Laos

 

Home

Arnhem

Toscane, Italie

Kenia, Tanzania

Casablanca

Egypte

Cuba


Andalusie, Spanje


Oeganda Rwanda

Cilento, Italie

Rajasthan, India




Gastenboek




 Mailen?












Viangvieng, Schommelbankje
Pha That Luang, Vientiane Zonsondergang, Zuid Laos. Vissen op Mekong bij Ban Khone
Voor meer foto's, onderaan de pagina, klik hier!
Oude Lanthen vrouw, 99 jaar oud

 

Laos, rondreis met Sawadee - januari 2005/ februari 2005. Reisverslag van Eefje en Etiënne.

Samen met het boekje "Laos, Dominicus" zijn we vertrokken. Tips en informatie uit het boekje komen ook in ons reisverslag voor.

Het verslag is geschreven in dagboekvorm, vandaar dat de Nederlandse zinnen na het aan elkander plakken, niet altijd geweldig goed lezen/ lopen.

Dag 1 Vertrek Amsterdam - aankomst Bangkok (Thailand)
Om 11.08 uur nemen we in Arnhem de trein. De vader van Etienne heeft ons op het station afgezet. Momenteel is het min 3 graden. Tot nu toe gaat het allemaal voorspoedig en arriveren we om ongeveer 12.20 uur op Schiphol. Ook hier kunnen we meteen door, want Peter-Jan (de reisleider) overhandigt ons de tickets en vertelt dat iedereen al ingecheckt is. Twee uur later vertrekt ons vliegtuig (China Airlines) met bestemming Bangkok en kan het nieuwe avontuur beginnen. Aangekomen in Bangkok (na 10 uur en 15 minuten vliegen), na drie films en twee keer (lekker) warm gegeten te hebben, stappen we over op de vlucht naar Chiang Rai. Het is hier in Bangkok op het vliegveld meteen vochtig en warm, een graad of 28 denken we. Leuke overgang dus.

 

Dag 2 Vertrek Bangkok - Chiang Rai - Ban Houay Xay

Het is ons op het vliegveld niet allemaal meteen duidelijk, maar we checken uit, gaan Bangkok in en vervolgens moeten we weer inchecken. Het wordt een Domestic Flight naar Chiang Rai (Noorden van Thailand). Ze accepteren onze tickets dus het zal allemaal wel goed zijn. Na 3,5 uur rondhangen en vervelen vertrekt het vliegtuig eindelijk richting Chiang Rai. Het is zo'n anderhalf uur vliegen. In het vliegtuig worden we op het Aziatische eten voorbereid, we eten noodles met grote garnalen en zoete lekkernijen die op vruchtjes lijken. Vanuit Chiang Rai, waar we met de andere reisgenoten (7 stuks) kennismaken, vertrekken we dan met twee busjes naar de grens met Laos naar het plaatsje Chiang Kong (de poort van Indo-China). Deze reis door het glooiende landschap van Noordoost Thailand geeft ons al meteen een mooie indruk van wat ons te wachten staat en het geeft een indruk hoe men hier in Azie leeft op het platteland. In Chiang Kong checken we uit en vertrekken we met hele lange kano's (met motortje) naar de overkant van de Mekongrivier richting Laos. Na aangemeerd te zijn, doen we onze eerste stapjes op Laotiaanse bodem. Laos is het enige land in Zuidoost Azie dat geheel door andere landen wordt omsloten. Het ontbreken van een kustlijn is een van de redenen voor het isolement waarin het land eeuwenlang verkeerd heeft. De laatste jaren probeert de Laotiaanse regering van de nood een deugd te maken door het land te profileren als het hart van Indo-China en de brug tussen Thailand, China, Cambodja, Birma (Myanmar) en Vietnam. Laos heeft een oppervlakte van 236.800 km2 en is daarmee iets groter dan Groot-Brittannie. Het land grenst dus in het noorden aan China, in het oosten aan Vietnam, in het zuiden aan Cambodja en in het westen aan Thailand en Myanmar. Hier in Laos worden we opgevangen door Manna, onze lokale Laotiaanse gids. Het is een klein mannetje met een zeer vriendelijke uitstraling, die ons in Aziatisch Engels te woord staat. Hij heeft meteen gezorgd voor dragers voor onze zware rugzakken. We rijden met tuk tuks (kleine driewielertjes met laadbak met zitjes) van de grensovergang richting een guesthouse genaamd "Aramid". Hier worden we hartelijk ontvangen door de eigenaar, een uiterst vriendelijke Laotiaan en zijn al even vriendelijke vrouw. Na een lekkere lauwe douche in ons knusse rieten huisje krijgen we een heerlijke maaltijd van soep, gewone rijst en plakrijst en lekkere vlees- en groentesaus. Dat is smullen. Na het eten lopen we nog even rond door het dorpje. De kinderen of jongvolwassenen rijden hier allemaal op redelijk mooie brommers of zijn aan het voetballen of basketballen op een schoolpleintje. Huay Xai (45.000 inwoners) is de meest westelijk gelegen stad van Laos. Je merkt goed dat dit vanouds een belangrijke rivierhaven (nou ja haven!) en handelspost is. Thaise goederen vinden van hieruit hun weg voornamelijk over de rivier of over land naar de Zuid-Chinese provincie Yunnan. Voor de meeste reizigers is dit het aankomst- en vertrekpunt voor boten naar Pakbeng, Thailand en Luang Prabang. We duiken niet te laat het kapokbedje in, want al met al heeft de heenreis 20 uur en 45 minuten geduurd en zijn we intussen aardig moe geworden.

 

Dag 3 Ban Houay Xay - Xieng Kok

Het is 07.00 uur, de hanen hebben ons netjes op tijd gewekt. Nou ja op tijd, we werden midden in de nacht al vaak wakker van alle dorpsgeluiden, zoals honden, kippen, varkens en schreeuwende mensen. Na weer een heerlijke lauwwarme douche hebben we om 08.00 uur een luxe ontbijtje. Geroosterd stokbrood met allerlei soorten beleg (jam, omelet, etc.) en thee. Goed geregeld dus. Om 09.00 uur laden we onze rugtassen op de tuk tuk die ons naar het kleine haventje brengt. We rijden door een traditioneel stuk van het dorpje. Houten huizen op palen, veel kinderen en veel vriendelijke mensen. Iedereen zwaait ook de hele tijd naar ons, erg bijzonder dus. Bij het haventje aangekomen worden onze rugzakken in kleine speedbootjes (met een flinke automotor) geladen en moeten wij reddingsvesten aan en helmen opzetten. De bootreis zal in totaal meer dan 5 uur in beslag gaan nemen en dus is afgesproken dat we onderweg nog ergens aanmeren om even iets te eten. De lunch wordt meegenomen. We stoppen in Ban (=dorp) Mom, waar een tempel is en monniken aan het werk zijn. De monniken lijken hier wel bouwvakkers want er wordt door hen een gebouw uit de grond gestampt. Keiharde Thaise muziek op de achtergrond motiveert hen blijkbaar. We komen ook langs het drielandenpunt, een punt waarop de drie landtongen van de drie meest opiumproducerende landen ter wereld elkaar bijna raken (Birma (Myanmar), Thailand en Laos). De lange tocht naar het Noorden richting China over de Mekong is geweldig. Zo'n 240 kilometer met veel natuur (dichte wouden) aan beide kanten van de rivier. Eerst aan de linkerkant Thailand, later Birma en rechts Laos. De bootjes gaan echt enorm hard, ongeveer 70 kilometer per uur. Echt ongelooflijk. Die herrie van de motor achterop maakt dat je oren gaan suizen, zo hard gaan we. Af en toe komen we onderweg Chinese of Thaise vrachtboten tegen en enkele vissertjes, die de boot aardig doen laten springen. En plassen doe je gewoon aan land of als het je lukt vanaf het bootje. Vanuit de boot genieten we van het leven van de Laotianen die langs de oevers wonen: kinderen die van boomtakken een duik in de Mekong nemen, of dorpelingen die aan het eind van de middag uitgebreid badderen. Voor de avondschemer bereiken we Xieng Kok. Het is onvoorstelbaar de rust die hier heerst. Alleen de krekeltjes, vogels en het stromende water doorbreken de rust. De mensen zijn hartstikke vriendelijk en bescheiden, Sabaii Dee wordt namelijk overal geroepen. Sabaii Dee betekent zoiets als hallo, hoe gaat het. Dus dat roepen wij ook de hele tijd. Voordat we morgen de binnenlanden ingaan, krijgen we nog enkele regeltjes uitgelegd, waaraan we ons een beetje moeten houden in dit land. Er zijn zelfs pamfletten op de deuren geplakt:

  1. Please do not buy antique, jewelry and family heirlrooms from villagers;
  2. Women should be covered from shoulders to knees (even when bathing), coverup your flesh;
  3. Embracing in open areas is inappropriate;
  4. Always ask before you take a photograph;
  5. Don't get drunk or aggressive;
  6. Don't walk alone, villagers will feel responsible for your safety;
  7. Spirit things are not allways allowed to enter or photograph;

Etcetera.

De mensen moet je ook heel rustig benaderen, want als blanke kom je vaak nogal wild over. Maar goed nu zitten we nog eventjes op onze kleine veranda met uitzicht over de Mekong en Birma, op zo'n 80 meter hoogte boven de rivier. Heerlijk rustig, zonnig en met adembenemend mooi uitzicht. Zo direct gaan we weer eten. Het eten is trouwens tot nu toe best goed. Veel rijstgerechten, met zeer veel variatie in de sauzen. Nasi en dergelijke met kip natuurlijk. "KIP" is tevens de nationale valuta van dit land. Maar de Thaise Bath is ook meer dan welkom. 1000 Bath = 19,50 euro. 265 KIP = 0,02 euro. We gaan een wandelingetje door het dorpje maken. Xieng Kok is een leuk piepklein dorpje dat draait op de houtzagerij en de rivier. Overal zien we spelende kinderen of kinderen die helpen met de huishouding of in de bossen (hout sprokkelen). Het is hier heel gewoon om je huis op palen te zetten, zo kun je het daaronder heerlijk koel houden. Er wordt dan ook voornamelijk onder het huisje geleefd in plaats van erin. Van 18.00 uur tot 22.00 uur is hier trouwens elektriciteit door middel van een dieselgenerator. 's Nachts horen we de Mekong ruisen, de brulkikkers kwaken, de vogels fluiten en de hanen vechten. Buiten of binnen in ons hutje kun je alleen nog maar iets zien door middel van de zaklamp, want het is echt pikdonker, zelfs de maan zien we niet.


