|
Home
Arnhem
Toscane,
Italie
Kenia,
Tanzania
Casablanca
Laos
Cuba
Andalusie, Spanje
Oeganda Rwanda
Cilento, Italie
Rajasthan, India
Gastenboek

Mailen?
|
Egypte, rondreis - augustus 2004. Reisverslag van Eefje en Etiënne.
Samen met het boekje "Egypte, Capitool Reisgidsen" zijn we vertrokken.
Tips en informatie uit het boekje komen ook in ons reisverslag voor.
Egypte, Reisverslag van Eefje en Etiënne. 7 augustus t/m 28 augustus
2004
Het verslag is geschreven in dagboekvorm, vandaar dat de Nederlandse zinnen
na het aan elkander plakken, niet altijd geweldig goed lezen/ lopen.
Dag 1 Vertrek Amsterdam - aankomst Caïro
Om 00:40 uur vertrokken vanuit Velp (Arnhem), vanwaar de ouders van Etiënne
ons naar Schiphol brengen om onze rondreis te beginnen. We arriveren rond
02:00 uur en moeten nog drie uurtjes wachten voordat we om 05:00 uur kunnen
inchecken. De planning is dat we van 07:10 uur tot 08:15 uur vliegen van
Amsterdam naar Frankfurt waar ons om 10:00 uur een vlucht wacht richting
Caïro. 's Middags tegen de avond arriveren wij dan in Egypte. Egypte,
gelegen in de noordoosthoek van het continent Afrika, aan de Middellandse
en de Rode Zee, grenst in het westen aan Libië, in het oosten aan Israël
en in het zuiden aan Sudan. Omdat meer dan 90 procent van het land bestaat
uit woestijnen, woont het merendeel van de 70 miljoen inwoners in het
Nijldal en de Nijldelta; een klein percentage leeft in de oases van het
(barre) binnenland. Groot-Caïro, gelegen aan de Nijl, circa 200 kilometer
ten zuiden van de Middellandse Zee, beslaat een oppervlak van 457 vierkante
kilometer en is dus de hoofdstad en tevens de grootste stad van Egypte.
De bevolking van Caïro wordt geschat op ongeveer 16,5 miljoen inwoners,
waarmee het meteen een van de grootste steden ter wereld is. Caïro, gelegen
tussen de Muqattam-heuvels in het oosten en de Piramiden van Gizeh in
het westen, ligt bij de zuidpunt van de vruchtbare Nijldelta. Ten zuiden
van de delta strekt zich een lange reeks landbouwnederzettingen uit langs
de rivier de Nijl. Hoewel de voorsteden zich uitgebreid hebben naar de
westoever van de Nijl, liggen de topattracties op de oostoever. Aangekomen
in dit Caïro worden we door diverse personen al geholpen met onze visa
en bagage. Vervolgens staat onze reisleider (Noyan Sahami) voorbij de
douane ons al op te wachten. In een airconditioned busje worden we heel
luxe naar ons hotel gebracht: het Cosmopolitan in downtown Caïro. Het
is trouwens nog een hele tocht zo van het vliegveld naar het centrum.
Het geeft ons in ieder geval het idee dat Caïro een enorm grote stad is
inderdaad. Het hotel is sfeervol en koloniaal/ Arabisch en art deco ingericht
met antiek meubilair en we hebben een oude airco op de kamer hangen. Erg
luxe dus allemaal voor zo'n eerste nacht. Ja luxe in Egypte is weliswaar
niet de luxe zoals die in Nederland. Want als je objectief naar het hotel
kijkt is het natuurlijk in slechte staat allemaal, douchekoppen die niet
kunnen hangen, gaten in de muur, losliggende tegeltjes, kuilen in het
midden van de matrassen, beestjes, etcetera. Maar voor Egyptenaren is
zo'n hotel al bijna niet meer te betalen. Zeker niet in het centrum van
zo'n wereldstad. Na een eerste kennismakingsronde en een babbeltje met
de rest van de groep en onze reisleider gaan we lekker uiteten bij FelFela,
een karakteristiek Egyptisch restaurantje. Op het menu staat een soepje,
een heerlijk vleesgerecht en een toetje, geweldig lekker allemaal. Dus
de reis begint goed. Onder het genot van al dat lekkers leren we onze
mede reisgenoten een beetje kennen en na het eten wandelen we nog even
lekker rond door het heerlijk warme Caïro en bezoeken we nog even de Nijl
en lopen langs de vele drukke winkeltjes. Caïro is een zeer levendige
stad met vele authentieke taxi's (fiatjes 1100, oude lada's, peugeot 504,
404 en zelfs paard en wagen natuurlijk) in chaotisch lopende verkeerssituaties.
Veel toeteren en 2-baans wegen die gebruikt worden alsof het 3 a 4-baans
wegen betreft. En vele zo op het oog vriendelijke mensen. Voordat we naar
het hotel terugkeren worden we echter nog verleid door Mohammed Walin
om zijn geurenwinkeltje (zgn. voor de bodyshop) te bezoeken. We hoefden
'uiteraard' alleen maar te ruiken. Het was best een mooi winkeltje, ergens
in een zijstraatje achter ons hotel. Het schijnt (tenminste dat hebben
we van zijn verhaal begrepen) de geur uit de lotusbloemblaadjes te extraheren
ten behoeve van veel dure parfums. Omdat Etiënne vertelde dat hij Zweeds
(je wordt gek van de vraag "where you're from?, aaaah number one!") was
en Mohammed aan Zweden levert 'toevallig' kwam dit contact tot stand.
Het was in het begin een alleraardigste ontmoeting, maar na een half uurtje
werd er toch min of meer verwacht dat we iets zouden kopen. Maar ja om
nu aan het begin van een rondreis (woestijnen moeten allemaal nog komen)
al met flesjes parfum opgescheept te zitten, dat zagen we niet zitten
natuurlijk. Al met al niets gekocht dus en Mohammed zwaar ontevreden achter
gelaten. Overigens alle eerst geborene, mits een jongen natuurlijk, heten
Mohammed (naar de profeet). Het weer/ de temperatuur is hier echt fantastisch.
De Egyptenaar komt hier in Caïro pas tegen een uur of 21.00 uur de straat
op, om lekker te winkelen (winkels zijn 's avonds en 's nachts open) en
te socializen. Ze gaan dan in parkjes zitten of wandelen langs de boulevard
toeristen bekijken. Wat in Caïro ook erg leuk is, als je toch aan de wandel
bent, is de brug van de liefde over de zeer brede Nijl. Jonge mensen (Moslims)
gaan hier naartoe om leuk (stiekem) met elkaar af te spreken en gezellig
te babbelen (of zelfs ten huwelijk vragen) met ondertussen een geweldig
uitzicht over de Nijl, waarin kleine leuke rondvaartbootjes alle aandacht
trekken d.m.v. de vele lampjes , de muziek en versieringen aan boord.
Etiënne wordt in de stad trouwens regelmatig aangesproken over zijn gladgeschoren
schedel. Ze willen weten waarom zo kort en met een geintje 'welke shampoo
hij gebruikt'. Blijkbaar is een kaalgeschoren hier vrij ongewoon. De gemiddelde
Egyptenaar hier lacht lekker veel en heeft veel humor, maar ja we zitten
dan ook niet in de 'armere' buitenwijken. Na een fikse wandeling gaan
we lekker terug naar het hotel om eens te voelen hoe de bedjes liggen.
In Caïro is zoveel te zien, dat je alleen al 1 a 2 weken in deze stad
zou kunnen doorbrengen met het bezichtigen van al dat moois. Je hebt:
Oud-Caïro, Khan al-Khalili (markt), Moskee van al-Azhar, Egyptisch Museum,
de Hangende kerk, Koptisch Caïro, de Citadel, Moskee van Ibn Tulun, Cornische
el-Nil (boulevards langs de Nijl), Islamitische wijk, Moskee Sayyidna
al-Hussein, Fatimidisch Caïro, Piramides van Gizeh, Bein al-Qasreen, Noordelijke
begraafplaats, etcetera, etcetera. Teveel om op te noemen. Alleen al het
Egyptisch Museum kost je al 2 dagen om op een normaal tempo goed te kunnen
zien.
Dag 2 Caïro
Zoals al beschreven, de stad ligt in de woestijn, net ten zuiden van de
Nijl-delta, die de grootste oase van het land vormt. De oude Egyptenaren
hadden hier al in 3100 voor Chr. de wereldstad Memphis gesticht. Tegenwoordig
is Caïro het bruisende hart van Egypte, waar maar liefst een kwart van
de totale bevolking woont. Het is er zeer levendig en vol ; overal is
ruimtegebrek want de stad is absoluut niet op zoveel mensen berekend.
Zoals gezegd, vooral het verkeer is zeer chaotisch; met veel getoeter
worstelt men zich door de volle straten. Het centrum van de stad bestaat
uit boulevards, onderling verbonden door een wirwar van steegjes. Hier
maken handwerkslieden de meest uiteenlopende zaken die op de vele kleurrijke
bazaars verkocht worden. De beroemdste bazaar is de Khan el-Khalili in
het oude gedeelte van de stad. Zoals op alle bazaars in Egypte is afdingen
het devies. Restaurantjes vind je hier moeilijk, maar kleine stalletjes
waar lamsvlees wordt gegrild (heerlijk, maar wel krampjes), of ijs (niet
nemen!) verkocht of verse vruchtensappen (wel nemen!) zijn er volop. 6.30
uur opgestaan zodat we om 07.00 uur even kunnen ontbijten in het hotel,
want om acht uur vertrekken we naar de piramides van Gizeh (van Cheops).
De Piramides liggen aan de rand van Caïro wat toch wel anderhalf uur rijden
is van ons hotel (centrum). Overal bij de Piramides wordt je natuurlijk
weer doodgegooid met Arabische doeken, boekenleggers, postkaarten en andere
snuisterijen. Mensen op kamelen lopen helemaal opgedoft rond voor foto's
met toeristen (wel betalen natuurlijk!). Als je gewoon drie keer Nee zegt
laten ze je wel lekker met rust, dat schijnt in het zuiden van Egypte
wel anders te zijn, maar dat zien we dan wel weer. We hebben in ieder
geval alvast een hoofddoek gekocht tegen de felle zon en enkele kaarten
aangezien je in de piramides niet mag fotograferen. Twee Piramides hebben
we bezocht, de eerst was net een sauna. Diepe trap af van zo'n 1.10 meter
hoogte, waarin je goed kon zien hoe ze vroeger de ruimtes in de piramides
bouwden. De tweede was helemaal volgeschreven met hiërogliefen. Deze piramide
was dan ook één van de oudste die nog trapsgewijs is opgebouwd en met
granietstenen is afgemaakt i.p.v. leisteen. De Piramiden zijn de enige
van de zeven wereldwonderen die bewaard zijn gebleven. Bijna 5000 jaar
geleden werd Gizeh de koninklijke begraafplaats (necropolis) voor Memphis,
hoofdstad van Egypte. In minder dan 100 jaar bouwden de oude Egyptenaren
de drie piramidecomplexen die dienden als graf voor hun dode koningen.
Na de dood van de koning werd zijn lichaam per boot naar de daltempel
gebracht om geprepareerd te worden, voordat hij onder of soms in de piramide
werd begraven. De dodentempels werden vele jaren daarna instandgehouden:
priesters offerden er dagelijks aan de dode Godkoning. Leden van de naaste
familie van de koning en van zijn hofhouding werden begraven (die werden
vaak ook meteen geofferd) in de nabijgelegen kleinere piramides en mastaba's
(graven naast piramides) om ook na de dood te delen in de macht van de
koning. Het plateau van Gizeh omvatte de hoofdpiramide (Cheops), bedekt
met witte kalksteen, diverse kleine piramiden en een dodentempel die via
een verhoogde weg verbonden was met een daltempel. Daarnaast staan de
piramides van Chefren (zoon van Cheops) en die van Mycernus. Daarbij staat
dan ook nog de Sfinx, de bewaker van het Plateau van Gizeh. De Piramides
komen op ons immens groot over, vooral als je bedenkt dat de Cheops piramide
waarschijnlijk bestaat uit 2 miljoen steenblokken, die gemiddeld 2,5 ton
wegen. Sommige stenen aan de basis van de piramide wegen zelfs 15 ton.
Het blijft een verbazend iets die Piramide. Het grootste lengteverschil
tussen de vier 230 meter lange zijden is slecht 3,5 a 4 centimeter en
dat kan gekomen zijn door kleine verschuivingen in het aardoppervlak daar.
Echt een fantastische architectonische prestatie, zeker voor die tijd.
