|
Laos
|
|
Gastenboek Mailen? |
Laos,
rondreis met Sawadee - januari 2005/ februari 2005. Reisverslag van Eefje en Etiënne.
Dag 2 Vertrek Bangkok - Chiang Rai - Ban Houay Xay Het is ons op het vliegveld niet allemaal meteen duidelijk, maar we checken uit, gaan Bangkok in en vervolgens moeten we weer inchecken. Het wordt een Domestic Flight naar Chiang Rai (Noorden van Thailand). Ze accepteren onze tickets dus het zal allemaal wel goed zijn. Na 3,5 uur rondhangen en vervelen vertrekt het vliegtuig eindelijk richting Chiang Rai. Het is zo'n anderhalf uur vliegen. In het vliegtuig worden we op het Aziatische eten voorbereid, we eten noodles met grote garnalen en zoete lekkernijen die op vruchtjes lijken. Vanuit Chiang Rai, waar we met de andere reisgenoten (7 stuks) kennismaken, vertrekken we dan met twee busjes naar de grens met Laos naar het plaatsje Chiang Kong (de poort van Indo-China). Deze reis door het glooiende landschap van Noordoost Thailand geeft ons al meteen een mooie indruk van wat ons te wachten staat en het geeft een indruk hoe men hier in Azie leeft op het platteland. In Chiang Kong checken we uit en vertrekken we met hele lange kano's (met motortje) naar de overkant van de Mekongrivier richting Laos. Na aangemeerd te zijn, doen we onze eerste stapjes op Laotiaanse bodem. Laos is het enige land in Zuidoost Azie dat geheel door andere landen wordt omsloten. Het ontbreken van een kustlijn is een van de redenen voor het isolement waarin het land eeuwenlang verkeerd heeft. De laatste jaren probeert de Laotiaanse regering van de nood een deugd te maken door het land te profileren als het hart van Indo-China en de brug tussen Thailand, China, Cambodja, Birma (Myanmar) en Vietnam. Laos heeft een oppervlakte van 236.800 km2 en is daarmee iets groter dan Groot-Brittannie. Het land grenst dus in het noorden aan China, in het oosten aan Vietnam, in het zuiden aan Cambodja en in het westen aan Thailand en Myanmar. Hier in Laos worden we opgevangen door Manna, onze lokale Laotiaanse gids. Het is een klein mannetje met een zeer vriendelijke uitstraling, die ons in Aziatisch Engels te woord staat. Hij heeft meteen gezorgd voor dragers voor onze zware rugzakken. We rijden met tuk tuks (kleine driewielertjes met laadbak met zitjes) van de grensovergang richting een guesthouse genaamd "Aramid". Hier worden we hartelijk ontvangen door de eigenaar, een uiterst vriendelijke Laotiaan en zijn al even vriendelijke vrouw. Na een lekkere lauwe douche in ons knusse rieten huisje krijgen we een heerlijke maaltijd van soep, gewone rijst en plakrijst en lekkere vlees- en groentesaus. Dat is smullen. Na het eten lopen we nog even rond door het dorpje. De kinderen of jongvolwassenen rijden hier allemaal op redelijk mooie brommers of zijn aan het voetballen of basketballen op een schoolpleintje. Huay Xai (45.000 inwoners) is de meest westelijk gelegen stad van Laos. Je merkt goed dat dit vanouds een belangrijke rivierhaven (nou ja haven!) en handelspost is. Thaise goederen vinden van hieruit hun weg voornamelijk over de rivier of over land naar de Zuid-Chinese provincie Yunnan. Voor de meeste reizigers is dit het aankomst- en vertrekpunt voor boten naar Pakbeng, Thailand en Luang Prabang. We duiken niet te laat het kapokbedje in, want al met al heeft de heenreis 20 uur en 45 minuten geduurd en zijn we intussen aardig moe geworden.
Dag 3 Ban Houay Xay - Xieng Kok Het is 07.00 uur, de hanen hebben ons netjes op tijd gewekt. Nou ja op tijd, we werden midden in de nacht al vaak wakker van alle dorpsgeluiden, zoals honden, kippen, varkens en schreeuwende mensen. Na weer een heerlijke lauwwarme douche hebben we om 08.00 uur een luxe ontbijtje. Geroosterd stokbrood met allerlei soorten beleg (jam, omelet, etc.) en thee. Goed geregeld dus. Om 09.00 uur laden we onze rugtassen op de tuk tuk die ons naar het kleine haventje brengt. We rijden door een traditioneel stuk van het dorpje. Houten huizen op palen, veel kinderen en veel vriendelijke mensen. Iedereen zwaait ook de hele tijd naar ons, erg bijzonder dus. Bij het haventje aangekomen worden onze rugzakken in kleine speedbootjes (met een flinke automotor) geladen en moeten wij reddingsvesten aan en helmen opzetten. De bootreis zal in totaal meer dan 5 uur in beslag gaan nemen en dus is afgesproken dat we onderweg nog ergens aanmeren om even iets te eten. De lunch wordt meegenomen. We stoppen in Ban (=dorp) Mom, waar een tempel is en monniken aan het werk zijn. De monniken lijken hier wel bouwvakkers want er wordt door hen een gebouw uit de grond gestampt. Keiharde Thaise muziek op de achtergrond motiveert hen blijkbaar. We komen ook langs het drielandenpunt, een punt waarop de drie landtongen van de drie meest opiumproducerende landen ter wereld elkaar bijna raken (Birma (Myanmar), Thailand en Laos). De lange tocht naar het Noorden richting China over de Mekong is geweldig. Zo'n 240 kilometer met veel natuur (dichte wouden) aan beide kanten van de rivier. Eerst aan de linkerkant Thailand, later Birma en rechts Laos. De bootjes gaan echt enorm hard, ongeveer 70 kilometer per uur. Echt ongelooflijk. Die herrie van de motor achterop maakt dat je oren gaan suizen, zo hard gaan we. Af en toe komen we onderweg Chinese of Thaise vrachtboten tegen en enkele vissertjes, die de boot aardig doen laten springen. En plassen doe je gewoon aan land of als het je lukt vanaf het bootje. Vanuit de boot genieten we van het leven van de Laotianen die langs de oevers wonen: kinderen die van boomtakken een duik in de Mekong nemen, of dorpelingen die aan het eind van de middag uitgebreid badderen. Voor de avondschemer bereiken we Xieng Kok. Het is onvoorstelbaar de rust die hier heerst. Alleen de krekeltjes, vogels en het stromende water doorbreken de rust. De mensen zijn hartstikke vriendelijk en bescheiden, Sabaii Dee wordt namelijk overal geroepen. Sabaii Dee betekent zoiets als hallo, hoe gaat het. Dus dat roepen wij ook de hele tijd. Voordat we morgen de binnenlanden ingaan, krijgen we nog enkele regeltjes uitgelegd, waaraan we ons een beetje moeten houden in dit land. Er zijn zelfs pamfletten op de deuren geplakt:
Etcetera. De mensen moet je ook heel rustig benaderen, want als blanke kom je vaak nogal wild over. Maar goed nu zitten we nog eventjes op onze kleine veranda met uitzicht over de Mekong en Birma, op zo'n 80 meter hoogte boven de rivier. Heerlijk rustig, zonnig en met adembenemend mooi uitzicht. Zo direct gaan we weer eten. Het eten is trouwens tot nu toe best goed. Veel rijstgerechten, met zeer veel variatie in de sauzen. Nasi en dergelijke met kip natuurlijk. "KIP" is tevens de nationale valuta van dit land. Maar de Thaise Bath is ook meer dan welkom. 1000 Bath = 19,50 euro.
