, beef, kofta met lekkere roerbak groenten, salade en patat (heb er wel krampjes aan over gehouden). Na het eten gaan we samen met Noyan bier proberen te halen op de plaatselijke Soek om vervolgens lekker verder te relaxen op het dakterras. De hotels verkopen namelijk geen alcohol, maar willen het wel koel houden voor je.

Dag 13 Luxor
Luxor, ook bekend onder haar oude naam Thebe, was gedurende lange tijd de hoofdstad van het oude Egyptische rijk. Vanwege de belangwekkende archeologische vondsten wordt deze stad al eeuwen bezocht door toeristen, schatgravers en archeologen. De indrukwekkende tempel van Luxor herinnert aan deze tijd. Maar nog veel imposanter is het tempelcomplex van Karnak. Farao’s van verschillende dynastieën hebben het gedurende 2000 jaar uitgebouwd tot een zelfstandige stad. En nog steeds is niet alles opgegraven. De triomflaan, die ooit drie kilometer lang was, wordt omgeven door sfinxen, tempels, heilige meren en obelisken. Het kleine museum in Luxor heeft één van de mooiste collecties van Egyptische oudheden. Luxor is dus gebouwd op de oude ruines van Thebe en strekt zich uit langs de oostoever van de Nijl. Het is nu een drukke plaats, die zo'n 150.000 inwoners telt. Vandaag is een vrij in te delen dag en besluiten we samen met Laila en Laurens eerst naar de tempel van Karnak te gaan. In een kitscherige paardenkoets voor 10 E.pond komen we na 15 minuten aan. Het is nog lekker rustig want we zijn heel vroeg, er zijn dus nog maar weinig toeristen. Het hart van het immens grote complex van Karnak wordt gevormd door de tempel van Amon, de koning der goden. De tempel is echt overweldigend. Er zijn grote binnenhoven, zuilenhallen, kolossen, een groot heilig meer, het houdt maar niet op. Het complex lag ruim 1000 jaar onder het zand bedolven voordat het halverwege de 19e eeuw begonnen werd met de opgravingen. We zien dat ze nu nog volop bezig zijn. Het restaureren, een enorme taak, is dus nog lang niet voltooid. Het dak van de grote hypostylehal werd gedragen door 134 gigantische zuilen. Voor de ingang van deze hal staat een imposant granieten beeld van Ramses II, met een van zijn dochters aan zijn voeten. In het heilige meer reinigden priesters zichzelf voordat ze rituelen uitvoerden in de tempel. Ten noorden ervan staat een stenen scarabee van Chepri, gebouwd door Amenhotep III. Dit Karnak is duidelijk het belangrijkste farao monument van Egypte na de piramiden van Gizeh. Het heeft een oppervlakte van 40 hectare en ligt dus ietsjes ten noorden van Luxor. Thebe moet wel heel belangrijk zijn geweest. Het is echt heel mooi. We krijgen nog van een agent een mooi fotografeerplekje aangewezen voor een overzichtsfoto en als we terugkomen vraagt een arabier die daar toevallig ook lag, Bakshies (fooi). Die is gek. In heel Luxor praten ze niet met je maar vragen ze meteen om geld, eigenlijk heel vervelend. Wie heeft ze dat toch ooit geleerd? Na de Karnak tempel pakken we een gewone taxi (oude Lada) voor 7 E. pond richting het Luxor museum. Dit museum aan de Corniche (boulevard) halverwege de tempels van Luxor en Karnak, herbergt een fantastische collectie beelden en artefacten uit tempels en graven in de omgeving van Luxor. Bij de ingang zien we een prachtige, vergulde kop van de koegodin Hathor, afkomstig uit het graf van Toetanchamon in het koningsdal. Ook de grote kop van Amenhotep