|
Home
Arnhem
Toscane,
Italie
Casablanca
Egypte
Laos
Cuba
Andalusie, Spanje
Oeganda Rwanda
Cilento, Italie
Rajasthan, India
Gastenboek

Mailen?
|
Kenia, Tanzania en Zanzibar.
Reisverslag van Eefje en Etiënne. 25 januari t/m 17 februari 2003
KENIA
Dag 1 Vlucht Amsterdam – Nairobi (25 januari 2003)
Vertrek van Schiphol om 10.40. De reis verloopt voorspoedig, krantje,
koptelefoon, lekker eten en drinken, en we komen aan om 20.25 lokale tijd
(plus 2 uur t.o.v. Nederlandse tijd) in Kenia. Kenia is voor Afrikaanse
begrippen een middelgroot land, met een oppervlakte van 580.000 km² wat
ongeveer overeenkomt met Frankrijk en Luxemburg samen. De evenaar loopt
dwars door Kenia en verdeelt het land in grofweg twee even grote helften.
De meeste kenianen wonen op het zuidelijk halfrond. Al vliegend hebben
we inmiddels al 6689km gereisd. In Nairobi is het al lekker warm en Frank,
onze reisleider, staat ons al op te wachten. Eerst nog even geld wisselen
en dan kan het avontuur beginnen. $ 250 = 18.500 KSh. Buiten het vliegveld
begroeten we onze kok, Johnson, en de chauffeur, David. We krijgen meteen
de kans om de truck te bezichtigen die ons de komende weken gaat vervoeren.
De chauffeur en kok zijn van een engelse organisatie die “Guerba” heet.
Het is een mooie grote truck, 1600 pk, met zachte banken en veel ruimte.
Maar na een paar kilometer richting het hotel in Nairobi begeeft de truck
het ineens. Oververhit! Wachten dus. Vervolgens met een slakke gangetje
verder naar het hotel (hotel “Silver Springs”). Het is hier trouwens lekker
warm, het voelt als een warme deken. En dat na minus 4 graden in Nederland.
Nairobi is duidelijk de hoofdstad en het industriële hart van Kenia. Deze
miljoenenstad (3 miljoen) ligt op een hoogte van 1661 meter boven zeeniveau.
Het lijkt in veel opzichten op een ‘normale’ westerse stad, behalve dan
dat er op iedere straathoek ontzettend veel leven is. Gestookte vuurtjes,
kleine marktjes, busjes die propvol zitten en natuurlijk heel veel mensen.
In Nairobi ligt de grootste sloppenwijk van Oost-Afrika en daar is het
ons dan ook afgeraden om te gaan wandelen. Uiteindelijk zijn we ongeveer
01.00 uur naar bed gegaan, het is een lange dag geweest. Morgen om 09.00
uur staat de tocht naar Mount Kenia op het programma.
Dag 2 Mount Kenia
Nairobi bij daglicht. Er staat zelfs al een nieuwe safaritruck voor het
Hotel, aangezien de oude eerst gemaakt moet worden. ’s Ochtends om 9.00
uur vertrekken we vanaf het Hotel richting Mount Kenia. Na ongeveer een
uur verlaten we de laatste sloppenwijken van Nairobi en rijden we door
een groen gebied bezaaid met shamba's (veldjes) met koffie, maïs en ananas
richting de voet van de besneeuwde Mount Kenia. Bij de eerste stop moeten
we houtskool in slaan voor de kok. Dit kan gewoon langs de weg bij mensen
die dit gesprokkeld hebben. De tweede stop is in een dorpje waar Frank
en David op zoek gaan naar water, wat niet meevalt aangezien het zondag
is. Ondertussen staan alle dorpsbewoners ons te bekijken en dat voelt
niet echt lekker. We hebben niet het idee dat ze het heel leuk vinden
om blanken te zien. Gelukkig kunnen we al snel weer de reis voortzetten
met de verfrissingen aan boord. Bij de derde stop hebben we in een winkeltje
twee doeken met bananenplaksels gekocht. Dit was gemaakt door de kinderen
met ouders uit het dorp. Twee schitterende doeken. De top van Mount Kenia
is inmiddels al in zicht, het is heel helder weer en we zien de sneeuw
op de bergtop liggen. Deze bergtop is het hoogste punt van Kenia, het
is een vulkaan van 5199 m hoog. Daarmee is Mount Kenia de één na hoogste
berg van Afrika. Halverwege de middag arriveren we op de camp-site. Hier
gaan we de tentjes opzetten en lekker lunchen. Na de lunch gaan we wandelen
door een tropisch bos met dwergolifanten, colobus apen, bavianen en vele
vogels. De lange wandeling gaat naar de Mau mau klif, waar vroeger de
verzetstrijders onderdoken tegen de engelse kolonisten. Onderweg krijgen
we tevens uitleg van een lokale keniaan/gids, over planten en struiken
die de kenianen vroeger en nu nog gebruiken tegen allerlei kwaaltjes en
ziekten. De Mau mau klif bereiken we langs een klein riviertje met een
leuk bruggetje. Aangekomen vertelt de gids een verhaal over de verzetstrijders.
De klif was vroeger echt een grot, maar de engelse kolonisten hebben de
grot gebombardeerd en nu is er alleen nog een bolle overkapping. Na het
verhaal moeten we aan de wandeling terug beginnen, aangezien we voor zonsondergang
op de camp-site terug moeten zijn. Helaas zien we nog geen olifanten,
wel veel Olifantenuitwerpselen en neushoornvogels. Terug op de camp-site
horen we dat de andere groep die de korte wandeling heeft gedaan, op de
vlucht heeft moeten slaan voor een dwerg Olifant. Ondertussen heeft Johnson
een heerlijke maaltijd voor ons bereid met lekkere kippenvleugels. Na
het eten moeten we met z’n allen afwassen en WAPPEREN. Het is trouwens
snel donker geworden en het begint ernstig af te koelen. ’s Nachts is
het zo koud dat we maar nauwelijks slapen, zo hoog zitten we hier. Gelukkig
kunnen sommigen ’s ochtends een warme, houtgestookte, douche nemen.
Dag 3 Samburu/Buffalo springs reservaat (100 km²)
8.00 uur. Vertrek naar Samburu, zo’n 340 kilometer rijden. Het is nog
fris, maar onderweg dalen we weer naar het lekkere warme weer. In de truck
is het heerlijk, maar bij de eerste toiletstop voel je toch de verzengende
hitte op je billen. In Nanyuki, ongeveer de laatste stad voordat we de
bush induiken en het asfalt verlaten, moeten nog inkopen gedaan worden.