265 KIP = 0,02 euro. We gaan een wandelingetje door het dorpje maken. Xieng Kok is een leuk piepklein dorpje dat draait op de houtzagerij en de rivier. Overal zien we spelende kinderen of kinderen die helpen met de huishouding of in de bossen (hout sprokkelen). Het is hier heel gewoon om je huis op palen te zetten, zo kun je het daaronder heerlijk koel houden. Er wordt dan ook voornamelijk onder het huisje geleefd in plaats van erin. Van 18.00 uur tot 22.00 uur is hier trouwens elektriciteit door middel van een dieselgenerator. 's Nachts horen we de Mekong ruisen, de brulkikkers kwaken, de vogels fluiten en de hanen vechten. Buiten of binnen in ons hutje kun je alleen nog maar iets zien door middel van de zaklamp, want het is echt pikdonker, zelfs de maan zien we niet.
Dag 4 Trekking naar Ikho-stammen Na een nachtje op de keiharde, kapokbedden (houtenplank idee) gaan we vandaag beginnen aan de trekking. Alle belangrijke spullen in een kleine rugzak, want de grote rugzak zien we over een aantal dagen pas weer. Het ontbijtje bestaat uit noedelsoep, die met stokjes en lepels gegeten wordt. Best lekker gepeperd. We starten dus na het ontbijt (om 09.00 uur) met een bijzondere trektocht door een schitterend natuurgebied dat nauwelijks door toeristen wordt bezocht. In de glooiende heuvels rondom Xieng Kok overnachten we dan in de dorpen van de Ikho en de Lanthen. Het oerwoud is hier nagenoeg nog helemaal intact en niet platgewalst door toeristen. De tocht leidt ons klimmend en dalend over smalle paadjes, maar we waden ook door rivieren. Met een redelijk snel tempo klimmen/lopen we de berg op tussen prachtige bamboe bossen en jungle planten. Af en toe is het best pittig, want het zweet loopt ons over de rug. Maar over het algemeen is het prima te doen. De wandeling duurt 4 a 5 uurtjes en de lunch hebben we mee voor onderweg. Nasi zonder vlees, maar met ei en groenten. Bijna aangekomen bij het eerste dorpje wachten we nog even op de achterblijvers, om vervolgens vanuit het bos het dorpje in te trekken. In het dorp zijn we meteen al een attractie voor de kinderen daar. Deze staan in het begin nog heel verlegen zich te verschuilen achter de bomen en spieken daarbij stiekem naar ons. Fotocamera's vinden ze nog een beetje eng, daarvoor lopen ze dan ook weg. Maar de filmcamera vinden ze helemaal geweldig. Etienne laat ze namelijk zichzelf zien door het beeldschermpje om te draaien. Prachtige beelden levert dit allemaal op. Hij heeft daardoor al een enorme groep met kinderen om zich heen staan. Het dorpje zelf is werkelijk geweldig. Hier wonen de Akha (Ikho) people. Ze noemen zich liever Akha, omdat Ikho eigenlijk een beetje een scheldnaam is. We gaan onze spullen bij mensen thuis neerleggen, alwaar we vanavond ook slapen op de veranda (houten planken ver boven de grond). Het dorp bestaat uit prachtige op palen staande houten huisjes met rieten daken. Ons slaapplaatsje voorzien we meteen van een klamboe om 's nachts de muskieten buiten te houden. Na de spullen neergezet te hebben wandelen we wat rond door het pittoreske dorpje. Dit is het echte Laos. Sabaii Dee roepen ze, dat is ook het enige wat ze kunnen roepen naar ons, meer verstaan we namelijk niet. En zij kunnen geen Engels. Ze spreken zelfs een eigen taaltje waarmee onze Laotiaanse gids ook nogal wat moeite heeft. Onze blanke huid vinden ze maar wat interessant. Stroom is er trouwens vanavond ook niet, de man die de generator moet bedienen is deze week niet in het dorp. Er lopen enorm veel zwarte zwijntjes, kippen, honden, buffels, geitjes en hanen. En ongelooflijk veel kinderen. Laos bestaat voor 70% uit kinderen en dat is goed te merken. De kinderen hebben zichzelf blijkbaar nog nooit gezien en schrikken dus als ze zichzelf zien in het schermpje van de camera. Enkele mensen van de groep hebben foto's van Nederland bij zich en dat vinden ze helemaal geweldig. Alleen begrijpen ze er niets van. Water dat kan veranderen in sneeuw of ijs, een keuken, etc. Ze snappen ook niet dat zij in een land wonen dat Laos heet en al helemaal niet dat wij uit Nederland komen, een landje aan de andere kant van de wereld. Een vliegtuig is een machine die vliegt en een trein is iets langwerpigs dat snel over ijzer voortbeweegt door middel van diesel of stroom. Maar ook dat hebben ze nog nooit gezien en valt dus niet uit te leggen. We hebben dit nog nooit op deze wijze zo meegemaakt. In dit gebied komen bijna nooit blanken blijkbaar. Althans de kinderen hebben ze bijna nog nooit gezien. Met tekeningen, foto's en gebarentaal proberen ze ons woordjes te leren, een huis, de maan, etc. In het dorp zien we trouwens wel twee waterbronnen die ooit door Franse hulporganisaties (ACF) zijn aangelegd. Die Fransen hebben de bevolking daarbij ook geleerd dat je het water eerst moet koken en dat je jezelf ook regelmatig moet wassen. De mensen uit het dorp werken op het land of in de bossen (jagen). Allerlei ambachten vind je hier weer terug. Manden maken, riet vlechten, kleren naaien, messen slijpen, erg leuk allemaal. De allerkleinsten worden overigens constant op de rug gedragen door hun broertjes of zusjes of door de moeder zelf. 