III van roze graniet en het prachtige beeld van Thoetmosis III op de begane grond vallen ons op. Op de eerste verdiepingen hebben ze meer voorwerpen uit het graf van Toetanchamon, zoals een grafbed en twee modelbarken. Gelukkig mag je hier overal fotograferen (niet flitsen). Ook zijn twee borstbeelden te zien van Amenhotep IV (Achnaton) en een herbouwde muur van 283 blokken zandsteen uit de tempel van Achnaton in Karnak. Het hoogtepunt in het museum was voor ons een verzameling prachtig bewaard gebleven beelden uit het Nieuwe Rijk, die in de tempel van Luxor waren ontdekt. Er staat bij dat men dacht dat deze door priesters werden begraven om plaats te maken voor de nieuwe beelden. Er zijn hier 24 stukken tentoongesteld , waaronder een bijna volmaakt, 2,5 meter hoog beeld van Amenhotep III en een beeld van Moet en Amon. Een fantastisch klein museum (goed te belopen en lekker rustig). We gaan te voet verder over de Corniche richting de Luxor tempel. Deze drukke straat loopt dus langs de Nijl van Luxor naar Karnak en is vol met bankjes, boompjes, verkopers, koetsen en cruiseboten. De luxortempel, die opvalt in het hart van de stad, ga je binnen door een door sfinxen geflankeerde laan, die zicht ooit uitstrekte van Luxor tot Karnak (2 km verderop). De gigantische pyloon voor de ingang van de tempel is versierd met voorstellingen van Ramses II. Twee zittende kolossen van Ramses en een 25 meter hoge obelisk van roze graniet flankeren de toegang tot de tempel. Oorspronkelijk stond er nog een obelisk, maar deze werd aan het begin van de 19e eeuw verwijderd en op het Parijse Place de la Concorde neergezet - een cadeautje van de Egyptische heerser Mohammed Ali aan het Franse volk. Achter de eerste pyloon ligt de Zuilenhof van Ramses II. Aan de oostzijde daarvan torent de Abu al-Hagga-moskee er bovenuit. Nog meer zwarte granieten beelden van Ramses bewaken de toegang tot het oorspronkelijke deel van de tempel, dat begint met de majestueuze Zuilengang van Amenhotep III, die 14 zuilen telt. Op de wanden zien we voorstellingen van Toetanchamon. Daarachter ligt dan de zuilenhof van Amenhotep III met zijn dubbele rij papyruszuilen. Zelf vinden we de Karnak tempel mooier, maar deze tempel is toch ook wel het bezichtigen waard. Ondertussen hebben we lekkere trek gekregen want de MC.Donalds straalt hoog boven het tempelcomplex uit. Hier dus een heerlijk Amerikaanse maaltijd genoten met uitzicht op dit mooie tempelcomplex. Daarna lopen we via de Soek weer terug naar hotel Arabesque waar we ons nog even onderdompelen in het zwembadje op dak. 's Avonds gaan we lekker de Soek op (enorm lange straat). Het is heel druk en er wordt veel rotzooi verkocht. Laila en Eefje willen een Egyptische jurk kopen en Mohammed helpt ze daarbij. Helaas hebben ze hier geen galabiyya's voor vrouwen, alleen recht toe recht aan soepjurken zonder enig gevoel voor model. Die Egyptenaren snappen niet zo goed wat de vrouwen zoeken en uiteindelijk zeggen ze dat we hem dan zelf moeten vermaken. Jammer, misschien later in Dahab of zo. Wederom nemen we bier en etenswaren (druiven) mee om te nuttigen op ons prive dakterras, waar het trouwens verboden is voor Mohammed de chauffeur. Met veel pijn en moeite krijgen we hem naar boven. Over discriminatie gesproken. We gaan vervolgens lekker naar bed om de volgende morgen weer om 05.00 uur op te staan.