Dag 4 Trekking naar Ikho-stammen

Na een nachtje op de keiharde, kapokbedden (houtenplank idee) gaan we vandaag beginnen aan de trekking. Alle belangrijke spullen in een kleine rugzak, want de grote rugzak zien we over een aantal dagen pas weer. Het ontbijtje bestaat uit noedelsoep, die met stokjes en lepels gegeten wordt. Best lekker gepeperd. We starten dus na het ontbijt (om 09.00 uur) met een bijzondere trektocht door een schitterend natuurgebied dat nauwelijks door toeristen wordt bezocht. In de glooiende heuvels rondom Xieng Kok overnachten we dan in de dorpen van de Ikho en de Lanthen. Het oerwoud is hier nagenoeg nog helemaal intact en niet platgewalst door toeristen. De tocht leidt ons klimmend en dalend over smalle paadjes, maar we waden ook door rivieren. Met een redelijk snel tempo klimmen/lopen we de berg op tussen prachtige bamboe bossen en jungle planten. Af en toe is het best pittig, want het zweet loopt ons over de rug. Maar over het algemeen is het prima te doen. De wandeling duurt 4 a 5 uurtjes en de lunch hebben we mee voor onderweg. Nasi zonder vlees, maar met ei en groenten. Bijna aangekomen bij het eerste dorpje wachten we nog even op de achterblijvers, om vervolgens vanuit het bos het dorpje in te trekken. In het dorp zijn we meteen al een attractie voor de kinderen daar. Deze staan in het begin nog heel verlegen zich te verschuilen achter de bomen en spieken daarbij stiekem naar ons. Fotocamera's vinden ze nog een beetje eng, daarvoor lopen ze dan ook weg. Maar de filmcamera vinden ze helemaal geweldig. Etienne laat ze namelijk zichzelf zien door het beeldschermpje om te draaien. Prachtige beelden levert dit allemaal op. Hij heeft daardoor al een enorme groep met kinderen om zich heen staan. Het dorpje zelf is werkelijk geweldig. Hier wonen de Akha (Ikho) people. Ze noemen zich liever Akha, omdat Ikho eigenlijk een beetje een scheldnaam is. We gaan onze spullen bij mensen thuis neerleggen, alwaar we vanavond ook slapen op de veranda (houten planken ver boven de grond). Het dorp bestaat uit prachtige op palen staande houten huisjes met rieten daken. Ons slaapplaatsje voorzien we meteen van een klamboe om 's nachts de muskieten buiten te houden. Na de spullen neergezet te hebben wandelen we wat rond door het pittoreske dorpje. Dit is het echte Laos. Sabaii Dee roepen ze, dat is ook het enige wat ze kunnen roepen naar ons, meer verstaan we namelijk niet. En zij kunnen geen Engels. Ze spreken zelfs een eigen taaltje waarmee onze Laotiaanse gids ook nogal wat moeite heeft. Onze blanke huid vinden ze maar wat interessant. Stroom is er trouwens vanavond ook niet, de man die de generator moet bedienen is deze week niet in het dorp. Er lopen enorm veel zwarte zwijntjes, kippen, honden, buffels, geitjes en hanen. En ongelooflijk veel kinderen. Laos bestaat voor 70% uit kinderen en dat is goed te merken. De kinderen hebben zichzelf blijkbaar nog nooit gezien en schrikken dus als ze zichzelf zien in het schermpje van de camera. Enkele mensen van de groep hebben foto's van Nederland bij zich en dat vinden ze helemaal geweldig. Alleen begrijpen ze er niets van. Water dat kan veranderen in sneeuw of ijs, een keuken, etc. Ze snappen ook niet dat zij in een land wonen dat Laos heet en al helemaal niet dat wij uit Nederland komen, een landje aan de andere kant van de wereld. Een vliegtuig is een machine die vliegt en een trein is iets langwerpigs dat snel over ijzer voortbeweegt door middel van diesel of stroom. Maar ook dat hebben ze nog nooit gezien en valt dus niet uit te leggen. We hebben dit nog nooit op deze wijze zo meegemaakt. In dit gebied komen bijna nooit blanken blijkbaar. Althans de kinderen hebben ze bijna nog nooit gezien. Met tekeningen, foto's en gebarentaal proberen ze ons woordjes te leren, een huis, de maan, etc. In het dorp zien we trouwens wel twee waterbronnen die ooit door Franse hulporganisaties (ACF) zijn aangelegd. Die Fransen hebben de bevolking daarbij ook geleerd dat je het water eerst moet koken en dat je jezelf ook regelmatig moet wassen. De mensen uit het dorp werken op het land of in de bossen (jagen). Allerlei ambachten vind je hier weer terug. Manden maken, riet vlechten, kleren naaien, messen slijpen, erg leuk allemaal. De allerkleinsten worden overigens constant op de rug gedragen door hun broertjes of zusjes of door de moeder zelf. 's Avonds bij de mensen thuis weer rijst met groenten gegeten, klaargemaakt door Manna onze gids. Manna heeft voor het eten nog een delicatesse van deze streek voor ons klaargemaakt. Gefrituurde maden. Eefje en Etienne hebben er een paar geprobeerd en om eerlijk te zijn: het is niet eens vies. De buitenkant is eigenlijk wel lekker, een beetje krokant. Maar de binnenkant is heel week en niet zo lekker dus. Maar goed we hebben het geprobeerd. Na het eten drinken we met de Laotianen nog Lao Lao, een zelfgemaakt alcoholisch drankje, met een alcoholpercentage van rond de 45 procent en hoger. Er is hier helemaal geen stroom en 's nachts is het dan ook een hele belevenis om een plasplaats te gaan zoeken. Echt weer een pikzwarte nacht, heerlijk. Ontzettend veel lawaai 's nachts van de honden, hoestende/roggelende dorpbewoners, de varkens en de altijd maar kraaiende hanen. Er is zelfs een dronken zingende dorpbewoner, erg grappig. Helaas hebben we door al het lawaai en de harde planken waar we op liggen niet geslapen. Maar het is werkelijk waar een prachtig paradijsje, dit dorpje. Helemaal verscholen in de heuvels van Laos. In het vroege ochtendgloren horen we weer de hanen die ons opgewekt tegemoet krijsen. De Ikho-vrouwen, van oorsprong afkomstig uit China, dragen kleurrijke hoofdtooien, versierd met grote zilveren munten uit het voormalige Indo China. De poorten van dit dorpje zijn ons ook opgevallen. Deze houten hekken vormen voor de Ikho de scheidslijn tussen de wereld van de geesten en de mensen. De inkomsten van ons verblijf (want ze krijgen natuurlijk wel een kleine vergoeding voor de overlast) komen rechtstreeks ten goede aan de mensen in het dorp. Dit is voor ons echt een unieke gelegenheid om met de lokale bevolking in contact te komen en meer te weten te komen van hun dagelijkse leven. Geweldig.

 

Dag 5 Trekking naar Lanthen-stam

's Ochtends zijn we dus alweer vroeg op. De dorpelingen zelf zijn trouwens al vroeg in de weer om zich op te maken voor het werk dat staat te wachten. We wassen ons bij de pomp, waarna het ontbijt al bijna klaar is. Het hele dorp komt weer kijken hoe wij ons ontbijtje nuttigen. Het ontbijt is opgewarmd brood met allerlei zoete waren erop. Manna had dit voor ons gekocht in Xieng Kok. De dorpelingen schijnen zelf nauwelijks ooit brood te eten, want ze schuiven halverwege bescheiden maar gretig aan. Dit is voor hen duidelijk een echte traktatie. Ze smullen ervan. Na het ontbijt nemen we afscheid en lopen weer naar een volgend dorpje, waar we de lunch gaan nuttigen. Het bos is voorzien van een onverhard paadje die ons vandaag veel en flink laat afdalen. De omgeving is prachtig. Na een paar uurtjes lopen komen we in Ban Som Phan Kao, hier krijgen we noedelsoep. Maar voordat deze klaar is hebben we al uitgebreid kennisgemaakt met de kinderen, de volwassenen en de dronkaard van het dorp. Ook hier wordt de traditionele kleding gedragen, zoals zwarte broeken en mooie hoofdversierselen. Ze zijn hier wel iets meer gewend aan camera's en vinden een foto dan ook niet erg mits we deze na onze reis opsturen. Dat hebben we uiteindelijk ook gedaan. Dit is een dorpje dat beschikt over een ingenieus waterleidingsysteem (gemaakt van bamboepijpen uit de bergen). De soep is okee en we mogen oma van 99 nog op de foto zetten. Ze hopen dat we deze foto ook opsturen zodat ze een herinnering aan haar zullen hebben als ze er niet meer is. In het huisje waar wij lunchen hangen allemaal posters van het Rode Kruis over schoon leven (hygiene), schoon eten en schoon drinkwater en hoe je dat allemaal bereidt. Na de lunch gaan we nog een prachtige wandeling maken naar Ban Som Phan Mai, alwaar ons busje weer staat te wachten dat ons morgen zal vervoeren naar Muang Singh. Echter we besluiten om door te wandelen richting een Lanthendorp (Ban Nam an) waar we de avond en nacht zullen verblijven. Na ongeveer 4 uur lopen komen we aan. De Lanthen leven van oudsher altijd bij laaggelegen rivierbeddingen. De bakermat van de Lanthen ligt in Mongolie. Hun geloof is een mengeling van Taoisme, voorouderverering en animisme. De naam van de stam is ontleend aan 'Laen Taen' wat 'gekleed in blauw' betekent, verwijzend naar de indigo gekleurde kleding die zowel de mannen als de vrouwen dragen. De vrouwen van deze stam scheren traditioneel op jonge leeftijd, als schoonheidssymbool, hun wenkbrauwen af. Hun haren dragen ze in een knot. Deze maken ze vast met een zilveren haarspeld die aan het eind is afgezet met een oude Indo Chinese munt. De Lanthen stam is beroemd vanwege de vaardigheid in het maken van papier van bamboe. Zij en andere volkeren gebruiken het papier tijdens ceremonies om brieven te schrijven aan hun voorouders. We overnachten in het huis van het dorpshoofd. Ban Nam an is een heel knus dorpje met ongeveer 30 huisjes en zo'n 270 inwoners. Ze hebben een heerlijke waterpomp, dus Eefje doet de sarong aan en wassen maar. Zodra een van ons bij de waterpomp zich staat te wassen, staan er ongeveer 20 kinderen omheen. Gewoon kijken hoe zo'n blanke dat allemaal doet. De mensen zijn hier heel schoon en qua uiterlijk werkelijk heel mooi. De Lanthen behoren echter wel tot de arme minderheden in Laos, maar daar merk je niet heel veel van. Het weer is vandaag trouwens heel goed. Onderweg veel zon en ongeveer 24 a 25 graden. Het voelt als heerlijk lenteweer hier in de bergen en dan te bedenken dat het in Nederland hartje winter is. Nu zitten we heerlijk in het avondzonnetje ons verslag bij te werken met voor ons op de grond zitten de kinderen die ons de hele avond aanstaren. Alvorens we gaan eten laat Etienne de lokale kinderen uit de reisgids nog leuke plaatjes zien. Dit vinden ze allemaal prachtig. De meeste kindertjes zijn heel nieuwsgierig maar durven niet heel goed dichterbij te komen. Het avondeten is prima: vegetarische noodles, het lijkt veel op spaghetti. De chauffeur van ons busje heeft het klaargemaakt. Hij blijkt tevens kok te zijn van een restaurantje van zijn ouders in Muang Singh. 's Avonds zitten we nog lekker na te genieten van de mooie dag voor het huisje van het dorpshoofd. Al het eten werd trouwen bereid op een vuurtje, erg leuk om te zien allemaal. De ruimte waar we met z'n allen (inclusief het dorpshoofd met zijn familie) in moeten slapen is eigenlijk een multifunctionele ruimte, waar de rest van het dorp zich vaak verzamelt en televisie kijkt. Het dorpshoofd heeft namelijk als enige een televisie waarop voornamelijk oude video-cd-tjes gedraaid worden. Ontvangst is er namelijk niet. Ook wordt in deze ruimte lesgegeven want er hangt een oud schoolbord. Deze nacht slapen we een stukje rustiger, maar helaas nog steeds niet zachter. Ook hier zijn de matjes als houten planken.