's Avonds bij de mensen thuis weer rijst met groenten gegeten, klaargemaakt door Manna onze gids. Manna heeft voor het eten nog een delicatesse van deze streek voor ons klaargemaakt. Gefrituurde maden. Eefje en Etienne hebben er een paar geprobeerd en om eerlijk te zijn: het is niet eens vies. De buitenkant is eigenlijk wel lekker, een beetje krokant. Maar de binnenkant is heel week en niet zo lekker dus. Maar goed we hebben het geprobeerd. Na het eten drinken we met de Laotianen nog Lao Lao, een zelfgemaakt alcoholisch drankje, met een alcoholpercentage van rond de 45 procent en hoger. Er is hier helemaal geen stroom en 's nachts is het dan ook een hele belevenis om een plasplaats te gaan zoeken. Echt weer een pikzwarte nacht, heerlijk. Ontzettend veel lawaai 's nachts van de honden, hoestende/roggelende dorpbewoners, de varkens en de altijd maar kraaiende hanen. Er is zelfs een dronken zingende dorpbewoner, erg grappig. Helaas hebben we door al het lawaai en de harde planken waar we op liggen niet geslapen. Maar het is werkelijk waar een prachtig paradijsje, dit dorpje. Helemaal verscholen in de heuvels van Laos. In het vroege ochtendgloren horen we weer de hanen die ons opgewekt tegemoet krijsen. De Ikho-vrouwen, van oorsprong afkomstig uit China, dragen kleurrijke hoofdtooien, versierd met grote zilveren munten uit het voormalige Indo China. De poorten van dit dorpje zijn ons ook opgevallen. Deze houten hekken vormen voor de Ikho de scheidslijn tussen de wereld van de geesten en de mensen. De inkomsten van ons verblijf (want ze krijgen natuurlijk wel een kleine vergoeding voor de overlast) komen rechtstreeks ten goede aan de mensen in het dorp. Dit is voor ons echt een unieke gelegenheid om met de lokale bevolking in contact te komen en meer te weten te komen van hun dagelijkse leven. Geweldig.
Dag 5 Trekking naar Lanthen-stam 's Ochtends zijn we dus alweer vroeg op. De dorpelingen zelf zijn trouwens al vroeg in de weer om zich op te maken voor het werk dat staat te wachten. We wassen ons bij de pomp, waarna het ontbijt al bijna klaar is. Het hele dorp komt weer kijken hoe wij ons ontbijtje nuttigen. Het ontbijt is opgewarmd brood met allerlei zoete waren erop. Manna had dit voor ons gekocht in Xieng Kok. De dorpelingen schijnen zelf nauwelijks ooit brood te eten, want ze schuiven halverwege bescheiden maar gretig aan. Dit is voor hen duidelijk een echte traktatie. Ze smullen ervan. Na het ontbijt nemen we afscheid en lopen weer naar een volgend dorpje, waar we de lunch gaan nuttigen. Het bos is voorzien van een onverhard paadje die ons vandaag veel en flink laat afdalen. De omgeving is prachtig. Na een paar uurtjes lopen komen we in Ban Som Phan Kao, hier krijgen we noedelsoep. Maar voordat deze klaar is hebben we al uitgebreid kennisgemaakt met de kinderen, de volwassenen en de dronkaard van het dorp. Ook hier wordt de traditionele kleding gedragen, zoals zwarte broeken en mooie hoofdversierselen. Ze zijn hier wel iets meer gewend aan camera's en vinden een foto dan ook niet erg mits we deze na onze reis opsturen. Dat hebben we uiteindelijk ook gedaan. Dit is een dorpje dat beschikt over een ingenieus waterleidingsysteem (gemaakt van bamboepijpen uit de bergen). De soep is okee en we mogen oma van 99 nog op de foto zetten. Ze hopen dat we deze foto ook opsturen zodat ze een herinnering aan haar zullen hebben als ze er niet meer is. In het huisje waar wij lunchen hangen allemaal posters van het Rode Kruis over schoon leven (hygiene), schoon eten en schoon drinkwater en hoe je dat allemaal bereidt. Na de lunch gaan we nog een prachtige wandeling maken naar Ban Som Phan Mai, alwaar ons busje weer staat te wachten dat ons morgen zal vervoeren naar Muang Singh. Echter we besluiten om door te wandelen richting een Lanthendorp (Ban Nam an) waar we de avond en nacht zullen verblijven. Na ongeveer 4 uur lopen komen we aan. De Lanthen leven van oudsher altijd bij laaggelegen rivierbeddingen. De bakermat van de Lanthen ligt in Mongolie. Hun geloof is een mengeling van Taoisme, voorouderverering en animisme. De naam van de stam is ontleend aan 'Laen Taen' wat 'gekleed in blauw' betekent, verwijzend naar de indigo gekleurde kleding die zowel de mannen als de vrouwen dragen. De vrouwen van deze stam scheren traditioneel op jonge leeftijd, als schoonheidssymbool, hun wenkbrauwen af. Hun haren dragen ze in een knot. Deze maken ze vast met een zilveren haarspeld die aan het eind is afgezet met een oude Indo Chinese munt. De Lanthen stam is beroemd vanwege de vaardigheid in het maken van papier van bamboe. Zij en andere volkeren gebruiken het papier tijdens ceremonies om brieven te schrijven aan hun voorouders. We overnachten in het huis van het dorpshoofd. Ban Nam an is een heel knus dorpje met ongeveer 30 huisjes en zo'n 270 inwoners. Ze hebben een heerlijke waterpomp, dus Eefje doet de sarong aan en wassen maar. Zodra een van ons bij de waterpomp zich staat te wassen, staan er ongeveer 20 kinderen omheen. Gewoon kijken hoe zo'n blanke dat allemaal doet. De mensen zijn hier heel schoon en qua uiterlijk werkelijk heel mooi. De Lanthen behoren echter wel tot de arme minderheden in Laos, maar daar merk je niet heel veel van. Het weer is vandaag trouwens heel goed. Onderweg veel zon en ongeveer 24 a 25 graden. Het voelt als heerlijk lenteweer hier in de bergen en dan te bedenken dat het in Nederland hartje winter is. Nu zitten we heerlijk in het avondzonnetje ons verslag bij te werken met voor ons op de grond zitten de kinderen die ons de hele avond aanstaren. Alvorens we gaan eten laat Etienne de lokale kinderen uit de reisgids nog leuke plaatjes zien. Dit vinden ze allemaal prachtig. De meeste kindertjes zijn heel nieuwsgierig maar durven niet heel goed dichterbij te komen. Het avondeten is prima: vegetarische noodles, het lijkt veel op spaghetti. De chauffeur van ons busje heeft het klaargemaakt. Hij blijkt tevens kok te zijn van een restaurantje van zijn ouders in Muang Singh. 