De Sfinx is prachtig mooi, maar is in vergelijking met de piramides niet
erg groot. Hij is 20 meter hoog en heeft een langgerekt lichaam, uitgestrekte
poten en een koninklijk hoofddeksel rond een vol gezicht, wellicht dat
van de koning zelf (rond 2500 V.C.). Voor de 15e eeuw ging de neus al
verloren jammer genoeg net zoals zijn Farao 'baard'. Gelukkig zijn wij
's morgens vroeg al hierheen gegaan, want de hitte en de drukte kunnen
ondraaglijk worden op dit plateau. In de piramides is het heel heet en
benauwd, dus mensen met claustrofobie of niet geheel fitte mensen moeten
het maar niet doen. Het plateau wordt overigens goed bewaakt. Overal rijden
agenten op kamelen rond om te zorgen dat de toeristen er veilig rond kunnen
neuzen. We zien daar zelfs een hardhandige arrestatie. Dus geen gekke
dingen doen daar. Tussen het bezoek aan de piramides van Cheops en aan
die van Saqqara hebben we lekker wat gedronken op een airconditioned openlucht
restaurant met uitzicht op de piramides en de Sfinx. Lekkere mangosappen,
watertjes en verfrissende colaatjes aangezien het nu ineens al 47 graden
is. Nu op weg naar Saqqara. Hier maken we ook eens mee wat hitte is. Temperatuur
loopt weer lekker op. Saqqara vertegenwoordigt een van de grote archeologische
schatten van Egypte. Het droge klimaat heeft ervoor gezorgd dat er veel
van deze oude cultuur overblijfselen bewaard zijn gebleven. Saqqara was
de koninklijke necropool van Memphis. Naarmate Memphis groeide, groeide
ook Saqqara. Uiteindelijk hield dat op en raakte het allemaal bedolven
onder het zand. Tegenwoordig is alleen de trappiramide van Djoser die
in het hart van Saqqara lag nog zichtbaar, het prototype van de piramides
van Gizeh. De Djoser piramide werd gebouwd in de 27e eeuw v. C. voor koning
Djoser door zijn hogepriester Imhotep en geeft een impuls aan het architectonische
klimaat van Egypte. Voor die tijd werden koningen gewoon bijgezet in onderaardse
grafkamers (voorbeeld is het koningsdal bij Luxor). Na flinke uitleg van
onze gids en veel foto's gaan we lunchen en 's middags rond een uur of
4 richting het hotel, stof afwassen. Met een klein deel van de groep gaan
we vervolgens vlakbij het hotel voor een cafeetje op het terras waterpijp
roken. Trouwens het leuke aan Caïro is dat het regelmatig terrasjes uitgestald
heeft staan om lekker bij te komen. Waterpijp hoort erbij bij zo'n reis.
Onder een hoop gelach en gestuntel hebben we dit roken na een paar minuten
in de vingers. Noyan (reisleider) leert ons hoe je op een Arabische coole
manier moet roken en dat lukt ons al aardig. Eefje is nog aan het zoeken
hoe dit op een charmante manier kan. Al met al erg veel gelachen en gerookt.
Zo'n waterpijp is erg tof. Het bestaat uit een glazen pot gevuld met water
met daarop een zilveren/ ijzeren pijp die in het water steekt. Een slang
om te zuigen en een potje erop met speciale (natte) tabak en kooltjes.
De lucht/rook zuig je dan door de kooltjes, door het folie, de tabak en
het water de slang door. Het geeft een relax gevoel en je darmen ontspannen
er heerlijk van. Laat staan als je het op z'n Nederlands zou doen met
Nederwiet. Maar goed dat bieden ze je op straat wel aan, tenminste als
ze niet horen dat je uit Nederland komt. Anders beginnen ze er niet eens
aan. Wat een reputatie heeft ons landje hè... Rond 20.00 uur lopen we
richting de Nijl om daar een traditioneel (toeristisch) boottochtje te
ondernemen in het donker van de nacht. Er is flink gedanst op de boot
onder het genot van een drankje. Tjonge jonge wat een luxe eigenlijk.
Het was een tocht van ongeveer anderhalf uur op een enorm versierde boot.
Al die versierde bootjes op de Nijl geeft trouwens een leuk schouwspel.
En we hebben geluk er wordt ook regelmatig vuurwerk afgestoken. Waarom
dat weten we nu eigenlijk nog niet. Je kunt trouwens goed zien waar het
geld zit in Caïro. Langs de Nijl staan namelijk enorme hotels en er liggen
rijkelijke promenades voor met fonteinen zelfs tot in de Nijl zelf. Jammer
genoeg is het wel veel buitenlands geld. Hilton, Hyatt, etcetera.. De
Nijl is hier ongeveer 30 meter diep en ontzettend breed. Na weer aangemeerd
te zijn vervolgen wij weer onze weg. Veel van de dames van de groep komen
er nu achter dat ze een beetje te "Westers"gekleed zijn. Korte mouwtjes
en blote kuiten dat is hier blijkbaar bijzonder. Er wordt enorm naar ze
gekeken, gewezen en geroepen door de mannen en meiden van de stad. Bijna
een handgemeen gehad omdat jonge jongens "hooker" roepen.Verder is dat
allemaal niet zo erg, maar voortaan wordt er 's avonds niet meer met ontblote
schouders en knieën gelopen. Het valt ons trouwens sowieso wel op dat
Egypte niet zo westers is als het lijkt. Alle vrouwen lopen met hoofddoeken
en lange gewaden rond en de mannen trouwens ook. En Westerlingen worden
toch wel raar aangekeken hier. Het is wel lachen om dan de Italiaanse
meiden te zijn lopen met hun spaghetti bandjes om de schouders, die hebben
er werkelijk schijt aan en zijn de aandacht misschien wel gewend vanuit
eigen land. Na een fikse wandeling over de kilometer lange promenades
komen we bij het hardrockcafé van Caïro terecht. Hier splitst de groep
zich. De helft van de groep gaat terug naar het hotel en de helft (waaronder
wij) gaat een avondje stevig stappen niet uit de weg. Er wordt in het
hardrockcafé dan ook flink geswingd en gedanst, vooral de reisleider kan
er wat van, erg toffe kerel. Etiënne en Eefje komen zelfs toe aan wat
hip hop en hakken ook al draaien ze echt beroerd hier. Zo rond 02:00 uur
's nachts wandelen we weer bezweet terug naar ons hotel, het is weer mooi
geweest vandaag (lekker nog zo'n 27 graden). Je merkt echt aan alle kanten
dat de stad echt enorm groot is en leeft. Zelfs 's nachts staan er enorm
veel files en is het stervens druk. Daardoor is het hier wel veilig, het
stadscentrum straalt een warme sfeer uit, vooral rond de Nijl. Het valt
ook op dat er veel banen speciaal voor de mensen hier gecreëerd zijn.
Banen die in Nederland of niet bestaan of i.p.v. door 3 personen door
1 gedaan zouden worden. Bijvoorbeeld erg veel politie, stratenvegers,
liftboys, gidsen, kaartjesknippers, etcetera op straat. Die vele politie
merk je niet veel van, we vinden het zelfs wel fijn. Behalve als de koning
er aan komt dan merk je ineens dat ze er zijn. Logisch natuurlijk.
Dag 3 Caïro
Vandaag gaan we naar het Egyptisch Museum en met de metro naar twee verschillende
wijken van de stad. In het museum staat het echt afgeladen vol van spullen,
schatten die ze de afgelopen 2 a 300 jaar gevonden hebben in en rondom
de piramides. Egypte heeft dan ook wel erg veel piramides oor het gehele
land, zo'n 96 namelijk. Het museum is in 1863 open gegaan en gesticht
door de Fransman Auguste Mariette. In 1902 vestigde het zich in het huidige
gebouw wat dus al een bezichtiging op zich is. Er zijn hier meer dan 120.000
voorwerpen te zien en er zouden nog eens 150.000 stukken opgeslagen zijn.
De trots van de collectie zijn natuurlijk de objecten uit het graf van
Toetanchamon, gelukkig zijn we hier al vroeg, want het loopt storm van
de mensen. Maar er zijn ook andere uitstekende stukken uit elke periode
van de oude Egyptische geschiedenis. Bij Toetanchamon's afdeling hebben
we onze ogen uitgekeken naar al het goud wat bij deze man in het graf
gevonden is. Alles was dan ook nog intact. Gouden maskers, schoenen, hand-/vingerschoenen,
kettingen, armbanden, gouden bordspellen, beeldjes, wapens, bedden, banken.
Echt ongelooflijk, je gelooft je ogen gewoon niet zoveel rijkdom als daar
ligt. Het is niet voor niets een zwaarbeveiligd museum. Van Toetanchamon
zijn zo'n 1700 objecten te zien. Ook staat zijn grafzerk (de een werd
in de ander geschoven) te pronken, een grote container als het ware, met
goud beschilderd. Vervolgens gaan we naar de zaal van de koningsmummies.
Er wordt apart toegangsgeld geheven voor deze zaal, die je moet betalen
bij de kassa aan de trap. Hier staan we oog in oog met enkele beroemde
farao's, zoals Thoetmosis II, Seti I en de machtige Ramses II. De goede
staat van de lichamen is raar om te zien wanneer je weet dat die gasten
meer dan 3000 jaar dood zijn. Jammer genoeg lijkt het gezicht van de mummie
van Ramses niet erg op het beeld/ de buste in de zalen beneden. De oude
Egyptenaren geloofden heilig in een eeuwig leven na de dood (rare jongens)
en ontwikkelden complexe gebruiken om de overgang naar het andere leven
mogelijk te maken. Dit betekende het mummificeren van het lichaam van
de dode voor hereniging met de ziel in het hiernamaals. De overledene
werd voorzien in alles wat hij nodig kon hebben in een volgend leven (ja
zelfs hele rijtuigen gaan mee het graf in), voordat hij werd overgedragen
aan de eeuwigheid via een aantal ingewikkelde begrafenisrituelen. De echte
mummificatie is met behulp van balsemtechnieken. Speciale priesters verwijderden
de organen van de overledene, met uitzondering van het hart dat 'gewogen'
werd in het hiernamaals. Daarna werd het lijk duurzaam gemaakt met natron
en ten slotte in linnen gewikkeld. Canopen werden dan weer gebruikt om
de gebalsemde organen te bewaren. De darmen, de maag, de lever en de longen
kregen elk een eigen vaas, die naast de kist in het graf geplaatst werd
(wij hebben miniatuur canopen gekocht). Het gemummificeerde lichaam werd
opgevuld met linnen en zaagsel, daarna strak in linnen repen gewikkeld
en vervolgens in een beschilderde houten sarcofaag gelegd. Het museum
is echt schitterend en je moet het gezien hebben, maar de benen beginnen
zo langzamerhand aardig pijn te doen. Na een tijdje rondhobbelen in het
museum vertrekken we dan ook richting de Koptische wijk waar vooral de
Christenen leven. De Christenen waren er eerder dan de Islamieten in Egypte
en hun bestaan wordt eigenlijk ook een beetje moeilijk gemaakt door de
inmiddels moslim meerderheid. Ook al zegt de regering dat zij maar 10%
deel uitmaken van de bevolking, de werkelijkheid is ongeveer 30% (tenminste
dat zeggen de Christenen zelf, zij voelen zich dan ook echt onderdrukt).
Koptisch Caïro is het oudste deel van de stad. Het stadsdeel ligt binnen
de muren van het Romeinse fort Babylon en is echt een oase van rustige,
smalle straatjes en oude heilige plaatsen, zoals de hangende kerk waar
wij een bezoekje aan brengen. De hangende/ Koptische kerk waar ooit het
water van de Nijl tegen aan kabbelde maakt deze kerk een unieke bezienswaardigheid.
Deze mooiste kerk van Caïro heeft een overladen versierd beuken interieur
met houten gewelven en een mooi gebeeldhouwde marmeren preekstoel. De
kerk wordt nog altijd gebruikt voor gewone missen, die elke vrijdag- en
zondagochtend worden gelezen. Christen meiden geven hier vrijwillig uitleg
aan toeristen over hun geloof en de kerk. Onze 'meid' is best een beetje
wrang over de verhouding die de Christenen met de Moslims hebben in dit
land. De wat fanatiekere Moslims en Christenen kunnen dan ook niet zo
goed samen, maar de wat gematigdere wel. Het was trouwens nog een heel
avontuur om hier naartoe te komen met de metro. Allereerst voel je je
als toerist enorm bekeken omdat maar maximaal 5% van de toeristen hier
met de metro reist en het lijkt wel of van de inwoners van Caïro alleen
de Moslim mannen hiermee reizen. De mannen van onze groep moesten voor
veiligheid en tegen ongewenste intimiteiten rondom de dames van de groep
blijven staan. Aangezien de vrouwen van onze groep geen van allen gesluierd
zijn, zijn ze voor hen blijkbaar openbaar bezit. Eén van de meiden wordt
dan ook eventjes aan de billetjes of buik aangeraakt, maar al met al valt
het achteraf allemaal wel mee. Van de Koptische wijk gaan we naar de Islamitische
wijk, wederom met de metro. We moeten wel snel instappen want de deuren
sluiten enorm rap. Gelukkig gaat alles goed en laten we niemand achter.
In de Islamitische wijk aangekomen stuiten we op het drukke handelsleven
van een bazaar. Deze is heel toeristisch en de mannen zijn hier niet zo
prettig in de omgang laten we maar zeggen. Egypte is in 641 veroverd door
de Islamieten. Nu barst de wirwar van smalle, drukke straten in Islamitisch
Caïro van het leven. Er is veel te zien, er zijn veel geluiden en geuren
en veel nostalgie. De meeste Moskeeën zijn open voor niet-moslims en heffen
een lage entree. Met een taxi, Peugeots 504 station (kun je met z'n tienen
in!) gaan we richting de Moskee van al Azhar. Deze moskee is gebouwd in
970 en is een van de oudste van de stad. Hier kom je om de Koran en islamitische
wetten te bestuderen. Voordat we deze moskee betreden moeten de vrouwen
hun hoofd, hun benen en schouders bedekken en iedereen moet de schoenen
uit. Nog altijd komen hier groepen studenten in de stilte en schaduw onder
de gewelven hun koranteksten uit het hoofd leren. De moskee is echt prachtig
en bestaat uit enorme zalen met tapijten op de grond. Heel schoon allemaal.
De moskee is overal te bezichtigen en we mogen ook diverse foto's maken
en filmen. De mensen zijn hier op dit moment heerlijk aan het relaxen
in de verschillende ruimten. Soms liggen ze zelfs te slapen. De vloeren
van de moskee moeten heel schoon zijn, de marmeren vloeren worden dan
ook talloze keren per dag schoongemaakt. Ineens klinkt er vanuit de minaretten
in de wijk imamgeroep en wij worden vriendelijk verzocht de zalen te verlaten.