Wij hebben een uur vrij te besteden en dat doen we in het internetcafé.
Daarna is er nog even tijd voor souvenirs. We raken aan de praat met Alphonse
Junior, die hier souvenirs verkoopt. Junior is een aardige keniaanse jongen
van 20 jaar. Hij hoopt ooit nog eens Nederland te kunnen bezoeken. We
wisselen emailadressen uit en gaan weer verder. Na Nanyuki verandert het
landschap zienderogen; het weelderige groen maakt plaats voor doornige
acacia's en termietenheuvels. We komen nog door een dorpje: Isiolo waar
verschillende kleurrijke bevolkingsgroepen zoals Turkana, Samburu en Somaliërs
leven. We lunchen onderweg vlakbij een Samburu dorp. De Samburu zijn verwant
aan de Masaï. Lang geleden leefde er namelijk een Man met twee zonen.
Nadat de man was overleden moesten de zonen de erfenis verdelen. De ene
zoon kreeg de kettingen van zijn vader, Massa genoemd in Swahili, en de
andere zoon kreeg de beurs van zijn vader, Samburu in Swahili. De (massa)
zoon is daarna naar het zuiden getrokken en zo is de splitsing in stam
ontstaan (tenminste dat verhaal hebben we van de Samburu gehoord). De
Samburu leven dus in het noorden/ midden van Kenia en de Masaï in zuid
Kenia en in het noorden van Tanzania. In de middag brengen we een bezoek
aan een Samburu dorp waar we van alles te weten komen over deze fascinerende
bevolkingsgroep. De kleurrijke Samburu zijn veenomaden. Beide volkeren
(masaï ook) kennen een systeem van verschillende levensfasen die je achtereenvolgens
doorloopt. Elke fase gaat gepaard met bepaalde ceremonies, verplichtingen
en taken. De Samburu krijgers en vrouwen doen traditionele dansen voor
ons en een paar dames van onze reis moeten natuurlijk meedoen. Na het
dansen krijgen we nog een rondleiding en mogen we in de hutjes kijken.
Djosvat en Benji, beiden krijgers, kunnen redelijk goed engels en zijn
hiervoor dan ook naar school geweest. Beiden hebben bewust gekozen in
de stam te blijven. Zij geven ons de uitleg over verschillende gebruiken
en tradities. De Samburu leven in een boma. Dit is een haag van doornstruiken
om de hutjes heen, zo blijven de roofdieren op afstand. Meerdere families
leven in zo’n boma en deze hebben allemaal hun eigen poort. Ze leven van
vlees, bloed en melk. Dit krijgen ze van het vee (de koeien en de geiten).
Hoe meer koeien, hoe rijker de Samburu man. De Samburu man mag ook meerdere
vrouwen hebben. Dit is afhankelijk van hoeveel vee de man heeft. Aangezien
de vrouw vooral het werk doet, zal deze bij het groter worden van de veestapel
om hulp vragen. De Samburu man zorgt dan voor een nieuwe vrouw die de
andere mee gaat helpen. Een vrouw is ongeveer 5 koeien waard, dit is een
soort bruidsschat. Kortom de Samburu man is ook rijk als hij meerdere
vrouwen heeft. Alle kinderen van de stam gaan naar school, deze ligt vlakbij
en wordt gerund door missionarissen. Vlakbij is ook een permanente rivier,
ze hebben best een goed leven, al worden ze vaak niet ouder dan 45. Ook
het toerisme legt ze natuurlijk geen windeieren en daar gaan ze goed mee
om. De jonge kinderen zorgen ook voor het vee, zij gaan ermee op zoek
naar gras en water. Zodra de jongens “man” worden, worden ze krijger en
gaan ze buiten de boma leven. Hun taak is nu het verdedigen van de familie
tegen alle vijanden/ roofdieren. Als ze getrouwd zijn komen ze weer terug
in de boma en gaan ze een gezin stichten. Dit is het ultieme doel in een
Samburu leven. Als je niet getrouwd bent ben je nog niets, je wordt niet
eens begraven wanneer je in die periode sterft (je bent dan voer voor
de hyena’s). Na deze rondleiding en uitleg kunnen we nog van alles aan
sieraden, kalebassen e.d. kopen. Er wordt al driftig onderhandeld. Na
een zware onderhandeling kan Eefje de ketting kopen van het dansje met
de krijger en is het bezoek ten einde. Bij de ingang van het park beginnen
we onze eerste gamedrive (safari per truck). Omdat onze overland-truck
open zijkanten heeft en je vrij hoog zit heb je een goed zicht op het
wild. Meteen zien we al kuddes impala’s en ook wat oryxen. Dit is het
échte Afrika; hobbelige wegen van rode aarde, een wildernis van struiken
en bomen en de kans om na elke bocht wild te zien. In Kenia komen alleen
in dit reservaat oryxen, grevy zebra's, netgiraffen en langgenekte gerenuks
(ook giraf-antilope genaamd) voor. Om een uur of vijf zijn we bij ons
kamp op een prachtig plekje aan een rivier onder de bomen. In het riviertje,
op zo’n 15 meter afstand van onze tent, zijn de krokodillen al te zien.
Rond de tent lopen bavianen, zelfs zo veel dat we ze op afstand moeten
houden met stenen, omdat ze erg brutaal zijn en de kok lastig vallen.
Johnson (de kok) maakt een lekkere spaghetti en daarna kletsen we nog
wat na bij het kampvuur. Het is hier heel warm en het belooft een spannende
nacht te worden. Vol met geluiden van brulkikkers, leeuwen, olifanten,
ritselende bavianen en ander gespuis. Laten we de tent maar dicht doen.
Dag 4 Samburu/Buffalo springs reservaat
We gaan weer vroeg op voor een gamedrive, namelijk 6.30. Dus koekjes en
wheetabix voor ontbijt en wegwezen. Na de eerste kiekjes van wat vogels,
zoals een Maraboe, komen we al snel een leeuwin tegen bij de rivier. Prachtig
om te zien. Daarna krijgen we van moeder natuur een geweldige river-crossing
te zien van wel 80 olifanten. En komen we vervolgens de uiterst zeldzame
Netgiraf tegen. Deze staat lekker te knabbelen aan een acacia als onze
truck voorbijkomt. Een zeldzame ontmoeting. Na nog wat grant gazelles
is het tijd voor een brunch. In de namiddag stappen we weer met frisse
moed de truck in voor een gamedrive aan de andere kant van het riviertje.