 

Dag 6 Naar Muang Singh

De lokale mensen staan op zodra de eerste haan gekraaid heeft. Wij wagen ons daarna ook uit de slaapzak, het is nog frisjes namelijk. De dorpsbewoners, vooral de kinderen staan ons buiten alweer op te wachten. We ontbijten lekker met brood, eieren, appels en thee en gaan daarna lopend naar de weg en vervolgen onze reis met het busje van Tui (de chauffeur). Een 43-jarige man van het dorp lift met ons mee vanuit het Lanthendorp. Onderweg vertelt hij dat hij nog nooit met een busje is meegereden en zeker niet met een bus vol blanken. Ondanks dat hij 43 is, lijkt hij wel een klein kindje wat zich verheugt op een leuk tochtje. Na een half uurtje stoppen we bij een dorpje waar allerlei mensen van verschillende stammen door elkaar wonen. Dat komt nog van de tijd dat Laos zich vrijvocht rond 1925. De voorouders van deze mensen waren toen boeven en bandieten en verborgen zich in de bossen. Hierdoor kwam er veel onveiligheid en onrust in het land. Als een soort generaal pardon heeft de nieuwe regering toen deze mensen een stuk land geboden, zonder dat ze opgepakt zouden worden. Op dat land hebben ze een nieuw leven opgebouwd, waar ze in hun eigen behoeften voorzien. De jeugd is nu bezig met een soort voetvolleybal, met een rieten balletje. Dit is de nationale sport van Laos. Verder brengt de bus ons door bergachtig Laos naar Muang Singh. Onderweg zien we al mooie rijstvelden en nog meer idyllische dorpjes. De mensen uit Laos vervoeren zichzelf te voet, op de brommer of met een primitieve tractor die voor een kar hangt. In Muang Singh gaan we weer slapen in rieten hutjes (of van bamboe). We krijgen een warme douche en er zit ook een toiletje in. En ja ja zelfs zachte bedjes. Voordat we er gebruik van maken gaan we nog een fikse wandeling maken door het dorpje. Muang Singh is een stad, maar het heeft de uitstraling van een lief dorpje. Het ligt ongeveer op 10 kilometer van de Chinese grens. Muang Singh is een echte handelspost voor de heuvelbewoners in de omgeving van de stad. De oorspronkelijke bewoners zijn de Thai Lu. De Chinese invloed neemt echter snel toe en dat is overal te merken. De borden op straat zijn zelfs in twee talen (Laotiaans en Chinees). In de hoofdstraat rijden dan ook veel Chinese vrachtwagens afkomstig uit de zuidelijke Chinese provincie Yunnan. Ook wonen er betrekkelijk veel westerlingen. Ze werken voor particuliere hulporganisaties die de terugkeer en reintegratie van Laotiaanse vluchtelingen uit kampen in Thailand begeleiden. Dit district telt 25.000 inwoners, waarvan de helft tot de Akha-people behoort. Muang Singh is een vredig plaatsje, gelegen in een rivierdal op 1200 m hoogte. Het is niet veel meer dan een hoofdstraat met aan weerskanten houten huizen. Maar aan deze hoofdstraat ligt wel een leuke overdekte dagmarkt, er zijn leuke eettentjes, winkeltjes en kappers. Zelfs een postkantoortje (waar wij een kaartje naar Nederland posten. Deze komt uiteindelijk na precies 4 weken aan) en helemaal aan het einde van de straat een ziekenhuis, maar dat ziet er heel slecht uit. Wanneer we bij de eettentjes lopen, komen enkele vrouwen hun handgemaakte waren verkopen. Ze maken tasjes, riemen en armbandjes van zaadjes en stukjes blik (coca cola). Voor 20 Bath (0,40 eurocent) koopt Eefje een riem, waarna we lekker wat gaan drinken. We voelen ons hier helemaal thuis. Het is zo lekker rustig en toch zijn er veel voorzieningen. Nadat wij onze blikjes cola leeggedronken hebben komen de vrouwen weer naar ons toegesneld om te gebaren dat we de blikjes niet moeten verkreukelen. Zij willen ze graag hebben. Bij het overdekte marktje koopt Eefje nog een tasje speciaal voor het waterflesje. Zo direct gaan we lekker uiteten, want het begint hier al aardig af te koelen tussen de bergen. Net hebben we trouwens ook onze was teruggekregen. Dat ging door de taalbarriere vrij chaotisch. 1,5 euro voor in totaal 16 stukken kleding, met de hand gewassen. Ja het kan goedkoper, maar ja het is goed zo. Het was weer een goede dag. We zijn allemaal flink verkleurd door de aanhoudende zon. Overal horen we schitterende Laotiaanse muziek. Dus erg gezellig overal. Internet kennen ze tot nu toe niet en onze mobieltjes hebben hier voor het eerst bereik. Doordat we zo dichtbij China zitten, krijgen we hun netwerk door. Laos heeft zelf geen internationaal netwerk helaas, dus we zijn heel vaak van de buitenwereld afgesloten mocht er iets gebeuren. 's Avonds heerlijk gegeten bij een restaurantje aan de hoofdweg. De bediening is fantastisch en we zijn vrij snel voorzien van allerlei lekkers. Etienne waagt zich aan een Lao-salad en roasted chicken en Eefje begint met een heerlijke (maaltijd) kippensoep met sticky rice en gebakken champions met gember. Het is heerlijk smullen en er is meer dan voldoende. En dat voor maar 36.000 Kip = 3,60 euro in totaal (dus incl. drankjes, die waren het duurst). Da's dus ongelooflijk. We betalen met 100 Bath (Thailand), waarop de eigenaar een rekenmachientje pakt en ons helemaal laat zien hoe hij het gaat berekenen en wat we terugkrijgen in Laotiaanse Kip. Over eerlijkheid gesproken! Eigenlijk heel raar hoe wantrouwig een Nederlander is, terwijl hier iedereen zo ontzettend eerlijk is, dat het ons iedere keer weer verrast. Je moet zelfs uitkijken dat je niet teveel fooi geeft. Na het afrekenen besluiten we terug te gaan naar ons hutje. Onderweg horen we allerlei kermisgeluiden en we besluiten eens te gaan kijken. In het pikkedonker lopen we in de richting van de helder verlichte lucht. We komen veel jeugd tegen die op dit evenement afkomt, allemaal op hun best gekleed. Er vinden allerlei spelletjes plaats, zoals ballon gooien, kaart leggen, hoefijzer en dartpijltjes gooien. Ook staan er standjes met snoep en ander lekkers en als klap op de vuurpijl is er ook een acrobatenshow. Zes mensen laten hun kunsten zien in een hard ronddraaiende ton. In Nederland zou het misschien verboden zijn, maar hier sta je voor 5000 Kip per persoon toch van een leuke avond te genieten. Vlak voordat we naar ons bedje gaan, nemen we nog even een kijkje in een plaatselijke nightclub schuin tegenover ons kleine resort. Het blijkt een soort kinderdisco te zijn, eigenlijk hetzelfde als in Nederland. Een groepje jongeren van 13 a 14 jaar staat in een kringetje te dansen. Etienne kan nog even hakken om vervolgens onze bedden op te zoeken. Morgenochtend moeten we namelijk vroeg weer op. De ochtendmarkt van Muang Singh, waar wij morgenochtend naartoe gaan, geldt namelijk als een van de kleurrijkste van Laos en dat willen we niet missen.


Dag 7 Muang Singh
Zes uur, helaas de wekker vergeten, maar op een of andere manier zijn we dus wel op tijd wakker geworden. We denken door de hanen van het dorp. Best goed geslapen. Er galmt weer leuke communistische muziek over het dorp heen en de mensen staan alweer allerlei oefeningen buiten te doen. Dan klinkt de bekende stem over de radio/ stad die weer de gebruikelijke verhaaltjes voorleest over de communistische idealen. De minderhedenmarkt vindt elke ochtend plaats net iets buiten de stad en begint om 06.00 uur en duurt tot een uur of 10 in de ochtend. 's Ochtends is het nog fris dus we doen onze truien maar aan, we zitten tenslotte op 1200 meter hoogte. Vanuit de heuvels komen de minderheden naar de stad om hun producten te verkopen en de noodzakelijke inkopen te doen. Erg leuk om te zien dat de bergstammen zoals de Lao Loum, Hmong, Mien, Akha, Yao, de Thai Dam en de Thai Lu en natuurlijk de Chinezen hier allen van heinde en verre heenkomen om hun waar op deze plek te slijten. Hele gezinnen komen rijdend op een Chinese tractor naar de markt om te winkelen of om zaken te doen. Het valt ons op hoezeer deze etnische groepen qua uiterlijk, kleding en haardracht van elkaar verschillen. Op de markt verkopen ze groente, fruit, vis, vlees en andere Chinese waren. We zien de levende eenden, vissen, kalkoenen en de bakken met groente voorbij rijden en we zien meteen dat er hier iets anders met levende dieren wordt omgegaan dan bij ons in Nederland. Eetstalletjes verkopen soep, noedels en rijst. Het is een heel gezellige markt en het is een drukte van jewelste. We proeven nog enkele etenswaren zoals gefrituurde banaan, guave prut en rijstsnoep en een soort van krokante sticks, die smaken als Japanse mix, maar dan minder kruidig. Heerlijk allemaal. Het frituren vindt als vanouds plaats in een wok op een met houtskool gestookt vuurtje. De Laotianen weten heel goed wat lekker is, daar zijn we wel achter. Het ontbijt nuttigen we bij een soort guesthouse dat ook (grappige) fietsen verhuurt. We gaan dus fietsen huren! Op de fiets verkennen we enkele omringende dorpjes waar hard op het land wordt gewerkt of door vrouwen allerlei mooie stoffen geweven worden. Zodra we door de dorpjes fietsen zien we dat de mensen echt verbaasd zijn, want we nemen routes die eigenlijk een beetje onbegaanbaar zijn. Er komen vrouwen en kinderen op ons af met mooie geweven stoffen en zelfgemaakte kinderkleertjes en nodigen ons uit om te komen kijken hoe ze die maken. Verbazend hoe deze mensen met heel oude Singer naaimachines zulke mooie dingen kunnen maken. Natuurlijk vinden ze het leuk als Eefje een sjaal koopt, maar het is nog een beetje te vroeg in de rondreis om heel veel te kopen. En dus fietsen we weer door en komen we langs twee tempeltjes. De eerste is iets armoedig, maar wel ontzettend mooi beschilderd met het levensverhaal van Boeddha. Je kunt zien dat er ontzettend veel arbeid in zit. De tweede is groter en rijker en ook bijzonder mooi versierd. Er lopen her en der jonge monniken rond die binnen gaan bidden of naar ons gaan kijken/staren. We besluiten weer terug te fietsen richting Muang Singh, want nu hebben we nog mooi de hele middag om via de andere kant (noorden) van de stad naar de grens met China te fietsen. Erg leuk om de diverse dorpjes zomaar door te fietsen over de zandpaadjes en door de steegjes zodat je goed kunt zien hoe hier nu daadwerkelijk geleefd wordt. We fietsen dus naar China en de grens bereiken we na vijf kwartier heuveltje op en heuveltje af. Zo midden in de zon is het wel erg vermoeiend, maar wel de moeite waard. Er was ons uitdrukkelijk gezegd om niet de grens over te fietsen, want terugkomen lukt dan niet meer. Voor China heb je weer een nieuw visum nodig namelijk. Op 10 meter van de grens wonen zelfs nog Laotianen die daar een drinktentje hebben. We nemen hier een colaatje en ze bieden ons hun beste stoelen aan en de vrouw en man gaan recht tegenover ons zitten. Ze vinden het blijkbaar prachtig dat er westerlingen op hun terrasje komen zitten. We moeten eerst een kopje Lao-thee drinken want dat hoort bij hun gastvrijheid. Eigenlijk wel grappig allemaal, we verstaan elkaar namelijk helemaal niet. Op de grond in het zand proberen we elkaar uit te leggen wat we bedoelen en waar we vandaan komen. Na een paar minuten laat de man ons een biljet uit Korea zien en nog een paar minuten later begrijpen we dat hij het leuk vindt om buitenlands geld te zien. We hebben al uitgelegd dat we uit Europa komen en dat Nederland ons landje is. We laten een 1 euromunt zien die hij maar al te interessant vindt. Hij wil ook graag biljetten zien en toevallig heeft Eefje nog een briefje van 5 euro in de portemonnee. Hij vindt het prachtig en hij wil weten hoeveel het allemaal waard is. We laten in het zand zien dat 5 euro ongeveer 50.000 Kip is. Daar schrikt hij enorm van en geeft ons snel het briefje terug. Dat is dus veel geld voor de gemiddelde Laotiaan. We nemen afscheid en maken duidelijk dat hij die 1 euro mag behouden, voor de gastvrijheid. Ze staan erop dat we dan een fles water meenemen. Vrolijk en weer helemaal uitgerust fietsen we heerlijk door de heuvels weer dieper Laos in, terug naar Muang Singh. Tijdens het fietsen hebben we al weer een aardig kleurtje gekregen en inmiddels ook pijn aan de billen van het lage fietsje en harde zadel. We leveren de fietsen weer netjes in zodat we de rest van de middag lekker kunnen gaan relaxen. Even over het geld hier: Stel je wilt een pakje sigaretten kopen en de mevrouw van het stalletje vraagt er 1200 Kip voor. Je weet dat je moet afdingen, maar doe je dit ook wetende dat 1200 Kip 0,12 eurocent is?
Relaxen op de stoep voor ons hutje, we zijn er wel aan toe. Heerlijk in het zonnetje. 's Avonds besluiten we bij de ouders van Tui (onze chauffeur) te gaan eten. Eefje wordt na de bestelling even vergeten, maar dat mag de pret niet drukken. Het restaurantje ("Vieng Say") is iets duurder dan dat van gisteren, maar ook hier is het eten goed. En dat voor 3,90 euro voor 2 personen. We borrelen nog even met de hele groep na voor de bamboehutjes en daarna gaan we slapen.