's Avonds zitten we nog lekker na te genieten van de mooie dag voor het huisje van het dorpshoofd. Al het eten werd trouwen bereid op een vuurtje, erg leuk om te zien allemaal. De ruimte waar we met z'n allen (inclusief het dorpshoofd met zijn familie) in moeten slapen is eigenlijk een multifunctionele ruimte, waar de rest van het dorp zich vaak verzamelt en televisie kijkt. Het dorpshoofd heeft namelijk als enige een televisie waarop voornamelijk oude video-cd-tjes gedraaid worden. Ontvangst is er namelijk niet. Ook wordt in deze ruimte lesgegeven want er hangt een oud schoolbord. Deze nacht slapen we een stukje rustiger, maar helaas nog steeds niet zachter. Ook hier zijn de matjes als houten planken.
Dag 6 Naar Muang Singh De lokale mensen staan op zodra de eerste haan gekraaid heeft. Wij wagen ons daarna ook uit de slaapzak, het is nog frisjes namelijk. De dorpsbewoners, vooral de kinderen staan ons buiten alweer op te wachten. We ontbijten lekker met brood, eieren, appels en thee en gaan daarna lopend naar de weg en vervolgen onze reis met het busje van Tui (de chauffeur). Een 43-jarige man van het dorp lift met ons mee vanuit het Lanthendorp. Onderweg vertelt hij dat hij nog nooit met een busje is meegereden en zeker niet met een bus vol blanken. Ondanks dat hij 43 is, lijkt hij wel een klein kindje wat zich verheugt op een leuk tochtje. Na een half uurtje stoppen we bij een dorpje waar allerlei mensen van verschillende stammen door elkaar wonen. Dat komt nog van de tijd dat Laos zich vrijvocht rond 1925. De voorouders van deze mensen waren toen boeven en bandieten en verborgen zich in de bossen. Hierdoor kwam er veel onveiligheid en onrust in het land. Als een soort generaal pardon heeft de nieuwe regering toen deze mensen een stuk land geboden, zonder dat ze opgepakt zouden worden. Op dat land hebben ze een nieuw leven opgebouwd, waar ze in hun eigen behoeften voorzien. De jeugd is nu bezig met een soort voetvolleybal, met een rieten balletje. Dit is de nationale sport van Laos. Verder brengt de bus ons door bergachtig Laos naar Muang Singh. Onderweg zien we al mooie rijstvelden en nog meer idyllische dorpjes. De mensen uit Laos vervoeren zichzelf te voet, op de brommer of met een primitieve tractor die voor een kar hangt. In Muang Singh gaan we weer slapen in rieten hutjes (of van bamboe). We krijgen een warme douche en er zit ook een toiletje in. En ja ja zelfs zachte bedjes. Voordat we er gebruik van maken gaan we nog een fikse wandeling maken door het dorpje. Muang Singh is een stad, maar het heeft de uitstraling van een lief dorpje. Het ligt ongeveer op 10 kilometer van de Chinese grens. Muang Singh is een echte handelspost voor de heuvelbewoners in de omgeving van de stad. De oorspronkelijke bewoners zijn de Thai Lu. De Chinese invloed neemt echter snel toe en dat is overal te merken. De borden op straat zijn zelfs in twee talen (Laotiaans en Chinees). In de hoofdstraat rijden dan ook veel Chinese vrachtwagens afkomstig uit de zuidelijke Chinese provincie Yunnan. Ook wonen er betrekkelijk veel westerlingen. Ze werken voor particuliere hulporganisaties die de terugkeer en reintegratie van Laotiaanse vluchtelingen uit kampen in Thailand begeleiden. Dit district telt 25.000 inwoners, waarvan de helft tot de Akha-people behoort. Muang Singh is een vredig plaatsje, gelegen in een rivierdal op 1200 m hoogte. Het is niet veel meer dan een hoofdstraat met aan weerskanten houten huizen. Maar aan deze hoofdstraat ligt wel een leuke overdekte dagmarkt, er zijn leuke eettentjes, winkeltjes en kappers. Zelfs een postkantoortje (waar wij een kaartje naar Nederland posten. Deze komt uiteindelijk na precies 4 weken aan) en helemaal aan het einde van de straat een ziekenhuis, maar dat ziet er heel slecht uit. Wanneer we bij de eettentjes lopen, komen enkele vrouwen hun handgemaakte waren verkopen. Ze maken tasjes, riemen en armbandjes van zaadjes en stukjes blik (coca cola). Voor 20 Bath (0,40 eurocent) koopt Eefje een riem, waarna we lekker wat gaan drinken. We voelen ons hier helemaal thuis. Het is zo lekker rustig en toch zijn er veel voorzieningen. Nadat wij onze blikjes cola leeggedronken hebben komen de vrouwen weer naar ons toegesneld om te gebaren dat we de blikjes niet moeten verkreukelen. Zij willen ze graag hebben. Bij het overdekte marktje koopt Eefje nog een tasje speciaal voor het waterflesje. Zo direct gaan we lekker uiteten, want het begint hier al aardig af te koelen tussen de bergen. Net hebben we trouwens ook onze was teruggekregen. Dat ging door de taalbarriere vrij chaotisch. 1,5 euro voor in totaal 16 stukken kleding, met de hand gewassen. Ja het kan goedkoper, maar ja het is goed zo. Het was weer een goede dag. We zijn allemaal flink verkleurd door de aanhoudende zon. Overal horen we schitterende Laotiaanse muziek. Dus erg gezellig overal. Internet kennen ze tot nu toe niet en onze mobieltjes hebben hier voor het eerst bereik. Doordat we zo dichtbij China zitten, krijgen we hun netwerk door. Laos heeft zelf geen internationaal netwerk helaas, dus we zijn heel vaak van de buitenwereld afgesloten mocht er iets gebeuren. 