Het betekent dat er opgeroepen wordt voor het gebed. Niet-moslims moeten
daar natuurlijk niet bij blijven. Hier in de wijk, want we gaan ook een
rondje om de moskee doen, zijn de mensen veel vriendelijker. Ook hier
stikt het van de winkeltjes en marktjes. Echt heel gezellig allemaal.
Ja natuurlijk heb je hier ook de verkopertjes en kindertjes maar dat hoort
er gewoon bij. Eefje koopt hier voor 10 Egyptische Pond een sjaal zodat
ze zo af en toe nog eens gesluierd rond kan lopen. Daarna gaan we nog
een lekker kopje zwarte mint thee en colaatjes drinken want de buikkrampen
en diarree beginnen bij menig groepsgenoot aardig op te spelen. Vervolgens
gaan we met fantastisch oude taxi's weer terug naar ons hotel. Deze dag
in de hitte en de drukte is iets teveel geweest, want de volgende morgen
zal blijken dat de helft van de groep aan de waterpoep is. Eefje is na
die dag thuisgebleven op de hotelkamer om uit te zieken en Etiënne is
nog gaan uiteten bij café Riche met Noyan, Laurens, Marijke en Laila.
Café Riche is een heel mooi restaurantje met een leuk oud keldertje waar
vroeger de stencils gedrukt werden voor het verzet. Tevens hangt het historische
restaurant vol met portretten van vroegere stamgasten waaronder zeer beroemde
Egyptische toneel- en filmacteurs. We hebben hier heerlijk gegeten en
gedronken en de bediening gehad van een Nubische ober. Erg leuk allemaal.
Nu maar eens naar bedje toe, want morgen gaan we dan echt beginnen met
de rondreis. We gaan de woestenij in.
Dag 4 Caïro - Bahariyya-oase
Om 8 uur wil Noyan vertrekken, maar omdat er zovelen ziek zijn loopt het
ietsje uit. Wij hebben vannacht om en om het toilet bezocht en Eefje heeft
nog in de douche op de grond gelegen om maar een beetje af te koelen.
's Ochtends samen heerlijk aan de plaspoep. Zelfs zo erg dat Eefje al
op het toilet zat dat Etiënne zijn dunne ontlasting in de badkuip heeft
moeten dumpen. Het was niet te houden. De diarree en koortsige aanvallen
blijven komen. Met een reisdag van ongeveer 6 uur voor de boeg per busje
slikken we maar enkele diarreeremmers. Goed ziek wordt het eerste gedeelte
van de reis door veel mensen slapend doorgebracht en stoppen we in een
buitenwijk van Caïro nog even voor extra waterflessen, droge koekjes en
een toilet. Eefje moet snel naar het toilet en Etiënne steekt in een steegje
maar eventjes de vinger in de keel. We verlaten de hectiek van de grote
stad en trekken de woestijn in. Zodra we Caïro uitrijden verandert de
omgeving al heel snel in een dorre woestijn. Het contrast had niet groter
kunnen zijn. Je bent niet in Egypte geweest als je de woestijn niet hebt
gezien. Afgezien van de oevers van de Nijl en de kuststrook, bestaat Egypte
voor 95 procent uit woestijn. Hier woont slechts één procent van de bevolking.
Halverwege maken we nog een tussenstop bij een zeer smerig tankstation
onder andere voor een glaasje zwarte thee wat goed schijnt te zijn tegen
maagkrampen. Etiënne en Laurens gaan buiten heerlijk in het zand genieten
van de hete woestijnzon. Op een gegeven moment gaat Etiënne ook naar het
toilet en ziet Pram daar zijn voeten wassen. Rare jongen dachten we nog,
maar wat bleek het geval. Hij was dapper naar het verschrikkelijk smerige
toilet gegaan om even een plasje te doen. Daarbij gaat hij zoals gewoonlijk
alle mannen doen voor het urinoir staan en laat het leven de vrije loop.
Daarbij voelt hij dat zijn voeten nat worden en denkt dat hij te ver van
het urinoir afstaat (het is namelijk een beetje donker binnen). Nog dichterbij
worden zijn voeten weer nat en ziet hij dat het urinoir niet op de afvoer
is aangesloten. We hebben ons echt een deuk gelachen en zijn maar buiten
in het zand wild om ons heen gaan plassen. We raken er ook nog aan de
praat met enkele Egyptische vrachtwagenchauffeurs. Je kent het wel, Marco
van Basten, Ruud Gullit, Etiënne Jansen en Frank Rijkaard, ha ha. Bij
de eerste oase die we aandoen gaan we rond half vier lunchen. Warme tomatensoep
met vermicelli en rundvlees met rijst. En een soort auberginegroente in
tomatensaus staan op het menu. Helaas kunnen we niet alles opeten, want
we zijn al blij wanneer we één korrel rijst binnen kunnen houden. Deze
eerste nacht slapen we in een eenvoudige accommodatie in de Bahariyya-oase.
Nou ja eenvoudig... Wij vinden het echt een schitterend kamertje, helemaal
beschilderd van onder naar boven, vlak buiten het dorpje bij de oase.
Heel pittoresk en knus. De bedoeïen in dit kamp zorgen ervoor dat we een
heerlijke traditionele maaltijd krijgen (kip met rijst). In de namiddag
gaan we (zonder Eefje, want die gaat nog niet lekker) nog een flinke wandeling
maken de bergen in en 's avonds genieten van de ondergaande zon vanaf
het fort op de zwarte berg. In deze Westelijke woestijnen heerst nog een
totale verlatenheid in tegenstelling tot de rest van de wereld. Alleen
al de omvang van dit gebied is overweldigend. In de tijd van de farao's
was Bahariyya een belangrijk landbouwcentrum. Het exporteerde veel wijnen
naar het Nijldal. Nu komen hier veel dadels (staat Egypte sowieso wel
vol van) en olijven. Bawiti, het grootste dorp, worden de kleistenen huizen
omringd door palmbossen. Bahariyya wordt omringd door heuvels/ bergen.
De zwarte berg waar wij naartoe lopen ligt 7 km ten noordoosten van Bawiti.
Het wordt ook wel de Engelse berg genoemd, naar de Britse uitkijkpost
uit de Eerste Wereldoorlog op de top (het fort). De tocht naar boven duurt
ongeveer een uurtje en het is lekker stoffig. Een gids uit het dorp begeleidt
ons hierbij. Boven word je beloond met een prachtig uitzicht. Nu maar
wachten op die zonsondergang. Schitterend. Ondertussen werkt Eefje in
het kamp ons dagboekje bij en is ze heerlijk aan het genieten van de stilte
en de rust en de mooie omgeving in de oase. De mensen in het kamp zijn
nog volop bezig piepkleine lodges te bouwen. Ze zijn hier ontzettend aardig.
Niets vergeleken met de mensen in en rondom het Nijldal. 's Avonds spelen
lokale mannen op de instrumenten en er wordt volop gedanst. Eigenlijk
vinden we dit moment best bijzonder. Lekker diep in de woestijn met onze
eigen band, geweldig.
Dag 5 Bahariyya-oase - Farafra-oase
's Ochtends lekker ontbijten met een gekookt eitje, jam, la vache quirit
en Egyptisch bruinbrood. Vandaag staat er een rustig dagje op het programma.
We hebben alle tijd om de oase op ons gemak te verkennen. We gaan eerst
naar het dorp om daar een lekker rond te neuzen. Het is een traditioneel
hedendaags Egyptisch dorpje vol met leven. Heel anders dan in de stad.
Een blanke is hier nog best een vreemde snuiter. De mensen zijn nog iets
traditioneler. Velen willen dan ook niet op de foto, in tegenstelling
tot enkele kinderen. Die kunnen er geen genoeg van krijgen. Vooral de
digitale camera's, waarop ze zichzelf meteen kunnen zien, trekken de aandacht.
De ouderen zijn minder enthousiast, maar verder best aardig. Hier wordt
nog heel veel gebruik gemaakt van ezeltjes en een vrachtwagen is hier
een platte kar. De oudere mannen zitten lekker aan de waterpijp op de
stoep of terrasjes. Eefje moet nog heel nodig even toiletteren, dus rondvragen
dan maar. Een man biedt aan om bij hem de behoefte te doen. Het toiletje
wordt nog speciaal voor Eefje schoongemaakt, door er een emmer water doorheen
te gooien. Prima service! Voor de lunch gaan we terug naar ons kamp om
na de lunch nog enkele uurtjes in de oase te relaxen, voordat we de woestijn
intrekken. Er wordt vaak veel tegen de avond gereisd, want om overdag
door de woestijn te trekken is vaak gekkenwerk. Temperaturen rond de 53
graden. De temperatuur is ooit in de Libische woestijn tot een recordhoogte
gestegen, boven de 60 graden. Maar dat maken wij helaas niet mee. Zo'n
20 km ten zuiden van Bahariyya begint de Zwarte Woestijn. Deze ontstond
toen de donkere rotsformaties erodeerden door de wind. Verder naar het
zuiden glinstert de Kristalberg, die veel kwarts bevat, in de zon. De
oases in Egypte beschikken over zoveel water dat planten er permanent
kunnen gedijen en mensen/ dieren zich er kunnen vestigen. De waterspiegel
reikt hier bijna tot aan de oppervlakte. De oasen zijn er in alle vormen
en maten, variërend van een paar palmen rond een bron tot grote wateroppervlakken
die voldoende zijn om hele steden te bevoorraden. Oasen vormen een ideale
leefomgeving voor allerlei soorten dieren. Jammer genoeg zie je ook overbevolking
in Egypte waardoor oasen in gevaar komen. 's Middags rijden we weer verder
de woestijn in. De structuur van de bodem verandert van fijn stuifzand
tot rotsformaties, het zand verkleurt van wit via geel en oranje naar
bruin en zwart. Met name de Witte Woestijn is schitterend. Onderweg komen
we nog die Kristalberg tegen en stoppen daar om eens wat kristallen te
verzamelen na een kleine wandeling. Je voelt hier de zon echt werken,
fantastisch. De rotsformaties, hier en daar door water en wind geërodeerd
tot een soort van gigantische paddestoelen geven een geweldige indruk.
Het geeft een komisch gezicht. Hier ervaren we het echte ‘woestijngevoel’,
we kamperen hier een nacht in de woestijn. (Nou ja kamperen...? We leggen
een doek neer en gaan erop liggen). De Bedoeïenen van gisteren verzorgen
vanavond het kampje. Hiervoor nemen ze kookspullen mee en ze hebben vooraf
voedsel ingeslagen, om samen met ons een beetje te koken. Voor de reis
kregen wij als advies mee dat we een slaapzak nodig zouden hebben voor
in de woestijnen omdat de temperatuur ’s nachts behoorlijk daalt. Nou
voor deze witte woestijn hebben we niet meer nodig gehad dan een T-shirt
of een lakenzak om in te slapen. Voor de rest was het 's nachts echt wel
warm genoeg, misschien dat we hem nodig hebben in de volgende woestijnnacht.
We genieten hier van de zoveelste mooie zonsondergang. De bedoeïen hebben
gezorgd voor natuurlijk Kip met rijst, en soep. Na het eten maken ze muziek
en kan het feestje midden in de woestijn beginnen. Na wat dansen en liedjes
zingen gaan we nog limbodansen, heel gezellig allemaal. Doordat het vochtgehalte
in de lucht gering is en er weinig of geen kunstlicht in de verre omgeving
is, hebben we een zeer helder uitzicht over het heelal. We zien talloze
vallende sterren en de melkweg. De sterrenhemel straalt zo veel licht
uit dat je ’s nachts kilometers ver de woestijn in kunt kijken. Dit is
echt een fantastische ervaring, zo in the middle of nowhere op je rug
in het zand liggen en de hele nacht naar boven kijken. Ongelooflijk mooi
en vele vele sterren. Schitterend, dat hadden we niet willen missen. We
worden ook regelmatig bezocht door kleine woestijnvossen, heel leuk om
mee te maken. De beestjes snuffelen door je spulletjes. Op een gegeven
moment lopen er een stuk of drie. Je vraagt je af waar die van leven in
zo'n woestijn. Enkele van onze groep besluiten om op een verhoging te
gaan liggen uit angst voor schorpioentjes en dergelijke. Helaas hebben
we die deze vakantie niet gezien. 's Nachts lopen Laurens, Pram, Noyan
en Etiënne lekker met de witte billen in de zwoele nacht. Ze geven licht
door het witte zand en de stralende hemel, een grappig 'gezicht'. Er komt
nog een lekker briesje opzetten wat lekker verkoelend werkt. Zo overnachten
in de woestijn enkele honderden kilometers van de bewoonde wereld zijn
echt de hoogtepunten van onze rondreis, dat hadden we niet willen missen.
Nu zit er dus weer een dag op van de vijf dagen die we dwars door de Libische
woestijnen naar het zuiden trekken. Onze 'ontdekkingstocht' voert ons
over oude karavaanroutes door wadi’s (drooggevallen rivierbeddingen),
laagvlaktes en heuvels, en wordt afgewisseld door groene oases, omringd
door dadelpalmen. In dit droge en snikhete landschap doemen de groene
paradijsjes op als fata morgana’s. Verlaten tempels van voor de jaartelling
staan eenzaam in de brandende zon. Unieke ervaring.
Dag 6 Farafra oase - Dakhla-oase
's Ochtends nuttigen we nog een heerlijk ontbijtje alvorens we weer verder
trekken richting de Farafra oase. Weer een lange tocht van 200 km voor
de boeg, waar we nog langs het zandmeer komen die op 140 kilometer van
de grens met Libië ligt. Hier worden echt temperatuurrecords gevestigd.