 

Dag 8 Muang Singh - Luang Namtha
Vandaag vertrekken we uit Muang Singh, dus weer vroeg uit de veren. We ontbijten bij de receptie van het kleine resortje die ons verrast met Egg Sandwiches. Een heerlijk stokbroodje met wortel, geroerbakte eieren, sla en hele stengels peterselie. Daar overheen zit chilisaus, heel apart maar wel erg lekker. Voordat we met de bus van Tui naar Luang Namtha gaan, maken we nog een fikse wandeling door de heuvels boven Muang Singh. We maken een wandeling van ongeveer vijf uur langs dorpen van verschillende stammen. Zo bezoeken we de Yao met hun schitterende geborduurde mutsen en lange jassen met bonte kragen en met vuurrode revers. Maar ook de Ikho, die ons inmiddels al bekend voorkomen, en de Thai Lu. Typerend voor hen is de bouw van het voorportaal van hun houten huis. Beschermend als de vleugels van een reuzenzwaan hangt het voorportaal over de woning. Geen druppel water kan een weg vinden door het natuurlijke materiaal van het dak. Het verhaal gaat dat de Thai Lu zijn geinspireerd door een zwaan die ooit uit de hemel is gekomen en ze heeft verteld hoe ze hun huizen moesten bouwen. Dus op palen, kleine raampjes (zodat je alleen van binnen naar buiten kon kijken) en met dat overhangende voorportaal. De ingangen van hun huizen zijn dan ook vaak versierd met een in hout gekerfde zwaan. Deze dorpen hebben het niet heel slecht, ze leven van het land en van het verbouwen van suikerriet voor de Chinezen. Het is oogsttijd dus we zien de Chinese vrachtwagens inladen en overal waar we lopen ligt suikerriet blad. Het is jammer dat de mensen liever niet op de foto willen. Ze zijn al wel een beetje aan toeristen gewend. De kinderen durven stiekem al te vragen om pennen en ze weten dat Manna snoepjes voor ze heeft meegenomen. Vandaag is overigens een heerlijk warme dag, af en toe moeten we door beekjes waden en via primitieve bruggetjes riviertjes oversteken. In het laatste dorpje dat we aandoen met deze trekking staat Tui alweer met zijn busje te wachten om ons richting Luang Namtha te brengen. Het is een fantastische trip, met veel haarspeldbochten en jungle om ons heen. Alleen in de buurt van Luang Namtha zien we bij de dorpen veel houtkap. En dat is erg jammer om te zien. Kale heuvels ontsieren het landschap in deze omgeving helaas al aardig. Maar ja aan de ene kant weet je dat de mensen hier er alles aan doen om inkomsten te krijgen. En hout is nou eenmaal makkelijk te krijgen en te verkopen. Luang Namtha is in principe alleen een overnachtingsplaats. We eten 's avonds bij een Indier en we gaan slapen in een oud Frans koloniaal hotelletje.
Tijdens de Indo-Chinese oorlog is Luang Namtha volledig verwoest geweest en later weer opgebouwd. Dit kun je goed zien, de stad straalt eigenlijk weinig sfeer uit. Er is wel een markt, een busstationnetje en er zijn enkele guesthouses. Het enige leuke van deze stad is dat elke minderheid er wel vertegenwoordigd is. Groepen zoals de Hmong, Lanthen, Akha, Mien en Thai Lu zijn in grote getale aanwezig.

 

Dag 9 Luang Namtha - Oudomxai
Vandaag worden we vroeg gewekt door ons wekkertje en door de enorme hoosbui die met zijn enorme regendruppels de binnenplaats in 10 minuten aardig blank zet. Maar dan is het ook ineens voorbij en begint de zon weer te schijnen. Ach, daar klinkt uit de luidsprekers in de stad weer het bekende muziekje en het communistische verhaaltje. Om 07.30 uur gaan we ontbijten en vertrekken we richting Oudomxai, maar onderweg zullen we nog wel een aantal keren stoppen. Het ontbijt in het stadje was trouwens perfect. Etienne had een enorme pancake met banaan van wel 3 cm dik en Eefje kreeg een lekkere sandwich. We rijden naar het eerstvolgende dorpje om weer te stoppen. Het is een Thai dam dorpje en Manna wil ons hier laten zien hoe ze zijderupsen kweken en hoe ze er dan uiteindelijk stoffen van maken. We komen lopend door het dorpje terecht bij een oud vrouwtje dat ons wel enkele mandjes wil laten zien met daarin de rupsen. De eerste mand laat ons zijde cocons zien, met dode en volgroeide rupsen erin. In de tweede mand zijn de rupsen 10 dagen en in de derde maand 20 dagen. Als ze de cocons in kokend heet water gooien gaan de rupsen vanzelf dood en hebben ze meters lange zijden draad. Enkele grote rupsen bewaren ze voor de eitjes, waarna het proces weer helemaal opnieuw begint. Tevens wordt er in dit dorp veel Lao Lao gestookt. Echt een lekker sterk drankje. We stappen weer in de bus en rijden weer richting Oudomxai. Het volgende dorpje waar we stoppen zijn weer Lanthen mensen. Hier kun je mooi gekleurde, met de handgemaakte tasjes kopen. Wel heerlijk zo vrij met een busje, we kunnen stoppen waar we maar willen. Dit dorpje is tevens het dorpje waar de vorige groep rondreizende Nederlanders geld bijeen heeft gezameld om een vrouw te helpen met een enorme cyste in haar lichaam. Zij lijkt wel 8 a 9 maanden zwanger maar dat is schijn. Die cyste doet haar hele buik opzwellen. Zij is net terug uit het ziekenhuis, want voordat ze geopereerd kan worden met het geld van de vorige groep moet ze eerst genezen van TBC. Het ziet er helaas niet zo best voor de vrouw uit allemaal, want het dorpje zorgt ook niet geweldig goed voor haar. En daar komt bij dat haar man haar inmiddels heeft verlaten. Etienne moet nog een foto van haar maken zodat die kan worden opgestuurd naar mensen van de vorige groep. Die zijn natuurlijk hartstikke benieuwd naar hoe het met haar gaat. Maar tot nu toe niet best dus. We hopen dat ze het redt. Na dit dorpje rijden we vervolgens naar een Khaa dorpje. Deze mensen leven van groenten en kruiden uit het bos. Verder hebben zij namelijk geen inkomstenbron. Ze hebben een pomp in het dorp maar daarmee is dan ook alles gezegd. Aangekomen in Oudomxai zien we dat we in een leuk guesthouse slapen met jawel weer een warme douche. Eerst wandelen we nog wat door het stadje waarbij we over een enorm grote markt struinen naar een grote Chinese theekan. De markt is verder niet veel bijzonders. Eigenlijk zijn het de Laotiaanse supermarkten met overal shampoo, pannen, etc. Veel Chinese import, de echt traditionele spulletjes vind je hier niet. Vervolgens lopen we midden in het stadje een kleine berg op richting de Stupa vanwaar we een prachtig uitzicht hebben over de stad en over de achterliggende heuvels. We moeten daarvoor echter een heel lange trap beklimmen. Boven zitten enkele novicen en monniken die rondom de stupa af en toe toeristen aanspreken zodat ze hun Engels kunnen oefenen. Ze krijgen namelijk Engelse les en wat is nu beter dan dit te oefenen met toeristen. Dus wij raken ook aan de praat met een van de monniken, hij heet Thongsouk en is 20 jaar en leert naast Engels ook nog geschiedenis van Europa, Afrika enz. Het is wel lachen want bij het voorstellen krijgt Etienne wel een hand en Eefje niet. Later legt hij uit dat het vanwege het geloof en de staat van monnik die hij nu bekleed niet mogelijk is om de hand van Eefje te schudden. Hij verontschuldigt zich daar meermalen voor. Ach wij moeten er wel om lachen dus alles is in orde. Hij is monnik en moet zich wel aan 228 regels houden. Het is overigens voor Laotianen ontzettend duur om de kinderen naar school te sturen. Een leerjaar kost 250 dollar en als je wilt studeren kost dat per jaar wel 2000 dollar. Dat is voor Laotianen een heus vermogen. Thongsouk vraagt ons of wij hem een Engels boek kunnen toesturen, omdat hij graag zijn Engels wil verbeteren en hij niet zeker weet of hij kan gaan studeren. Daar komt bij dat een beetje tweedehands boek al gauw 5 dollar kost in Laos. Wij beloven hem dat wij zodra we in een grote stad aankomen op zoek gaan naar een boek voor hem. Na zijn adres gekregen te hebben gaan we weer op weg. De monniken hier zijn niet te vergelijken met de religieuze mensen in Nederland. Hij ratelt en ratelt maar door en omarmt Etienne regelmatig. Erg aardige vent. Hij belooft ons te e-mailen als hij klaar is met school en in de grote stad een computer kan vinden. 's Avonds eten we nog wat bij een restaurantje waar ze ons grappig genoeg helemaal niet verstaan. Het is dus een heel avontuur om hier voorgeschoteld te krijgen wat je daadwerkelijk besteld hebt. Ach het maakt ons niet zoveel uit, dat maakt het juist zo leuk. Als mensen bijvoorbeeld een bord spaghetti bestellen krijgen ze een pizza en omgekeerd, erg lachen allemaal. Het was trouwens wel heel lekker allemaal, vooral de frietjes. We duiken maar weer eens het bed in, 's Ochtends gaan we meteen na het ontbijt van 06.30 uur weer door.

 