's Avonds heerlijk gegeten bij een restaurantje aan de hoofdweg. De bediening is fantastisch en we zijn vrij snel voorzien van allerlei lekkers. Etienne waagt zich aan een Lao-salad en roasted chicken en Eefje begint met een heerlijke (maaltijd) kippensoep met sticky rice en gebakken champions met gember. Het is heerlijk smullen en er is meer dan voldoende. En dat voor maar 36.000 Kip = 3,60 euro in totaal (dus incl. drankjes, die waren het duurst). Da's dus ongelooflijk. We betalen met 100 Bath (Thailand), waarop de eigenaar een rekenmachientje pakt en ons helemaal laat zien hoe hij het gaat berekenen en wat we terugkrijgen in Laotiaanse Kip. Over eerlijkheid gesproken! Eigenlijk heel raar hoe wantrouwig een Nederlander is, terwijl hier iedereen zo ontzettend eerlijk is, dat het ons iedere keer weer verrast. Je moet zelfs uitkijken dat je niet teveel fooi geeft. Na het afrekenen besluiten we terug te gaan naar ons hutje. Onderweg horen we allerlei kermisgeluiden en we besluiten eens te gaan kijken. In het pikkedonker lopen we in de richting van de helder verlichte lucht. We komen veel jeugd tegen die op dit evenement afkomt, allemaal op hun best gekleed. Er vinden allerlei spelletjes plaats, zoals ballon gooien, kaart leggen, hoefijzer en dartpijltjes gooien. Ook staan er standjes met snoep en ander lekkers en als klap op de vuurpijl is er ook een acrobatenshow. Zes mensen laten hun kunsten zien in een hard ronddraaiende ton. In Nederland zou het misschien verboden zijn, maar hier sta je voor 5000 Kip per persoon toch van een leuke avond te genieten. Vlak voordat we naar ons bedje gaan, nemen we nog even een kijkje in een plaatselijke nightclub schuin tegenover ons kleine resort. Het blijkt een soort kinderdisco te zijn, eigenlijk hetzelfde als in Nederland. Een groepje jongeren van 13 a 14 jaar staat in een kringetje te dansen. Etienne kan nog even hakken om vervolgens onze bedden op te zoeken. Morgenochtend moeten we namelijk vroeg weer op. De ochtendmarkt van Muang Singh, waar wij morgenochtend naartoe gaan, geldt namelijk als een van de kleurrijkste van Laos en dat willen we niet missen. Dag
7 Muang Singh
Dag
8 Muang Singh - Luang Namtha
Dag
9 Luang Namtha - Oudomxai
Dag
10 Oudomxai - Thai Lu dorp
Dag 11 Thai Lu dorp - Pac Ou grotten - Luang Prabang Best goed geslapen vannacht op de bovenverdieping van het huisje van het dorpshoofd. We lagen weer in een grote ruimte samen met de bewoners (familie van 8 personen), grappig is dat. We zijn weer vroeg wakker, maar dat is niet erg. Iedereen van de lokale bevolking is toch alweer aan het werk. Na een lekker broodontbijt vertrekken we met onze slowboat in de richting van Luang Prabang. We varen langs een groen heuvellandschap alvorens de grotten van Pac Ou te bezoeken. Dit heiligdom ligt op een kruising van twee rivieren, de Mekong en de Ou. In ontelbare nissen en spelonken van deze bijzondere plek staan naar schatting meer dan vijfduizend boeddha beeldjes. Deze grotten zijn alleen te bezoeken vanaf de boot, te voet via land is het onmogelijk om er te geraken. We varen weer verder en leggen dan aan bij het dorpje Ban Xang Hai. Laotianen zelf zeggen dat hier de allerlekkerste Lao Lao wordt geproduceerd, de nationale hartversterker van Laos die gemaakt wordt van water uit de rivier de Mekong, plakrijst en alcoholblad. In dit dorp kun je veel souvenirs kopen zoals kleding, sjaals, voormalig geld en Lao Lao natuurlijk. Wij kopen een flesje Lao Lao met een schorpioen erin en een zelfgemaakte, versierde toiletrolhouder. Nadat we weer in de boot zijn gestapt, komen we een uur later aan bij Luang Prabang. Deze plaats ligt precies op een landtong in de rivier de Mekong. Er straalt meteen een knusse warmte van deze stad uit, het brengt ons in een vredige en bijna slaperige sfeer. Echt heel rustig. De oude koninklijke hoofdstad Luang Prabang ligt op 600 m hoogte, op de plaats waar de rivieren de Mekong en de Khan samenstromen en heeft 20.000 inwoners. Voor Laotiaanse begrippen een grote stad dus. De stad dankt haar naam aan een gouden boeddhabeeld, de Pha Bang. Dit beeld was een geschenk voor de koning en geldt als het symbool van deze stad. Het is tevens de oudste stad van Laos. De plaats is eeuwenlang van de rest van het land geisoleerd geweest en heeft daardoor een geheel eigen karakter ontwikkeld. Vanwege dit unieke karakter en de grote historische waarde staat de stad sinds 1995 in haar geheel op de werelderfgoedlijst van Unesco. Dat betekent dat alle historische bouwwerken beschermd cultuurgoed zijn, ze worden gerestaureerd en onderhouden. Ondanks de oorlogen en de revolutie staat Luang Prabang nog steeds vol met een aantal historische tempels. De mooiste vinden wij de Wat Xieng Thong en de Wat Mai. Het voormalige koninklijk paleis is nu een museum. In Luang Prabang valt het ons op hoezeer de Franse invloed hier nog te vinden is. Overal is nog mooie koloniale architectuur te vinden, een erg knusse sfeer geeft dat. Daar komt nog eens bij dat de temperatuur hier geweldig is. Luang Prabang ligt dus op een schiereiland tussen de Mekong en de Khan. Het oudste deel ligt op het noordoostelijk deel van het schiereiland. In het centrum van de stad valt je oog meteen op een enorm hoge heuvel, Phu Si. Even ten zuiden van de Phu Si lag vroeger de markt, Talat Dala. Nu is die verplaatst want de betonnen gebouwen waarin de markt gehuisvest was worden gesloopt. Nu is de markt in de openlucht net aan de andere kant van Phu Si. De koopwaar bestaat uit geimporteerde goederen, huishoudelijke artikelen, textiel, horloges, elektronica en handwerkproducten van de bergvolkeren. Deze markt ligt nu dus tijdelijk naast een andere kleine openlucht markt. Hier verkoopt men groente, fruit, vlees en gedroogde vis. Je kunt het dus zo gek niet bedenken of ze hebben het hier in Luang Prabang. Na installatie in ons hotelletje (Rama) gaan we lekkere crepes eten in de hoofdstraat, we laten het ons heerlijk smaken. Deze stad is wel even iets luxer dan de plaatsen waar we de afgelopen dagen in Laos hebben doorgebracht. 