Dag 14 Luxor
Aan de westkant van de Nijl ligt de dodenstad. De westoever gaan we per ezeltjes verkennen. Nadat we met het pontje de rivier zijn overgestoken, staan de ezeltjes ons al op te wachten. Iedereen kiest een ezeltje uit waar hij de rest van de dag op zal rijden. Het is even wennen maar wel super tof om op die beestjes door de bergen en suikerrietvelden te trekken. Allereerst komen we in een groot suikerrietveld waar de kolossen van Memnon als een soort schildwachten staan. Daarachter bevinden zich de bergen waar diverse tombes en kleinere tempels gegraven of gebouwd zijn. Hosh hosh is stoppen, maar ze lopen heel mak achter elkaar aan en als ze allemaal stoppen is het geen probleem maar in je eentje soms wel. Dus lekker hobbelen, een beetje kletsen tegen je eigen pakezeltje en van de omgeving genieten. Aangekomen bij de tombes moeten we zelf het laatste steile stuk afdalen, want de ezeltjes kunnen dit niet aan met ons op hun rug. Voor hen is het tijd om te eten en drinken. Dit is het Dal der Koningen waar ooit farao’s in hun schatkamer begraven werden. Het afgelegen, dorre Koningsdal was de dodenstad van de farao's van het Nieuwe Rijk. Door hun graven diep in de Thebaanse heuvels te verstoppen, hoopten Thoetmosis I (circa 1500 v.C.) en zijn opvolgers grafschenners te ontmoedigen. Tevergeefs. Ondanks alle geheimzinnigheid werden alle sarcofaagkamers geplunderd, met uitzondering van die van Joeja en Toeja en Toetanchamon dat in 1922 door Howard Carter werd ontdekt. De rotsgraven zelf zijn daarentegen nog gaaf. De meeste graven zijn voor het publiek opengesteld. Enorm lange trappen leiden ons naar de kamers met de tombes; op de wanden hiërogliefen uit het zogenaamde 'Boek van de doden' en schilderingen van het leven van de overledene. Opvallend is dat het in 1932 ontdekte graf van Toetanchamon met zijn vele kunstschatten, veruit het kleinste is. Hij overleed onverwacht en op jonge leeftijd. Men neemt dan ook aan dat de andere graven aanzienlijk meer schatten hebben bevat. We bekijken hier de tombes van Ramses III, V-VI, en IX. Ze zijn allemaal in erg mooie staat. De hiëroglyfen zijn werkelijk prachtig en nog helemaal in kleur. Fotograferen is hier ten strengste verboden. Mensen die het toch doen wordt het fototoestel afgenomen. En terecht. Vervolgens bekijken we daarna dus het graf van Toetanchamon. Zijn beschilderde sarcofaag staat er nog en de ruimte is helemaal beschilderd. Zijn mummie met een gouden masker ligt er nog in. In het Koningsdal zijn in totaal 62 graven gevonden. Buiten is het heel heet in de zon, zo'n 46 graden, heerlijk. Even uitrusten in de schaduw en alles laten bezinken. Daarna weer lekker naar onze ezeltjes en op weg naar het graf van Koningin/ Koning Hatsjepsoet. Waar de heuvels van de woestijn beginnen, ligt de imposante zandkleurige tempel van Hatsjepsoet. Het deels in de rotsen uitgehouwen monument werd ontworpen door Senenmoet, de bouwmeester van koningin Hatsjepsoet. Zij is de vijfde koningin die geregeerd heeft, maar de eerste vrouw die dat gedaan heeft voor 22 jaar lang. Omdat ze vond dat ze niet onderdeed voor koningen is ze op een bepaald moment door het leven gegaan als man. Ze heeft dan ook nog een graf in het koningsdal. De terugweg met de ezeltjes gaat eerst veel bergafwaarts en later door verschillende dorpjes en het groene platteland. Hier krijgen we ook de kans om eens lekker in galop te gaan. Echt toffe beestjes. Eefje's ezeltje wordt op het einde zelfs een beetje agressief. Op een gegeven moment komen we bij een dorpje waar we over moeten stappen in twee lokale taxi's. Die brengen ons naar het huis van onze ezel-agent. Hier gaan we in zijn huis lunchen. Zijn vrouw heeft zich echt uitgesloofd voor ons. Kip, rijst en macaronie met spinazie en tomatensaus. Echt een leuk huisje waar gewoon zand op de vloer ligt. Ach ja die mensen hebben ook niet veel nodig. Na wat foto's van de kindertjes daar gaan we weer richting Luxor met een klein motorbootje. Volledig afgepeigerd lopen we weer terug naar het hotelletje voor een drankje op het dakterras, na eerst onze schoenen te laten poetsen, met uitzicht over de Luxor tempel. Voor 1 E. pond hebben we blinkende wandelschoenen. 's Avonds weer lekker gegeten en heerlijk geflaneerd op de boulevard met zijn vele koloniale hotels en bijbehorende terrasjes. Daarbij kwamen we ook langs de Brooke-dierenkliniek. Deze kliniek zorgt in Luxor voor de vele ondervoede en verwaarloosde paarden en muilezels.