Dag 10 Oudomxai - Thai Lu dorp
Na het ontbijt moeten we ongeveer 80 kilometer rijden naar een dorpje dat Ban Noy heet. Daar nemen we afscheid van Tui en zijn busje. Voordat we bij Ban Noy arriveren stoppen we nog bij een Hmong dorpje. Zij hebben destijds de Amerikanen geholpen tijdens de Vietnam oorlog en nu denken zij (nu wij zo aankomen lopen) dat wij ook Amerikanen zijn. Heel enthousiast komen de kinderen op ons afgerend, totdat Manna vertelt dat we Europeanen zijn. Nu doen ze weer normaal gelukkig. De Hmong dragen als traditionele kledij heel wijde broeken en zwarte met blauwe shirts. Dit doen zowel de mannen als vrouwen. Hun huizen staan ook niet op palen, maar gewoon op de grond. In een van de huisjes is een slachtingsritueel bezig. Een plaatselijke geestelijke is aan het zingen en met bellen aan het rinkelen, terwijl de familie een buffel aan het slachten is. Ze hebben namelijk een zieke in hun midden en hopen dat de geesten hen goed gezind zullen zijn wanneer zij de buffel ritueel slachten. Het resultaat moet dan natuurlijk zijn, dat de zieke weer beter wordt. Wie weet?.
In Ban Noy gaan we nog heerlijk lunchen (crepes en noedelsoep) met uitzicht over rivier de Ou. Echt een plaatje die rivier. Overal zwemmen kinderen en duiken ze naar rivierwier. Even verderop wordt onze sla in de rivier gewassen. Ha ha erg grappig om te zien achteraf. Nog iets verder doet een moeder de gezinswas. Multifunctioneel die rivier! Per slowboat varen we over de diepgroene rivier Ou in de richting van een pittoresk Thai Lu dorpje, alwaar wij de nacht zullen doorbrengen bij het dorpshoofd. Onderweg zien we talloze dorpjes en zien we hoezeer de Laotianen (Thai Lu) die hier wonen afhankelijk zijn van de rivier. Wassen, vissen, drinken en moestuintjes besproeien. Verder zien we wonderschone natuur, zoals enorm dicht beboste bamboebossen en rubberbomen. Overal langs de rivier wordt naar ons gezwaaid. Je kunt zien dat de mensen hier een vreedzaam en gelukkig bestaan leiden. Lekker wonen in een rietenhuisje aan een prachtige rivier. Althans zo lijkt het voor ons. Tegen het einde van de middag komen we dan aan bij de Thai Lu. De Thai Lu zijn trouwens mensen die van de Thai volkeren afstammen en in de loop van de eeuwen in staat zijn geweest hun unieke cultuur te behouden. De Thai Lu leven voornamelijk van de visserij en de weefkunsten. De vrouwen fabriceren de prachtigste lappen stof die ze in eerste instantie voor eigen gebruik maken. In tegenstelling tot andere groepen binnen de Laotiaanse samenleving, zijn de Thai Lu van oudsher boeddhisten. De kinderen van het dorp en later ook de ouderen komen ons al tegemoet rennen om ons te verwelkomen. We zien in een kleine zijtak van de rivier een heuse wasstraat. Vrouwen staan zichzelf te wassen, andere wassen de kleren en weer anderen het eten. Het dorp bestaat uit ongeveer 60 huisjes en 330 inwoners, voornamelijk kinderen. In dit dorpje hebben de mensen het goed voor elkaar. Mooie houten huizen op palen met enorme veranda's gebouwd rondom de tempel. Wanneer wij de tempel binnengaan zien we de plaatselijke monnik bidden. Daarna worden we uitgebreid door onze gastheer (het dorpshoofd) begroet en welkom geheten met wederom Lao Lao. Gelukkig smaakt deze veel minder naar spiritus dan die van de Akha dorpjes. Het smaakt eigenlijk best goed, maar o zo sterk. Het glaasje gaat weer goed rond en in een mum van tijd is de fles dan ook leeg. Prachtig vinden de mensen dat. Het eten is al voor ons bereid inmiddels, door de vrouw van het dorpshoofd. Iedereen moet binnen op de grond plaatsnemen waar voor ieder al een bordje staat met eten en een mandje met plakrijst. Na dit prima eten wordt de generator opgestart en de televisie aangezet met een cd-tje karaoke erin. Op de achtergrond krijgt Eefje van Manna les in Laotiaans dansen. Veel sierlijke bewegingen met de armen en heupen. Als westerling voel je je dan best stijfjes. Natuurlijk loopt het hele dorp uit om ons te komen bekijken, voordat je het weet staan er drie rijen dik voor het huisje. We gaan later (in de nacht) nog even lekker buiten zitten. Het blijkt dat de mensen van het dorp laat in de nacht nog graag buiten bij het vuur zitten om met elkaar lekker bij te kletsen. Wij worden ineens plotseling uitgenodigd om iets verderop bij andere mensen van het dorp bij het vuur te komen zitten. Manna gaat gelukkig mee, want zonder hem is communicatie hopeloos. Na enig aandringen en vragen over hoe zij leven lijken ze los te komen en beginnen ze met vragen stellen. Ze mogen ons alles vragen hebben we gezegd en dat gebeurt nu ook mondjesmaat. Eigenlijk zijn ze veel te beleefd en bescheiden om brutale vragen te stellen. Het is soms wel moeilijk uit te leggen waarom veel mensen single zijn bijvoorbeeld en waarom sommigen besluiten niet te trouwen enz. Dat vinden ze heel raar. Wij weten bijvoorbeeld weer niet hoe we beesten moeten slachten. We vertellen dat er ook veel mensen in Nederland in flats boven elkaar wonen, maar dat is helemaal niet uit te leggen eigenlijk. Ook snappen ze niet dat kinderen bij ons niet voor hun ouders hoeven te zorgen als deze ouder worden. Voorlopig hebben beide partijen weer genoeg stof om over na te denken gekregen, onze werelden zijn enorm verschillend. Maar ja een mens blijft een mens, ook in Laos. Dan besluiten we maar eens naar ons matje te gaan onder de klamboe.

 

Dag 11 Thai Lu dorp - Pac Ou grotten - Luang Prabang

Best goed geslapen vannacht op de bovenverdieping van het huisje van het dorpshoofd. We lagen weer in een grote ruimte samen met de bewoners (familie van 8 personen), grappig is dat. We zijn weer vroeg wakker, maar dat is niet erg. Iedereen van de lokale bevolking is toch alweer aan het werk. Na een lekker broodontbijt vertrekken we met onze slowboat in de richting van Luang Prabang. We varen langs een groen heuvellandschap alvorens de grotten van Pac Ou te bezoeken. Dit heiligdom ligt op een kruising van twee rivieren, de Mekong en de Ou. In ontelbare nissen en spelonken van deze bijzondere plek staan naar schatting meer dan vijfduizend boeddha beeldjes. Deze grotten zijn alleen te bezoeken vanaf de boot, te voet via land is het onmogelijk om er te geraken. We varen weer verder en leggen dan aan bij het dorpje Ban Xang Hai. Laotianen zelf zeggen dat hier de allerlekkerste Lao Lao wordt geproduceerd, de nationale hartversterker van Laos die gemaakt wordt van water uit de rivier de Mekong, plakrijst en alcoholblad. In dit dorp kun je veel souvenirs kopen zoals kleding, sjaals, voormalig geld en Lao Lao natuurlijk. Wij kopen een flesje Lao Lao met een schorpioen erin en een zelfgemaakte, versierde toiletrolhouder. Nadat we weer in de boot zijn gestapt, komen we een uur later aan bij Luang Prabang. Deze plaats ligt precies op een landtong in de rivier de Mekong. Er straalt meteen een knusse warmte van deze stad uit, het brengt ons in een vredige en bijna slaperige sfeer. Echt heel rustig. De oude koninklijke hoofdstad Luang Prabang ligt op 600 m hoogte, op de plaats waar de rivieren de Mekong en de Khan samenstromen en heeft 20.000 inwoners. Voor Laotiaanse begrippen een grote stad dus. De stad dankt haar naam aan een gouden boeddhabeeld, de Pha Bang. Dit beeld was een geschenk voor de koning en geldt als het symbool van deze stad. Het is tevens de oudste stad van Laos. De plaats is eeuwenlang van de rest van het land geisoleerd geweest en heeft daardoor een geheel eigen karakter ontwikkeld. Vanwege dit unieke karakter en de grote historische waarde staat de stad sinds 1995 in haar geheel op de werelderfgoedlijst van Unesco. Dat betekent dat alle historische bouwwerken beschermd cultuurgoed zijn, ze worden gerestaureerd en onderhouden. Ondanks de oorlogen en de revolutie staat Luang Prabang nog steeds vol met een aantal historische tempels. De mooiste vinden wij de Wat Xieng Thong en de Wat Mai. Het voormalige koninklijk paleis is nu een museum. In Luang Prabang valt het ons op hoezeer de Franse invloed hier nog te vinden is. Overal is nog mooie koloniale architectuur te vinden, een erg knusse sfeer geeft dat. Daar komt nog eens bij dat de temperatuur hier geweldig is. Luang Prabang ligt dus op een schiereiland tussen de Mekong en de Khan. Het oudste deel ligt op het noordoostelijk deel van het schiereiland. In het centrum van de stad valt je oog meteen op een enorm hoge heuvel, Phu Si. Even ten zuiden van de Phu Si lag vroeger de markt, Talat Dala. Nu is die verplaatst want de betonnen gebouwen waarin de markt gehuisvest was worden gesloopt. Nu is de markt in de openlucht net aan de andere kant van Phu Si. De koopwaar bestaat uit geimporteerde goederen, huishoudelijke artikelen, textiel, horloges, elektronica en handwerkproducten van de bergvolkeren. Deze markt ligt nu dus tijdelijk naast een andere kleine openlucht markt. Hier verkoopt men groente, fruit, vlees en gedroogde vis. Je kunt het dus zo gek niet bedenken of ze hebben het hier in Luang Prabang. Na installatie in ons hotelletje (Rama) gaan we lekkere crepes eten in de hoofdstraat, we laten het ons heerlijk smaken. Deze stad is wel even iets luxer dan de plaatsen waar we de afgelopen dagen in Laos hebben doorgebracht. 's Avonds gaan we iets drinken aan de rivier de Khan vlakbij het hotelletje. Daarna belanden we met een groepje bij een restaurantje waarvan de familie een slechte dag heeft. Ze kijken allemaal enorm chagrijnig, misschien komt dat wel omdat wij best laat binnenkomen (21.30 uur). We krijgen natuurlijk toch gewoon ons eten en het smaakt redelijk goed. Etienne heeft een lekker stuk buffelbiefstuk en Eefje probeert de plaatselijke vis en krijgt een grote zalmmoot. Na het eten lopen we nog even over de textielmarkt waarvoor de hele hoofdstraat voor het paleis is afgezet (daar kan dat gewoon nog) en gaan we niet te laat slapen. Morgen hebben we nog niets op het programma staan, dus die delen we helemaal zelf in. Lekker genieten van het weer (want het is tenslotte winter) en van de omgeving en Luang Prabang is ons plan.

Dag 12 Luang Prabang

Uitgeslapen tot halfacht en om acht uur zijn we alweer gedoucht en aangekleed voor een wandeling door de stad. Allereerst gaan we naar de morning market, daar kunnen we gelijk een ontbijtje scoren. Veel verse groenten, veel eettentjes, een slagerij en de andere normale spulletjes. Eigenlijk durven we hier niet zomaar eten te kopen, overal zitten vliegen op en de hygiene is niet om over naar huis te schrijven. Maar goed we kiezen voor zeker en kopen rijstwafels en mandarijnen waarmee we de berg/heuvel in het midden van het centrum gaan beklimmen. Bovenop staat een mooie stoepa en heb je een mooi zicht over de stad. Om daar te komen moeten we echter wel ruim 329 traptreden beklimmen, de wandeling is best pittig. Boven aangekomen staat naast de stoepa (That Chomsi) ook nog een mooi Russisch kanon, een overblijfsel van de oorlog. De stoepa zelf is een bouwwerk met vergulde spits en is 25 meter hoog. De afdaling doen we aan de andere kant en daarbij lopen we langs schitterende, mooie en grote boeddhabeelden in de netjes bijgehouden tuinen. Er ligt ook een beeld van een enorm slapende boeddha van wel 6 meter lang, uitgehouwen in de rots. Even verderop gaan we nog even op de foto met Wat Tham Phu Si, een kleine grottempel met het beeld van een vadsige boeddha. Na afgedaald te zijn, gaan we de rest van de landtong rond en daarbij komen we af en toe nog verrassende tempels en marktjes tegen. Deze tempels bezoeken we dan ook, echt prachtig al dat bladgoud tegen de gevels. Leuke steegjes met papiermakerijen, bakkerijen en boekwinkeltjes zijn hier ook niet vreemd. 's Middags brengen we onze was ook nog even weg om dan kaartjes te kopen voor de theatervoorstelling van die avond. 's Avonds wordt de toneelvoorstelling gegeven in het voormalig royal theatre van de koning. Het is een traditioneel toneelspel met dans en zang en wordt vertolkt door een enorme groep mensen met maskers en traditionele kledij. Een samenvatting van het verhaal krijgen we vooraf in het Engels:

" Characters:

Thotsakan, King of Giants (Nyak)

Malit, Thotsakan's younger brother and Giant General

Phralam

Phralak

Sida

Golden Deer (Malit in disguise)

Hermit (Thotsakan in disguise)

Sadayu

Synopsis

 

Script:

Thotsakan expresses hir desire tot possess Sida to Malit and Together they plot to abduct Sida from the forest where she resides with Phralak and Phralam.