Dit stuk van het park heet Buffalo Springs. Omdat wij nu bovenop de truck
zitten hebben we mooi 360 graden uitzicht. Dit geeft ons een imponerend
zicht op de kudde olifanten van vanochtend die nu in de hete zon verder
lopen. In de rivier, die langs onze tent loopt, zien we een krokodil strijden
met een visarend om een of andere prooi. Een leuk kat- en muisspel volgt.
Het is een heerlijk gevoel dat al het wild hier ongestoord zijn gang kan
gaan. Voorlopig gaan we niet meer naar een dierentuin hebben we besloten.
’s Avonds bij het kampvuur komt Djosvat (Samburu krijger) nog langs om
al onze vragen voor wat betreft de Samburu verder te beantwoorden. We
komen erachter dat de Samburu heel open-minded zijn en eigenlijk niet
zo heel verschillend denken. De krijgers mogen bijvoorbeeld vriendinnetjes
hebben en de vrouwen hoeven niet maagd te zijn bij het trouwen. De meisjes
worden uitgehuwelijkt, maar niet zonder hun eigen instemming. Ook mogen
echtparen scheiden en is de vrouw hiervan niet de dupe. De eigendommen
worden weer netjes verdeeld. Ze doen echter nog wel aan besnijdenis van
de vrouwen. Alle kinderen gaan tegenwoordig naar school en mogen zelf
besluiten of zij terug gaan naar de stam of dat zij in de stad gaan leven.
Het is echter wel zo dat wanneer zij afscheid nemen van de stam, ze ook
bijna geen contact meer zullen houden met hun familie. Dit is gewoon niet
handig. De stam heeft geen auto’s, telefoon of wat dan ook om dit contact
te handhaven. Langzamerhand gaat iedereen naar bed, Djosvat krijgt nog
een warm pilsje van ons en dan gaan ook wij maar eens liggen. ’s Nachts
worden we vergezeld door rotzooiende bavianen en blue balled monkeys,
dus wegjagen die handel. Ook hoor je vlakbij de leeuwen brullen. Waarschijnlijk
zitten die nog aan een vers gevangen maaltijd. Alles bij elkaar een geweldige
kampeerervaring. Er is hier geen douche en als toilet doet een gat in
de grond zijn taak.
Dag 5 Thomson Fall’s
Vandaag hebben we een lange rijdag (200 km) voor de boeg, we vertrekken
om 07.30 uur al gamedrivend het park uit. We zien nog een secretarisvogel
en wat wrattenzwijntjes. Plotseling lopen daar net voor de truck langs
nog twee cheeta’s over ons zandweggetje. De hele truck weet niet wat ze
meemaakt en iedereen duikt bovenop elkaar om een mooi kiekje te schieten.
Echt schitterende dieren. Zo slank en mooi gevlekt. Echt gemaakt om snelheid
te kunnen maken in korte tijd, serieuze jagers. Even later rijden we het
park uit, dit waren twee paradijselijke dagen. Omdat we vandaag zoveel
moeten rijden heeft Frank voor ons geregeld dat we nog even de benen kunnen
streken door met de Samburu naar de rivier te lopen. Onderweg legt Djosvat
nog wat wetenswaardigheden uit over het bouwen van de hutjes die bestaan
uit dunne takjes vol gesmeerd met mest en zand. Ook vertelt hij over een
bepaalde cactus die ze gebruiken voor het helen van wondjes, dit stopt
het bloeden en verzorgt, zoals aloë vera. Bij de rivier (de Ewaso Nyiro)
aangekomen zien we ezels, koeien en geiten met veel kleine kinderen en
wat ouderen. Enkele krijgers laten ons daar ook zien hoe je vuur maakt.
Dit doen ze van ezelstront en wat kleine takjes. Djosvat en nog wat krijgers
dagen ons uit om de rivier mee over te steken. Alleen Etienne neemt deze
uitdaging aan. De rest durft niet of is te moe van de hitte. Dus speer
in de hand, samburu slippers aan de voeten en daar gaat Etienne. Ondanks
de flinke onderstroom gaat het redelijk vlotjes. Eenmaal terug aan de
waterkant ruilt hij zijn blauwe horloge voor een echte samburu armband.
Vervolgens krijgen we nog een aderlating bij een geit te zien. Dit drinken
de Samburu en dan mogen ze tien uur lang niets eten. Dit is gevaarlijk
want je buik zet dan op. Eenmaal dit te weten gekomen mag/ hoeft niemand
meer te proeven. De geit voelt er nauwelijks wat van en is alleen wat
versuft waarna hij weer rustig verder loopt. Daarna moeten we terug naar
de truck om onze reis verder te vervolgen. De omgeving is zeer gevarieerd.
Overal zien we de typische acaciabomen en de dorre vlaktes. Via de landbouwgebieden
en de koffie- en theeplantages bij Nanyuki rijden we met een omweg naar
de Thomson Falls omdat de gewone weg niet meer veilig is. Er zijn volgens
onze chauffeur te weinig mensen en die mensen die er zijn hebben weinig
goeds in hun donder. Op sommige stukken is de weg behoorlijk slecht en
stoffig, maar we rijden later deze dag ook door rijkere gebieden waar
het wel ontzettend groen en weelderig is. Echt tropische wouden en een
vochtige, frisse lucht. We stijgen weer, want de fleece truien worden
weer aangetrokken. We slapen en eten in een gezellige lodge vlakbij de
Thomson watervallen. De watervallen liggen in de dichtbegroeide jungle
en storten over een diepte van 72 meter naar beneden.
Dag 6-7 Lake Baringo
’s Ochtends opgestaan en nog even de tocht naar de watervallen gemaakt.
Je krijgt daar een beetje ‘Gorrila’s in de mist’ gedachten. Ook het toerisme
floreert hier, Eefje werd wederom gelokt door de ‘goede Afrikaanse PR’.
Het zag er niet uit dat er veel winkeltjes waren, maar na de eerste bocht
bleek het een heel dorp met winkeltjes te zijn. Maar omdat Eefje de eerste
klant was mocht ze kijken, kijken en niet kopen. Dat zou geluk brengen
voor de rest van de dag. Vervolgens rijden we naar Lake Baringo. De omgeving
is zeer vruchtbaar en gevarieerd. We passeren diverse dorpjes en scholen
waar kinderen in alle kleuren uniformen enthousiast naar ons zwaaien.