We stoppen even om enkele fotootjes te nemen van de hete woestijn. Het
hier zo ontzettend heet dat onze videocamera en fotocamera even op adem
moeten komen. De overgang van aarde naar hemel is heel vaag. De horizon
is dan ook moeilijk aan het wijzen. Onderweg komen we trouwens telkens
politieposten tegen die ons nummerbord noteren en steeds tellen of we
nog compleet zijn. Een toerist is hier duidelijk heilig, die moet je niet
kwijt raken. Bij een dergelijke post in het midden van de woestijn zitten
vaak zo'n drie tot zes agenten in een klein pandje. Lekker te bakken in
de zon. Ongelooflijke baan eigenlijk. Niets voor ons. Aangekomen bij de
Farafra oase is een warmwaterbron waar we met z'n allen heerlijk inspringen.
Het water is zeer warm en wordt door buizen gepompt in een betonnen bak.
Van hieruit wordt het water verspreid over akkers. Het water en de modder
is erg roestig dus iedereen heeft een oranje huid en de vlekken in de
zwembroek krijgen we er dan ook niet meer uit. Onze chauffeur Mohammed
Mustafa (Moemoe) komt er ook lekker bij net als de gids Isaan. De groep
krijgt steeds meer contact met deze mannen en we hebben het idee dat zij
het ook meer en meer naar de zin hebben. Het is wel lachen met die moemoe
want hij trekt Pram de zwembroek uit en er wordt flink gesard over en
weer. Farafra is de meest afgelegen en dunstbevolkte oase in het nieuwe
dal, is een vredig oord. De inwoners, vooral bedoeïen, staan bekend om
hun hang naar traditie en hun vroomheid. De grootste nederzetting is Al-Farafra.
Je ziet hier nog beschilderde huizen van kleisteen, maar helaas ook betonnen
woonblokken - het resultaat van pogingen van de regering om mensen van
buiten het gebied aan te trekken. Na deze niet echt verkoelende duik gaan
we bij deze oase nog langs bij een kunstenaar die de moderne en oude Bedoeïen
kunst fantastisch weet te etaleren. Het dorpsmuseum herbergt sculpturen
van het leven in de oase van de plaatselijke kunstenaar Badr, een zeer
aardige man. Na dit bezoekje gaan we even iets drinken op een terrasje
langs de weg, vervolgens gaan we weer op weg naar de volgende oase waar
we weer zullen overnachten (Dakhla oase). Onderweg komen we langs een
verlaten 500 jarig Bedoeïendorpje, Al-Qasr. We zien daar hoe de Bedoeïen
honderden jaren geleden hun dorpjes bouwden met moskee en zelfs een rechtszaal.
De smalle vaak overdekte kronkelstraatjes en kleistenen huizen verlenen
Al-Qasr, 27 km ten noordwesten van het dorpje Mut, een middeleeuws karakter.
Het plaatsje heeft dus een 12e eeuwse moskee en een madrassa (school)
uit de 10e eeuw. Het uitzicht vanaf het dak is werkelijk schitterend.
Aangekomen in Dakhla bereiken we ons bedoeïenkamp, waar we overnachten.
Dit is weer een heel knus kampje met heel kleine vaak rieten hutjes voor
twee personen. Het blijft eentonig maar het is erg heet hier. Na de late
lunch gaan we om 18.00 uur zwemmen bij iemand die eigenhandig een zwembad
heeft gebouwd op het dak van zijn huisje. Het water komt van de warmwaterbron
en is dus weer lekker warm. Voor hier is het eigenlijk heel luxe. De man
heeft de hele boel betegeld met van die blauwe zeetegels. Hij ziet geld
in ons want hij heeft zelfs gezorgd voor koude drankjes en stoelen rond
het zwembadje. Zelf bespeelt hij dan ook nog een instrument en de waterpijp
wordt ook weer te voorschijn gehaald. Wat wil je nog meer, zo midden in
de woestenij? Terug op het kamp krijgen we lekker kip met rijst en vervolgens
wordt er de rest van de avond gedanst op de muziek van de lokale mannen
hier. Het lijkt wel of iedere Egyptenaar een instrument kan bespelen.
Een van de bedoeïen is zo los in de heupen dat het net lijkt alsof hij
zijn onderlichaam los heeft van zijn bovenlichaam, dus iedereen de zanderige
dansvloer op. Terwijl iedereen gaat slapen hebben Etiënne, Pram, Noyan
en Mohammed een andere gids de hele nacht tot een uur of 04.00 uur gediscussieerd
over de wereldpolitiek, de islam, Amerika etcetera. Zo kom je er achter
dat in Amerika (Pram is namelijk Amerikaan) en in de Moslim wereld geheel
verschillend wordt gedacht over bepaalde zaken. Je weet wel Koeweit, Irak
enzovoorts. De propaganda van islamitische televisiezenders en de Amerikaanse
zender. Je krijgt ook een beetje het idee dat je in Nederland (Europa)
er een beetje tusseninzit. Toch valt op dat Arabieren/ Islamieten gewoon
fanatieker zijn in de discussie en echt vinden dat Amerika zich met z'n
eigen zaken moet bemoeien. Conclusie: Religie is de oorzaak van alle verschillen,
jammer want we bestaan allemaal uit hetzelfde DNA.... Maar genoeg hierover..
Dag 7 Dakhla-oase - Al-Kharga-oase
Dakhla wordt nu met haar weelderig groen en honderden bronnen beschouwd
als de mooiste oase. In het noorden strekken rozige rotsen zich uit tot
aan de horizon. Op de akkers groeien olijven, dadels, tarwe en rijst.
's Ochtends na het ontbijt zijn we met twee jeeps naar een van die echte
natuurlijke bronnen gereden. Tussen enkele palmbomen midden in de woestijn
ligt de bron. Vanaf de naastgelegen duin spring je dan ongeveer 2 meter
omlaag in een vreemd bubbelend water. Onze gids zegt dat de bron wel zo'n
200 meter diep gaat, maar wel volledig gevuld is met zand. Ondanks de
hoge sprong kom je eigenlijk nauwelijks onder water want de bubbels met
zand duwen je meteen weer naar boven. Het geeft een heel vreemd gevoel
aan benen en lichaam. Het gekriebel van zand maakt ons allemaal erg lacherig.
Plots zien we daar de groep begeleiders met kamelen komen. Afdrogen en
hop op een kameel. Bovenop de kameel zitten we nog aardig relaxed en kunnen
we heerlijk genieten van de tocht door het mooie landschap van palmen
en zandduinen. Etiënne krijgt het enige mannetje, het is echt een joekel
van een beest, enorm hoog. Eefje zit op een vrouwtje die ook nog 2 jongen
achter zich aan heeft lopen die constant van de moeder willen komen drinken.
Een komisch gezicht. Pram en Isaan (gids) lopen te rotzooien en te duwen
met hun kamelen. Op een gegeven moment stap Pram over op de kameel van
Isaan, waardoor Isaan langzaam maar zeker naar achteren zakt over de billen
van de kameel. Er wordt ontzettend veel gelachen en helemaal als de kameel
ineens begint te schijten en plassen terwijl Isaan aan zijn achterkant
vast hangt. We houden het bijna niet meer van het lachen. Isaan zit echt
helemaal onder en gebruikt de waterflessen om alles weer schoon te maken.
De rest van de tocht doet hij dan ook maar te voet. Geweldige kerel is
dat. Onder het gehobbel en soms wat geduw van die beesten komen we na
ruim anderhalf uur weer op het kamp. Als je je woestijnervaring echt diepgang
wilt geven, moet je hier een kameel nemen om een trip van een paar uur
te maken. Een onvergetelijke ervaring, al was het maar vanwege de spierpijn
de volgende dag. De lunch nuttigen we in het nabijgelegen dorpje toevallig
bij de broer van de zwembadeigenaar. Je raadt het al, we krijgen kip met
rijst en wat groente met soep. Na de lunch vertrekken we weer voor een
lange busreis (190 km) de woestijnen in richting onze volgende overnachtingplaats
(Kharga oase). Ook nu weer reizen de Bedoeïenen van het kamp van gisteren
met ons mee, om een kampeerovernachting te organiseren. Kharga, de grootste
oase, was de belangrijke voorlaatste halte op de weg der Veertig dagen,
de beruchte slavenhandelsweg tussen Sudan en Egypte. Het huidige El-Kharga
is niet echt mooi, tenminste wat we er vluchtig van zien. We strijken
neer aan het uiterste randje van de Al-Kharga-oase. Om precies te zijn
heet dit stuk de Baris-oase. Voor ons ligt de woestijn (echte zandduinen
van de Sahara zoals je die van televisie kent), achter ons slechts de
landbouwgrondjes van de bedoeïenen, die een eind verderop in de oase wonen.
's Nachts, als iedereen slaapt, hoor je hier slechts het geritsel van
de geiten die in de oase los rondlopen. Er komen twee jongetjes op mooie
Arabische paardjes aan. En Eefje maakt een ritje op dit felle beestje.
Prachtige statige beesten. De jongens galopperen daarna weer in een rap
tempo weg. Na gegeten te hebben rond het kampvuur liggen we weer in het
zand onder de prachtige heldere sterrenhemel. We slapen met z'n allen
rond het kampvuur en als dat dooft hebben we dit keer toch wel de slaapzak
nodig. Want het koelt enorm snel af. Het blijft een prachtige herinnering,
ondergaande zon achter de enorme zandduinen. Het zand is hier mooi oranje,
dus samen met het rode oranje zonlicht geeft dat een schitterend schouwspel.
Dag 8 Al-Kharga-oase - Aswan
Om 05.00 uur moeten we eigenlijk al opstaan om het konvooi in Luxor richting
Aswan te halen, maar we zijn allemaal wat verlaat. Het is ook nog stikke
donker. Hup hup de bus in en Mohammed heeft zelfs een beetje stress, of
hij het konvooi van 11.00 uur wel haalt. Dat waren dan de Westelijke woestijnen,
een gebied van bijna 3 miljoen vierkante kilometer: van de westoever van
de Nijl tot aan Libië en van Soedan praktisch tot aan de Middellandse
Zee. En er woont bijna geen mens. De airco niet aan en planken met die
bus. Mohammed is de beste, want hij krijgt ons nog ruim op tijd in Luxor
bij het konvooi (10.59 uur sluiten we aan!). Op deze vijfde dag van ons
‘nomadenbestaan’ zien we, net als de nomaden in vroeger tijden, een brede
strook groen opdoemen. Een teken dat de Nijl niet ver meer is. Met een
gevoel van spijt keren we dus weer terug in de ‘bewoonde wereld’. Nog
even snel poepen en plassen en meteen door naar Aswan in een door de politie
begeleid konvooi. De route van Luxor naar Aswan is heel anders dan de
woestijnen die we zojuist hebben verlaten. We rijden nu steeds langs de
Nijl waar het heel mooi is met de bergen en de woestijn op de achtergrond.
Je ziet gewoon een smalle groene strook en meteen een meter erachter het
zand van de woestijn. Gek eigenlijk. Het is trouwens wel duidelijk, waar
water is, is leven. Luxor en Aswan lijken wel wereldsteden want voor het
gevoel barst het ineens van de mensen. Mooie en tevens arme dorpjes passeren
we, overal zijn de mensen bezig met de landbouw. Elk strookje wordt benut.
Alle oude ambachten passeren de revue, terug in de tijd. In Aswan aangekomen
rijden we meteen richting een hotelletje ('Oscar'). Het is een oud koloniaal
gebouwtje met voor ons een ruime drie persoonskamer en een prima douche
(zonverwarmd water). Het feit dat je in het hotel het stof van een aantal
dagen van je lichaam kunt spoelen is meer dan welkom, wat een luxe! Na
een snelle douche gaan we in Aswan op zoek naar een chloor zwembad. Aan
de Nijl vinden we een luxe resort waar wij tegen betaling een frisse duik
mogen nemen. Vanuit het zwembad hebben we een schitterend uitzicht over
de Nijl en de woestijn met bergen. Best indrukwekkend. Precies zoals je
in folders zou kunnen zien. Clubsandwiches eten en relaxen. Aswan, de
zuidelijkste stad van Egypte, diende in vroeger tijden als uitvalsbasis
voor militaire expedities naar Nubië en Sudan. Aswan lag op het kruispunt
van oude handelsroutes tussen Egypte, donker Afrika en India en ontwikkelde
zich dan ook tot een welvarende marktplaats waar exotische waar werd verhandeld.
De stad ligt aan het mooiste deel van de Nijl, waar de woestijn werkelijk
tot aan de oever reikt en overal eilandjes opdoemen in het water. Er woont
een grote Nubische gemeenschap. De sfeer is hier zeer aangenaam en ontspannen.
Om 20.00 uur of zo gaan we luxe dineren. Iedereen wil wel eens wat anders
dan kip met rijst en bonen in tomatensaus. Het restaurantje dat we uitkiezen
ligt aan de Nijl. Sterker nog het is een drijvende boot op de Nijl. Het
is a la carte maar de bediening is waardeloos eigenlijk. Een Engelssprekende
ober is boos op een van zijn collega's. In plaats van verse sapjes krijgen
we uit een flesje aangelengd met water (ja slim zijn ze zeker). We bestellen
wijn met 4 glazen en krijgen er dan maar twee. Later bestellen we nog
drie keer een fles water met twee glazen. Bij de derde keer komt er dan
eindelijk iemand met water aanzetten en 1 glas. Nadat Eefje nog een glas
vraagt komt de ober eerst nog met 2 wijnglazen die eigenlijk voor water
hadden moeten zijn en 10 minuten later wordt ze overladen met 4 water
glazen. Echt een chaos en er zitten verder niet eens super veel klanten.