's Avonds gaan we iets drinken aan de rivier de Khan vlakbij het hotelletje. Daarna belanden we met een groepje bij een restaurantje waarvan de familie een slechte dag heeft. Ze kijken allemaal enorm chagrijnig, misschien komt dat wel omdat wij best laat binnenkomen (21.30 uur). We krijgen natuurlijk toch gewoon ons eten en het smaakt redelijk goed. Etienne heeft een lekker stuk buffelbiefstuk en Eefje probeert de plaatselijke vis en krijgt een grote zalmmoot. Na het eten lopen we nog even over de textielmarkt waarvoor de hele hoofdstraat voor het paleis is afgezet (daar kan dat gewoon nog) en gaan we niet te laat slapen. Morgen hebben we nog niets op het programma staan, dus die delen we helemaal zelf in. Lekker genieten van het weer (want het is tenslotte winter) en van de omgeving en Luang Prabang is ons plan. Dag 12 Luang PrabangUitgeslapen tot halfacht en om acht uur zijn we alweer gedoucht en aangekleed voor een wandeling door de stad. Allereerst gaan we naar de morning market, daar kunnen we gelijk een ontbijtje scoren. Veel verse groenten, veel eettentjes, een slagerij en de andere normale spulletjes. Eigenlijk durven we hier niet zomaar eten te kopen, overal zitten vliegen op en de hygiene is niet om over naar huis te schrijven. Maar goed we kiezen voor zeker en kopen rijstwafels en mandarijnen waarmee we de berg/heuvel in het midden van het centrum gaan beklimmen. Bovenop staat een mooie stoepa en heb je een mooi zicht over de stad. Om daar te komen moeten we echter wel ruim 329 traptreden beklimmen, de wandeling is best pittig. Boven aangekomen staat naast de stoepa (That Chomsi) ook nog een mooi Russisch kanon, een overblijfsel van de oorlog. De stoepa zelf is een bouwwerk met vergulde spits en is 25 meter hoog. De afdaling doen we aan de andere kant en daarbij lopen we langs schitterende, mooie en grote boeddhabeelden in de netjes bijgehouden tuinen. Er ligt ook een beeld van een enorm slapende boeddha van wel 6 meter lang, uitgehouwen in de rots. Even verderop gaan we nog even op de foto met Wat Tham Phu Si, een kleine grottempel met het beeld van een vadsige boeddha. Na afgedaald te zijn, gaan we de rest van de landtong rond en daarbij komen we af en toe nog verrassende tempels en marktjes tegen. Deze tempels bezoeken we dan ook, echt prachtig al dat bladgoud tegen de gevels. Leuke steegjes met papiermakerijen, bakkerijen en boekwinkeltjes zijn hier ook niet vreemd. 's Middags brengen we onze was ook nog even weg om dan kaartjes te kopen voor de theatervoorstelling van die avond. 's Avonds wordt de toneelvoorstelling gegeven in het voormalig royal theatre van de koning. Het is een traditioneel toneelspel met dans en zang en wordt vertolkt door een enorme groep mensen met maskers en traditionele kledij. Een samenvatting van het verhaal krijgen we vooraf in het Engels: " Characters: Thotsakan, King of Giants (Nyak) Malit, Thotsakan's younger brother and Giant General Phralam Phralak Sida Golden Deer (Malit in disguise) Hermit (Thotsakan in disguise) Sadayu Synopsis
Script: Thotsakan expresses hir desire tot possess Sida to Malit and Together they plot to abduct Sida from the forest where she resides with Phralak and Phralam. On seeing Phralak, Phralam and Sida, Malit changes into a beautiful Golden Deer and prances playfully in front of them. Sida is very attracted to the Golden Deer and entreats Phralam to catch it for her. Phralam attempts several times to catch the Golden Deer and is led deep into the forest away from Sida and Phralak. His arrow injures the Deer and thinking that it will die soon. He follows the injured Deer further and further into the forest. Sida and Phralak hear a cry for help which sounds like Phralam. Sida entreats Phralak to find and rescue Phralam. Before Phralak leaves Sida. He draws a magic circle which will protect her from any danger. He instructs her not to step outside of his magic circle. Seeing Sida alone, Thotsakan changes into Hermit- teacher who is greatly reverd by her. He approaches Sida in this disguise. Unable to break through the magic circle which protects her. He reguests her to fetch some water from a nearly stream. Sida falls for this trick and leaves the circle. On her return and unable to control himself any longer, the hermit reveals his true identity. Thotsakan captures Sida and flies away with her towards his home lanka. Sadayu who is flying by hears Sida's fearful cries for help. He swoops down and attacks Thotsakan in order to rescue Sida. After some fierce exchanges. Sadayu finally overcomes. Thotsakan and boasts that he is invincible. Only the ring on Sida's finger can defeat him. Thotsakan grabs the ring from Sida's finger and flings it at Sadayu there by injuring him. As Sadayu lies injured he laments that due to his mistake he was unable to save Sida. She in great fear and sadness, is lead away by the victorious Thotsakan ".