We kamperen twee nachten aan het Baringomeer. Eén van de zoetwatermeren
in de Afrikaanse Rift vallei. We maken hier een boottocht over het meer
langs snuivende nijlpaarden en krokodillen. Maar ook visarenden en een
Massaai visserman. Het water is roze, omdat het ondiep is en de grond
is ook hier van rode aarde. Midden in het meer ligt een groot eiland,
dit wordt bewoond door 1 massaai man. Deze man heeft vijf vrouwen en 27
kinderen. Tegen de avond aanschouwen we de zonsondergang vanuit het bootje.
Op de terugweg naar de camping werden we wel weer aangeklampt door de
bevolking voor geld, pennen of iets anders. Dat maakte eigenlijk niet
uit, zolang als ze maar iets krijgen. Een avondwandeling is hier een spannende
gebeurtenis omdat de camping deel uit maakt van het nachtelijk weidegebied
van nijlpaarden. Na het eten en grazende nijlpaarden spotten gaan we gezellig
nog wat drinken in het barretje op de camping. Hier worden we verrast
door een verdwaald nijlpaard, die rustig langs het gebeuren terug naar
het water loopt. Da’s even schrikken zo in het donker. Ondertussen hadden
we ’s middags al kennis gemaakt met de reuzeschildpad die hier rondloopt.
De tweede dag bij Lake Baringo mogen we volledig naar eigen inzicht besteden.
Je kunt in de vroege ochtend een wandeling maken onder leiding van een
vogelkenner. De Afrikaanse vogelwereld is hier zeer bijzonder, want er
zijn maar liefst 450 verschillende soorten ‘gespot’! Ook bestaat de mogelijkheid
om een excursie naar het spectaculair gelegen Lake Bogoria te maken. Deze
excursie kiezen wij. Dit 34 km² grote meer is volgens velen het mooiste
meer in de Grote Afrikaanse Slenk. Er leven duizenden flamingo’s, pelikanen
en maraboes. Daarnaast zie je rond het meer zebra’s, klipspringers, grantgazellen
en de zeldzame koedoes. In het zuiden van het meer zijn warmwaterbronnen
(geisers), waarvan de fonteinen kokend water tot 4 meter hoog in de lucht
spuiten. Op de terugweg schieten ineens twee struisvogels voor de truck
de weg op. Met een aardig tempo in de benen haasten zij zich uit het zicht.
Heel erg leuk om te zien. Aan het einde van de middag maken we nog een
fikse wandeling van Lake Baringo naar de rift-wand. Deze wand rijst 68
meter de hoogte in. Onderweg zien we nog gele en zwarte schorpioenen en
een slangetje. De gele schorpioen is de meest giftige.
Dag 8-9 Kerio vallei
Bij het opruimen van onze tent kwamen 2 gele schorpioenen en een kakkerlak
te voorschijn, die meteen door enkele vogels te grazen genomen werden.
We verlaten de meren en dalen af naar de Kerio vallei. Onderweg genieten
we van de vergezichten. De Kerio vallei is een prachtig gebied om een
flinke wandeling te maken door bossen en langs watervallen. We trekken
hier dan ook ruim de tijd voor uit. We brengen hier ook een bezoek aan
de boerderij van een zeer ondernemende Afrikaanse boer, die graag over
zijn leven vertelt. Hij laat ons zijn boerderijtje zien wat niet groot
is, maar heel efficiënt in gebruik. Hij heeft een soort van stal voor
de beesten, een metalen tank waarin hij een kippenhok wil en natuurlijk
veel bananenbomen. Na dit bezoek zijn we van de middle zone van de kerio
vallei gelopen naar de higher zone (200 m. omhoog). Dit was een pittige,
steile wandeling, met veel klim- en klauterwerk. Boven hebben we een prachtig
uitzicht over de middle zone en de lower zone, dat zo’n 1800 meter lager
ligt. We overnachten bij deze boer op een kampeerplaats met een ongelooflijk
mooi uitzicht aan de rand van de vallei over de lower zone. ’s Avonds
heeft Etienne nog met Emanuelle (de boer) een potje schaken gespeeld.
’s Ochtends gaan we mee naar de kerk. De gospel klanken komen ons al tegemoet.
De kerk is hier wel wat anders dan in Nederland. Het is een soort doorlopende
voorstelling. Je kunt rondlopen, dansen, zitten en bidden natuurlijk.
De kerk staat trouwens in het dorpje Iten. En de kerk heet “deliverance
church”. Er zijn nog niet veel mensen en we worden veel aangestaard door
de kleine kinderen. Na ongeveer 45 minuten klappen, dansen en schreeuwen
vinden we het wel best en gaan we naar buiten. Daar zitten een paar kinderen
die ons al van top tot teen hebben bekeken. Heel voorzichtig durven de
eersten op ons af te komen. Even later komen ze los en willen ze alleen
nog maar spelen en dansen met die gekke blanken. Terug bij de tent lekker
lunchen en uitrusten, want er staat een 5 uur durende wandeling op het
programma naar de lower zone. Echt een schitterende wandeling langs dorpjes,
watervalletjes en heel droog landschap. Emanuelle (de boer) en zijn broer
zijn onze gidsen. Eenmaal teruggekomen was het weer tijd voor een potje
schaken. Emanuelle was Etienne al aan het zoeken, met het schaakbordje
onder de arm. Er is niemand in de omringende dorpjes die kan schaken dus
neemt hij het ervan. Emanuelle heeft het schaakbordje gekregen van een
andere toerist, die hij wel verslagen heeft. Moe maar voldaan gaan we
naar bed. De volgende dag is weer een reisdag.
Dag 10 Kisumu
In de loop van de ochtend vervolgen we onze reis door een gebied met thee-
en koffieplantages richting Kisumu aan het Victoria meer. We rijden door
een van de meest dichtbevolkte gebieden van Kenia en we zien een groen
kleurenpalet van shamba’s (akkers) waarop maïs, bonen en fruit verbouwd
worden. Halverwege de reis, hebben we vlakbij een schooltje geluncht.