Dag 15 Luxor
Vandaag weer een vrij te besteden dag. Rustig aan gedaan tot een uur of 11.30. We lopen heel relaxed naar de Corniche om met koekjes en blikjes te ontbijten op een bankje met uitzicht over de Nijl. We komen erachter dat verkopers je niet lastig vallen als je daar op een bankje zit te eten en drinken. Zodra je echter gaat lopen wordt je meteen weer gek gezeurd om Felukka tochten te maken, rondritjes in een koets, krantenverkopers (gelukkig geen Nederlandse kranten), of om gewoon dingen te kopen. We gaan eerst naar de Soek want daar willen we nog een groot Egyptische doek kopen. Ze beginnen hoog, zo rond de 150 E.pond, maar je moet ten eerste maar eens delen door tien want anders betaal je veel te veel. Vaak lopen we maar gewoon weg en komen ze ons schreeuwend achterna en dan blijkt dat je dingen echt veel goedkoper kunt krijgen. Ze beseffen dan dat jij het niet zo nodig hoeft te hebben. Gewoon flink moeilijk doen en als ze dan een beetje boos worden kun je het altijd nog kopen. Dan heb je de grens bereikt. Zoiets wordt op een gegeven moment echt een sport. Wel lachen die gasten, want soms willen ze het dan ineens niet meer verkopen en dan loop je gewoon weg. We raken hier ook aan de praat met een Sudanese verkoper die gelukkig een gewoon gesprek kan aangaan zonder iets te verkopen. Hij heeft hele verhalen over het slechte Nederland, met zijn hoeren (alle vrouwen vindt hij), drugs en zijn criminaliteit. In Egypte gebeuren in zijn ogen geen foute dingen. Dat kunnen wij niet over onze kant laten gaan en leggen hem eens fijntjes uit wat wij in onze korte Egyptetijd al wel niet meegemaakt hebben. Bijna beroving, vechtpartijtjes en dergelijke. Hier moet je in konvooien rijden en dan nog die bomaanslagen, enzovoorts.. Uiteindelijk geeft ook hij toe dat in Egypte af en toe vreemde dingen gebeuren maar dat dat vaak geheim wordt gehouden, met name door de regering (angst om al het toerisme kwijt te raken). Uiteindelijk doet hij een aardig boekje open. De politie zou af en toe flink corrupt zijn (ach die de Nederlandse politie doet helemaal niets, dus wat is het verschil). Hij vindt Nederland zelfs stiekem wel een fantastisch land. Hij is er weleens geweest. Hij heeft zoals vele moslims zo zijn behoeften die hij in Egypte niet kwijt kan (te weinig hoeren). Hebben we dus toch gelijk met het denken dat moslim jongens vaak gefrustreerd zijn en best een flinke behoefte aan seks hebben en zich daarom zo richten op de westerse vrouwen. We nemen afscheid en keren terug naar het hotel, als het goed is heeft Noyan een groot zwembad geregeld ergens. In de lobby hangt inderdaad een briefje met waar we moeten wezen. We wisselen onze kleren in voor zwembroek en bikini en vertrekken naar het Novotel aan de Nijl. Zij hebben een boot in de Nijl liggen waarin zich een zwembad bevindt. Mooi uitzicht over de zandduinen, de palmbomen en de langs zeilende felluka's. Bijna geen Egyptenaren in het zwembad, wel veel Engelsen en Duitsers. We vermaken ons hier prima. Ook door het zien van de versierpoging van een Egyptenaar bij een andere Hollandse meid. Zij is na een dagje masseren vrij makkelijk over te halen tot spannendere praktijken. 's Avonds gaan we nog met Laila en Laurens even een milkshake halen bij de Mac en even internetten voor de belachelijke prijs van 8 E.pond per uur. Daarna weer even op het dakterras en naar bed maar weer.