Na afloop krijgt het publiek nog even de gelegenheid om te fotograferen en dan gaan we naar buiten alwaar er weer een optreden plaatsvindt. Twee plaatselijke volkeren treden buiten nog even voor ons op. We worden weer getrakteerd op zang en dans. Dag 13 Luang PrabangWe besluiten na het ontbijt om naar de Kuang Si watervallen te gaan. Bij een klein bureautje in de hoofdstraat boeken we een tuk tuk voor een heen en terugreis voor 5 dollar per persoon. De watervallen liggen 30 kilometer verderop en dat is voor een tuk tuk anderhalf uur rijden. De tocht voert ons door een landelijk gebied met rijstvelden en dorpen van de Hmong en de Kamu. De waterval is gelegen in een intens groen beboste omgeving. Als we uit de tuk tuk stappen en richting de waterval lopen, komen we eerst een afgezet stukje bos tegen waarin Zwarte Chinese jonge beren lopen. Deze zijn hier tijdelijk gestald om te worden overgezet naar een natuurpark. Daarna komen we een hok met een schitterende tijger tegen. De tijger is gevangen en moet ook overgebracht worden naar een ander park. Een stukje verder komen we al bij diverse beekjes uit. De waterval is door zijn schitterende ligging een leuk dagje uit. De waterval mondt beneden uit in diverse beekjes waarvan het water ontzettend groen/blauw is. Vanaf de voet gaat een pad over de beboste helling naar een hoger niveau. Het laatste stuk naar de top is steil en glibberig. Langs de andere kant lopen we weer naar beneden, daarvoor moeten we echter wel de waterstroom doorkruisen. Daarboven hebben we een prachtig uitzicht over de poeltjes met water die beneden ons zijn. Daarin kun je overigens lekker zwemmen of pootje baden. Prachtig blauw dat water, zeker van boven gezien. Om vier uur 's middags vertrekken we weer per tuk tuk terug naar Luang Prabang. Eenmaal aangekomen gaan we meteen maar douchen in het hotelletje, want we zitten helemaal onder het zand en stof van die drie uur heen en terug hobbelend op een smal bankje achterin het driewielerige tuk tukje. Om 19.00 uur gaan we nog heerlijk uit eten bij een Laotiaans/frans restaurant 'L'elephant '. Een heerlijk luxe stukje biefstuk met frietjes enz. Na het 3 gangenmenu gaan we voldaan terug naar ons hotel. Morgen hebben we namelijk weer een lange reisdag voor de boeg. Dag 14 Luang Prabang - Vang ViengWe reizen met de bus naar Vang Vieng, een rit van ongeveer zes uur. Slingerend en misselijk wordend, rijden we door de bergen. Na iedere 50 meter is wel weer een bocht. Etienne gaat uiteindelijk maar helemaal voorin zitten want van dat slingeren moet hij bijna overgeven. Een beetje wagenziek is hij ervan, ondanks dat je enorm kan genieten van de natuur om je heen. Om de paar uur stappen we even uit om de beentjes te strekken. Tussen de middag eten we lekkere rijst en noedelsoep om vervolgens weer twee uur in de bus te zitten voordat we eindelijk arriveren in Vang Vieng. Vang Vieng ligt in een bocht van de rivier de Nam Song, 160 kilometer ten noorden van Vientiane. Vissersbootjes op de rivier, bamboeplanten langs de oevers en een ongelooflijk mooi karstlandschap op de achtergrond. Dit karstlandschap rond Vang Vieng maakt deel uit van een keten die van Zuid-Thailand via Laos en Noord-Vietnam naar het zuiden van China loopt. In de kalksteenrotsen zijn talrijke grotten te vinden, vaak met religieuze voorwerpen en boeddhabeelden. Het stadje bestaat uit niet meer dan enkele straten, maar heeft toch een zekere charme. We verblijven in een resort aan de Nam Song en het is schitterend. Uitzicht op die prachtige rotsformaties en de ondergaande zon. Dag 15 Vang ViengWe ontbijten in het restaurantje aan het water. Nu is het de droge tijd en zien we heel veel mensen, tractors en beesten dwars door de rivier waden om deze over te steken. Het water is heel ondiep zo te zien. Je kunt ook gewoon de brug (gemaakt van bamboe) nemen, maar die kost 2000 Kip (20 cent) en dat is veel te duur voor de gemiddelde Laotiaan. We besluiten om vandaag de 14 km heen en terug te lopen naar de Phou Kham-grot. Het is al lekker warm en het stof vliegt je om de oren. Zeker wanneer een tractortje of vrachtwagen voorbij komt. We zien meteen al bordjes staan met pijlen en namen naar allerlei grotten. We gaan voor de gein eens een kleine grot bezoeken, het heet Phadng Goldjar Cave. Er staat namelijk dat we diep in de grot levende vissen te zien krijgen. Nu dat willen we wel even zien. Voor 5000 Kip mogen we naar binnen en krijgen we een zaklamp mee. Een klein jongetje is onze gids. Het begint al meteen met een enorm nauwe doorgang, waarbij we echt kruipend verder moeten. Daarna is het meteen pikzwart en moeten we de kleine zaklampjes gebruiken. Na een tijdje zijn we voor ons gevoel al een uur aan het klimmen, kruipen en klauteren steeds dieper de berg in. En nu beginnen we ons toch wel zorgen te maken. Nergens kun je echt goed lopen en soms zijn we eigenlijk een beetje te dik om een doorgang door te gaan. We weten niet of dit wel de bedoeling kan zijn. En net als we ons beginnen af te vragen of we niet beter terug kunnen gaan zijn we bij de vissen gearriveerd. De temperatuur is gestegen en het is flink klam en vochtig. Maar gelukkig is daar het watertje al en na flink schijnen in het water met de zaklamp zien we zowaar de vissen. Het zijn van die blinde vissen met een brede kop en slank achterlijf met flinke voelsprieten aan de voorkant. Best geinig om te zien en we moeten een beetje lachen dat we hiervoor dat hele eind door de grot geklommen zijn en dat we zo smerig zijn geworden van de modder en het stof. De terugweg is natuurlijk weer een hele belevenis, maar nu weten we wel wat we kunnen verwachten. Vies, vochtig en vol moddervegen komen we de grot uit en geven we het jongetje nog een fooi. Zonder hem was het heel lastig geworden. Terug naar de weg vervolgen we onze route naar de grote grot. Onderweg passeren we nog een dorpje en worden we gepasseerd door andere toeristen, die heel lui met een brommertaxi worden gebracht. We moeten nog tol betalen voor een klein zelfgemaakt bruggetje, maar dan arriveren eindelijk. Het was een flinke wandeling in de hitte. Om in de grot te komen moeten we nog een flinke klim doen, maar het is uiteindelijk wel de moeite waard. De grot is niet diep, maar hij is wel heel hoog en groot en middenin ligt een grote boeddha te slapen op een groot altaar. De terugweg is weer over de stoffige weg en rond 2 uur in de middag zijn we weer terug bij het huisje om een douche te nemen. We zijn tijdens het lopen flink verbrand en dat voelen we goed. 