Hier hebben we ontzettend veel bekijks. Het lijkt alsof zij nog nooit
een blanke gezien hebben. Het is ook erg vervelend om te lunchen, terwijl
zij staan te kijken. Daar hebben we best een schuldig gevoel aan overgehouden
eigenlijk. Ze staan letterlijk naast ons krukje het eten van ons bord
te kijken. Nou dan krijg je moeilijk iets door je keel hoor. Maar voor
bedelen mag je eigenlijk niets geven, al zijn er echt een paar schrijnende
gevallen bij. Na de lunch, toen we vertrokken, liet de chauffeur (op verzoek
natuurlijk) een afvalzak achter. Deze werd meteen door de mensen omgekiept
om te kijken of er iets eetbaars en bruikbaars in zat. Heel vervelend
is dat om te zien. Daar lig je ’s nachts wel wakker van. En dan nog te
bedenken dat 1 op de 3 HIV geïnfecteerd is, waaronder veel kinderen. We
kamperen straks trouwens aan Lake Victoria, bij de stad Kisumu (240.000
inwoners, vierde stad van Kenia). Vroeg naar bed, want ’s ochtend moeten
we weer vroeg op voor een reistocht richting de grens met Tanzania.
TANZANIA
Dag 11-12 Lake Victoria (Tanzania)
05.30 uur opgestaan. De Iman van Kisumu zingt ons wakker. Vanaf Kisumu
reizen we door een heuvellandschap verder naar de Tanzaniaanse grens.
Onderweg hebben we veel bedelende kinderen gezien. Langs Lake Victoria
zie je op veel plaatsen gedroogde vis en zelfs vissen van wel twee meter
lengte. Vandaag zitten we bijna alleen maar in de truck. Rond 12.00 uur
komen we aan bij de grens. Frank en Etienne gaan met alle paspoorten op
weg voor stempels en dergelijke. De beambte lijkt na een paar paspoorten
niet veel zin meer te hebben, maar gaat gelukkig door. Hij was alleen
maar een beetje nors. Ondertussen zijn David en Johnson in het plat Swahili
onze dollars voor Tanzaniaanse shillingen aan het wisselen. Er is hier
natuurlijk geen grenswisselkantoor, dus het moet zwart. De wisselkoers
wordt 950 shilling voor 1 dollar. Na ongeveer een uur en een kwartier
zijn we weer onderweg, maar nu in Tanzania. Tanzania is een middelgroot
land, dat qua oppervlakte (945.000 km²) overeenkomt met Frankrijk, Duitsland
en Belgie samen. Het heeft 34 miljoen inwoners en het bezit de hoogste
berg van Afrika (Kilimanjaro, 5895 m). Tanzania is nog armer dan Kenia
en dat is goed te zien, maar de mensen zijn wel aardiger. Rond 14.00 uur
hebben we ergens geluncht. Deze keer hebben we de overblijfselen in een
schone plastictas aan de kinderen in de buurt gegeven. Volgens onze chauffeur
hadden de kinderen echt honger, tenminste dat hoorde hij. Tegen het einde
van de middag komen we aan op onze overnachtingplaats, Speke Bay Lodge.
We verblijven hier twee nachten, lekker ontspannen aan het meer in grote
al opgezette tenten met bedden. Dit keer flinke luxe. We kunnen hier namelijk
douchen, scheren en op een echt toilet onze behoeftes doen. Dat is wel
even iets anders dan poepen en plassen in de bosjes naast de bavianen.
Vanaf deze mooie plek ging de helft van de groep kanoën en een vissersdorp
bezoeken en de andere helft (wij) heeft een pittige fietstocht (mountain-bike)
gemaakt langs kleine dorpjes en de mooie natuur. ’s Avonds staat tilapia
vis op het menu die in het Victoriameer gevangen is. Het is hier dus even
genieten en relaxen voordat we weer de bush intrekken. Met een oppervlakte
van 64.484 km² is Lake Victoria veruit het grootste meer van Afrika (bijna
anderhalf keer Nederland) en ligt op ruim 1100 meter boven zeeniveau.
Het meer geldt als oorsprong van de Nijl en wordt gevoed door regenwater
en twee grote rivieren, de Kagera en de Katonga. In het meer komen meer
de 200 vissoorten voor. Het is een gebied waar betrekkelijk veel malaria
voorkomt, dus we moeten onszelf weer flink insmeren met deet.
Dag 13-14 Serengeti Park
Vandaag weer vroeg opgestaan want we verlaten Lake Victoria en rijden
al vroeg de Serengeti in. De Gate van Serengeti ligt op 30 minuten rijden.
Daarna zo’n 155 kilometer het park in om onze tent op te zetten. Dit park
in de uitgestrekte Tanzaniaanse savanne is misschien wel het beroemdste
en het meest wildrijke park van Afrika. Het park is 14.800 km² groot.
In sommige maanden is dit het leefgebied van meer dan een miljoen wildebeesten
(gnoes) en zebra's. Voor leeuwen en cheeta’s is het park echt een luilekkerland.
De door het park verspreid liggende kopjes (rotsformaties), worden door
de leeuwen vaak als siëstaplaats gebruikt. Dit is duidelijk de beste tijd
van het jaar om hier te zijn. Het weer is goed, de wegen zijn aardig goed
begaanbaar en we zien de enorme kuddes van honderdduizenden gnoes en zebra’s
op de grote vlaktes grazen. De trek van deze enorme kuddes staat bekend
als één van de spectaculairste bewegingen ter wereld. De dieren zijn eigenlijk
constant onderweg door de hele Serengeti. Eén rondje is ongeveer 800 kilometer
hebben we gehoord. Afhankelijk van het weer beginnen ze later of vroeger
aan hun trektocht. Tussen juli en oktober verblijven de dieren in het
westelijk en middendeel van de Serengeti. Op hun zoektocht naar sappig
gras komen jaarlijks ook veel van deze dieren om. Eén van de gevaarlijkste
momenten is dan ook de oversteek van de Mara-rivier. In dit bruine water
liggen krokodillen te wachten tot ze een van deze dieren te grazen kunnen
nemen. Tussen juli en oktober komen ze dan ongeveer bij deze rivier. Die
steken ze over rond augustus richting Masai-Mara. En als het daar ook
weer droger wordt, maken ze weer een grote bocht naar zuidoostelijke richting.
Daar komen ze omstreeks december en januari aan. In de periode februari
en maart grazen ze hier om vervolgens weer de trek te maken naar het midden
en westen. En zo zijn ze de cirkel rond. Wij hebben ze getroffen in het
zuidoosten van het park. Het is echt een ongelooflijk mooi gezicht. Dat
dit nog bestaat doet ons goed. Gnoes en zebra’s helemaal tot aan de horizon,
met hun koppen naar beneden om te genieten van het hoge gras. Verder maken
we uitgebreide gamedrives door het weidse landschap. 's Avonds moeten
we het kampvuur echter wel brandend houden om de wilde dieren op afstand
te houden. Voor hyena’s en jakhalzen vormt dit geen belemmering om ons
kamp te doorzoeken op etensresten. ’s Nachts is ons aangeraden om in je
eentje de tent dan ook niet uit te gaan. Tijdens de gamedrives zien we
veel giraffen, vogels, gnoes, zwijntjes, zebra’s, hippo’s, agame, klipdassen,
thomson-gazelles, gieren, impala’s, hartenbeesten, grant-gazelles, topi’s,
oryx, buffels, maraboe’s, bavianen, krokodillen en natuurlijk olifanten.