Het eten is echter goed en wordt ook meteen op tijd gebracht. Het duurt
even, maar dan heb je ook wat. Na het eten zamelen we nog wat geld in
voor Mohammed, want die heeft door alle haast van vandaag zijn mobieltje
(van zijn baas) in het busje laten liggen en die is door iemand eruit
gestolen. Een mobieltje wordt op zijn salaris ingehouden door zijn strenge
baas en die kosten hier veel geld. En hij verdient maar 200 euro per maand
ongeveer. Hij was er de gehele dag heel verdrietig van. Volgens de reisleider
moet hij er drie maanden voor sparen. Dus besluiten we met z'n allen ongeveer
10 euro te lappen voor een nieuw mobieltje. Hopelijk wordt hij dan weer
de vrolijke Mohammed. 's Avonds overhandigen we dit hem. Eerst weigert
hij nog 2 keer, maar uiteindelijk kan hij zijn geluk niet op. 's Avonds
flaneren we fris over de Corniche, de boulevard langs de Nijl, en verbaas
je je over de lichtheid van het bestaan. De Nubiërs, die hier in de meerderheid
zijn, zijn immers een vrolijk volkje. Na nog een waterpijp te roken en
wat drankjes, waarbij we in eerste instantie gruwelijk worden afgezet
gaan we slapen.
Dag 9 Aswan
Lekker uitgeslapen, we hebben om 16.30 uur pas weer een excursie op het
programma en kunnen de dag dus zelf indelen. Om 08.45 uur gaan we eerst
ontbijten in het hotelletje, waarna we het stadje intrekken. Het is 's
ochtends nog lekker druk met de lokale Egyptenaren op de Bazaar en we
kijken onze ogen uit. Slagerijen, Groenteboeren en andere marktlieden,
geweldig. Op de uitgestrekte markt (Sharia as-Souq) van Aswan is van alles
te koop. Van aanlokkelijke, geborduurde galabiyya's (lange gewaden) en
kleurige mutsjes tot geurige specerijen, levende dieren (veel kippen)
en verse groenten. Het is een genot om rond te dwalen in de chaotische,
volgepakte wirwar van smalle stegen en de exotische sfeer van de kleurrijke
Soek te proeven. De markt loopt hier parallel aan de Nijl dus de weg kwijt
raken is moeilijk. Naarmate we verder van de drukke hoofdstraat, Sharia
as-Souq, en de Nijloever afdwalen, richt de markt zich beduidend minder
op toeristen. In Aswan wanen we onszelf weer in Afrika. De tropische temperatuur
en het grote aantal Nubiërs dat hier woont, geven de stad het ‘easy going’-karakter.
Dit Afrikaanse volk leefde vroeger voornamelijk langs de Nijl ten zuiden
van Aswan. Toen de Nasser-dam voltooid was, werden zij gedwongen te verhuizen
omdat hun dorpen onder water kwamen te staan. Een deel vertrok naar Sudan
en een ander deel ging in Aswan wonen. Boven de steegjes van de bazaar
zijn doeken gehangen om de zon te weren. Hier worden naast kruiden en
stoffen ook andere artikelen uit Afrika verkocht. In de theehuizen zitten
de mannen aan de thee en de she sha (waterpijp met zoete vruchtentabak).
Je kunt hier rustig aanschuiven en meedoen met het populaire domino of
backgammon. De omgeving van Aswan is heuvelachtig en de bodem bevat veel
graniet, dat de oude farao’s al als bouwstenen voor tempels en obelisken
gebruikten. Ten zuiden van Aswan is de Nijl met zijn hoge oevers mooier
en grilliger dan elders in het land. Op de markt moeten we overal specerijen
komen proeven en ruiken. Elk winkeltje moeten we van de verkopers komen
bezoeken. Ze zijn allemaal wel aardig maar ze willen eigenlijk alleen
maar verkopen. Je hebt afgedaan als je niets koopt. Teveel spullen kopen
voor teveel geld, dus dat doen we maar niet. Na wat foto's en filmpjes
koopt Eefje een paar mooie flaneerslippers voor 's avonds op de Corniche.
's Middags gaan we weer lekker zwemmen en bijbruinen. Het is hier dan
zo'n 49 graden in de zon en de verkoeling van het zwembad is erg welkom.
Rond half vijf vertrekken we met een motorbootje naar de Botanische tuinen
in de Nijl, het eiland van Kitchener. Het is een van de aangenaamste plekken
van Aswan en dat kun je ook wel zien. Eén grote weelderige botanische
tuin waar je heerlijk kunt wandelen of lekker onder de bomen kunt uitrusten.
Al vinden we dat het zijn mooiste tijd wel gehad heeft eigenlijk. In de
zeer hoge Egyptische vijgenbomen, kokospalmen en dadelpalmen huizen allerlei
kleurige vogels en witte koereigers. Bij zonsondergang is hun gezang overal
op het eiland te horen. Aan de overkant van de rivier zie je het paleis
en de graftombe van Aga Khan, gelegen tussen enorme zandduinen. Vervolgens
varen we richting een oud Nubisch dorpje. Het dorpje is ietwat toeristisch,
de kindertjes staan je al op te wachten om je armbandjes en andere spulletjes
te verkopen. Maar de mensen zijn verder wel aardig. Het is een volledig
versierd dorpje. Alle muren zijn blauw en de vrouwen maar ook de mannen
pronken met hun baby's voor de foto's waarna ze graag picture money ontvangen
natuurlijk. Verder hebben ze daar kleine kaaimannen die je in je hand
mag nemen om een foto te maken. En een klein vrouwtje zet voor 10 Egyptische
ponden een Henna tatoo. We denken dat zij met 10 pond per tatoeage per
uur meer verdient dan wij allemaal, zo snel als ze die dingen zet. We
krijgen daar heerlijke kippenboutjes en varen vervolgens 's nachts terug
in het bootje naar Aswan. Vanavond drinken we wat op het binnenplein van
het hotel, want we moeten om 02.45 uur weer op voor de excursie naar Abu
Simbel. Rond 23.00 uur kunnen we trouwens onze was ophalen die we voor
15 E.pond helemaal met de hand hebben laten wassen. Lekker fris ruikt
het.
Dag 10 Abu Simbel - Aswan
02:45 uur de wekker gaat, douchen, lunchpakketje mee en in de bus. Om
04.00 uur staat een gids ons op te wachten, er vertrekt namelijk weer
een konvooi die ons naar Abu Simbel brengt. Het konvooi is gigantisch
lang. Een beetje misselijk zijn de meeste mensen of van de vroege thee
of van alle uitlaatgassen. De weg naar Abu Simbel bestaat alleen maar
uit één enorm lange asfaltweg waarop flink geracet wordt, omringd door
een gigantische zandbak. De tocht duurt zo'n 3 a 4 uurtjes, dus voor velen
tijd om te slapen in de bus. Langzaam maar zeker zie je de hemel lichter
kleuren en we worden beloond met een spectaculaire zonsopgang in het midden
van het niets. En omdat we lekker vroeg gaan, zijn we de grootste hitte
voor. Eenmaal aangekomen rond 08.30 uur hebben we tot 10.00 uur om rond
te kijken. De meest imposante tempel in Zuid-Egypte is toch de tempel
van Ramses II in Abu Simbel. Dit indrukwekkende rotstempelcomplex ligt
eenzaam in de snikhete woestijn, 280 kilometer ten zuiden van Aswan, nabij
de Sudanese grens. Het hele complex is in de jaren zestig verplaatst omdat
het, door de aanleg van de Nasser-dam, onder water zou komen te staan.
We kunnen ons bijna niet voorstellen dat dit een gigantisch project is
geweest waaraan experts uit de hele wereld hebben meegewerkt. De tempel
met haar vier 20 meter hoge kolossen van Ramses is 200 meter verder en
65 meter hoger weer opgebouwd. Hetzelfde geldt voor de aangrenzende tempel
van Hathor, gewijd aan Ramses’ vrouw Nefertari. De hele klus duurde vier
jaar. Veel korter natuurlijk dan de oorspronkelijke bouw 2300 jaar geleden.
De 33 meter hoge façade waarop de vier beelden van Ramses II staan moest
ontzag en vrees inboezemen, terwijl het interieur de vereniging van god
en koning benadrukte. Binnenin is het allemaal schitterend, overal hiëroglyfen
en enorme beelden die uit de berg zijn gehakt. Gelukkig mogen we wel filmen
binnen, fotograferen is verboden (vanwege het flitsen). Heel indrukwekkend
allemaal en ongelooflijk dat ze dit 2300 jaar geleden gemaakt hebben.
Wat een werk! Om 10.00 uur weer het hele eind terug met het konvooi. Onderweg
worden enkele mensen nog wat ongerust omdat Mohammed af en toe wat zit
in te suffen achter het stuur. Het is ook zeer eentonig, zand, zand en
nog eens zand, met één rechte zwarte asfaltstreep van 280 kilometer. Noyan
moet hem dus wakker houden, wat voor Noyan ook een zware taak is aangezien
hij nog geen 3 minuten wakker kan blijven. Noyan is echt een levensgenieter
die op de tussenstop op de Nasserdam de gids de bus uit zet. Die gids
heeft namelijk op de terugweg zijn handjes niet thuis kunnen houden. Hij
probeerde telkens Yvonne van onze groep met zijn Arabische handjes over
de benen te aaien. Goede actie van Noyan. Hadden we het maar eerder geweten
dan hadden we die vent te grazen kunnen nemen middenin de woestijn. Helaas
vertelde Yvonne het pas toen we de bus uitstapten. Maar goed, hij is uiteindelijk
ontslagen door het bureau waar hij voor werkte. Nog even lekker een laatste
duik in het zwembad van hotel Isis, met een heerlijke sandwich. Laurens,
Laila, Etiënne en Eefje besluiten daarna nog wat te gaan winkelen op de
Soek vlak voor het avondeten. Dit wordt echter minder leuk als een Arabier
10 euro wil wisselen voor 50 E.pond. Eefje vindt het namelijk goed en
wil haar portemonnee pakken die hij weggrist en daarmee bijna wegrent.
Gelukkig heeft Etiënne hem goed vast bij de arm en Etiënne grijpt de Arabier
bij de keel. De Arabier schrikt van de plotselinge agressie en laat de
portemonnee los, hij bibbert enorm. Hij roept dat hij moslim is en dus
geen kwade bedoelingen heeft. Allah lette blijkbaar even niet op. We laten
hem maar gaan zonder al te veel klappen te gegeven te hebben, want met
al die moslims om ons heen dat zou te veel worden. Door al deze commotie
hebben we niet al te veel zin meer in winkelen en gaan terug naar het
hotel. Jammer hoor want dat soort gasten verpesten Egypte natuurlijk wel.
's Avonds lekker gegeten, lekkerbekjes met rijst, aardappel, salade en
een karameltoetje na. Om 22.00 uur hebben Laurens, Etiënne en Pram een
afspraak met Mohammed, die hen gaat helpen met het kopen van een echte
galabiyya. Mohammed heeft zich voorbereid en om kwart over tien komt hij
de mannen ophalen en neemt ze mee naar een niet-toeristische winkel alwaar
allemaal verschillende modellen en maten gepast kunnen worden. Ook Noyan
koop er eentje. Buiten de winkel worden alle kleren uitgetrokken (op de
onderbroek na) en wordt de galabiyya aan gedaan. Als echte Arabische mannen
lopen ze over de Soek terug naar het hotel en voor de eerste keer trekken
de vrouwen niet alle aandacht. De galabiyya van Pram moet nog korter gemaakt
worden dus er wordt eventjes gestopt bij een naaiateliertje en Mohammed
regelt dat de galabiyya 's nachts nog korter wordt gemaakt. Ja, ja hier
kan dat allemaal nog. Na 30 minuten is ook die galabiyya perfect. Nog
een fotosessie van alle mannen in hun galabiyya in het hotel om vervolgens
het bed in te duiken.
Dag 11 Felukka-tocht
De bedoeling vandaag is dat we Aswan per rivier verlaten en wel met een
felukka. Een felukka is een goede manier om de Nijl en omgeving te bekijken.
Het is een traditioneel zeilschip dat van oudsher wordt gebruikt om goederen
over de Nijl te vervoeren. Het grote zeil dient voornamelijk om te sturen
en de schippers hebben het nodig om tegen de stroom in weer thuis te komen.
We passeren verschillende stroomversnellingen en een aantal eilanden met
Nubische dorpjes. Het barst trouwens van de grote cruiseboten hier op
de Nijl. Dat maakt het wel minder mooi, maar echt storen doet het niet.