's Middags wisselen we nog even wat extra geld in het dorpje en gaan dan verder lekker relaxen in het zonnetje. We genieten tijdens het avondeten in het restaurantje weer van de mooie zonsondergang achter de rotsformaties en laten ons het eten smaken. Iedere keer is de bediening in Laos een hele belevenis. De bediening probeert echt wel z'n stinkende best te doen, maar toch gaat 50 procent van de bestellingen fout. Apart van elkaar bestellen en ook apart afrekenen, daarvan raken ze enorm in de war. Ach eigenlijk is dat wel grappig en het eten is verder prima. Dag 16 Vang Vieng - VientianeNa het ontbijt vertrekken we met de bus naar Vientiane waar we rond 12.30 uur arriveren. Met 400.000 inwoners is dit waarschijnlijk nog de meest dorpse hoofdstad van der wereld. Vientiane, de hoofdstad dus van de Democratische Volksrepubliek Laos (Lao PDR) ligt in Centraal-Laos, in een bocht van de rivier de Mekong. De oorspronkelijke naam van de stad was Vieng Chan (stad van de maan). De Fransen hebben dit uiteindelijk veranderd in Vientiane. We hebben maar een halve dag, want morgenochtend vertrekken we alweer vroeg. Echt veel spectaculaire bezienswaardigheden zijn hier niet te vinden behalve de Pha That Luang, het nationale symbool van onafhankelijkheid van heel Laos en een paar tempels. Eerst lopen we over de promenade langs de Mekong en pakken daar nog een terrasje om twee colaatjes te drinken. De bediende begrijpt ons blijkbaar niet zo goed, want ze komt aanzetten met twee kokosnoten met een rietje erin. Ach dat vinden wij ook prima. We hebben uitzicht over de Mekong richting Thailand en de temperatuur is heerlijk zwoel. Daarna gaan we weer het toeristje spelen. De Pha That Luang ligt iets buiten het centrum. Wij nemen daarom ook de tuc tuc. Daarbij komen we ook langs de Laotiaanse versie van de Arc de Triomphe, Patuxai. De Patuxai of overwinningspoort is in de jaren zestig opgericht door het toenmalige regime, ter herdenking aan alle Laotianen die zijn gestorven in oorlogen die zich afspeelden voor de revolutie. Niet iedereen vindt dit mooi, maar wij vinden ook dit een prachtige Arc de Triomphe. Iets meer kitsch dan die in Parijs, maar goed. De Pha That Luang (of Grote Stoepa) waar we daarna aankomen is een enorme stoepa die in 1566 hier is neergezet. De stoepa vormde in die tijd het summum van boeddhistische bouwkunst. Het is echt een prachtig bouwwerk. Een 340 meter lange kloostermuur omringt de stoepa. De stoepa zelf bevat drie niveaus die door trappen met elkaar verbonden zijn. Rond iedere verdieping loopt een galerij. Het eerst niveau is de basis. Alle zijden zijn precies 68 meter lang. In het midden van iedere zijde bevindt zich een gebedspoort of haw wai. Van deze poort lopen trappen naar het tweede niveau. Het tweede niveau is 48 bij 48 meter en wordt omringd door 323 sima of heilige markeringsstenen. De stenen bakenen de verschillende heilige sferen af. Het derde en hoogste niveau is 30 bij 30 meter en is omgeven door 288 sima en 120 lotusknoppen. De lotusknop is overigens het symbool voor het ontluikende leven. Hier staan ook 30 kleinere stoepa's. De centrale stoepa staat op het derde niveau en bestaat uit een komvormige basis, met daarop een spits toelopende top met vier vlakken. De spits is omzoomd met lotusknoppen en wordt bekroond door een gestileerde parasol. De stoepa is in totaal 45 meter hoog en volledig bedekt met bladgoud. Voor Pha That Luang staat het standbeeld van de oprichter van de stoepa, koning Setthathirat. Het ligt 2 km ten noordoosten van Patuxai, maar je ziet het al van verre. Met de Tuc Tuc is alles goed te bereizen. Het retourtje kost ons van de Mekong naar Pha That Luang 10.000 Kip. Op de terugweg stoppen we nog even bij de Talat Sao, de morning market (is wel de hele dag geopend). Hier kopen we nog een cd-tje met Laotiaanse muziek om onder de filmbeelden van deze vakantie te monteren en ook kopen we een Chinese thermoskan. Voor de eerste keer onderweg wisselen we euro's voor dollars en daarna zoeken we ons hotelletje weer eens op. Voor het eten bezoeken we What Si Saket en Wat Phra Keo nog (prachtige oude tempel complexen). Vanavond gaan we heerlijk met z'n tweeen op zoek naar een leuk restaurantje om de hoek bij de grote fontein in het midden van het centrum. In restaurant "Khobchaider Garden" eet Etienne lekker een franse biefstuk en probeert Eefje de verfijnde Laotiaanse keuken. Alleen jammer dat die smakelijk uitziende oranje dingen gewoon verse pepers zijn en waardoor Eefje het eerste kwartier druk bezig is met het blussen van haar tong. De biefstuk is heerlijk en met een ijsje toe (+ drankjes) zijn we voor 7 dollar per persoon klaar. We lopen nog even gezellig over de promenade langs de Mekong en gaan daarna terug naar het hotel. Dag
17 Vientiane - Hinboun Natuurpark
Dag
18 Hinboun natuurpark Dag
19 Hinboun - Savannakhet
Dag
20 Savannakhet - Champassak
Dag 21 Champassak - Ban Khone
Dag 22 Don Khone
Dag 23 Don Khone - Ubon Ratchathani - Bangkok
Dag 24 Bangkok - Amsterdam
|