On seeing Phralak, Phralam and Sida, Malit changes into a beautiful Golden Deer and prances playfully in front of them. Sida is very attracted to the Golden Deer and entreats Phralam to catch it for her. Phralam attempts several times to catch the Golden Deer and is led deep into the forest away from Sida and Phralak. His arrow injures the Deer and thinking that it will die soon. He follows the injured Deer further and further into the forest.

Sida and Phralak hear a cry for help which sounds like Phralam. Sida entreats Phralak to find and rescue Phralam. Before Phralak leaves Sida. He draws a magic circle which will protect her from any danger. He instructs her not to step outside of his magic circle. Seeing Sida alone, Thotsakan changes into Hermit- teacher who is greatly reverd by her. He approaches Sida in this disguise. Unable to break through the magic circle which protects her. He reguests her to fetch some water from a nearly stream. Sida falls for this trick and leaves the circle. On her return and unable to control himself any longer, the hermit reveals his true identity. Thotsakan captures Sida and flies away with her towards his home lanka.

Sadayu who is flying by hears Sida's fearful cries for help. He swoops down and attacks Thotsakan in order to rescue Sida. After some fierce exchanges. Sadayu finally overcomes. Thotsakan and boasts that he is invincible. Only the ring on Sida's finger can defeat him. Thotsakan grabs the ring from Sida's finger and flings it at Sadayu there by injuring him.

As Sadayu lies injured he laments that due to his mistake he was unable to save Sida. She in great fear and sadness, is lead away by the victorious Thotsakan ".

 

Na afloop krijgt het publiek nog even de gelegenheid om te fotograferen en dan gaan we naar buiten alwaar er weer een optreden plaatsvindt. Twee plaatselijke volkeren treden buiten nog even voor ons op. We worden weer getrakteerd op zang en dans.

Dag 13 Luang Prabang

We besluiten na het ontbijt om naar de Kuang Si watervallen te gaan. Bij een klein bureautje in de hoofdstraat boeken we een tuk tuk voor een heen en terugreis voor 5 dollar per persoon. De watervallen liggen 30 kilometer verderop en dat is voor een tuk tuk anderhalf uur rijden. De tocht voert ons door een landelijk gebied met rijstvelden en dorpen van de Hmong en de Kamu. De waterval is gelegen in een intens groen beboste omgeving. Als we uit de tuk tuk stappen en richting de waterval lopen, komen we eerst een afgezet stukje bos tegen waarin Zwarte Chinese jonge beren lopen. Deze zijn hier tijdelijk gestald om te worden overgezet naar een natuurpark. Daarna komen we een hok met een schitterende tijger tegen. De tijger is gevangen en moet ook overgebracht worden naar een ander park. Een stukje verder komen we al bij diverse beekjes uit. De waterval is door zijn schitterende ligging een leuk dagje uit. De waterval mondt beneden uit in diverse beekjes waarvan het water ontzettend groen/blauw is. Vanaf de voet gaat een pad over de beboste helling naar een hoger niveau. Het laatste stuk naar de top is steil en glibberig. Langs de andere kant lopen we weer naar beneden, daarvoor moeten we echter wel de waterstroom doorkruisen. Daarboven hebben we een prachtig uitzicht over de poeltjes met water die beneden ons zijn. Daarin kun je overigens lekker zwemmen of pootje baden. Prachtig blauw dat water, zeker van boven gezien. Om vier uur 's middags vertrekken we weer per tuk tuk terug naar Luang Prabang. Eenmaal aangekomen gaan we meteen maar douchen in het hotelletje, want we zitten helemaal onder het zand en stof van die drie uur heen en terug hobbelend op een smal bankje achterin het driewielerige tuk tukje. Om 19.00 uur gaan we nog heerlijk uit eten bij een Laotiaans/frans restaurant 'L'elephant '. Een heerlijk luxe stukje biefstuk met frietjes enz. Na het 3 gangenmenu gaan we voldaan terug naar ons hotel. Morgen hebben we namelijk weer een lange reisdag voor de boeg.

Dag 14 Luang Prabang - Vang Vieng

We reizen met de bus naar Vang Vieng, een rit van ongeveer zes uur. Slingerend en misselijk wordend, rijden we door de bergen. Na iedere 50 meter is wel weer een bocht. Etienne gaat uiteindelijk maar helemaal voorin zitten want van dat slingeren moet hij bijna overgeven. Een beetje wagenziek is hij ervan, ondanks dat je enorm kan genieten van de natuur om je heen. Om de paar uur stappen we even uit om de beentjes te strekken. Tussen de middag eten we lekkere rijst en noedelsoep om vervolgens weer twee uur in de bus te zitten voordat we eindelijk arriveren in Vang Vieng. Vang Vieng ligt in een bocht van de rivier de Nam Song, 160 kilometer ten noorden van Vientiane. Vissersbootjes op de rivier, bamboeplanten langs de oevers en een ongelooflijk mooi karstlandschap op de achtergrond. Dit karstlandschap rond Vang Vieng maakt deel uit van een keten die van Zuid-Thailand via Laos en Noord-Vietnam naar het zuiden van China loopt. In de kalksteenrotsen zijn talrijke grotten te vinden, vaak met religieuze voorwerpen en boeddhabeelden. Het stadje bestaat uit niet meer dan enkele straten, maar heeft toch een zekere charme. We verblijven in een resort aan de Nam Song en het is schitterend. Uitzicht op die prachtige rotsformaties en de ondergaande zon.

Dag 15 Vang Vieng

We ontbijten in het restaurantje aan het water. Nu is het de droge tijd en zien we heel veel mensen, tractors en beesten dwars door de rivier waden om deze over te steken. Het water is heel ondiep zo te zien. Je kunt ook gewoon de brug (gemaakt van bamboe) nemen, maar die kost 2000 Kip (20 cent) en dat is veel te duur voor de gemiddelde Laotiaan. We besluiten om vandaag de 14 km heen en terug te lopen naar de Phou Kham-grot. Het is al lekker warm en het stof vliegt je om de oren. Zeker wanneer een tractortje of vrachtwagen voorbij komt. We zien meteen al bordjes staan met pijlen en namen naar allerlei grotten. We gaan voor de gein eens een kleine grot bezoeken, het heet Phadng Goldjar Cave. Er staat namelijk dat we diep in de grot levende vissen te zien krijgen. Nu dat willen we wel even zien. Voor 5000 Kip mogen we naar binnen en krijgen we een zaklamp mee. Een klein jongetje is onze gids. Het begint al meteen met een enorm nauwe doorgang, waarbij we echt kruipend verder moeten. Daarna is het meteen pikzwart en moeten we de kleine zaklampjes gebruiken. Na een tijdje zijn we voor ons gevoel al een uur aan het klimmen, kruipen en klauteren steeds dieper de berg in. En nu beginnen we ons toch wel zorgen te maken. Nergens kun je echt goed lopen en soms zijn we eigenlijk een beetje te dik om een doorgang door te gaan. We weten niet of dit wel de bedoeling kan zijn. En net als we ons beginnen af te vragen of we niet beter terug kunnen gaan zijn we bij de vissen gearriveerd. De temperatuur is gestegen en het is flink klam en vochtig. Maar gelukkig is daar het watertje al en na flink schijnen in het water met de zaklamp zien we zowaar de vissen. Het zijn van die blinde vissen met een brede kop en slank achterlijf met flinke voelsprieten aan de voorkant. Best geinig om te zien en we moeten een beetje lachen dat we hiervoor dat hele eind door de grot geklommen zijn en dat we zo smerig zijn geworden van de modder en het stof. De terugweg is natuurlijk weer een hele belevenis, maar nu weten we wel wat we kunnen verwachten. Vies, vochtig en vol moddervegen komen we de grot uit en geven we het jongetje nog een fooi. Zonder hem was het heel lastig geworden. Terug naar de weg vervolgen we onze route naar de grote grot. Onderweg passeren we nog een dorpje en worden we gepasseerd door andere toeristen, die heel lui met een brommertaxi worden gebracht. We moeten nog tol betalen voor een klein zelfgemaakt bruggetje, maar dan arriveren eindelijk. Het was een flinke wandeling in de hitte. Om in de grot te komen moeten we nog een flinke klim doen, maar het is uiteindelijk wel de moeite waard. De grot is niet diep, maar hij is wel heel hoog en groot en middenin ligt een grote boeddha te slapen op een groot altaar. De terugweg is weer over de stoffige weg en rond 2 uur in de middag zijn we weer terug bij het huisje om een douche te nemen. We zijn tijdens het lopen flink verbrand en dat voelen we goed. 's Middags wisselen we nog even wat extra geld in het dorpje en gaan dan verder lekker relaxen in het zonnetje. We genieten tijdens het avondeten in het restaurantje weer van de mooie zonsondergang achter de rotsformaties en laten ons het eten smaken. Iedere keer is de bediening in Laos een hele belevenis. De bediening probeert echt wel z'n stinkende best te doen, maar toch gaat 50 procent van de bestellingen fout. Apart van elkaar bestellen en ook apart afrekenen, daarvan raken ze enorm in de war. Ach eigenlijk is dat wel grappig en het eten is verder prima.

Dag 16 Vang Vieng - Vientiane
Na het ontbijt vertrekken we met de bus naar Vientiane waar we rond 12.30 uur arriveren. Met 400.000 inwoners is dit waarschijnlijk nog de meest dorpse hoofdstad van der wereld. Vientiane, de hoofdstad dus van de Democratische Volksrepubliek Laos (Lao PDR) ligt in Centraal-Laos, in een bocht van de rivier de Mekong. De oorspronkelijke naam van de stad was Vieng Chan (stad van de maan). De Fransen hebben dit uiteindelijk veranderd in Vientiane. We hebben maar een halve dag, want morgenochtend vertrekken we alweer vroeg. Echt veel spectaculaire bezienswaardigheden zijn hier niet te vinden behalve de Pha That Luang, het nationale symbool van onafhankelijkheid van heel Laos en een paar tempels. Eerst lopen we over de promenade langs de Mekong en pakken daar nog een terrasje om twee colaatjes te drinken. De bediende begrijpt ons blijkbaar niet zo goed, want ze komt aanzetten met twee kokosnoten met een rietje erin. Ach dat vinden wij ook prima. We hebben uitzicht over de Mekong richting Thailand en de temperatuur is heerlijk zwoel. Daarna gaan we weer het toeristje spelen. De Pha That Luang ligt iets buiten het centrum. Wij nemen daarom ook de tuc tuc. Daarbij komen we ook langs de Laotiaanse versie van de Arc de Triomphe, Patuxai. De Patuxai of overwinningspoort is in de jaren zestig opgericht door het toenmalige regime, ter herdenking aan alle Laotianen die zijn gestorven in oorlogen die zich afspeelden voor de revolutie. Niet iedereen vindt dit mooi, maar wij vinden ook dit een prachtige Arc de Triomphe. Iets meer kitsch dan die in Parijs, maar goed. De Pha That Luang (of Grote Stoepa) waar we daarna aankomen is een enorme stoepa die in 1566 hier is neergezet. De stoepa vormde in die tijd het summum van boeddhistische bouwkunst. Het is echt een prachtig bouwwerk. Een 340 meter lange kloostermuur omringt de stoepa. De stoepa zelf bevat drie niveaus die door trappen met elkaar verbonden zijn. Rond iedere verdieping loopt een galerij. Het eerst niveau is de basis. Alle zijden zijn precies 68 meter lang. In het midden van iedere zijde bevindt zich een gebedspoort of haw wai. Van deze poort lopen trappen naar het tweede niveau. Het tweede niveau is 48 bij 48 meter en wordt omringd door 323 sima of heilige markeringsstenen. De stenen bakenen de verschillende heilige sferen af. Het derde en hoogste niveau is 30 bij 30 meter en is omgeven door 288 sima en 120 lotusknoppen. De lotusknop is overigens het symbool voor het ontluikende leven. Hier staan ook 30 kleinere stoepa's. De centrale stoepa staat op het derde niveau en bestaat uit een komvormige basis, met daarop een spits toelopende top met vier vlakken. De spits is omzoomd met lotusknoppen en wordt bekroond door een gestileerde parasol. De stoepa is in totaal 45 meter hoog en volledig bedekt met bladgoud. Voor Pha That Luang staat het standbeeld van de oprichter van de stoepa, koning Setthathirat. Het ligt 2 km ten noordoosten van Patuxai, maar je ziet het al van verre. Met de Tuc Tuc is alles goed te bereizen. Het retourtje kost ons van de Mekong naar Pha That Luang 10.000 Kip. Op de terugweg stoppen we nog even bij de Talat Sao, de morning market (is wel de hele dag geopend). Hier kopen we nog een cd-tje met Laotiaanse muziek om onder de filmbeelden van deze vakantie te monteren en ook kopen we een Chinese thermoskan. Voor de eerste keer onderweg wisselen we euro's voor dollars en daarna zoeken we ons hotelletje weer eens op. Voor het eten bezoeken we What Si Saket en Wat Phra Keo nog (prachtige oude tempel complexen). Vanavond gaan we heerlijk met z'n tweeen op zoek naar een leuk restaurantje om de hoek bij de grote fontein in het midden van het centrum. In restaurant "Khobchaider Garden" eet Etienne lekker een franse biefstuk en probeert Eefje de verfijnde Laotiaanse keuken. Alleen jammer dat die smakelijk uitziende oranje dingen gewoon verse pepers zijn en waardoor Eefje het eerste kwartier druk bezig is met het blussen van haar tong. De biefstuk is heerlijk en met een ijsje toe (+ drankjes) zijn we voor 7 dollar per persoon klaar. We lopen nog even gezellig over de promenade langs de Mekong en gaan daarna terug naar het hotel.