Ze stinken wel (uitlaatgassen), maken een hoop herrie en zijn een beetje
over hun top. Dus we verlaten Aswan in stijl, per felukka. Bestemming
is Kom Ombo, zo'n 40 km stroomafwaarts zeilen vanaf Aswan. Onze grote
rugzakken geven we af aan Mohammed die ons morgenmiddag in Kom Ombo zal
opwachten met het busje, om ons verder te brengen naar Luxor. Om half
tien 's ochtends stappen we uiteindelijk op de felukka bij een oude schipper
en zijn zoontje Sahid. Na 10 minuten varen leggen we alweer aan en stapt
er nog een oude schipper aan boord. We snappen er niets van, want we zijn
weer vertrokken en leggen een minuut of 15 weer aan. Maar hier wordt alles
duidelijk. Sahid (jongetje van 8) verbergt zich in de kleine kajuit. Hier
worden namelijk de papieren van de oude schipper nagekeken, ook onze kopieën
van de paspoorten worden hier bekeken. Alles blijkt in orde met de papieren
en de twee oude schippers. Voordat we echt gaan varen leggen we wederom
een keertje aan. Nu weer om de oude schipper te lozen en weer een jongentje
(16) aan boord te nemen. We denken dat je alleen mag varen met twee volwassenen
en dat de twee jongens de zonen zijn van onze eigen oude schipper. De
oude schippers houden met elkaar gewoon de schijn op ten opzichte van
de politie. Dus onze kapiteinen zijn een jongen van 16, een jongen van
8 en de oude vader. Uiterst traag (want het ontbreekt een beetje aan wind)
zien we Aswan uit het zicht verdwijnen. Het landschap trekt tergend langzaam
aan ons voorbij. Het is echt een mooie houten boot, maar de eerste tekenen
van verveling beginnen na zo'n uurtje of 3 toch wel toe te slaan. De wind
is stil en de boot te klein om lekker rond te lopen. Dus meer dan alleen
een beetje liggen kun je niet. De omgeving vergoedt wel veel. En wie wil
er nu niet zeilen en overnachten op een klein bootje op de Nijl. Rond
lunchtijd meren we aan bij een zandduin en kunnen we ook nog even in de
Nijl zwemmen. Lekker warm is hij zeker. Het gekke is dat de schippers
gewoon water uit de Nijl drinken, voor ons zal dat niet zo'n goed plan
zijn. We krijgen tonijn met rode uit, aardappelen, warme en koude groenten
met brood, allemaal voorbereid door de bemanning van de felukka, eenvoudig
maar goed. De rest van de middag brengen we dus slapend, lezend en van
het uitzicht genietend door. We proberen ook regelmatig te praten met
de jonge schippers. Vader kan totaal geen Engels en de kleine Sahid ook
niet. Bij de oudere Mohammed (16) hebben we meer respons. Zij gaan dus
naar school en als ze vrij zijn dan helpen ze mee op de boot. Ze hebben
met de familie 3 felukka's en ze vinden het leuk en goed betaalde baantjes.
’s Avonds meren we aan bij een eiland waar we zullen eten en slapen. Mohammed
vertelde trouwens ook nog dat zij het water van de Nijl wel gewoon kunnen
drinken, het kan alleen niet meer overal en dat vindt hij wel jammer.
Ons avondeten wordt weer door de mannen op de boot bereid met een klein
vuurtje. We krijgen heerlijke krokante kippenvleugeltjes met tomatenaardappelprut,
rijst en salade van komkommer en tomaat. Het smaakt best goed, maar het
is eigenlijk veel te weinig. Overnacht wordt er op de boot, onder de overweldigende
sterrenhemel.
Dag 12 Kom Ombo - Edfu - Luxor
Rond 03.00 uur in de nacht worden we losgekoppeld van het kleine eilandje
en dobberen we verder richting Kom Ombo. Het wordt nog best spannend wanneer
een cruiseboot recht op ons afkomt en onze bemanning een beetje in paniek
raakt. Onze schipper tracht met lucifertjes te laten zien dat wij daar
varen, maar de cruiseboot ziet het volgens ons niet en komt steeds dichterbij,
we halen met z'n allen de zaklampen te voorschijn en de schippers beginnen
paniekerig de roeispanen te pakken en als een gek te roeien. Etiënne pakt
het roer en we draaien gelukkig van het 'cruisebootje' af, ook omdat de
cruiseboot op het laatst ons gezien had met zijn grote zoeklicht voorop
de boeg. Dat was wat geweest overvaren op de Nijl. We dobberen nog even
verder om vervolgens in alle vroegte aan te leggen bij Kom Ombo. We wachten
tot het licht wordt en nuttigen dan een ontbijtje. Daar zien we ineens
Mohammed de chauffeur aan komen lopen. Iedereen heeft hem gemist. Vlakbij
de plaats waar Mohammed zijn busje heeft staan gaan we nog de dubbeltempel
van Sobek en Haroeris bezichtigen. Kom Ombo ligt temidden van akkers met
suikerriet. Op deze vervallen plek ligt de Grieks-Romeinse tempel, die
volledig symmetrisch is. Het telt twee toegangen, twee zuilenhallen en
twee heiligdommen. Die ongewone opzet heeft te maken met het feit dat
de tempel aan twee goden is gewijd. Links de valkgod Haroeris (Horus de
oudere) en rechts de krokodilgod Sobek. We zien hier dan ook enkele krokodillenmummies
liggen. Overal op de zuilen zijn versiersels te zien van de lotus of lelie
van Opper-Egypte. Ook spotten we het reliëf van de krokodilgod Sobek in
mooi uitgekerfde en beschilderde muren. Toch vinden we de tempels erg
verwoest, maar dat is ook niet gek na zoveel jaren. We kopen nog enkele
scarabee armbandjes van 1 E.pond per stuk van kleine kindjes en we gaan
weer op weg met de bus, richting Edfu. Edfu blijkt een heel druk stadje
te zijn met veel paarden met koetsen en volop toeristen op de verschillende
bazaars. We bezoeken hier de tempel van Horus. Edfu ligt natuurlijk ook
aan de Nijl, halverwege Luxor en Aswan. Voor de Egyptenaren was het een
belangrijk heiligdom, omdat de valkgod Horus op deze plek fel strijd zou
hebben geleverd met zijn oom Seth, die Horus'vader Osiris op wrede wijze
om het leven zou hebben gebracht. Deze gigantische tempel, die in de negentiende
eeuw weer helemaal uitgegraven is, is één van de meest complete tempels
die je in Egypte kunt vinden. Het heeft bijna 2000 jaar onder een laag
zand en slib gelegen. In 237 v.C werd begonnen met de bouw van het hoofdcomplex,
die 25 jaar in beslag nam. Hoewel het gebouw dus relatief jong is, is
het belangrijk voor Egyptologen. Het ontwerp is namelijk op de veel oudere
faraonische tempels gebaseerd. De imposante, 36 meter hoge pyloon bevat
de gebruikelijke farao voorstellingen. Twee gracieuze zwartgranieten beelden
van Horus flankeren de toegang tot de pyloon, die naar een groot hof met
zuilengangen en zijvertrekken leidt. We komen eerst in de eerste zuilenhal
waarna we doorlopen naar de kleinere tweede zuilenhal met zijvertrekken.
Hier werden offeranden opgeslagen voordat ze naar de offerzaal erachter
werden overgebracht. Vanuit de offerzaal voert een trap naar het dak,
dat uitkijkt over de Nijl en het omringende akkerland. Het trappenhuis
is schitterend versierd met voorstellingen van het nieuwjaarsfeest, dat
in alle tempels in Egypte werd gevierd. Op de eerste dag van het nieuwe
jaar droegen de priesters een beeld van hun tempelgod in processie naar
het dak, waar het nieuw leven ontving van de zon. Achter de offerzaal
ligt het allerheiligste met een zwartgranieten schrijn. Dit allerheiligste
wordt omgeven door een aantal kapellen met prachtige reliëfs, in één ervan
staat een model van de godenbark van Horus. Ten zuidwesten van de tempel
liggen de resten van Horus geboortehuis. Hier speelde zich het jaarlijkse
kroningfeest af, een ritueel waarin de geboorte van Horus en zijn incarnatie
als de regerende farao werd gevierd. We zijn echt onder de indruk van
de gaafheid van deze tempel, maar goed we moeten weer verder. In de loop
van de middag rijden we Luxor binnen, ooit de hoofdstad van het oude Egypte.
Hier zitten we in hotel Arabesque. Het is een knus hotelletje met op het
dakterras een piepklein zwembadje. 's Middags hebben we 'vrij' om uit
te rusten van de afgelopen twee dagen. 's Avonds genieten we op het dakterras
van de kunsten van de kok. Hij heeft heerlijk vlees gebakken. Kip, beef,
kofta met lekkere roerbak groenten, salade en patat (heb er wel krampjes
aan over gehouden). Na het eten gaan we samen met Noyan bier proberen
te halen op de plaatselijke Soek om vervolgens lekker verder te relaxen
op het dakterras. De hotels verkopen namelijk geen alcohol, maar willen
het wel koel houden voor je.
Dag 13 Luxor
Luxor, ook bekend onder haar oude naam Thebe, was gedurende lange tijd
de hoofdstad van het oude Egyptische rijk. Vanwege de belangwekkende archeologische
vondsten wordt deze stad al eeuwen bezocht door toeristen, schatgravers
en archeologen. De indrukwekkende tempel van Luxor herinnert aan deze
tijd. Maar nog veel imposanter is het tempelcomplex van Karnak. Farao’s
van verschillende dynastieën hebben het gedurende 2000 jaar uitgebouwd
tot een zelfstandige stad. En nog steeds is niet alles opgegraven. De
triomflaan, die ooit drie kilometer lang was, wordt omgeven door sfinxen,
tempels, heilige meren en obelisken. Het kleine museum in Luxor heeft
één van de mooiste collecties van Egyptische oudheden. Luxor is dus gebouwd
op de oude ruines van Thebe en strekt zich uit langs de oostoever van
de Nijl. Het is nu een drukke plaats, die zo'n 150.000 inwoners telt.
Vandaag is een vrij in te delen dag en besluiten we samen met Laila en
Laurens eerst naar de tempel van Karnak te gaan. In een kitscherige paardenkoets
voor 10 E.pond komen we na 15 minuten aan. Het is nog lekker rustig want
we zijn heel vroeg, er zijn dus nog maar weinig toeristen. Het hart van
het immens grote complex van Karnak wordt gevormd door de tempel van Amon,
de koning der goden. De tempel is echt overweldigend. Er zijn grote binnenhoven,
zuilenhallen, kolossen, een groot heilig meer, het houdt maar niet op.
Het complex lag ruim 1000 jaar onder het zand bedolven voordat het halverwege
de 19e eeuw begonnen werd met de opgravingen. We zien dat ze nu nog volop
bezig zijn. Het restaureren, een enorme taak, is dus nog lang niet voltooid.
Het dak van de grote hypostylehal werd gedragen door 134 gigantische zuilen.
Voor de ingang van deze hal staat een imposant granieten beeld van Ramses
II, met een van zijn dochters aan zijn voeten. In het heilige meer reinigden
priesters zichzelf voordat ze rituelen uitvoerden in de tempel. Ten noorden
ervan staat een stenen scarabee van Chepri, gebouwd door Amenhotep III.
Dit Karnak is duidelijk het belangrijkste farao monument van Egypte na
de piramiden van Gizeh. Het heeft een oppervlakte van 40 hectare en ligt
dus ietsjes ten noorden van Luxor. Thebe moet wel heel belangrijk zijn
geweest. Het is echt heel mooi. We krijgen nog van een agent een mooi
fotografeerplekje aangewezen voor een overzichtsfoto en als we terugkomen
vraagt een arabier die daar toevallig ook lag, Bakshies (fooi). Die is
gek. In heel Luxor praten ze niet met je maar vragen ze meteen om geld,
eigenlijk heel vervelend. Wie heeft ze dat toch ooit geleerd? Na de Karnak
tempel pakken we een gewone taxi (oude Lada) voor 7 E. pond richting het
Luxor museum. Dit museum aan de Corniche (boulevard) halverwege de tempels
van Luxor en Karnak, herbergt een fantastische collectie beelden en artefacten
uit tempels en graven in de omgeving van Luxor. Bij de ingang zien we
een prachtige, vergulde kop van de koegodin Hathor, afkomstig uit het
graf van Toetanchamon in het koningsdal. Ook de grote kop van Amenhotep
III van roze graniet en het prachtige beeld van Thoetmosis III op de begane
grond vallen ons op. Op de eerste verdiepingen hebben ze meer voorwerpen
uit het graf van Toetanchamon, zoals een grafbed en twee modelbarken.
Gelukkig mag je hier overal fotograferen (niet flitsen). Ook zijn twee
borstbeelden te zien van Amenhotep IV (Achnaton) en een herbouwde muur
van 283 blokken zandsteen uit de tempel van Achnaton in Karnak. Het hoogtepunt
in het museum was voor ons een verzameling prachtig bewaard gebleven beelden
uit het Nieuwe Rijk, die in de tempel van Luxor waren ontdekt. Er staat
bij dat men dacht dat deze door priesters werden begraven om plaats te
maken voor de nieuwe beelden. Er zijn hier 24 stukken tentoongesteld ,
waaronder een bijna volmaakt, 2,5 meter hoog beeld van Amenhotep III en
een beeld van Moet en Amon. Een fantastisch klein museum (goed te belopen
en lekker rustig). We gaan te voet verder over de Corniche richting de
Luxor tempel. Deze drukke straat loopt dus langs de Nijl van Luxor naar
Karnak en is vol met bankjes, boompjes, verkopers, koetsen en cruiseboten.
De luxortempel, die opvalt in het hart van de stad, ga je binnen door
een door sfinxen geflankeerde laan, die zicht ooit uitstrekte van Luxor
tot Karnak (2 km verderop). De gigantische pyloon voor de ingang van de
tempel is versierd met voorstellingen van Ramses II. Twee zittende kolossen
van Ramses en een 25 meter hoge obelisk van roze graniet flankeren de
toegang tot de tempel. Oorspronkelijk stond er nog een obelisk, maar deze
werd aan het begin van de 19e eeuw verwijderd en op het Parijse Place
de la Concorde neergezet - een cadeautje van de Egyptische heerser Mohammed
Ali aan het Franse volk. Achter de eerste pyloon ligt de Zuilenhof van
Ramses II. Aan de oostzijde daarvan torent de Abu al-Hagga-moskee er bovenuit.
Nog meer zwarte granieten beelden van Ramses bewaken de toegang tot het
oorspronkelijke deel van de tempel, dat begint met de majestueuze Zuilengang
van Amenhotep III, die 14 zuilen telt. Op de wanden zien we voorstellingen
van Toetanchamon. Daarachter ligt dan de zuilenhof van Amenhotep III met
zijn dubbele rij papyruszuilen. Zelf vinden we de Karnak tempel mooier,
maar deze tempel is toch ook wel het bezichtigen waard. Ondertussen hebben
we lekkere trek gekregen want de MC.Donalds straalt hoog boven het tempelcomplex
uit. Hier dus een heerlijk Amerikaanse maaltijd genoten met uitzicht op
dit mooie tempelcomplex. Daarna lopen we via de Soek weer terug naar hotel
Arabesque waar we ons nog even onderdompelen in het zwembadje op dak.