Olifanten zijn hier in Kenia en Tanzania echt in grote getale aanwezig,
dus dat was genieten. Ook de leeuwen zijn natuurlijk weer aanwezig. Er
komt zelfs een mannetje recht op ons (in de truck) afgelopen, een schitterend
gezicht. Zo machtig en trots. Het stikt in de Serengeti sowieso van het
wild. ’s Middags hebben we ook één keer geluncht bij de Mara-rivier waar
de krokodillen als boomstronken ronddrijven. En wanneer we weer eten vlakbij
onze tent dan moeten we de bavianen wegjagen met stenen. Al met al veel
beleefd. ’s Avonds zijn we weleens lang opgebleven om de hyena’s en jakhalzen
te zien snuffelen en zoeken naar afval. Dat is een spannende gebeurtenis.
Je ziet ze dan echt door je zaklantaarnlicht rennen, heel gaaf. Maar het
mooie komt nog, want tijdens één van de gamedrives zien we in een boom
een luipaard met prooi en een jong (die zie je helaas niet goed). Echt
indrukwekkend, zo’n zeldzame verschijning op de vroege morgen. Nu na al
dat lange stilstaan van de truck om te genieten van al het wild om ons
heen, krijgt de chauffeur de truck niet meer aan de praat. Maar na wat
hulp van een andere chauffeur met landrover kunnen we toch al spoedig
onze weg vervolgen. Tegen het einde van deze dag zien we weer een raar
verschijnsel, er ligt een leeuw te slapen in een “saucisse tree”. Heel
vreemd, maar wel mooi natuurlijk. De laatste avond in Serengeti zijn we
vroeg naar bed gegaan. ’s Morgens wacht ons de reis richting de Ngorongoro
krater. Maar voordat we de Serengeti in het zuidoosten door de “Naabi
Hill Gate” verlaten krijgen we nog een toetje. Er loopt namelijk een hyena
door de schaduw van onze truck. Het blijft een grappig beest. Dit park
is echt een aanrader. Het is groot met enorme uitgestrekte vlaktes en
heel veel wild. We hadden het niet willen missen.
Dag 15 en 16 Olduvai Gorge en de Ngorongorokrater
Op weg van Serengeti naar Ngorongoro zijn de uitzichten de gehele dag
bijzonder mooi. Na een laatste gamedrive reizen we naar de ‘wieg’ van
de mensheid, Olduvai Gorge. Hier hebben we het museum bezocht. Hier is
ongeveer 20 jaar geleden een schedel en voetstappen gevonden van een voorvader
van de mensheid. Het stamt van 3,6 miljoen jaar geleden. Indrukwekkend
allemaal. Daarna reizen we verder door een gebied met Maasai manyatta’s
(huisjes). We rijden over de kraterwand naar onze overnachtingplaats.
De kraterwand bestaat uit een tropisch regenwoud waar het nu ook een beetje
regent. Af en toe kunnen we de eerste blikken in de krater werpen. Gek
genoeg is het in de krater zonnig. We overnachten de komende twee nachten
in kamers in een lodge in het stadje Karatu, nabij de krater. ’s Avonds
is het gezellig naar de bar gaan om een biertje te drinken en een optreden
van de dansende lokale bevolking te zien. De volgende dag de krater in.
De Ngorongoro Game reserve (dus niet alleen de krater) is 8300 km² groot
en is eigenlijk onderdeel van de Serengeti-vlakte. De krater zelf beslaat
een oppervlakte van 265 km². De krater is een uitgedoofde vulkaan van
2200 meter hoogte. Buiten de krater zijn eindeloze, totaal verdorde grasvlakten
met bijna geen begroeiing. Om de vloer van de krater te bereiken moeten
we 600 meter dalen. De doorsnee van de krater is 20 km. Het is echt een
op zichzelf staande habitat, met twee permanente meertjes. Duizenden jaren
geleden waren de wanden nog veel hoger, maar onder het gewicht van de
begroeiing zijn ze ingeklapt en heeft het een geweldig stukje natuur opgeleverd.
Aangezien trucks niet de krater in mogen/kunnen, stappen we vandaag over
in Landrovers. Om 07.00 uur staan deze landkruisers al klaar. Het is nog
bewolkt en bij de wand begint het weer te regenen. Na 1,5 uur van Karatu
naar de vloer van de krater, begint de gamedrive. Onze chauffeur heet
Viktor, hij is 23 en een heel aardige kerel. Overal wanneer we om ons
heenkijken zien we de kraterwand en ontzettend veel wilde dieren, waaronder
olifanten (alleen mannetjes, omdat de vrouwtjes en kleintjes op de wand
zelf leven. De kleintjes kunnen de afdaling namelijk niet maken.), buffels,
gnoes, zebra’s, leeuwen, flamingo’s (flamingo's zeven algen uit het sodameer
Lake Magadi), wouwen, hartenbeesten, jakhalzen, zwijntjes, lepelaars en
hippo’s. Ook missen we hier de giraffen. Zij kunnen vanwege hun lange
poten, de afdaling ook niet maken. We hebben ze wel buiten de krater gezien.
Maar we gaan natuurlijk op zoek naar de zwarte neushoorn. Dit is namelijk
één van de weinige plaatsen in Tanzania waar ze leven. Volgens de gids
leven er hier nog 17 van die kolossen. En ja hoor net als we naar de lunchplaats
rijden zien we er vier staan. Ze hebben puntige lippen en een donkergrijze
huid. Het waren de laatste van de Big Five die we nog moesten zien, dus
missie volbracht. ’s Middags komen we nog 7 leeuwen tegen die net naast
het zandweggetje of sommigen zelfs middenop het zandweggetje liggen. Hier
hebben we mooie close-ups kunnen maken van de grootste luilakken ter wereld.
Kortom het was weer een geweldige dag hier in het noorden van Tanzania.