Dag 17 Vientiane - Hinboun Natuurpark
's Ochtends vertrekken we weer vroeg. We hebben een lange reisdag naar het Hinboun Natuurpark op het programma staan. Onderweg stoppen we nog wel af en toe om de benen te strekken en we lunchen op een werkelijk prachtige locatie. Vandaar hebben we namelijk uitzicht over de vele rotspunten van de limestone bergen. Onder het genot van het uitzicht en de enorme rust die er heerst genieten we van onze groentebroodjes. Tegen vier uur arriveren we bij het kleine gastenverblijf, nadat we eerst in een dorpje van de bus naar een pick-up zijn overgestapt omdat we ongeveer 3 uur door de rimboe moeten rijden. Het was echt een gehobbel en stof happen van jewelste, rijdend door droogstaande rivierbeddingen en door het droge zand. Maar het was leuk en we hebben daardoor echt het idee in the middle of nowhere te zijn. Het is een mooi gastenverblijf helemaal opgetrokken uit hout aan de rivier en met een enorme overdekte veranda. Het beschikt zelfs over een klein restaurantje. Hier kunnen we lekker bijkomen van zo'n lange vermoeiende reisdag. 's Avonds eten we samen met de rest van de groep in het restaurantje en kletsen we nog wat na op de veranda. Etienne gaat al iets eerder op bed liggen, hij heeft hoge koorts en moet telkens overgeven. Morgen wordt een volledige dag op de rivier en die wil hij niet missen. 's Nachts horen we vele oerwoudgeluiden. Het is bekend dat in dit stukje oerwoud veel wilde beesten leven zoals olifanten, luipaarden en tijgers. Wij horen of zien die echter niet. Hinboun is tevens beroemd vanwege de grotten en ondergrondse rivieren. Morgen gaan we een van die ondergrondse rivieren bevaren.

 

Dag 18 Hinboun natuurpark
Met de lokale houten bootjes vertrekken we na het ontbijt naar de Kong Lor grot. Deze grot (ondergrondse rivier), waar zeldzame vogels en insecten wonen, is maar liefst 8 kilometer lang. Vanaf Sala Hinboun (het verblijf) varen we ongeveer 2,5 uur richting de grot. Onderweg zien we veel beeldschone, ruwe natuur en veel mensen die aan of in de rivier aan het werk zijn. Ze houden hun moestuintje bij, vangen het rivierwier (is een snack hier) of zijn de was aan het doen. Veel kinderen komen op het geluid van de bootjes af en beginnen langs de kant enthousiast te zwaaien naar ons. De bevolking is hier wederom erg vriendelijk. De bootsmannen moeten heel goed navigeren, want het water is momenteel heel laag en overal liggen rotsen of boomstammen in het ondiepe water. Of er ligt ineens een waterbuffel voor de boot waarvan je eerst denkt dat het een rots is. Heel knap hoe zij ons zonder al te natte kleren over de rivier verplaatsen. Op de erg ondiepe delen moeten we uit de boot en helpen duwen. Bij het laatste dorpje voor de grot stappen we over in ondiepere bootjes die beter door de grot te manoevreren zijn. In de grot is het echt pikdonker, de bootsmannen vinden de weg door de acculampen die ze op hun hoofd hebben telkens voor de boot uit te schijnen. Het geeft in het begin best een raar gevoel, zo ingesloten door gesteente wiegend op het water. Omdat we de heenreis stroomopwaarts varen moeten we bij stroomversnellingen uit de boot, zodat we de boot er tegenop kunnen trekken. De bootjes zijn best zwaar dus het duurt wel even en we worden er aardig nat van. Aan het einde van de grot begeeft de motor het ook nog en roeien de bootsmannen ons naar buiten. In totaal zitten we met vier man in het bootje: twee bootsmannen, Eefje en Etienne. Uit de grot gevaren komen we op een idyllisch plekje waar we gaan lunchen, de motor is inmiddels weer gemaakt. Het lijkt een waar paradijsje, gelegen tussen hoge bergketens. Zoals we heen zijn gekomen zo gaan we ook weer terug, alleen dit keer stroomafwaarts. Het is ook helemaal niet erg om het bootje uit te moeten om te helpen duwen. Het water is heerlijk warm en niet te diep, dus best aangenaam die verkoeling af en toe. De grot is weer overweldigend en halverwege stappen we nog uit om wat druipstenen te gaan bekijken. Prachtig zo diep onder de berg varen. Dat hebben we nog nooit meegemaakt. Een hele ervaring! Teruggekomen bij het gastenverblijf (na een hoop gezwaai naar kinderen onderweg) gaan we weer heerlijk op de veranda zitten. Nakletsen, boekje lezen en daarna lekker eten. We krijgen Laap (vlees met een ander mengsel) en Yam, twee traditioneel Laotiaanse gerechten. Laap hoort eigenlijk rauw gegeten te worden, maar dat doen ze gelukkig hier niet en ook gefermenteerde (mooi woord voor rot) vis wordt ook achterwege gelaten. Yam is het toetje, het bestaat uit zoete, warme kokosmelk en zoete aardappelstukjes. Het is heel machtig, maar wel lekker.


Dag 19 Hinboun - Savannakhet
We moeten weer vroeg uit de veren om met de houten bootjes buiten het park te geraken waar het busje op ons zal staan te wachten. Zo'n 2 uur varen we weer over het riviertje, stappen af en toe uit om de boot te verleggen of een bruggetje te openen en zitten lekker om ons heen te kijken naar al het natuurschoon en de leuke dorpjes aan de rivier. Na de boottocht staat ons een tocht van 5 uur te wachten met het busje richting Savannakhet. We lunchen nog met heerlijke noedelsoep en stoppen nog even bij de fameuze tempel ThatIng Han. Alleen mannen mogen deze betreden, de vrouwen moeten buiten de stenen reling blijven. De legende gaat dat Boeddha daar mensen heeft onderwezen in het boeddhisme. De mensen doneerden toen varkens aan boeddha, maar hij werd daar zo ziek van dat je nu in de huidige tijd nog steeds geen varkens vindt hier in de omgeving. De mensen denken zelfs dat varkens spontaan doodgaan in de buurt van deze tempel. Ook vinden we bij de tempel een voetstap van boeddha, tenminste er ligt een enorme voetafdruk ter grootte van een bad, helemaal bedekt met bladgoud. Een tijdje later arriveren we bij Savannakhet. Wat ons meermalen opvalt nu we zo door dit land rijden is dat overal nog veel tekens te vinden zijn van het communistische regime. De vlag van Laos hangt op iedere straathoek naast de communistische vlag (De rode vlag met hamer en sikkel). En bij sommige oude fabrieken staan nog bordjes dat je staatsgeheimen, zoals deze bedrijven, niet mag fotograferen.
Savannakhet ligt aan de oever van de rivier de Mekong, tegenover Thailand. De plaats straalt iets dorpsachtig en Frans koloniaals uit. Met 135.000 inwoners is dit de tweede stad van het land. De Vietnamese invloed is duidelijk merkbaar. De meeste Chinezen verlieten na de communistische machtsovername in 1975 het land. Savannakhet is duidelijk opgebouwd door de Fransen en sindsdien is er weinig veranderd. Veel vervallen gebouwen en er hangt een bedompte smog lucht. Aan de Mekong zie je Thailand liggen met een lange boulevard en veel hoge flatgebouwen. Thailand lijkt wel veel moderner dan Laos. Dit is niet een van de mooiste steden van Laos, maar de mensen zijn wel weer heel vriendelijk. Toch is dit de eerste keer dat er bedelaars het terras van het restaurantje op komen waar wij zitten te eten, dat is wel vervelend om te zien eigenlijk. Oorlogsveteranen en jonge kinderen. We eten bij Lao-Paris, heel lekker beefsteak, french fries en salade met zelfs pate erop. Dit was meer een overgangsdag, al was de promenade echt wel genieten hier.

 

Dag 20 Savannakhet - Champassak
Na het ontbijt reizen we de hele ochtend tot in de middag met de bus. Bij Champassak steken we de Mekong over met de veerpont om bij het guesthouse te komen. Champassak telt ongeveer 22.000 inwoners en heeft een echt dorps karakter. Het is niet veel meer dan een lange hoofdstraat met aan weerszijden vervallen koloniale huizen. De voornaamste reden dat wij Champassak aandoen is de nabijheid van de beroemde "Wat Phu". Wat Phu is een tempelcomplex van de Khmer. Het ligt aan de voet van de berg Phu Passak, 8 km ten zuidwesten van Champassak. Voor de Khmers gold de berg als heilig, vanwege een enorme rots, de Linga Parvata. De rots zou de vorm hebben van een lingam, het fallussymbool van de hindoegoed shiva. En als wij het zo bekijken van een afstandje dan lijkt het er inderdaad op. Van de geschiedenis van Wat Phu is weinig bekend. Wel is het zeker dat er al in de 6de eeuw na Chr. op de berg een heiligdom stond. Mensen werden daar geofferd aan Bhadresvara (Shiva), vooral jonge maagden. Van de 9de tot de 13de eeuw behoorde Champassak tot het rijk van Angkor. Later werd Angkor Wat gebouwd in Cambodja. De koning van destijds vond Wat Phu verkeerd liggen en te klein. De bouwwerken van Wat Phu verkeren helaas in slechte staat. De hevige moessonregens hebben het complex aardig aangetast. Er liggen plannen van Unesco klaar om het weer te restaureren, net als bij Angkor Wat. Dit zal in totaal zes jaar duren. Voordat we naar de tempel gaan, bezoeken we het museum dat ervoor staat. Daarin zijn prachtige beelden, potten enzovoorts te vinden die bij opgravingen aan het licht kwamen. Vervolgens bezoeken we Wat Phu. Wat Phu heeft drie niveaus zo te zien die met elkaar verbonden zijn door een lange weg met trappen. Overal op het terrein staan Frangipani bomen met witte bloemen die bekend staat als tempelbomen. Op het terrein voor de vijver zat in vroegere tijden de koning, om officiele ceremonies en het Wat Phu festival bij te wonen. Vanaf dit terrein loopt een weg naar de paviljoens. Dit diende vroeger als voorbeeld voor Angkor Wat. De klim leidt naar twee tegenover elkaar liggende paviljoens (twee oude gebouwen) die onderdak gaven aan de vrouwen aan linkerkant en aan de mannen er tegenover. De gebeeldhouwde vensters en dwarsbalken van zandsteen tonen beelden van Vishnoe, Shiva en Parvati. Een trap leidt ons naar het tweede niveau. Onder aan de trap staat het beeld van Phaya Kammatha, de oprichter van Wat Phu. Op het tweede niveau zien we alleen nog de restanten van wat ooit zes bouwwerken van baksteen waren. Dit waren waarschijnlijk tempels, maar dit weten ze niet precies. Aangekomen op het derde niveau (een zeer steile en lange weg met trappen omsloten door Frangipani bomen leidt ons er naartoe) zien we de hoofdtempel van Wat Phu, die in zijn geheel aan Shiva gewijd is. Een grote boeddha staat midden in de tempel. Vanaf dit niveau hebben we een fantastisch uitzicht over de andere niveaus en de enorme vlakte er omheen. Rechtsachter de tempel lopen we naar een rots waaruit een olifant gehouwen is. Ook vinden we hier het offeraltaar, een krokodil uitgehouwen in steen met een afvoergootje voor het bloed. Hier werden de jonge maagden geofferd. Het is werkelijk waar een prachtig tempelcomplex en het straalt enorme historie uit. Het is misschien niet zo groot als Angkor Wat, maar zeer zeker de moeite van het bezoeken waard. Het is tenslotte de voorloper van Angkor Wat en de plek van waaruit het machtige en grote Khmerrijk geregeerd werd. Prachtig! De overnachting in Champassak aan de Mekong is ook gaaf. Het uitzicht over de Mekong is wederom mooi. 's Avonds eten we dan ook op het terras boven de Mekong. Er zijn hier helaas wel veel vliegen, maar goed dat drukt bij ons de pret niet.