's Avonds gaan we lekker de Soek op (enorm lange straat). Het is heel
druk en er wordt veel rotzooi verkocht. Laila en Eefje willen een Egyptische
jurk kopen en Mohammed helpt ze daarbij. Helaas hebben ze hier geen galabiyya's
voor vrouwen, alleen recht toe recht aan soepjurken zonder enig gevoel
voor model. Die Egyptenaren snappen niet zo goed wat de vrouwen zoeken
en uiteindelijk zeggen ze dat we hem dan zelf moeten vermaken. Jammer,
misschien later in Dahab of zo. Wederom nemen we bier en etenswaren (druiven)
mee om te nuttigen op ons prive dakterras, waar het trouwens verboden
is voor Mohammed de chauffeur. Met veel pijn en moeite krijgen we hem
naar boven. Over discriminatie gesproken. We gaan vervolgens lekker naar
bed om de volgende morgen weer om 05.00 uur op te staan.
Dag 14 Luxor
Aan de westkant van de Nijl ligt de dodenstad. De westoever gaan we per
ezeltjes verkennen. Nadat we met het pontje de rivier zijn overgestoken,
staan de ezeltjes ons al op te wachten. Iedereen kiest een ezeltje uit
waar hij de rest van de dag op zal rijden. Het is even wennen maar wel
super tof om op die beestjes door de bergen en suikerrietvelden te trekken.
Allereerst komen we in een groot suikerrietveld waar de kolossen van Memnon
als een soort schildwachten staan. Daarachter bevinden zich de bergen
waar diverse tombes en kleinere tempels gegraven of gebouwd zijn. Hosh
hosh is stoppen, maar ze lopen heel mak achter elkaar aan en als ze allemaal
stoppen is het geen probleem maar in je eentje soms wel. Dus lekker hobbelen,
een beetje kletsen tegen je eigen pakezeltje en van de omgeving genieten.
Aangekomen bij de tombes moeten we zelf het laatste steile stuk afdalen,
want de ezeltjes kunnen dit niet aan met ons op hun rug. Voor hen is het
tijd om te eten en drinken. Dit is het Dal der Koningen waar ooit farao’s
in hun schatkamer begraven werden. Het afgelegen, dorre Koningsdal was
de dodenstad van de farao's van het Nieuwe Rijk. Door hun graven diep
in de Thebaanse heuvels te verstoppen, hoopten Thoetmosis I (circa 1500
v.C.) en zijn opvolgers grafschenners te ontmoedigen. Tevergeefs. Ondanks
alle geheimzinnigheid werden alle sarcofaagkamers geplunderd, met uitzondering
van die van Joeja en Toeja en Toetanchamon dat in 1922 door Howard Carter
werd ontdekt. De rotsgraven zelf zijn daarentegen nog gaaf. De meeste
graven zijn voor het publiek opengesteld. Enorm lange trappen leiden ons
naar de kamers met de tombes; op de wanden hiërogliefen uit het zogenaamde
'Boek van de doden' en schilderingen van het leven van de overledene.
Opvallend is dat het in 1932 ontdekte graf van Toetanchamon met zijn vele
kunstschatten, veruit het kleinste is. Hij overleed onverwacht en op jonge
leeftijd. Men neemt dan ook aan dat de andere graven aanzienlijk meer
schatten hebben bevat. We bekijken hier de tombes van Ramses III, V-VI,
en IX. Ze zijn allemaal in erg mooie staat. De hiëroglyfen zijn werkelijk
prachtig en nog helemaal in kleur. Fotograferen is hier ten strengste
verboden. Mensen die het toch doen wordt het fototoestel afgenomen. En
terecht. Vervolgens bekijken we daarna dus het graf van Toetanchamon.
Zijn beschilderde sarcofaag staat er nog en de ruimte is helemaal beschilderd.
Zijn mummie met een gouden masker ligt er nog in. In het Koningsdal zijn
in totaal 62 graven gevonden. Buiten is het heel heet in de zon, zo'n
46 graden, heerlijk. Even uitrusten in de schaduw en alles laten bezinken.
Daarna weer lekker naar onze ezeltjes en op weg naar het graf van Koningin/
Koning Hatsjepsoet. Waar de heuvels van de woestijn beginnen, ligt de
imposante zandkleurige tempel van Hatsjepsoet. Het deels in de rotsen
uitgehouwen monument werd ontworpen door Senenmoet, de bouwmeester van
koningin Hatsjepsoet. Zij is de vijfde koningin die geregeerd heeft, maar
de eerste vrouw die dat gedaan heeft voor 22 jaar lang. Omdat ze vond
dat ze niet onderdeed voor koningen is ze op een bepaald moment door het
leven gegaan als man. Ze heeft dan ook nog een graf in het koningsdal.
De terugweg met de ezeltjes gaat eerst veel bergafwaarts en later door
verschillende dorpjes en het groene platteland. Hier krijgen we ook de
kans om eens lekker in galop te gaan. Echt toffe beestjes. Eefje's ezeltje
wordt op het einde zelfs een beetje agressief. Op een gegeven moment komen
we bij een dorpje waar we over moeten stappen in twee lokale taxi's. Die
brengen ons naar het huis van onze ezel-agent. Hier gaan we in zijn huis
lunchen. Zijn vrouw heeft zich echt uitgesloofd voor ons. Kip, rijst en
macaronie met spinazie en tomatensaus. Echt een leuk huisje waar gewoon
zand op de vloer ligt. Ach ja die mensen hebben ook niet veel nodig. Na
wat foto's van de kindertjes daar gaan we weer richting Luxor met een
klein motorbootje. Volledig afgepeigerd lopen we weer terug naar het hotelletje
voor een drankje op het dakterras, na eerst onze schoenen te laten poetsen,
met uitzicht over de Luxor tempel. Voor 1 E. pond hebben we blinkende
wandelschoenen. 's Avonds weer lekker gegeten en heerlijk geflaneerd op
de boulevard met zijn vele koloniale hotels en bijbehorende terrasjes.
Daarbij kwamen we ook langs de Brooke-dierenkliniek. Deze kliniek zorgt
in Luxor voor de vele ondervoede en verwaarloosde paarden en muilezels.
Dag 15 Luxor
Vandaag weer een vrij te besteden dag. Rustig aan gedaan tot een uur of
11.30. We lopen heel relaxed naar de Corniche om met koekjes en blikjes
te ontbijten op een bankje met uitzicht over de Nijl. We komen erachter
dat verkopers je niet lastig vallen als je daar op een bankje zit te eten
en drinken. Zodra je echter gaat lopen wordt je meteen weer gek gezeurd
om Felukka tochten te maken, rondritjes in een koets, krantenverkopers
(gelukkig geen Nederlandse kranten), of om gewoon dingen te kopen. We
gaan eerst naar de Soek want daar willen we nog een groot Egyptische doek
kopen. Ze beginnen hoog, zo rond de 150 E.pond, maar je moet ten eerste
maar eens delen door tien want anders betaal je veel te veel. Vaak lopen
we maar gewoon weg en komen ze ons schreeuwend achterna en dan blijkt
dat je dingen echt veel goedkoper kunt krijgen. Ze beseffen dan dat jij
het niet zo nodig hoeft te hebben. Gewoon flink moeilijk doen en als ze
dan een beetje boos worden kun je het altijd nog kopen. Dan heb je de
grens bereikt. Zoiets wordt op een gegeven moment echt een sport. Wel
lachen die gasten, want soms willen ze het dan ineens niet meer verkopen
en dan loop je gewoon weg. We raken hier ook aan de praat met een Sudanese
verkoper die gelukkig een gewoon gesprek kan aangaan zonder iets te verkopen.
Hij heeft hele verhalen over het slechte Nederland, met zijn hoeren (alle
vrouwen vindt hij), drugs en zijn criminaliteit. In Egypte gebeuren in
zijn ogen geen foute dingen. Dat kunnen wij niet over onze kant laten
gaan en leggen hem eens fijntjes uit wat wij in onze korte Egyptetijd
al wel niet meegemaakt hebben. Bijna beroving, vechtpartijtjes en dergelijke.
Hier moet je in konvooien rijden en dan nog die bomaanslagen, enzovoorts..
Uiteindelijk geeft ook hij toe dat in Egypte af en toe vreemde dingen
gebeuren maar dat dat vaak geheim wordt gehouden, met name door de regering
(angst om al het toerisme kwijt te raken). Uiteindelijk doet hij een aardig
boekje open. De politie zou af en toe flink corrupt zijn (ach die de Nederlandse
politie doet helemaal niets, dus wat is het verschil). Hij vindt Nederland
zelfs stiekem wel een fantastisch land. Hij is er weleens geweest. Hij
heeft zoals vele moslims zo zijn behoeften die hij in Egypte niet kwijt
kan (te weinig hoeren). Hebben we dus toch gelijk met het denken dat moslim
jongens vaak gefrustreerd zijn en best een flinke behoefte aan seks hebben
en zich daarom zo richten op de westerse vrouwen. We nemen afscheid en
keren terug naar het hotel, als het goed is heeft Noyan een groot zwembad
geregeld ergens. In de lobby hangt inderdaad een briefje met waar we moeten
wezen. We wisselen onze kleren in voor zwembroek en bikini en vertrekken
naar het Novotel aan de Nijl. Zij hebben een boot in de Nijl liggen waarin
zich een zwembad bevindt. Mooi uitzicht over de zandduinen, de palmbomen
en de langs zeilende felluka's. Bijna geen Egyptenaren in het zwembad,
wel veel Engelsen en Duitsers. We vermaken ons hier prima. Ook door het
zien van de versierpoging van een Egyptenaar bij een andere Hollandse
meid. Zij is na een dagje masseren vrij makkelijk over te halen tot spannendere
praktijken. 's Avonds gaan we nog met Laila en Laurens even een milkshake
halen bij de Mac en even internetten voor de belachelijke prijs van 8
E.pond per uur. Daarna weer even op het dakterras en naar bed maar weer.
Dag 16 Hurghada
Vanaf Luxor volgen we in konvooi de Nijl naar het noorden en bij Qena
rijden we de woestijn in naar het oosten. Na ongeveer zes uur reizen zouden
we dan aankomen in Hurghada. In de dorpjes en steden worden hele straten
afgezet om ons konvooi door te laten gaan. Alles voor de veiligheid van
de toeristen (bang voor terroristische aanslagen, wat toch wel regelmatig
voorkomt). Maar ineens ruiken we verbrand rubber en zien we rook aan de
zijkant van de bus. Stoppen dus en uit het konvooi. Er blijft één gewapende
politie eenheid bij ons in de buurt. Door het slechte onderhoud van de
bus is er wrijving ontstaan tussen de as en het achterwiel, iets met de
lagers. Helaas zitten we nu ergens midden in de oostelijke woestijnen
en moeten we eerst naar het volgende dorpje zoeken naar een garage. Zachtjes
rijden we dus verder totdat we een voorstad van Hurghada bereikt hebben.
Na 15 minuten vindt Mohammed een garage. De bus op de krik, het zou ongeveer
een half uurtje duren zeggen de monteurs. Nou dat is dan een Egyptisch
half uurtje, want uiteindelijk zitten we er wel 2 uur. Gelukkig heeft
de kantine daar frisse colaatjes die eerst nog een pond per stuk kosten
maar al gauw door de monteurs verhoogd worden met 50 cent. Zelfs in niet
toeristische gebieden zoals autogarages weten de Egyptenaren wel hoe ze
je geld moeten aftroggelen. Zonde, het gaat niet om het geld, maar de
manier waarop ze het doen is gewoon niet tof. We vertrekken weer richting
de zee waar we al 2 uur verlekkerd naar hebben lopen kijken in de kantine.
Hurghada dankt zijn bekendheid aan de koraalriffen die zich hier net onder
het wateroppervlak van de heldere Rode Zee bevinden. Het van oorsprong
kleine vissersplaatsje is uitgegroeid tot een internationaal duikcentrum.
Helaas is het met de planning van alle voorzieningen een beetje misgegaan.
Vandaar dat Hurghada een chaotische verzameling van veel te grote hotels
en toeristische complexen is. Om die reden blijven we er dan ook niet
langer dan nodig is. Het is echt een trieste bedoeling hier. We zouden
hier nog geen week vakantie willen houden, zo smerig is het hier. We kunnen
hier zelfs nergens gratis naar het strand, je moet overal betalen om gewoon
op het zand te liggen. Uiteindelijk komen we terecht op Pampa's beach,
een klein afgeschermd stukje strand met luide muziek en vol met oost-europeanen
en russen. Daar sprankelt ook niet echt de vreugde vanaf. Hier horen we
ook dat 1 op de 3 vrouwen komt voor de hoerenbussiness. Dit tezamen met
hun niet al te vrolijke gezichten maakt het beeld van Hurghada er niet
beter op. Gelukkig vertrekken we vannacht om 03.00 uur richting de Sinaï,
We besluiten de nacht maar eens door te stappen. We pakken gezellig een
terrasje voor het steakhouse waar we ook gaan eten. Het personeel lijkt
erg gemotiveerd en er wordt een hele rij tafels voor ons bij elkaar gezet.
Het eten is best goed, maar wordt helaas weer vergald doordat we bij het
afrekenen ineens allemaal veel meer moeten betalen dan vooraf gedacht.