Dag 16 Hurghada
Vanaf Luxor volgen we in konvooi de Nijl naar het noorden en bij Qena rijden we de woestijn in naar het oosten. Na ongeveer zes uur reizen zouden we dan aankomen in Hurghada. In de dorpjes en steden worden hele straten afgezet om ons konvooi door te laten gaan. Alles voor de veiligheid van de toeristen (bang voor terroristische aanslagen, wat toch wel regelmatig voorkomt). Maar ineens ruiken we verbrand rubber en zien we rook aan de zijkant van de bus. Stoppen dus en uit het konvooi. Er blijft één gewapende politie eenheid bij ons in de buurt. Door het slechte onderhoud van de bus is er wrijving ontstaan tussen de as en het achterwiel, iets met de lagers. Helaas zitten we nu ergens midden in de oostelijke woestijnen en moeten we eerst naar het volgende dorpje zoeken naar een garage. Zachtjes rijden we dus verder totdat we een voorstad van Hurghada bereikt hebben. Na 15 minuten vindt Mohammed een garage. De bus op de krik, het zou ongeveer een half uurtje duren zeggen de monteurs. Nou dat is dan een Egyptisch half uurtje, want uiteindelijk zitten we er wel 2 uur. Gelukkig heeft de kantine daar frisse colaatjes die eerst nog een pond per stuk kosten maar al gauw door de monteurs verhoogd worden met 50 cent. Zelfs in niet toeristische gebieden zoals autogarages weten de Egyptenaren wel hoe ze je geld moeten aftroggelen. Zonde, het gaat niet om het geld, maar de manier waarop ze het doen is gewoon niet tof. We vertrekken weer richting de zee waar we al 2 uur verlekkerd naar hebben lopen kijken in de kantine. Hurghada dankt zijn bekendheid aan de koraalriffen die zich hier net onder het wateroppervlak van de heldere Rode Zee bevinden. Het van oorsprong kleine vissersplaatsje is uitgegroeid tot een internationaal duikcentrum. Helaas is het met de planning van alle voorzieningen een beetje misgegaan. Vandaar dat Hurghada een chaotische verzameling van veel te grote hotels en toeristische complexen is. Om die reden blijven we er dan ook niet langer dan nodig is. Het is echt een trieste bedoeling hier. We zouden hier nog geen week vakantie willen houden, zo smerig is het hier. We kunnen hier zelfs nergens gratis naar het strand, je moet overal betalen om gewoon op het zand te liggen. Uiteindelijk komen we terecht op Pampa's beach, een klein afgeschermd stukje strand met luide muziek en vol met oost-europeanen en russen. Daar sprankelt ook niet echt de vreugde vanaf. Hier horen we ook dat 1 op de 3 vrouwen komt voor de hoerenbussiness. Dit tezamen met hun niet al te vrolijke gezichten maakt het beeld van Hurghada er niet beter op. Gelukkig vertrekken we vannacht om 03.00 uur richting de Sinaï, We besluiten de nacht maar eens door te stappen. We pakken gezellig een terrasje voor het steakhouse waar we ook gaan eten. Het personeel lijkt erg gemotiveerd en er wordt een hele rij tafels voor ons bij elkaar gezet. Het eten is best goed, maar wordt helaas weer vergald doordat we bij het afrekenen ineens allemaal veel meer moeten betalen dan vooraf gedacht. Het schijnt dat je hier alleen vlees bestelt. Ze vragen wel of je er friet of aardappelen bij wil, maar vertellen er niet bij dat je dat allemaal afzonderlijk bij moet betalen. De friet was dus ineens 10 E. pond extra. Dit is voor ons de druppel en Etiënne kan zijn agressie helaas niet de baas. Stoelen gooien en extra lang blijven kloten is het resultaat. Uiteindelijk houdt Etiënne zich in en blijft het bij wat duw en trekwerk. Je moet het tenslotte niet verpesten voor de groep. Wat een verschrikkelijk restaurant zeg. Om af te koelen halen we enkele milkshakes bij de Mac. Een deel van de groep besluit te gaan slapen maar met de overgeblevenen gaan we richting het strand op zoek naar een leuk terrasje of kroegje. Hier proberen we nog enkele cocktails uit om vervolgens terug te keren naar het hotel voor een snelle douche. Om 03.00 uur 's nachts is iedereen weer beneden. We pakken de bus naar de haven waar we met de snelle catamaran-ferry naar Sharm el Sheikh vertrekken. Eerst door de strenge douane. Mohammed onze chauffeur is vanmiddag al vertrokken richting Sharm el Sheikh via het Suezkanaal. Een rit van 900 km om ons aan de andere kant weer van de boot te halen. Hij heeft de gehele nacht doorgereden en moet ons nu weer van Sharm el Sheikh naar Dahab rijden. De ferry schommelt aardig heen en weer door de hoge golven. Het is een overtocht van ongeveer 3 uur. Door de strenge douane en dan met Mohammed richting Dahab. Dahab is nog twee uur rijden door de Sinaï woestijn naar het noorden.