Je waant je in de krater in een paradijs, zo mooi is het hier. Trouwens
we hebben deze dag ook ontzettend veel gelachen. Eén van de landrovers
kwam namelijk vast te zitten in de blubber en dat leverde komische taferelen
op. Terug bij de lodge kunnen we ons opfrissen en klaar maken voor het
eten. We gaan namelijk ‘local’ eten, in één of ander klein tentje in Karatu.
Die mensen hebben volgens Frank nog nooit zo’n grote groep op bezoek gehad,
dus dat is spannend. Frank en Johnson hebben ’s ochtends al een tentje
uitgezocht en onderhandeld over het eten en over de hygiëne natuurlijk.
Ha ha, die mensen hebben nog nooit zo’n stress gehad. Het geroosterde
vlees was erg lekker. Daarnaast was er sukiwaki (soort spinazie), tomaten,
komkommer, e.d. met chilisaus. Dit alles wordt gegeten met chapati (hartige
pannenkoek) of een soort witte griesmeeldrap. Vlakvoor het eten heeft
Eefje nog een lap stof gekocht om als wikkelrok te kunnen gebruiken. Morgen
weer een reisdag, maar wel met leuke onderbrekingen.
Dag 17 Mto wa Mbu, Arusha
Eerst ’s ochtends dollars wisselen, want het wordt onderhand tijd dat
we souvenirs gaan kopen. Na een klein uur stoppen we bij een klein winkeltje
waar ze t-shirts verkopen en rijden we het asfalt weer op (de bewoonde
wereld zou je kunnen zeggen). Vandaag rijden we richting Arusha en stoppen
we onderweg in het dorpje Mto wa Mbu (betekent rivier van de muggen) in
het kader van een project van Stichting Nederlandse Vrijwilligers (SNV).
We maken hier een drie uur durende wandeling met een gids door bananenplantages
en rijstvelden en we brengen een bezoek aan verschillende ondernemers
van de lokale middenstand. Hier lessen we onze dorst met het lokaal gebrouwen
bananenbier en krijgen we uitleg over de medicijnen van de medicijnenman.
In het dorp leven verschillende stammen samen, de masaï en chagga. Het
verschil is dat de masaï vooral leven van hun kudde, melk, bloed en vlees.
De chagga zijn echte agrariërs. Er wordt dan ook veel geruild onderling.
De bananenplantages zijn enorm groot. Er worden zo’n 5000 trossen per
week geleverd aan diverse vrachtwagens die ermee naar de grote steden
rijden. Van de overgebleven bananenbladeren worden schuttingen, afdaken,
lunchboxes enzovoorts gemaakt, erg milieuvriendelijk allemaal. Halverwege
de wandeling hebben enkele vrouwen uit het dorp een heerlijke lokale maaltijd
voor ons klaargemaakt. Zoet gefrituurde aardappeltjes, tilapia, rijst,
steew, koolsla en salade. Daarna gaan we voor een korte stop naar een
echt masaï dorpje. We hebben hier in de hutten mogen kijken en ook leuke
souveniertjes voor thuis meegenomen (o.a. armbandjes en een kalebas).
We rijden daarna door een gebied met doornsavanne, via Moshi naar Arusha.
Dit is echt een grote Afrikaanse stad weer. We arriveren tijdens de spits
denken we, want het is gigantisch druk. Je kunt over de wagens en hoofden
lopen. Hier overnachten we op een kampeerplaats, die gerund wordt door
een paar Belgen. Dit is duidelijk het rijke deel van Tanzania. Morgenvroeg
gaan we hier dan ook 2 uurtjes winkelen, voordat we verder naar het oosten
rijden. Met zakken vol briefpapier gaan we de markt op. De markt is erg
leuk, met smalle straatjes vol met verkopers die je letterlijk hun winkeltje
proberen in te trekken. Het onderhandelen met die mensen gaat helaas niet
zo soepel. Ze beginnen belachelijk hoog, en als wij dan heel laag beginnen
moeten we meteen verder lopen. Er waren in de jaren voor ons jammer genoeg
al teveel Amerikanen geweest en die betalen altijd maar gewoon wat ze
hier vragen. Zo help je de hele markt naar de knoppen. We hebben uiteindelijk
slippers, slacouverts en andere houten dingen gekocht.
Dag 18-19 Usambara Mountains
Dag 18 is een lange reisdag naar de Usambara mountains, waar we in de
loop van de middag aankomen. Hier kamperen we op een kleine camping van
één of andere Griekse man. Usambara is een perfect wandelgebied met een
bijzonder vriendelijke bevolking. In de buurt van het plaatsje Lushoto
hebben we de volgende dag gewandeld door een weelderig tropisch bos waar
prachtige zwart-witte colobusapen leven. Op een boerderij in de bergen
hebben we heerlijk geluncht. Eefje is ’s middags nog naar een weeshuis
gaan kijken, waar ze een rondleiding krijgt van de plaatselijke hoofdverpleegster.
De hoofdverpleegster is een gezellige dikke tante met een brilletje die
alles wel wil vertellen, maar waar helaas geen tijd voor is. Ze weet alle
namen van de kinderen en ook wanneer ze geboren zijn. Tussen het praten
door deelt ze hier en daar een knuffel uit en pakt ze de kindjes op. Erg
aandoenlijk. Op iedere kamer zijn nog 3 kindermeisjes die ook voor de
kinderen zorgen. Er zitten kinderen van 0 tot 7 jaar voor vaste en tijdelijke
opvang. Het doel is de kinderen binnen 3 jaar weer terug te krijgen bij
familie. Van veel kindjes is de moeder gestorven bij de geboorte. Soms
komen ook meerlingen tijdelijk in de opvang, omdat de moeder te verzwakt
is om meer dan 1 kind te voeden. Kinderen die te vondeling worden gelegd
(dit gebeurt regelmatig) blijven meestal permanent, omdat de familie natuurlijk
niet meer te achterhalen is. Het is een indrukwekkend, arm, maar erg schoon
huis. Etienne heeft die middag een beklimming van 2200 meter gedaan naar
een viewpoint. Een zware klim, die zeker de moeite waard was. ’s Avonds
begint het ineens enorm te hozen, sommigen tenten houden het dan ook niet
helemaal droog. Maar hier in Afrika is dat eigenlijk niet zo erg, het
droogt wel weer. Morgen weer vroeg op.