 

Dag 21 Champassak - Ban Khone
's Ochtends gaan we per bus en boot naar het paradijselijke Ban Khone, een eilandje in de Mekong delta. Maar eerst doen we nog Ban Khiat Ngong aan, waar de Suay, de mannen van deze stam, opgeleid worden tot Mahout (olifantentrainer). De olifanten worden gebruikt voor de houtindustrie en natuurlijk voor de schaarse toeristen die hier komen. Het zijn prachtige donkere Indische olifanten en al gauw zitten we in een stoeltje achterop. Onze olifant heet "Kampong" en heeft een manke linker poot. Maar daar heeft hij verder niet zoveel last van. Zijn Mahout is best lief voor hem en kriebelt Kampong regelmatig met zijn voeten achter de oren (al is dit ook voor het besturen). We maken een rit door de jungle naar een hoogvlakte en dalen daarna weer af om vervolgens onze olifant eens flink te belonen met suikerriet. Dat vindt hij ontzettend lekker. Zo lekker dat hij het suikerriet al uit de handen van Eefje grist voordat ze het kan geven. Zijn huid met lange harde haren voelt stroef en stug aan, maar hij vindt het wel fijn dat hij geaaid of geklopt wordt. Geweldig om te zien die beesten. Vervolgens gaan we van Ban Khiat Ngong richting de Pha Pengh falls. Deze grootste watervallen van Zuid Oost Azie hebben de bijnaam 'de stem van de Mekong' en voorkomen dat de Mekong een echte vaarroute wordt. Nu rijden we richting de oversteekplaats voor het eiland Don Khone. Ons guesthouse staat in Ban Khone. We stappen in de boot en varen richting Don Khone. De boot legt aan bij Ban Khone, het grootste dorp van het eiland. Dit eiland dicht bij de grens met Cambodja is overdekt met kapokbomen, kokospalmen en bamboe. Ban Khone heeft nog een aantal vervallen Franse villa's en eenvoudige eetgelegenheden, al is de toeristenindustrie hier al flink aan het groeien. Tijdens het Franse bewind speelde Ban Khone een belangrijke rol bij de doorvoer van goederen die uit Vietnam kwamen en over de Mekong werden vervoerd. Omdat de woeste stromingen tijdens het transport een hindernis vormden, bouwden de Fransen hier bruggen en zelfs een spoorwegtraject. Don Khone wordt door deze Franse brug verbonden met Don Det. Voorbij deze brug staat nog een verlaten verroeste locomotief als eenzaam aandenken aan de enige spoorlijn die Laos ooit gehad heeft. Aan het eind van de middag arriveren we bij het kleine guesthouse, waar we heerlijk op het terras hangend boven de Mekong genieten van de zonsondergang. Onder de klamboe in onze bamboehutjes kunnen we lekker luisteren naar al het gefluit en geritsel van de exotische vogels om ons heen voordat we gaan slapen. Voor het avondeten hebben we nog een bezoekje gebracht aan het locomotiefje. Er is totaal geen spoor meer over. De mensen hebben het gebruikt voor andere doeleinden, zoals voor hun huis of tractor.

 

Dag 22 Don Khone
Lekker uitslapen, de vogeltjes zingen ons wakker en er waait een heerlijk ochtendbriesje door ons hutje. We gaan heerlijk ontbijten en dromen ervan om hier een guesthouse op te zetten op een van de idyllische plekjes. Een restaurantje hier wordt al aangeboden voor 3000 dollar. Manna ziet het wel zitten, want dan kan hij de tent wel runnen. Overal zien we wel mogelijkheden, maar gelukkig zijn er wel een hoop beperkingen. Zo mag een buitenlander geen bezit hebben in Laos, anders zou het land al zijn volgebouwd met buitenlandse hotels en/of fabrieken en dergelijke. Wat een heerlijk eiland is dit. Zo direct gaan we wandelend over de spoorbrug de andere eilanden verkennen. Vanaf het tweede eiland gaan we met een boot naar een derde eiland Don Som. De wandeling, na een half uur varen, op dit eiland voert langs tempeltjes, dorre rijstvelden en droge lotusvijvers. Overal worden we vriendelijk begroet door de lokale bevolking. Erg veel toeristen hebben ze blijkbaar niet gezien. Kleine kinderen vinden ons maar eng en gaan huilen als we ook maar in de buurt komen. Dit terwijl de ouders het heel leuk en onverwachts vinden dat we hier lopen. De bewoners leven voornamelijk van het fabriceren van noedels. Tevens houdt de visvangst en de verbouw van suikerriet de bewoners ook een heel eind bezig. Na zo'n twee uur gelopen te hebben komen we bij een dorpje waar de grote boot ons weer zou oppikken. Helaas zien we geen boot, waarschijnlijk ligt deze een dorpje verderop. Dus lopen we nog een stukje. Ook daar geen boot. Manna wordt al zenuwachtig, want we moeten voor het donker toch wel de boot hebben. 's Nachts door de delta met al die rotsen en ondiepe wateren is nogal een moeilijke opgave. En hier slapen vindt hij geen optie. Manna besluit alleen in het volgende dorp te gaan kijken of de boot misschien daar ligt. Hij schiet het eerste het beste meisje aan en leent haar fiets. Even later zien we hem weer voorbij komen, nog steeds met het meisje achterop, de andere kant op fietsen om daar eens te zoeken naar de boot. Je ziet dat hij zich toch erge zorgen maakt, terwijl wij allemaal denken dat we dan maar gewoon hier slapen, geen probleem. Ondertussen hebben wij een steeds mooier uitzicht over de delta. De zon begint al onder te gaan en dat geeft prachtige reflecties met het water en de kleine vissertjes. Een hele poos later als wij al ruimschoots in gesprek zijn met het lokale dorpshoofd (hij had een beetje teveel Lao lao gedronken en vertelde telkens hetzelfde verhaal. Wij moesten toch echt opschieten want als het donker is komen we niet meer weg), komt Manna eraan gehold. Het huilen staat hem nader dan het lachen, maar iedereen stelt hem gerust dat wij het helemaal niet erg vinden. Gelukkig trekken we inmiddels zoveel aandacht dat er drie jongens komen die bereid zijn met hun kleine bootjes ons terug te brengen. Piepkleine gemotoriseerde holle boomstammen moeten daarvoor zorgen. Dat betekent wel dat we nu in het pikkedonker over de Mekong delta naar Don Khone moeten, dus dat is erg tof van die jongens. De terugtocht duurt meer dan een uur en is af en toe best spannend, maar de jongens kennen het water blijkbaar als hun broekzak en brengen ons veilig weer terug. Eigenlijk vinden ze het wel tof een beetje toeristen vervoeren, want iedereen die ze kennen zwaait naar ze en komt kijken aan de rand van de rivier. Gelukkig kan Manna inmiddels weer lachen en worden de jongens goed beloond voor hun geweldige vaarkunsten. Weer een fantastische dag.

 

Dag 23 Don Khone - Ubon Ratchathani - Bangkok
In de loop van de ochtend nemen we de boot terug naar het vaste land en rijden we richting Pakse. Hier stoppen we nog even om lekker rond te struinen op de markt om vervolgens met z'n allen bij een restaurantje te lunchen. Pakse is een bedrijvige stad met 75.000 inwoners, onder wie veel Vietnamezen. Door de handel met Thailand is dit echt een bloeiende stad en begint het al aardig moderne trekjes te vertonen. Pakse heeft weinig bezienswaardigheden, daarom blijven we niet al te lang. Hier bij Pakse pakken we de brug over de rivier richting Thailand, richting Ubon Ratchathani. Bij de grens is het een drukte van jewelste. Het is ook niet eenvoudig om hier zomaar de grens te passeren. Hoge hekken en strenge controleposten laten zien dat de handelsbetrekkingen nog niet op een soort Shengen niveau zijn. Rijen met vrachtwagens staan geduldig te wachten. Hier hebben we het allemaal nog even moeilijk met het afscheid nemen van Manna en onze chauffeur. Manna, we gingen er zo vanuit dat je bij ons hoorde. We hadden helemaal niet door dat hij de grens niet over mocht. Van Manna krijgen we nog een leuk cadeautje en van ons ontvangt hij natuurlijk een flinke fooi voor de afgelopen weken. We zullen hem missen, want het was een fijne kerel. Na de grens rijden we verder en pakken vervolgens het vliegtuig (binnenlandse vlucht) naar Bangkok. Thailand is veel verder in zijn ontwikkeling, dat is goed te zien. Maar dat heeft voor ons veel minder charme, dan het warme Laos. Het schitterende ruige Laos met zijn vriendelijke bevolking en zijn tropische wouden, het is voorbij....

 

Dag 24 Bangkok - Amsterdam
We vliegen van Bangkok terug naar Amsterdam waar de ouders van Etienne ons van het vliegveld halen. Het temperatuursverschil slaat ons al om de oren. Daar lopen we dan in onze driekwart broeken (het warmste wat we bij ons hebben) en onze bruine koppen. Minus 3,5 graden, oh waren we maar......

 

Lanthen vrouw met bril van Hans Anders Tempel in Luang Prabang Manna, onze fantastische Laotiaanse gids
Oversteekplaats Lanthen kinderen Yao mevrouw
Akha mensen Aangekomen in Akha dorpje, Etienne Lanthen meisje met kind
In Xieng kok Dorpje vlakbij Xieng Kok Akha vrouw met kind
Klein meisje met kleintje op de rug, Akha Luang Prabang, op de heuvel. Eefje Akha oma
Spelende kinderen bij de rivier Slaapplaats bij hoofd van Thai Lu dorpje Tempel in Luang Prabang
2500 jaar oude stoepa in Luang Prabang In het Koninklijk theater van Luang Prabang Olifant rijden
Wat Phu, 500 jaar ouder dan Angkor Watt Zonsondergang bij Vang Vieng Olifant belonen met suikerriet na de rit, Etienne
Pha Pengh Falls, de grootste watervallen van Zuid Oost Azie Onze olifanten Zelfgemaakte toilet in Thai Lu dorpje
Etienne en Eefje op het eiland bij Ban Khone Manna aan de afwas in Akha dorpje Ochtendmarkt Luang Prabang
Trekking door het bamboewoud Wat Phu vanaf derde niveau Befaamde Tuk Tuk's in Luang Prabang Kinderen bij Ikho dorpje vlakbij Muang Singh
Trekking door woud, Eefje Slow boot bij Ban Noy Tempel van binnen bij Muang Singh
Ochtendmarkt Luang Prabang Ikho kinderen Kaart van Laos