Dag 17 Dahab
Rond 10.00 uur arriveren we in een sfeervol hotelletje met leuke kamers en een zoutzwembad. Dahab is een Bedoeïenendorpje aan de Golf van Aqaba, een deel van de Rode Zee. Het is exotisch gelegen aan een zandstrand, omgeven door palmen. De Rode Zee staat bekend als een toplocatie op duik- en snorkelgebied. Prachtig gekleurde koralen en tropische vissen. Vanaf het strand bij het hotel kan je zo het water in, en hang je al meteen boven het meest wonderlijke koraal, al is het bij ons hotel moeilijker om zo de zee in te rennen vanwege alle rotsen. 's Middags rustig aan gedaan want we hebben per slot van rekening een nachtje overgeslagen. Het is hier echt een surf- en duik-/snorkel-paradijs. Het heeft een beetje een hippie sfeertje, veel chillende mensen. Overal terrassen met kussens op de grond en she sha's erbij. Super relaxed hier. 's Avonds gaan we lekker uiteten op zo'n terrasje onder het genot van de ruisende zee, de verse sapjes en de cocktails. Aan de overkant van de golf van Aqaba zien we de lichtjes van een dorpje in Saudi Arabië, zo dichtbij ligt dat. Overdag kun je de bergen van dat land goed zien.

Dag 18 Dahab
Vandaag gaan we snorkelen! Voor het ontbijt vertrekken we om 08.30 uur richting een lounge terrasje. Eefje neemt cornflakes met fruit, yoghurt en honing en Etiënne gaat voor de romige tomatensoep met crostini's. Daarna is het verzamelen om rond 10.00 uur snorkels te passen. Om 11.00 uur vertrekken we per jeep richting de beroemde 'Blue Hole', een diepe schacht met een heel eigen vis-fauna. Het koraal is hier werkelijk schitterend en ligt vlak onder het wateroppervlak, waardoor je nog heel goed de verschillende kleuren kunt onderscheiden. Ontzettend veel verschillend koraal en verschillende vissen, het doet je goed om te zien. Alleen jammer dat veel mensen echt helemaal niet luisteren en af en toe met hun flippers gewoon op het koraal gaan staan. Kapot voor altijd. Schandalig!. Na een paar uurtjes snorkelen en alle foto's van ons kruitvat onderwatercameraatje opgeschoten te hebben rijden we weer terug naar Dahab. Bij 'ons' lounge restaurant laten we onze maag weer goed vullen met al het heerlijks wat ze te bieden hebben. Grote gegrilde Gamba's, white snappers, en tonijn en een waterpijpje toe. Ze draaien hier ook erg leuke Arabische muziek. We vragen aan de ober welke CD dit is. Voor 15 E. pond wil hij hem wel voor ons kopiëren. Dus die bestellen we dan maar. Morgen kunnen we hem komen ophalen. Het programma wordt 's avonds nog omgegooid. In plaats van morgenavond gaan we (degene die mee willen, en dat zijn er maar een paar) vanavond al stappen in het hardrockcafé van Sharm el Sheikh. Laurens is hier namelijk een verzamelaar van hardrockcafé T-shirts en dus vraagt hij of wij allemaal ook mee gaan. Nou voor een beetje swingen zijn Eefje en Etiënne natuurlijk wel in. Uiteindelijk vertrekken we met z'n negenen, waaronder Noyan en Mohammed zelf. Mohammed wil ons er wel naartoe rijden 's nachts. Dus 1,5 uur heen en 1,5 terug. Sharm el Sheikh is een populaire badplaats en beslaat 20 km van de kustlijn ten noorden van Ras Mohammed (nationaal park). Sharm, zoals iedereen het noemt bestaat uit twee delen, de stad met zijn haven in het zuiden en de toeristen-wijk Naama-baai 7 km ten noorden hiervan. Veel Europeanen zitten hier, met name Italianen. Grote overdekte winkelcentra met grote dure hotels er omheen. De prijzen liggen hier dan ook gewoon op Europees niveau. Duidelijk een badplaats voor de rijken, verder heeft het weinig sfeer want het barst van de neonlichten van alle barretjes, winkelketens en hotels. Rond 22.30 uur zijn we er en we hebben met Mohammed afgesproken dat hij ons weer om 02.00 uur ophaalt. Dit is wel wat anders dan in Caïro, zodra de dansvloer geopend is stroomt deze vol en wordt er de hele avond gedanst op foute muziek. De Italianen zijn er echter dol op en wij doen dan ook gewoon leuk mee. Rond 04.00 uur liggen we weer keurig in ons bedje in Dahab. Wel mooi zo 's nachts door de bergachtige woestijnen van de Sinaï knallen.