Het schijnt dat je hier alleen vlees bestelt. Ze vragen wel of je er friet
of aardappelen bij wil, maar vertellen er niet bij dat je dat allemaal
afzonderlijk bij moet betalen. De friet was dus ineens 10 E. pond extra.
Dit is voor ons de druppel en Etiënne kan zijn agressie helaas niet de
baas. Stoelen gooien en extra lang blijven kloten is het resultaat. Uiteindelijk
houdt Etiënne zich in en blijft het bij wat duw en trekwerk. Je moet het
tenslotte niet verpesten voor de groep. Wat een verschrikkelijk restaurant
zeg. Om af te koelen halen we enkele milkshakes bij de Mac. Een deel van
de groep besluit te gaan slapen maar met de overgeblevenen gaan we richting
het strand op zoek naar een leuk terrasje of kroegje. Hier proberen we
nog enkele cocktails uit om vervolgens terug te keren naar het hotel voor
een snelle douche. Om 03.00 uur 's nachts is iedereen weer beneden. We
pakken de bus naar de haven waar we met de snelle catamaran-ferry naar
Sharm el Sheikh vertrekken. Eerst door de strenge douane. Mohammed onze
chauffeur is vanmiddag al vertrokken richting Sharm el Sheikh via het
Suezkanaal. Een rit van 900 km om ons aan de andere kant weer van de boot
te halen. Hij heeft de gehele nacht doorgereden en moet ons nu weer van
Sharm el Sheikh naar Dahab rijden. De ferry schommelt aardig heen en weer
door de hoge golven. Het is een overtocht van ongeveer 3 uur. Door de
strenge douane en dan met Mohammed richting Dahab. Dahab is nog twee uur
rijden door de Sinaï woestijn naar het noorden.
Dag 17 Dahab
Rond 10.00 uur arriveren we in een sfeervol hotelletje met leuke kamers
en een zoutzwembad. Dahab is een Bedoeïenendorpje aan de Golf van Aqaba,
een deel van de Rode Zee. Het is exotisch gelegen aan een zandstrand,
omgeven door palmen. De Rode Zee staat bekend als een toplocatie op duik-
en snorkelgebied. Prachtig gekleurde koralen en tropische vissen. Vanaf
het strand bij het hotel kan je zo het water in, en hang je al meteen
boven het meest wonderlijke koraal, al is het bij ons hotel moeilijker
om zo de zee in te rennen vanwege alle rotsen. 's Middags rustig aan gedaan
want we hebben per slot van rekening een nachtje overgeslagen. Het is
hier echt een surf- en duik-/snorkel-paradijs. Het heeft een beetje een
hippie sfeertje, veel chillende mensen. Overal terrassen met kussens op
de grond en she sha's erbij. Super relaxed hier. 's Avonds gaan we lekker
uiteten op zo'n terrasje onder het genot van de ruisende zee, de verse
sapjes en de cocktails. Aan de overkant van de golf van Aqaba zien we
de lichtjes van een dorpje in Saudi Arabië, zo dichtbij ligt dat. Overdag
kun je de bergen van dat land goed zien.
Dag 18 Dahab
Vandaag gaan we snorkelen! Voor het ontbijt vertrekken we om 08.30 uur
richting een lounge terrasje. Eefje neemt cornflakes met fruit, yoghurt
en honing en Etiënne gaat voor de romige tomatensoep met crostini's. Daarna
is het verzamelen om rond 10.00 uur snorkels te passen. Om 11.00 uur vertrekken
we per jeep richting de beroemde 'Blue Hole', een diepe schacht met een
heel eigen vis-fauna. Het koraal is hier werkelijk schitterend en ligt
vlak onder het wateroppervlak, waardoor je nog heel goed de verschillende
kleuren kunt onderscheiden. Ontzettend veel verschillend koraal en verschillende
vissen, het doet je goed om te zien. Alleen jammer dat veel mensen echt
helemaal niet luisteren en af en toe met hun flippers gewoon op het koraal
gaan staan. Kapot voor altijd. Schandalig!. Na een paar uurtjes snorkelen
en alle foto's van ons kruitvat onderwatercameraatje opgeschoten te hebben
rijden we weer terug naar Dahab. Bij 'ons' lounge restaurant laten we
onze maag weer goed vullen met al het heerlijks wat ze te bieden hebben.
Grote gegrilde Gamba's, white snappers, en tonijn en een waterpijpje toe.
Ze draaien hier ook erg leuke Arabische muziek. We vragen aan de ober
welke CD dit is. Voor 15 E. pond wil hij hem wel voor ons kopiëren. Dus
die bestellen we dan maar. Morgen kunnen we hem komen ophalen. Het programma
wordt 's avonds nog omgegooid. In plaats van morgenavond gaan we (degene
die mee willen, en dat zijn er maar een paar) vanavond al stappen in het
hardrockcafé van Sharm el Sheikh. Laurens is hier namelijk een verzamelaar
van hardrockcafé T-shirts en dus vraagt hij of wij allemaal ook mee gaan.
Nou voor een beetje swingen zijn Eefje en Etiënne natuurlijk wel in. Uiteindelijk
vertrekken we met z'n negenen, waaronder Noyan en Mohammed zelf. Mohammed
wil ons er wel naartoe rijden 's nachts. Dus 1,5 uur heen en 1,5 terug.
Sharm el Sheikh is een populaire badplaats en beslaat 20 km van de kustlijn
ten noorden van Ras Mohammed (nationaal park). Sharm, zoals iedereen het
noemt bestaat uit twee delen, de stad met zijn haven in het zuiden en
de toeristen-wijk Naama-baai 7 km ten noorden hiervan. Veel Europeanen
zitten hier, met name Italianen. Grote overdekte winkelcentra met grote
dure hotels er omheen. De prijzen liggen hier dan ook gewoon op Europees
niveau. Duidelijk een badplaats voor de rijken, verder heeft het weinig
sfeer want het barst van de neonlichten van alle barretjes, winkelketens
en hotels. Rond 22.30 uur zijn we er en we hebben met Mohammed afgesproken
dat hij ons weer om 02.00 uur ophaalt. Dit is wel wat anders dan in Caïro,
zodra de dansvloer geopend is stroomt deze vol en wordt er de hele avond
gedanst op foute muziek. De Italianen zijn er echter dol op en wij doen
dan ook gewoon leuk mee. Rond 04.00 uur liggen we weer keurig in ons bedje
in Dahab. Wel mooi zo 's nachts door de bergachtige woestijnen van de
Sinaï knallen.
Dag 19 Dahab
's Morgens weer heerlijk ontbeten aan de zee met uitzicht over de golf
van Aqaba en Saudi Arabië. Even lekker langs alle winkels lopen om daar
een snorkel te kopen zodat we 's middags bij Dahab (the lighthouse) kunnen
gaan kijken hoe het rif daar is. Dahab is nog best rustig, niet bijster
veel toerisme nog. Maar misschien is dit niet het juiste seizoen. De zee
voelt fantastisch warm aan en het koraalrif is hier eigenlijk mooier dan
in de 'Blue Hole'. De vissen zijn ook een stuk groter. We pakken hier
op het strand een lekker strandbedje en proberen onze bruine kleur nog
ietsje donkerder te maken. Geweldig plekje met die bergen hoog boven Dahab.
Vanavond met de groep, Noyan en Mohammed nog even uiteten bij de geweldige
visrestaurants hier. Echt waar, als ze ergens de tijd nemen om goed eten
klaar te maken in Egypte, dan doen ze dat wel in Dahab. De sfeer en de
mensen zijn ons hier uitstekend bevallen. Lekker naar bedje toe, morgen
weer vroeg op.
Dag 20 Dahab - Caïro
Vroeg op want vandaag wordt een lange reisdag. Een tocht van 8 a 900 kilometer
dwars door de Sinaï van oost naar west terug richting Caïro. We rijden
langs prachtige rode rotsformaties van de Sinaï en de Golf van Suez. De
natuur van het schiereiland Sinaï is heel mooi, de combinatie van bergen
en zee is geweldig om te zien. Maar alles is wel erg dor. We stoppen weliswaar
af en toe bij een piepkleine oase voor wat foto's maar daar houdt het
dan ook mee op. We passeren het Suez-kanaal en komen na ongeveer acht
uur rijden aan in Caïro. Het Suez-kanaal stelt helaas niet zoveel voor,
je mag er geen foto's nemen (dat hoeft ook niet want er is niets te zien).
We rijden door de tunnel (Ahmed Hamdi tunnel) van 12 km onder het kanaal
door en dat was het dan. 's Avonds gaan we weer naar het restaurant waar
we de eerste avond ook hebben gegeten (FelFela), maar dit keer was het
niet zo leuk. Veel te veel fooi willen ze allemaal hebben, echter het
eten was dit keer weer goed. Fooi voor het restaurant zelf (12%) fooi
voor de tafel (10%), taxes (10%) en dan komt de overdreven vriendelijke
ober ook nog eens vragen of hij ook fooi krijgt. Verschrikkelijk eigenlijk.
Jammer.... 's Avonds/ 's nachts lekker door Caïro geslenterd en aan het
eind van de avond naar boven op het dak van ons hotel Farao's nog even
wat drinken in het barretje.
Dag 21 Caïro
Vandaag hebben we de kans om die dingen te bekijken waaraan we tijdens
ons eerste bezoek aan Caïro nog niet toe waren gekomen. We besluiten om
de Khan el Khalili-bazaar te bezoeken vlakbij de Islamitische wijk. We
pakken een taxi want dat is echt het perfecte transportmiddel hier in
de stad en helemaal niet duur. We krijgen weer een lekke band, maar de
taxichauffeur is echter zeer snel met het verwisselen van dit euvel. Hup
lekker band op het dak gegooid en weer door. Op de markt is werkelijk
alles te koop, van souvenirs tot specerijen tot beddengoed. Handelaren
staan langs de straten tot aan de oude stadsmuren, 1,5 km naar het noorden
en zuiden, maar de steegjes van de bazaar zijn het drukst en boeiendst
in onze ogen. Het is wel een enorme stroom van verkooppraatjes, maar dit
keer zijn we er al aan gewend en hebben we eigenlijk nergens last van.
Er wordt hier ook traditionele, eeuwenoude Egyptische kunstnijverheid
beoefend, zoals weven, hout bewerken en naaien. 's Middags lopen we een
beetje rond in de wijken rondom ons hotelletje. Daar komen we in contact
met een oude man die ons graag zijn bakkerij wil laten zien. Dat willen
wij natuurlijk wel en we volgen de man een steegje in. Binnen zijn een
man of vijf, zes keihard aan het werk met kneden, en bakken. Alles met
de hand en één grote houtoven. Het ruikt fantastisch hier. Heel leuk om
te zien dat al die wijkjes van Caïro zo enorm leven. Gewoon rondlopen
zonder dat je toeristen ziet is erg prettig. Dan kom je ook eens wat aardige
Arabieren tegen die niet meteen op je geld uit zijn. 's Avonds gaan we
naar een cafe-restaurant vlakbij de Nijl om een afscheidsdiner te nuttigen
en om adressen uit te wisselen. Ook in dit restaurant zijn er problemen
met afrekenen. Noyan onze reisleider lost het prima op door aan te geven
dat hij in de toekomst geen groepen meer zal meenemen naar dit restaurant,
als hij dat al deed. Uiteindelijk een normale prijs betaald en hop weg
zijn we. 's Avonds nog flink gewandeld door de stad en weer naar het hardrockcafé,
we moeten de nacht door want Mohammed komt ons om vier uur 's nachts ophalen
om ons naar het vliegveld te brengen. In het hardrockcafé treffen we een
groep Amerikaanse soldaten die gelegerd zijn op de grens met Israël. Die
gasten voelen zich echt heel wat. Zij vinden dat als zij er niet waren
geweest de Israëli's allang weer overhoop lagen met de Egyptenaren. Maar
ze vertellen ook iets opmerkelijks. Vannacht is er een bomaanslag geweest
op een moskee en daarbij zijn enkele doden en gewonden gevallen. Wij horen
er verder niets van, ook niet als we het aan onze zeer slecht Engels sprekende
taxichauffeur vragen op de weg terug naar ons hotel. Die zegt overal Yes
op helaas. We vragen Mohammed voordat hij ons komt ophalen of hij voor
ons nog echte Egyptische She- sha's (waterpijp) meebrengt, hij zou zijn
best doen.
Dag 22 Vertrek Caïro - aankomst Amsterdam
Aan alles komt helaas een eind, ook aan onze mooie reis. Mohammed staat
om 04.00 uur voor de deur en verrast ons met schitterende waterpijpen.
We hebben hem 50 E. pond gegeven voor de pijp en 10 E. pond fooi. De waterpijp
kost ons dus nog geen 8 euro. In Nederland betaal je voor zo'n zelfde
rond de 65 euro. Mohammed geeft ons een laatste blik op Caïro met zijn
ritje naar het vliegveld en dan nemen we afscheid van hem en Noyan. Het
zit er weer op, het was een mooie reis en best wel een aanrader. Egypte
is een verschrikkelijk mooi land, echter de mensen vinden wij niet geweldig
en dat drukt de herinnering een beetje. Maar qua klimaat is er niets meer
te wensen over. Egypte heeft een woestijnklimaat en, in het uiterste noorden,
een mediterraan klimaat. Gemiddeld valt er in het noorden zo’n twintig
centimeter regen per jaar terwijl dat in het zuiden maar twee millimeter
is. In de wintermaanden is het koel maar in de zomer kan de temperatuur
op sommige plaatsen oplopen tot 50ºC. ’s Nachts kan de temperatuur in
de woestijn ruim twintig graden dalen. Vanwege dit grote verschil waren
de nachten toch een beetje koel, al is het dan bijvoorbeeld nog zo’n 25ºC.
Wat wil je nog meer.
|
|
|
|
|
|