Dag 20 Dar es Salaam
’s Ochtends (07.00 uur) verlaten we de koele Usambara’s en dalen af naar
het tropische laagland bij Dar es Salaam aan de zee. Een lange tocht van
bijna 400 km. We stellen de lunch uit tot in Dar es Salaam zodat we zo
vroeg mogelijk aan zee kunnen liggen. David, de chauffeur heeft echt z’n
best gedaan door al die slingerende bergen en langgerekte velden. 14.00
uur zijn we er al. We pakken hier meteen de boot naar een ander deel van
de stad, waar we onze tent op het strand kunnen opzetten. We kamperen
echt op een mooi bounty zandstrand aan zee. De zee is heerlijk warm en
produceert heel hoge golven. Je word flink meegesleurd door de onderstroom
en daar komt de klap van de golf nog eens bij. Vanavond is het crew-night,
want voor de jongens van Guerba zit de reis er al op. Na een heerlijke
visbarbecue komt er een speech en een fooi, om deze twee goede kerels
te bedanken. Etienne neemt nog even een lekkere duik in de donkere zee
en na enkele borreltjes, slapen we heerlijk onder het geruis van de Indische
oceaan.
Dag 21-22 Zanzibar Stone Town
’s Ochtends wakker worden met weer een vroege duik in de zee, waarna we
per ‘zeebus’ in circa twee uur naar het specerijeneiland Zanzibar vertrekken.
Het wordt warmer en warmer naar mate we Zanzibar naderen. Daar aangekomen
lopen de zweetdruppels letterlijk in straaltjes over je rug. De vochtigheidsgraad
is heel hoog. En daarbij loopt het kwik op ver over de 40 graden. Ook
hier moeten we inchecken en krijgen we nog meer mooie stempels in ons
paspoort. Daarna naar het hotel en ronddwalen in het historische Stone
Town met zijn smalle straatjes vol winkeltjes en huizen met bewerkte houten
deuren. Gek genoeg is het hier goedkoper dan in Arusha, voor wat betreft
de souvenirs. Waarschijnlijk omdat de toeristen wegblijven i.v.m. een
aangekondigde aanslag, de economische malaise en de aankomende oorlog
met Irak. De Engelsen hebben zelfs een negatief reisadvies voor Zanzibar
gekregen. Voor ons is dit echter de perfecte plaats om lekker bij te komen
van onze reis. De rijke historie en het grote aantal historische gebouwen
geeft een warm en knus gevoel. Zanzibar City (Stone Town is het oude centrum)
heeft toch nog 250.000 inwoners en is daarmee de derde stad van Tanzania.
De bevolking hier is zeer divers samengesteld, wat alles te maken heeft
met het verleden. Je ziet zowel arabieren als afrikanen rondlopen (ruim
95% is islamitisch). Zanzibar was lange tijd een belangrijk handelscentrum,
en daardoor een ontmoetingspunt voor culturen. Het is onafhankelijk en
heeft een eigen regering. De bevolking ervaren we als zeer vriendelijk.
Aan zee gaan we met z’n tweeën uiteten, want vandaag is het eigenlijk
Valentijnsdag (ach ja, je moet een excuus hebben hè). Heerlijk genieten
op het strand van de ondergaande zon. De volgende dag gaan we op zoek
naar dolfijnen. We staan vroeg op en worden opgehaald door een taxibusje
die ons naar de andere kant (oosten) van het eiland brengt, naar het plaatsje
Kizimkazi. Hier stappen we met flippers en snorkel in een klein bootje,
waarmee we op zoek gaan naar één van de intelligentste dieren op aarde.
Gelukkig hoeven we niet heel erg ver de oceaan op, want één van onze begeleiders
heeft ze al gezien. De boot wordt dan in de tegengestelde richting voor
de dolfijnen stilgelegd en wij springen er dan meteen tussenin. We zien
de dolfijnen echt van heel dichtbij en het lijkt of zij net zo nieuwsgierig
zijn naar ons als wij naar hun. Een schitterende ervaring, zwemmen tussen
die enorme vissen. ’s Middags een lekkere vislunch en daarna snorkelen
boven een koraalrif, waar we de meest gekke vissen gezien hebben. ’s Avonds
gaan we met de groep uiteten ter afscheid van onze reisleider Frank bij
het restaurant ‘Mercury’s’. Dit restaurant is naar Freddy Mercury van
Queen vernoemd, omdat hij een zanzibari was.
Dag 23-24 Zanzibar naar Nairobi
Vandaag om 09.15 uur pakken we een vlucht naar Nairobi. We vliegen over
de Kilimanjaro. 11.30 uur komen we in Nairobi aan, waar we een taxi pakken
naar het hotel waar het allemaal begon, ‘Silver Springs’. Hier nemen we
nog even een laatste duik in het zwembad en ’s middags gaan we Nairobi
stad in. Maar helaas zijn alle winkels hier op zondag ook gesloten. We
besluiten daarom een terrasje te pakken, om vervolgens ’s avonds te gaan
eten bij een trattoria. Na de lekkere pizza’s pakken we een taxi naar
het vliegveld en zit de reis erop. Deze taxirit is toch nog even spannend,
aangezien we vijf meter voor een benzinepomp zonder benzine staan. De
laatste meters duwt de chauffeur ons naar de pomp. Vervolgens gooit hij
er vijf liter in en we zijn weer op weg. Hortend en stotend bereiken we
het vliegveld en de reis naar het koude Nederland kan beginnen. Al met
al, was het fantastische rondreis door twee ongelooflijk mooie landen
en zijn we verliefd geworden op het wildrijke Afrika.
Zwaarte van de reis
In principe kan iedereen die gezond is aan deze reis deelnemen, maar een
positieve en flexibele instelling zijn wel belangrijk. In Afrika lopen
dingen vaak anders dan we zouden willen of gewend zijn; wegen zijn vaak
stoffig, vol kuilen en niet of weinig geasfalteerd. De faciliteiten op
kampeerplaatsen zijn vaak beperkt (koud of geen water, hurk of geen wc’s),
en de lokale ‘timetable’ is anders dan de onze. Ook moet je er rekening
mee houden dat je meestal vroeg op moet staan. Wandelingen zijn prachtig,
maar kunnen door de warmte en het heuvelachtige (soms zelfs bergachtige)
terrein wel zwaarder zijn dan gedacht. Deze reis is bijzonder afwisselend,
maar ook intensief! Je moet vaak vroeg op en er zijn een aantal lange
reisdagen. En veel mensen worden toch ook weleens een beetje ziek (diarree,
e.d.). Voor eventuele ongemakken word je wel volop beloond met avontuur,
prachtige natuur, veel wild en soms ongedwongen ontmoetingen met kleurrijke stammen.
|