Dag 19 Dahab
's Morgens weer heerlijk ontbeten aan de zee met uitzicht over de golf van Aqaba en Saudi Arabië. Even lekker langs alle winkels lopen om daar een snorkel te kopen zodat we 's middags bij Dahab (the lighthouse) kunnen gaan kijken hoe het rif daar is. Dahab is nog best rustig, niet bijster veel toerisme nog. Maar misschien is dit niet het juiste seizoen. De zee voelt fantastisch warm aan en het koraalrif is hier eigenlijk mooier dan in de 'Blue Hole'. De vissen zijn ook een stuk groter. We pakken hier op het strand een lekker strandbedje en proberen onze bruine kleur nog ietsje donkerder te maken. Geweldig plekje met die bergen hoog boven Dahab. Vanavond met de groep, Noyan en Mohammed nog even uiteten bij de geweldige visrestaurants hier. Echt waar, als ze ergens de tijd nemen om goed eten klaar te maken in Egypte, dan doen ze dat wel in Dahab. De sfeer en de mensen zijn ons hier uitstekend bevallen. Lekker naar bedje toe, morgen weer vroeg op.

Dag 20 Dahab - Caïro
Vroeg op want vandaag wordt een lange reisdag. Een tocht van 8 a 900 kilometer dwars door de Sinaï van oost naar west terug richting Caïro. We rijden langs prachtige rode rotsformaties van de Sinaï en de Golf van Suez. De natuur van het schiereiland Sinaï is heel mooi, de combinatie van bergen en zee is geweldig om te zien. Maar alles is wel erg dor. We stoppen weliswaar af en toe bij een piepkleine oase voor wat foto's maar daar houdt het dan ook mee op. We passeren het Suez-kanaal en komen na ongeveer acht uur rijden aan in Caïro. Het Suez-kanaal stelt helaas niet zoveel voor, je mag er geen foto's nemen (dat hoeft ook niet want er is niets te zien). We rijden door de tunnel (Ahmed Hamdi tunnel) van 12 km onder het kanaal door en dat was het dan. 's Avonds gaan we weer naar het restaurant waar we de eerste avond ook hebben gegeten (FelFela), maar dit keer was het niet zo leuk. Veel te veel fooi willen ze allemaal hebben, echter het eten was dit keer weer goed. Fooi voor het restaurant zelf (12%) fooi voor de tafel (10%), taxes (10%) en dan komt de overdreven vriendelijke ober ook nog eens vragen of hij ook fooi krijgt. Verschrikkelijk eigenlijk. Jammer.... 's Avonds/ 's nachts lekker door Caïro geslenterd en aan het eind van de avond naar boven op het dak van ons hotel Farao's nog even wat drinken in het barretje.

Dag 21 Caïro
Vandaag hebben we de kans om die dingen te bekijken waaraan we tijdens ons eerste bezoek aan Caïro nog niet toe waren gekomen. We besluiten om de Khan el Khalili-bazaar te bezoeken vlakbij de Islamitische wijk. We pakken een taxi want dat is echt het perfecte transportmiddel hier in de stad en helemaal niet duur. We krijgen weer een lekke band, maar de taxichauffeur is echter zeer snel met het verwisselen van dit euvel. Hup lekker band op het dak gegooid en weer door. Op de markt is werkelijk alles te koop, van souvenirs tot specerijen tot beddengoed. Handelaren staan langs de straten tot aan de oude stadsmuren, 1,5 km naar het noorden en zuiden, maar de steegjes van de bazaar zijn het drukst en boeiendst in onze ogen. Het is wel een enorme stroom van verkooppraatjes, maar dit keer zijn we er al aan gewend en hebben we eigenlijk nergens last van. Er wordt hier ook traditionele, eeuwenoude Egyptische kunstnijverheid beoefend, zoals weven, hout bewerken en naaien. 's Middags lopen we een beetje rond in de wijken rondom ons hotelletje. Daar komen we in contact met een oude man die ons graag zijn bakkerij wil laten zien. Dat willen wij natuurlijk wel en we volgen de man een steegje in. Binnen zijn een man of vijf, zes keihard aan het werk met kneden, en bakken. Alles met de hand en één grote houtoven. Het ruikt fantastisch hier. Heel leuk om te zien dat al die wijkjes van Caïro zo enorm leven. Gewoon rondlopen zonder dat je toeristen ziet is erg prettig. Dan kom je ook eens wat aardige Arabieren tegen die niet meteen op je geld uit zijn. 's Avonds gaan we naar een cafe-restaurant vlakbij de Nijl om een afscheidsdiner te nuttigen en om adressen uit te wisselen. Ook in dit restaurant zijn er problemen met afrekenen. Noyan onze reisleider lost het prima op door aan te geven dat hij in de toekomst geen groepen meer zal meenemen naar dit restaurant, als hij dat al deed. Uiteindelijk een normale prijs betaald en hop weg zijn we. 's Avonds nog flink gewandeld door de stad en weer naar het hardrockcafé, we moeten de nacht door want Mohammed komt ons om vier uur 's nachts ophalen om ons naar het vliegveld te brengen. In het hardrockcafé treffen we een groep Amerikaanse soldaten die gelegerd zijn op de grens met Israël. Die gasten voelen zich echt heel wat. Zij vinden dat als zij er niet waren geweest de Israëli's allang weer overhoop lagen met de Egyptenaren. Maar ze vertellen ook iets opmerkelijks. Vannacht is er een bomaanslag geweest op een moskee en daarbij zijn enkele doden en gewonden gevallen. Wij horen er verder niets van, ook niet als we het aan onze zeer slecht Engels sprekende taxichauffeur vragen op de weg terug naar ons hotel. Die zegt overal Yes op helaas. We vragen Mohammed voordat hij ons komt ophalen of hij voor ons nog echte Egyptische She- sha's (waterpijp) meebrengt, hij zou zijn best doen.

Dag 22 Vertrek Caïro - aankomst Amsterdam
Aan alles komt helaas een eind, ook aan onze mooie reis. Mohammed staat om 04.00 uur voor de deur en verrast ons met schitterende waterpijpen. We hebben hem 50 E. pond gegeven voor de pijp en 10 E. pond fooi. De waterpijp kost ons dus nog geen 8 euro. In Nederland betaal je voor zo'n zelfde rond de 65 euro. Mohammed geeft ons een laatste blik op Caïro met zijn ritje naar het vliegveld en dan nemen we afscheid van hem en Noyan. Het zit er weer op, het was een mooie reis en best wel een aanrader. Egypte is een verschrikkelijk mooi land, echter de mensen vinden wij niet geweldig en dat drukt de herinnering een beetje. Maar qua klimaat is er niets meer te wensen over. Egypte heeft een woestijnklimaat en, in het uiterste noorden, een mediterraan klimaat. Gemiddeld valt er in het noorden zo’n twintig centimeter regen per jaar terwijl dat in het zuiden maar twee millimeter is. In de wintermaanden is het koel maar in de zomer kan de temperatuur op sommige plaatsen oplopen tot 50ºC. ’s Nachts kan de temperatuur in de woestijn ruim twintig graden dalen. Vanwege dit grote verschil waren de nachten toch een beetje koel, al is het dan bijvoorbeeld nog zo’n 25ºC. Wat wil je nog meer.


Oudere man op ezeltje Pyramide van Gizeh, Cairo Arabische klok, bij de metro van Cairo
Vannacht geslapen in Sahara woestijn Sfinx bij Gizeh, Cairo Oase bij Farafra
Eefje op de ezel, richting koningsdal, bij Luxor Met Felluka over de Nijl Boerenmeisje bij Luxor op platteland
Dorpsmeisje in Westelijke sahara E en E in de hete Sahara Etienne op de ezel bij Luxor, richting Koningsdal
Nubische oma bij Aswan Oudere mannen Nubische man in dorpje bij Aswan
E en E op kamelensafari Luxor tempel Nubische vrouw met kindje in dorpje bij Aswan
Jonge krokodillen Abu Simbel, grote tempel Eefje met snorkel bij Dahab
Zonsondergang in woestijn E en E in Mushroom woestijnen, witte woestijnen Beeld in Luxor museum
Egyptische snelweg !! Kamelen karavaan, sahara Etienne bij Dahab
Meisje uit Westelijke woestijnen Alles in de Nijl, zwemmen, drinken, wassen In de Mushroom woestijnen
Egyptisch toilet, oud frans potje Egyptisch dorpje Arabische slager in Aswan
Rif bij Dahab, tijdens snorkelen Platteland bij Luxor Arabische groenteboer in Aswan Eefje aan de kust van Dahab, uitzicht over Saudie Arabie
Sahara Sahara